Veelgestelde vragen over Mastitis Tankmelk en Bedrijfsantibiogram Mastitis

Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer

Veelgestelde vragen over Mastitis Tankmelk en Bedrijfsantibiogram Mastitis

  • Wat is Mastitis Tankmelk?

    Mastitis Tankmelk is onderzoek naar mastitisverwekkers via uw tankmelk. De 7 belangrijkste (groepen) mastitisverwekkers worden regelmatig en volledig automatisch in beeld gebracht. Het gaat om de volgende veroorzakers van klinische mastitis of een verhoogd celgetal:

    Het tankmelkmonster dat door uw RMO-chauffeur standaard wordt genomen wordt automatisch onderzocht in het laboratorium van GD. U hoeft hier dus zelf niets voor te doen.

    Met dit tankmelkonderzoek heeft u op een eenvoudige manier in één oogopslag het overzicht van uw hele koppel. U houdt automatisch een vinger aan de pols. En als een bacterie piekt bent u er op tijd. Het bijbehorende advies helpt u in de te nemen maatregelen om zo een mogelijke toename van mastitis te voorkómen. Het effect van de genomen maatregelen (een afname van het aantal mastitiskiemen) is door middel van een volgende tankmelkuitslag te controleren. 

    Mastitis Tankmelk geeft u daarnaast informatie over uw bedrijfshygiëne en melktechniek en vergelijkt uw resultaten met die van collega melkveehouders.

    Mastitis Tankmelk Standaard

    “Voor veehouders die de uiergezondheid op koppelniveau het jaar rond willen bewaken”
    Hierbij wordt 10 maal per jaar uw tankmelk op de 7 meest voorkomende mastitisverwekkers onderzocht. Elke 5 weken ontvangt u een uitslag.

    Mastitis Tankmelk Basis

    “Voor veehouders die  inzicht in uiergezondheid  willen op koppelniveau,  in de meest risicovolle perioden van het jaar”
    Zes keer per jaar wordt uw tankmelk onderzocht op de 7 meest voorkomende mastitisverwekkers. De onderzoeken vinden alleen plaats in de meest risicovolle perioden en geven een beeld van de aanwezige verwekkers in de stalperiode (3x) en het zomerseizoen (3x). 

  • Voor welke bedrijven is tankmelkonderzoek het meest geschikt?

    Mastitis Tankmelk is geschikt om op alle melkveebedrijven toe te passen. Zeker op groter wordende bedrijven kan het praktisch zijn om inzicht te hebben op koppelniveau.
  • Wat zijn de kosten van de abonnementen?

    De actuele tarieven vind u op het aanmeldformulier. Klik hier

  • Wat kan ik met de uitslag?

    De uitslagen geven u inzicht in het verloop van bestaande en nieuwe mastitisverwekkers binnen uw koppel.  Door dit te monitoren signaleert u mogelijke problemen vroegtijdig waardoor u ook tijdig actie kunt ondernemen. Elke mastitisverwekker kent zijn eigen specifieke aanpak. Met behulp van het gegeven advies dat u voor uw situatie ontvangt weet u wat voor uw bedrijf de meest effectieve maatregelen zijn. Zo kunt u effectief mastitisinfecties voorkomen. De tankmelk geeft u tevens informatie over uw bedrijfshygiëne en melktechniek.

    Extra service
    Deelnemers aan Mastitis Tankmelk kunnen vanaf nu ook extra service van de GD verwachten. Nieuwe deelnemers  ontvangen na de eerste uitslag een telefoontje van een van de leden van het UGA-team om samen de uitslag te bespreken. Voor alle deelnemers geldt dat het UGA-team contact opneemt zodra de uitslag afwijkend is en directe actie van belang is.

    Mocht u vragen hebben, dan kunt u zelf ook altijd contact opnemen met het UGA-team via 09001770

  • Een eerste uitslag, en dan?

    Een uiergezondheidsspecialist van GD neemt contact met u op om uw eerste uitslag te bespreken. Hoewel het meest betrouwbaar uitspraken kunnen worden gedaan over 3 achtereenvolgende tankmelkuitslagen kan een eerste uitslag u al veel inzicht geven. Daarnaast beantwoorden we graag eventuele vragen.
  • Hoe kan ik zien in welke mate de verschillende mastitisverwekker bij andere melkveehouders voorkomen?

    Door de grafieken op uw uitslag loopt een zwarte lijn. Deze lijn geeft het gemiddelde van alle deelnemers van Mastitis Tankmelk, per mastitisverwekker, weer. Deze lijn geeft een indruk van hoe u staat ten opzichte van uw collega-veehouders.

  • Dippen of sprayen na het melken

    De spenen dippen of sprayen na het melken is een effectieve manier om de uier te beschermen tegen ziektekiemen. Het dip- of spraymiddel desinfecteert de speenhuid, waardoor de kans dat ziektekiemen de speen binnendringen met 50% af kan nemen. Daarnaast dragen de middelen bij aan een goede conditie van de speenhuid en helpen wondjes genezen. 

    Handmatig dippen resulteert in 33 % minder gebruik van het middel in vergelijking met sprayen. Dippen is nauwkeuriger met een beter resultaat indien secuur toegepast, maar wel arbeidsintensiever.
    Het is belangrijk het juiste middel te kiezen. We onderscheiden contactmiddelen en barrièredipmiddelen. Een contactmiddel is vooral geschikt om besmetting met koegebonden bacteriën (vaak het geval bij verhoogd celgetal) tegen te gaan. Zijn het vooral omgevingsbacteriën (meestal geen verhoogd celgetal) die problemen veroorzaken, dan is een barrièredip het meest geschikt. Aan de hand van de uitslag van Mastitis Tankmelk is na te gaan welke (groepen) bacteriën een rol spelen. Zo kiest u de best passende strategie voor uw koeien.

    Er zijn ontwikkelingen in barrièremiddelen die ook op de robotbedrijven toegepast kunnen worden. Tot voor kort was dit niet mogelijk omdat barrièredipmiddelen te stroperig waren om te sprayen.
     
  • Hoe ziet de uitslag eruit?

  • Waarom is het advies per mastitisverwekker gebaseerd op 3 tankmelkuitslagen?

    Omdat de mate van uitscheiding van sommige mastitisverwekkers door geïnfecteerde koeien nogal kan variëren kan het meest betrouwbaar een advies worden geformuleerd op basis van 3 achtereenvolgende  tankmelkuitslagen. Tevens kunnen incidenten zorgen voor bijvoorbeeld een eenmalige piek van bijvoorbeeld Omgevingsstreptokokken of Coliformen.
  • Ik heb vragen over de tankmelkuitslag die ik graag met een uiergezondheidsdeskundige van GD zou willen bespreken. Hoe kan ik dit het beste aanpakken?

    Voor het bespreken van uw tankmelkuitslag, maar ook bij andere vragen over uiergezondheid kunt u altijd contact opnemen met het UGA team via 0900-1770. Uw wordt dan doorverbonden met een specialist. Zo werken wij samen met u aan gezonde uiers en meer melk.


  • Kan ik tussentijds wisselen van abonnement?

    Ja, dat kan. U kunt na ieder kwartaal het abonnement beëindigen. Bij overstap van 10 naar 6x of omgekeerd vindt er geen bijbetaling of restitutie op basis van het “oude” abonnement plaats. Bij beëindiging van het abonnement wordt zoveel mogelijk de laatste datum van het kwartaal genomen zodat u alle uitslagen binnen betreffend kwartaal nog ontvangt.
  • Krijgt mijn dierenarts de uitslag ook?

    Uw dierenarts ontvangt uw uitslagen van Uiergezondheid Tankmelk ook. Uw dierenarts kent tevens uw bedrijfsspecifieke situatie. Hierdoor kan hij of zij uw goed helpen bij het kiezen van de eventuele maatregelen. Samen met uw dierenarts kunt u het effect van de maatregelen met behulp van de tankmelkuitslagen evalueren.

  • Per mastitisverwekker wordt er een andere norm gehanteerd, Wat is hier de reden voor?

    De staafjes in de grafiek geven het aantal bacteriën (aantal kolonievormende kiemen, kve/ml) op uw bedrijf weer. Door de analist in het GD laboratorium wordt het aantal gekweekte bacteriën bepaald. Het gewenste aantal bacteriën verschilt per mastitisverwekker. Zo zien we graag dat de besmettelijke mastitisverwekkers Staphylococcus aureus en Streptococcus agalactiae niet aanwezig zijn binnen uw koppel.  De norm is dus 0 kiemen per ml melk (0 punten per tankmelkuitslag).

    Een ander voorbeeld; De groep Omgevingsstreptokokken bestaat deels uit niet ziekteverwekkende omgevingsgebonden kiemen en deels uit ziekteverwekkende (mastitis veroorzakende) omgevingsgebonden kiemen. Omdat deze kiemen uit de omgeving komen zullen ze ook tijdens het melken (bijvoorbeeld vanaf de buitenkant van de spenen) in de tankmelk terecht kunnen. Het gewenste aantal Omgevingsstreptokokken is dan ook < 500 kiemen per ml. In dit geval krijgt u 0 punten.
    De normlijn per mastitisverwekker wordt in de grafiek in het rood weergegeven.

  • Bij Streptococcus agalactiae is het verstandig om al actie te ondernemen na 1 positieve tankmelkuitslag. Wat is de reden hiervoor?

    Het uitgangspunt is dat in geen van de tankmelkuitslagen Streptococcus agalactiae mag worden aangetoond. Is deze melk overdraagbare bacterie wel aanwezig dan veroorzaakt deze vaak  grote problemen. Deze kiem komt uit geïnfecteerde kwartieren (en niet uit de omgeving) en is zeer besmettelijk. Het snel opstellen en uitvoeren van een plan van aanpak is gewenst.
  • Wanneer krijg ik een uitslag?

    Uiergezondheid Tankmelk Standaard
    U ontvangt 10 keer per jaar (met een tussentijd van ongeveer 5 weken) een uitslag.

    Uiergezondheid Tankmelk Basis
    U ontvangt  6 keer per jaar een uitslag. Drie uitslagen in de stalperiode (met een tussentijd van ongeveer 5 weken) en drie uitslagen in de zomerperiode(met een tussentijd van ongeveer 5 weken).

    De monsternamedatum is steeds ongeveer een week voorafgaand aan de datum van de uitslag.

  • Wat is het verschil in het doen van individueel BO en Tankmelkonderzoek?

    Bij tankmelkonderzoek achterhaald u welke mastitisverwekkers op koppelniveau een rol spelen.
    Hierbij heeft u volledig automatisch de situatie van uw gehele koppel in beeld.

    Het effect van eventuele maatregelen of invloedsfactoren kunt u volgen in de tijd en uw uitkomsten kunt u vergelijken met het gemiddelde van andere melkveehouders. De uitkomst verteld u welke mastitisverwekkers aanwezig zijn in uiers van geïnfecteerde koeien én in de omgeving van uw dieren. Daarnaast zeggen uw uitslagen iets over de melkkwaliteit, uw melktechniek en de werking van uw melkinstallatie en reiniging hiervan. Tankmelkonderzoek is een ‘early warning systeem’, dus ook bij uitstek geschikt voor melkveehouders die uiergezondheidsproblemen willen voorkómen.

    Individueel bacteriologisch onderzoek (BO) wordt toegepast bij koeien (en kwartieren) waarin een subklinische (hoog celgetal) of klinische mastitis gaande is. Het is bedoeld om te achterhalen welke mastitisverwekker specifiek deze infectie aan dit kwartier heeft veroorzaakt. Tevens kan bepaald worden voor welk antibioticum deze mastitisverwekker gevoelig is. Voor het uitvoeren van individueel bacteriologisch onderzoek dient u zelf, voor het toepassen van een eventuele antibioticumbehandeling, op hygiënische wijze een melkmonster te nemen.

  • Wat zijn kenmerken van Coliformen en Klebsiella spp. in tankmelk?

    Coliformen zijn omgevingsbacteriën die voorkomen in de directe omgeving van de koe: ligbed, strooisel, mest en drinkwater. Besmetting van de spenen met een omgevingsbacterie gebeurt in de stal. Tijdens het melken kunnen grote hoeveelheden Coliformen in de tank terecht komen. Een goede boxhygiëne en hygiëne tijdens voorkomt een verhoogd coliformengetal in de tank. Ook een minder goed functionerende reiniging van de melkinstallatie kan de oorzaak zijn van een verhoogd coliformengetal.

    Klebsiella behoort ook tot de groep van de Coliformen. Deze verwekker veroorzaakt ernstige klinische mastitis en zelfs sterfte. Klebsiella kan voorkomen in zaagsel maar ook in bijvoorbeeld dikke fractie mest.  De meest effectieve manier om van Klebsiella af te komen, is door het besmette strooisel en de besmette koeien af te voeren.

  • Wat zijn kenmerken van Omgevingsstreptokokken, Strep. dysgalactiae en Strep. uberis in tankmelk?

    Omgevingsstreptokokken komen voornamelijk voor in het beddingmateriaal van de ligplaatsen van koeien en in de mest. De bacterie vermeerdert zich voornamelijk in vochtig organisch ligplaatsmateriaal. De voorbehandeling van de spenen en het goed dippen of sprayen na het melken spelen een belangrijke rol bij het voorkomen van Omgevingsstreptokokken in tankmelk.
    Streptococcus uberis en Streptococcus dysgalactiae zijn twee belangrijke mastitis verwekkende Omgevingsstreptokokken. Koeien met een  uierontsteking, veroorzaak door deze kiemen kunnen het totale aandeel aan Omgevingsstreptokokken dan ook sterk doen verhogen. Strep. dysgalactiae komt vaker in kwartieren met speenbeschadigingen.
  • Wat zijn kenmerken van Staphylococcus aureus in tankmelk?

    Staphylococcus aureus is een koegebonden bacterie die voorkomt in de uier, op de huid, in het geslachtapparaat en op de slijmvliezen. De bacterie kan diep in de uier doordringen, waardoor een behandeling vaak maar beperkt succesvol is. Overdracht van deze bacterie gebeurt vooral tijdens het melken. De melkmachine speelt bij Staphylococcus aureus een belangrijke rol. Een natte meting geeft inzicht in het functioneren van het systeem. Kenmerken van Staphylococcus aureus zijn dat ze een matig tot sterkt verhoogd celgetal kunnen veroorzaken en soms acute uierontstekingen. Een deel van deze bacteriën is penicillines-ongevoelig en vaak raken kwartieren chronisch besmet.
  • Wat zijn kenmerken van Streptococcus agalactiae in tankmelk?

    Streptococcus agalactiae is een uiterst besmettelijke koegebonden bacterie, die melk nodig heeft om te kunnen overleven. Een besmetting van koe naar koe vindt alleen plaats tijdens het melken. Hygiëne tijdens het melken is daarom van groot belang. Kenmerkend van Streptococcus agalactiae is dat ze een sterk verhoogd celgetal veroorzaken en maar in een klein deel van de gevallen een zichtbare mastitis. De genezingskansen zijn goed.
  • Welke frequentie van tankmelkonderzoek past het beste bij mijn bedrijf?

    Uiergezondheid Tankmelk Standaard is bedoeld voor veehouders die het jaarrond volledig inzicht willen hebben in het verloop van bestaande en nieuwe mastitis verwekkers. Door regelmatig te monitoren houdt u een vinger aan de pols en kunt u, indien nodig, tijdig ingrijpen.

    Uiergezondheid Tankmelk Basis is bedoeld voor melkveehouders die inzicht willen hebben in het verloop van bestaande en nieuwe mastitisverwekkers in de meest risicovolle perioden van het jaar. Dit product pas het best bij bedrijven waarbij geen opvallende problemen met uiergezondheid spelen. 

  • Wat is het Bedrijfsantibiogram Mastitis?

    Het Bedrijfsantibiogram Mastitis biedt deelnemers aan Uiergezondheid Tankmelk de mogelijkheid om naast inzicht in de mastitiskiemen op het bedrijf, ook inzicht te krijgen in de actuele antibioticagevoeligheid van deze kiemen. De uitslag geeft een goede indicatie van de antibioticagevoeligheid voor de komende zes maanden: per gevonden kiem ziet u of de gevoeligheid voor een bepaald antibioticum goed, matig of slecht is. Hiermee levert het Bedrijfsantibiogram waardevolle input voor het bedrijfsbehandelplan en helpt het eerder het juiste middel te kiezen bij problemen met mastitis.
  • Als op mijn bedrijf dezelfde mastitiskiem wordt gevonden als op het bedrijf van een collega, is de antibioticagevoeligheid dan ook hetzelfde?

    Nee, de antibioticagevoeligheid die u ziet weergegeven op uw uitslag is uniek en geldt specifiek voor de op uw bedrijf gevonden mastitiskiemen.


  • Hoe snel verandert de antibioticagevoeligheid op mijn bedrijf?

    De gevonden resistentiepatronen zijn op het moment van de uitslag aanwezig in uw koppel. Onderzoek heeft uitgewezen dat de antibioticagevoeligheid in de meestal gevallen gelijk blijft voor de komende zes maanden. Het is dus waarschijnlijk dat u deze patronen ook de komende maanden in de koppel kunt verwachten (‘voorspellende waarde’). U dient de uitslag van het Bedrijfsantibiogram Mastitis altijd te interpreteren bij een stabiele koppel; aankoop of bijvoorbeeld nieuwe dieren in lactatie kunnen tot andere resistentiepatronen leiden dan bij de laatste uitslag zijn gevonden. Ook bijvoorbeeld het gebruik van antibiotica in de koppel kan zorgen voor andere gevoeligheidspatronen. Naast dat de antibioticagevoeligheid kan veranderen in de tijd is ook het patroon van mastitiskiemen in de tankmelk niet constant. Om een actueel beeld te houden van de antibioticagevoeligheid op uw bedrijf is het nuttig om het Bedrijfsantibiogram Mastitis twee maal per jaar te laten uitvoeren.


  • Op de uitslag van het Bedrijfsantibiogram Mastitis staan in de kolom ‘Antibioticum’ alleen werkzame stoffen vermeld en geen merknamen, hoe weet ik nu welke werkzame stof bij welke merk hoort?

    Hier vindt u een lijst met merknamen en werkzame stoffen.

  • Hoe ziet de uitslag van het Bedrijfsantibiogram Mastitis eruit?

  • Op mijn uitslag Mastitis Tankmelk staan andere kiemen dan op mijn uitslag Bedrijfsantibiogram Mastitis, hoe kan dat?

    Om de uitslag van het Bedrijfsantibiogram zo praktisch en bondig mogelijk te maken zijn de verschillende kiemen opgedeeld in vier groepen. Hieronder ziet u welke kiemen in welke groep vallen:

    Staphylokokken: Staphylococcus aureus en Coagulase Negatieve Stafylokokken
    Streptokokken: Streptococcus agalactiae, Streptococcus uberis en Streptococcus dysgalactiae
    Coliformen: Escherichia coli
    Klebsiella: Klebsiella

    De gevonden antibioticagevoeligheid geldt voor alle gevonden kiemen die onder de hoofdgroep vallen.

    De antibioticagevoeligheid voor klebsiella wordt apart weergegeven.

  • Hoe kan het dat een bepaalde kiem-antibioticum-combinatie twee keer achter elkaar een groene kleur krijgt (goed gevoelig), terwijl er in de kolom ‘trend’ toch een dalende trend wordt aangegeven?

    Een groen vakje betekent dat de betreffende kiem op uw bedrijf goed gevoelig is voor het betreffende antibioticum. U kunt dit antibioticum dus gebruiken bij een koe met mastitis of als droogzettherapie. Als er een half jaar geleden op uw bedrijf ook een Bedrijfsantibiogram Mastitis is uitgevoerd, ziet u de huidige gevoeligheid weergegeven naast de gevoeligheid een half jaar geleden. Ziet u twee groene vakjes naast elkaar, dan betekent dit dat de betreffende kiem nog steeds goed gevoelig is voor het betreffende antibioticum. Een naar beneden wijzend pijltje (↓) achter twee groene vakjes betekent dat gevoeligheid nog steeds goed is, maar wel iets minder is geworden ten opzichte van 6 maanden geleden; er is sprake van een licht dalende trend.

  • Wie kunnen gebruik maken van het Bedrijfsantibiogram Mastitis?

    Het Bedrijfsantibiogram Mastitis is gekoppeld aan het abonnement Uiergezondheid Tankmelk, dus alleen deelnemers aan Uiergezondheid Tankmelk kunnen zich aanmelden voor het Bedrijfsantibiogram.
    Met Uiergezondheid Tankmelk wordt uw tankmelk  6 of 10 keer per jaar onderzocht op de zeven belangrijkste (groepen) mastitisverwekkers. De uitslag vertelt u precies welke mastitisverwekkers op uw bedrijf een rol spelen. Het Bedrijfsantibiogram wordt twee keer per jaar, in januari/februari en juli/augustus, uitgevoerd op de mastitisverwekkers die in die maanden in de tankmelk worden aangetoond.
  • Wat kost het Bedrijfsantibiogram Mastitis?

    Actuele tarieven Uiergezondheid Tankmelk en Bedrijfsantibiogram Mastitis zijn hier te vinden.
  • Hoe meld ik mij aan voor het Bedrijfsantibiogram Mastitis?

    Als u deelnemer bent aan Uiergezondheid Tankmelk meld u zich eenvoudig aan voor het Bedrijfsantibiogram Mastitis via dit formulier
    Alleen deelnemers aan Uiergezondheid Tankmelk kunnen zich aanmelden voor het Bedrijfsantibiogram. Via dit formulier wordt u deelnemer aan Uiergezondheid Tankmelk en kunt u tevens het Bedrijfsantibiogram Mastitis aanvragen.
  • Kan ik op elk gewenst moment een Bedrijfsantibiogram Mastitis laten uitvoeren?

    Het Bedrijfsantibiogram Mastitis is gekoppeld aan Mastitis Tankmelk en wordt op 2 vaste momenten (januari/februari en juli/augustus) in het jaar uitgevoerd.
  • Waarom wordt het Bedrijfsantibiogram Mastitis twee keer per jaar uitgevoerd?

    Het Bedrijfsantibiogram Mastitis wordt twee keer per jaar uitgevoerd omdat de uitslag een goede indicatie geeft van de antibioticagevoeligheid voor de komende zes maanden.
  • Wat kan ik met de uitslag van het Bedrijfsantibiogram Mastitis?

    De uitslag van het Bedrijfsantibiogram Mastitis vertelt u welke antibioticaresistenties er aanwezig zijn bij de verschillende mastitiskiemen op uw bedrijf. Per via tankmelk gevonden mastitiskiem ziet u of de gevoeligheid van een bepaalde kiem voor een bepaald antibioticum goed, matig of slecht is.
    De gevonden resistentiepatronen zijn op het moment van de uitslag aanwezig in de koppel en kunt u nu en in de komende zes maanden in de koppel verwachten. Echter, de uitslag hoeft niet geldig te zijn voor elke individuele koe: er kan bij individuele koeien sprake zijn van andere resistenties. Dit zal echter eerder uitzondering zijn dan regel.
    U dient de uitslag van het Bedrijfsantibiogram Mastitis altijd te interpreteren bij een stabiele koppel; (veel) aankoop/aanvoer kan tot andere resistentiepatronen leiden dan bij de laatste uitslag zijn gevonden. Ook het gebruik van antibiotica in de koppel kan zorgen voor andere gevoeligheidspatronen.
    Als er resistenties worden gevonden, bespreek de aanpak dan met uw dierenarts; hij of zij kan indien nodig het bedrijfsbehandelplan aanpassen.

  • Hoe betrouwbaar is de uitslag van het Bedrijfsantibiogram Mastitis?

    Het Bedrijfsantibiogram Mastitis geeft een goed beeld van de antibioticagevoeligheid van de in tankmelk gevonden mastitiskiemen op het moment van de uitslag en in de komende zes maanden.
    Indien het Bedrijfsantibiogram Mastitis bij bepaalde kiemen in meer of mindere mate bepaalde antibioticaresistenties aantoont, dan zijn deze resistenties met zekerheid aanwezig in de koppel. Bij een individuele koe kan er wel een verschil in resistentie zijn. In 75 – 100 % van de gevallen komt de antibioticagevoeligheid die met het Bedrijfsantibiogram Mastitis wordt gemeten overeen met de antibioticagevoeligheid bij de individuele koeien. Voor sommige kiem-antibiotica-combinaties geldt dat dit percentage lager ligt en komt de uitslag minder goed overeen met de antibioticagevoeligheid bij individuele koeien. Wanneer dit het geval is wordt dit duidelijk weergegeven op de uitslag.

  • Wat zegt de uitkomst van het Bedrijfsantibiogram Mastitis over de kans op genezing in de praktijk?

    De keuze van het antibioticum is een belangrijke factor die de genezing van een uierinfectie beïnvloedt. Echter, het is niet de enige factor. Goed uiergezondheidsmanagement blijft altijd van groot belang. In de praktijk kunnen bepaalde mastitskiemen, bijvoorbeeld Staphylococcus aureus, een ondoorlatende film vormen waardoor ze onbereikbaar zijn voor antibiotica. Ook koefactoren spelen een rol. Zo zijn koeien met een langdurig verhoogd celgetal slecht te genezen. Ook daalt de genezingskans naarmate er meer kwartieren geïnfecteerd zijn.

  • Wat gebeurt er als er in mijn tankmelk geen mastitiskiemen worden aangetoond?

    Er wordt alleen een Bedrijfsantibiogram Mastitis uitgevoerd van de kiemgroepen die in uw tankmelk worden gevonden. Dit kunnen 1 tot 4 kiemgroepen zijn. Het komt zelden voor dat er geen kiemen worden gevonden. Indien dit wel het geval is, dan wordt het Bedrijfsantibiogram automatisch uitgevoerd op het eerstvolgende tankmelkmonster waar wel kiemen worden gevonden.
  • Kan ik ook een Bedrijfsantibiogram Mastitis laten uitvoeren zonder dat ik deelnemer ben aan Uiergezondheid Tankmelk?

    Nee, dat is niet mogelijk. Voor een betrouwbare uitslag zijn correcte en hygiënische monstername en gekoeld transport van groot belang. Dit laatste is bij een éénmalige monstername praktisch onuitvoerbaar. Hierom worden monsters bedoeld voor het Bedrijfsantibiogram  Mastitis allemaal tegelijk in dezelfde periode genomen en in één logistieke stroom aangevoerd naar GD voor onderzoek. Losse bemonstering zou het product daarnaast veel duurder maken, vanwege een onvoorspelbare stroom monsters.
  • Krijgt mijn dierenarts de uitslagen van het Bedrijfsantibiogram Mastitis ook?

    Uw dierenarts ontvangt uw uitslagen van het Bedrijfsantibiogram Mastitis ook. Door middel van 16 informatiebijeenkomsten heeft het UGA Team van GD in oktober 2015 de rundveedierenartsen in Nederland geïnformeerd over de ins-en-outs van het Bedrijfsantibiogram en over de mogelijkheden die er zijn om de uitslag te gebruiken voor het bedrijfsbehandelplan.
    Uw dierenarts kent uw bedrijfsspecifieke situatie. Hierdoor kan hij of zij u goed helpen bij het kiezen van de juiste strategie en aanpak. Samen met uw dierenarts kunt u het effect van ingezette therapie met behulp van de tankmelkuitslagen evalueren en daarnaast individuele dieren opsporen die bijdragen aan resistentie in de koppel.

  • Als ik een bepaalde uitslag heb, moet ik dan naar mijn dierenarts bellen om mijn bedrijfsbehandelplan aan te laten passen?

    Het advies is om de uitslag van het Bedrijfsantibiogram Mastitis altijd met uw dierenarts te bespreken. Er kan reden zijn het bedrijfsbehandelplan aan te passen. Ook individuele dieren opsporen die bijdragen aan resistentie in de koppel kan een mogelijke strategie zijn.
  • Hoe zit het ook alweer met eerste-, tweede- en derdekeusmiddelen?

    Eerstekeusmiddelen kunnen op basis van eigen inzicht, therapeutische resultaten en/of een antibiogram in de koppel worden toegepast. Voor het gebruik van tweedekeusmiddelen moet uw dierenarts argumenten aandragen waarom eerstekeusmiddelen niet meer van toepassing zijn in de koppel. Dat kan op basis van eerdere antibiogrammen van individuele mastitisgevallen. Het Bedrijfsantibiogram Mastitis kan behulpzaam zijn bij verandering van keuze van een antibioticum. Derdekeusmiddelen mogen alleen maar bij individuele dieren worden ingezet waarbij vóóraf een antibiogram bij dát dier heeft aangetoond dat geen van de eerste- en tweedekeusmiddelen werkzaam zijn.

  • Kan ik het Bedrijfsantibiogram Mastitis gebruiken om een derdekeusmiddel toe te passen?

    Nee, de wetgeving staat dat niet toe. Derdekeusmiddelen mogen alleen maar bij individuele dieren worden ingezet waarbij vóóraf een antibiogram bij dát individuele dier heeft aangetoond dat geen van de eerste- en tweedekeusmiddelen werkzaam zijn.
  • Ik maak vaak gebruik van combinatiepreparaten, hoe moet ik dan de uitslag interpreteren?

    Het Bedrijfsantibiogram Mastitis geeft de gevoeligheid weer van de mastitiskiem voor elk van de werkzame stoffen in uw combinatiepreparaat. Bespreek de uitslag met uw dierenarts.

  • Als ik het Bedrijfsantibiogram Mastitis gebruik, hoef ik dan geen individueel BO meer te doen?

    Het Bedrijfsantibiogram Mastitis vertelt u welke resistenties er nu en de komende 6 maanden in de koppel voorkomen. U kunt daarmee gerichter behandelen op het moment dat er een mastitisgeval voorkomt. Het nemen van individuele melkmonsters voor bacteriologisch onderzoek en een antibiogram van mastitiskiemen blijft waardevol en in sommige gevallen ook nodig. Een antibiogram van een koe met mastitis vertelt u achteraf welke (on)gevoeligheid de betreffende mastitiskiem had: dat zal vaak één of meer van de voorspelde (on)gevoeligheden zijn.

  • Kan ik de uitslag ook gebruiken bij de behandeling van een andere ontsteking bij mijn koeien, bijvoorbeeld tussenklauwontsteking?

    Nee, de uitslag van het bedrijfsantibiogram geldt alleen voor mastitiskiemen.

  • Ik heb wel eens een koe gehad waarbij Klebsiella spp. is aangetoond. Deze was goed gevoelig maar ik behandel dan niet. Wat heb ik dan aan de uitslag van het Bedrijfsantibiogram Mastitis?

    Er komt relatief weinig resistentie voor bij Klebsiella-soorten die mastitis veroorzaken bij het rund. Ondanks de ogenschijnlijk goede gevoeligheid zijn de behandelsuccessen van koeien met uierontsteking door Klebsiella slecht en zijn dergelijke kwartieren een grote bron van besmetting voor gezonde kwartieren. Dat is de reden dat het advies is om individuele koeien met Klebsiella af te voeren. Echter op bedrijfsniveau is het goed om te weten of er ongevoelige Klebsiella op het bedrijf wordt aangetoond om een inschatting te kunnen maken of het de moeite loont om individuele Klebsiella-dragers  op te sporen in de koppel. Als uit het Bedrijfsantibiogram Mastitis blijkt dat de Klebsiella ongevoelig is, is de urgentie voor opsporen van individuele dragers groter.
"Mastitis Tankmelk heeft ons geholpen de juiste droogzetmethode te vinden. Meten is weten."
Jos

Jos Rodijk, melkveehouder uit Nieuw Heeten Lees verder

"Sinds we met de robot zijn gaan melken is mastitis voorkomen nog belangrijker geworden. Daarom gebruik ik Mastitis Tankmelk."
Harrie

Harrie Hollink, melkveehouder uit Tubbergen Lees verder

"Ik gebruik tankmelkonderzoek om mastitis te voorkomen en kosten te besparen. Het is een perfecte aanvulling op het tankcelgetal en MPR."
Anita

Anita Intven, melkveehoudster uit Valkenswaard Lees verder

"Bij een afwijkende uitslag kan ik via de robot de probleemkoeien tijdig opsporen en gericht aanpakken."
Chris

Chris Bartholomeus, melkveehouder uit Eersel Lees verder

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.

GD maakt gebruik van cookies om onze website te analyseren en de functionaliteit te verbeteren. Meer info vind je in ons cookiebeleid.