Overzicht antibioticumresistentie van ziekteverwekkers

Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer

GD  ontvangt jaarlijks duizenden monsters van zieke dieren waaruit ziekteverwekkende bacteriën worden gekweekt. Na de kweek kan een gevoeligheidsbepaling worden uitgevoerd om na te gaan voor welke antibiotica deze bacteriën onder laboratoriumomstandigheden gevoelig zijn. Aan de hand hiervan kan de dierenarts een onderbouwde keuze maken voor een bepaald antibioticum ter behandeling van de betreffende bacteriële infectie. Met de resultaten van alle uitgevoerde gevoeligheidsbepalingen kan over langere perioden de ontwikkeling van de gevoeligheidspatronen van bacteriën worden gevolgd.

Deze (overzichten van) gevoeligheidspatronen worden onder andere gebruikt bij het opstellen van de KNMvD-formularia (richtlijnen voor behandeling van veel voorkomende aandoeningen). Het is belangrijk te beseffen dat de onderzochte isolaten afkomstig zijn van dieren die gestorven/geëuthanaseerd zijn (isolaten uit sectiemateriaal) of klinisch ziek waren (isolaten uit niet-sectiemateriaal) en dat daardoor de weergegeven resistentiepercentages niet noodzakelijk representatief zijn voor de gehele Nederlandse veehouderij. Ook is niet van alle isolaten bekend of ze afkomstig zijn van behandelde of onbehandelde dieren.

Voor pluimvee betreft het isolaten van de meest voorkomende bacteriële ziekteverwekkers in de vlees- en legsector en betreft het zowel isolaten uit materiaal aangeboden voor pathologisch onderzoek bij GD als isolaten die actief door dierenartspraktijken zijn ingestuurd voor een MIC-bepaling, waardoor deze resultaten wel representatief zijn voor de Nederlandse pluimveehouderij. 

Microbouillonverdunningsmethode (MIC)

Vanaf het vierde kwartaal van 2012 wordt bij het bepalen van de gevoeligheid van bacteriën voor antibiotica gebruikgemaakt van de zogenaamde microbouillonverdunningsmethode. Deze microbouillonverdunningsmethode bepaalt per antimicrobieel middel een MIC-waarde. MIC staat voor minimum inhiberende concentratie, de laagste concentratie van een antimicrobieel middel waarbij onder gestandaardiseerde in vitro condities geen zichtbare groei van de bacterie optreedt. Met klinische breekpunten is het mogelijk de isolaten op basis van de vastgestelde MIC-waarden in te delen in de volgende klassen:

  • Gevoelig: in vitro vastgestelde MIC-waarde is lager dan het klinisch breekpunt (‘grenswaarde’ of ‘interpretatiecriterium’) voor gevoeligheid; er wordt therapeutisch succes verwacht bij gebruik van de aanbevolen dosis.
  • Intermediair gevoelig: in vitro vastgestelde MIC-waarde is hoger dan het klinisch breekpunt voor gevoeligheid, maar lager dan het klinisch breekpunt voor resistentie; behandeling heeft een onzekere uitkomst. In sommige gevallen kan therapeutisch succes worden behaald met een hogere dosis of wanneer de infectie zich in een deel van het lichaam bevindt waar hogere concentraties van het antibioticum worden bereikt (therapeutisch succes is afhankelijk van de farmacokinetiek van het middel). 
  • Resistent: in vitro vastgestelde MIC-waarde is hoger dan het klinisch breekpunt voor resistentie; therapeutisch falen verwacht bij gebruik van de aanbevolen dosis.

Hieronder vindt u per diersoort informatie over de antibioticumresistentie van de meest voorkomende bacteriële ziekteverwekkers.

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.

GD maakt gebruik van cookies om onze website te analyseren en de functionaliteit te verbeteren. Meer info vind je in ons cookiebeleid.