Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer

Voor het slagen van een bacteriologisch onderzoek is het absoluut noodzakelijk het monster van een hoogcelgetalkwartier of een kwartier met klinische mastitis zorgvuldig en op juiste wijze te nemen. Werk hygiënisch om vervuilde monsters te voorkomen.

Neem altijd een melkmonster vóór een behandeling met uierinjectoren. Bij een klinische mastitis is het beter om niet te wachten tot de uitslag van het monster binnen is, maar om direct met de behandeling te beginnen. Volg hierbij het bedrijfsbehandelplan. Op basis van de bacteriologische uitslagen kan later de behandeling eventueel worden aangepast. 
Als u het monster niet direct laat onderzoeken, bewaar het dan in de diepvries. Dat kost geen geld en nauwelijks moeite. Weggooien kan altijd nog en soms kunt u er later veel informatie uit halen. Om te weten welke mastitiskiemen een rol spelen bij een klinische mastitis kunnen de diepvriesmonsters worden verzameld en in één keer worden opgestuurd voor onderzoek.

Klik hier door naar de monstername instructiekaart

Waarom voormelk en geen namelk?

Het blijkt dat het aantal bacteriën van de belangrijkste mastitisverwekkers in de voormelk beduidend hoger is dan in de namelk.

Is het ook mogelijk om de vier kwartieren in één buisje te bemonsteren (koemelkmonster) en te onderzoeken?

Het is heel lastig om van elk kwartier een gelijke hoeveelheid melk in het buisje te krijgen. Bovendien neemt de kans op verontreiniging van het monster sterk toe. Door verdunning neemt het aantal bacteriën in het mengmonster af, de kans op het aantonen van de kiem wordt hierdoor kleiner. Als er geen bacteriën worden aangetoond (negatief BO) is de uitslag hierdoor minder betrouwbaar. Indien wel mastitisverwekkers worden aangetoond weet u uiteraard niet uit welk(e) kwartier(en) deze afkomstig zijn.
In enkele specifieke gevallen, zoals Strept. agalactiae, is het verantwoord om koemelkmonsters te nemen. Allereerst omdat heel veel bacteriën worden uitgescheiden en omdat u in sommige gevallen alleen wilt weten welke koe besmet is en het kwartier minder belangrijk is.
Om te bepalen welke koe besmet is met Staph. aureus is deze methode onvoldoende betrouwbaar omdat vaak lage aantallen bacteriën (soms heel weinig) worden uitgescheiden door het aangetaste kwartier, en verdunning de kans op het vinden van de bacteriën verder verlaagt.

Welke dieren komen in aanmerking voor bemonstering?

  • Dieren met een (acute) klinische uierontsteking. Verzamel deze monsters eventueel in de diepvries voor later onderzoek, om te inventariseren wat op het bedrijf speelt. Deze gegevens zijn van belang voor het opstellen en bijstellen van het bedrijfsbehandelplan.
  • Koeien met een koecelgetal van meer dan 250.000 en vaarzen met een koecelgetal van meer dan 150.000. 
  • Het kan heel nuttig zijn om dieren die een behandeling hebben gehad te controleren of ze werkelijk bacteriologisch genezen zijn. U wilt immers het aantal besmettingsbronnen minimaliseren. Neem in dat geval een melkmonster minimaal twee tot drie weken na de laatste behandeling. De uitslag in combinatie met het verloop van het koecelgetal geeft een goed beeld van het herstel.

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.