Infectiedruk vanuit de koe

Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer

Koeien met mastitis zorgen voor een forse verhoging van de infectiedruk. Het gaat dan vooral om ‘koegebonden’ bacteriën. Dit zijn infecties met

Strep. agalactiae

(SAG);

Staph. Aureus

( SAU);

Coagulase Negatieve Staphylococcen

(CNS) en

Strep. dysgalactiae

(SDY). 


De infectiedruk op een melkveebedrijf is te hoog als het percentage dieren met een verhoogd koecelgetal (dieren met subklinische mastitis) bij de melkproductieregistratie (MPR) hoger is dan 10 procent. Dit is op veel bedrijven het geval.

In situaties waarbij de melkprijs hoog is, of als de melkveestapel uitgebreid wordt, worden koeien met een verhoogd koecelgetal vaak langer aangehouden. De probleemgevallen, ofwel de besmettingsbronnen blijven zo in de stal lopen, waarbij de infectiedruk ook door een hoge bezetting oploopt. Dat kan tot langdurige problemen op bedrijfsniveau leiden.
De infectiedruk voor de gezonde koeien binnen de koppel wordt een stuk lager wanneer besmette dieren niet, of zo min mogelijk, in (direct of indirect) contact  komen met gezonde dieren.

Manieren om de infectiedruk te verlagen zijn:

  1. Het aantal infectieuze dieren verlagen door gerichte afvoer of behandeling.
  2. Een aparte groep hoogcelgetaldieren maken en als laatste melken.
  3. Hoogcelgetaldieren markeren en melkstellen doorspoelen met heet water (boven de 85 graden Celsius)

Deze adviezen lijken soms lastig uitvoerbaar of kostbaar, maar ze zijn uiterst effectief om de infectiedruk te verlagen en daarmee het aantal nieuwe uierontstekingen, zowel klinisch als subklinisch, te beperken.

Transmissie-index / R-waarde

Een belangrijke maat bij het bepalen van de infectiedruk is de zogenaamde R-waarde (transmissie-index) van een ziekteverwekker. Als een dier met mastitis in staat is om één ander dier te infecteren, is de R-waarde 1. Hoe meer dieren geïnfecteerd worden vanuit één besmet dier, hoe besmettelijker de ziektekiem en hoe hoger de R-waarde. Bij een hoge R-waarde zijn zonder ingrijpen van buitenaf binnen zeer korte tijd veel dieren in een koppel geïnfecteerd. Alle koegebonden bacteriën die hierboven genoemd zijn hebben een R-waarde hoger dan 1.

Staph. aureus is één van de bacteriën met over het algemeen een hoge R-waarde, dus zeer besmettelijk. Er zijn Staph. aureus-stammen bekend met een R-waarde hoger dan 7.

Behalve kiemeigenschappen heeft ook het uiergezondheidsmanagement veel invloed op de transmissie van ziektekiemen, en dus op de R-waarde. Infecties met koegebonden mastitisverwekkers worden voornamelijk overgebracht tijdens het melken. Belangrijke factoren die de overdracht van koe naar koe beïnvloeden zijn besmette tepelvoeringen, niet optimaal werkende melksystemen, uierdoeken, handen van de veehouder, besmette voorbehandelbekers of -borstels (bij de robot) en het niet goed desinfecteren van spenen na het melken.

Terug naar infectiedruk

Terug naar uiergezondheid

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.

GD maakt gebruik van cookies om onze website te analyseren en de functionaliteit te verbeteren. Meer info vind je in ons cookiebeleid.