Veelgestelde vragen aan het UGA-team

Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer

Veelgestelde vragen aan het UGA-team

UGA wordt mogelijk gemaakt door een sterk team van GD-uiergezondheidsspecialisten. Door middel van onder andere praktijkonderzoek werken zij dagelijks samen met u en uw dierenarts aan het voorkomen en genezen van mastitis. Lees meer over het UGA-team

Melkveehouders, dierenartsen en adviseurs vragen het UGA-team van GD dagelijks om advies over uiergezondheid, melkwinning en melkkwaliteit. Deze vragen stellen zij telefonisch of tijdens een bedrijfsbezoek. 

Heeft u ook een vraag aan het UGA-team?

Stel uw vraag

  • Veehouder: Ik melk in een melkstal en mijn koeien zijn onrustig tijdens het melken. Wat kan de oorzaak zijn?

    Onrustige koeien zorgen voor een verstoring van de werkroutine en geven bovendien vaak aan dat het melkproces niet optimaal is. Er kunnen vele oorzaken van deze onrust zijn. Denk hierbij aan; een slecht functionerende melkmachine, ‘vragen’ om krachtvoer, vliegen in de melkstal, zwerfstromen, te krappe standen, gevoelige spenen of een onrustige melker.

    Elk van deze oorzaken heeft zijn eigen symptomen (‘koe- en stalsignalen’) en vraagt bovendien om een specifieke aanpak. Soms is het niet goed mogelijk om met een telefoongesprek de oorzaak te achterhalen of moeten er tijdens het melken metingen worden verricht (‘natte meting’) om tot een specifiek advies (denk aan een andere afstelling van de melkinstallatie) te komen. 


  • Veehouder: Mijn bedrijfscelgetal is opgelopen maar het is niet duidelijk welke mastitisverwekker een rol speelt. Wat kan ik het beste doen?

    Uierontsteking (zowel klinisch als een verhoogd celgetal) is een multifactoriële aandoening. Dit betekent dat vaak meerdere factoren (samen) voor het ontstaan van een uierinfectie zorgen.

    Toch zijn bepaalde managementmaatregelen effectiever dan andere, afhankelijk van de mastitisverwekker. Zo wordt Staphylococcus aureus voornamelijk tijdens het melken (via melkstellen, handen van de melker of doeken) overgedragen van een geïnfecteerde naar een gezonde koe, terwijl Streptococcus uberis-infecties voor een groot deel vanuit de omgeving (denk aan boxen, afkalfhok) in de uier terechtkomen. Het achterhalen van de belangrijkste mastitisverwekker(s) op een bedrijf kan dus heel nuttig zijn voor het bepalen van de meest effectieve preventieve maatregelen. Daarnaast bepaalt ook het type mastitisverwekker, samen met verschillende koefactoren, zoals de leeftijd van een koe en het aantal celgetalverhogingen, de kans op genezing en dus het plan van aanpak voor een specifieke koe.

    • Het achterhalen van de mastitisverwekker kan met individueel bacteriologisch onderzoek. In dat geval worden melkmonsters genomen van kwartieren met een klinische uierontsteking of een verhoogd celgetal.
    • Een andere optie is bacteriologisch onderzoek van de tankmelk (Uiergezondheid Tankmelk). Hierbij wordt volledig automatisch zes of tien keer per jaar gekeken in welke mate specifieke mastitisverwekkers aanwezig zijn binnen de melkgevende koppel. De uitslag bevat ook een specifiek advies afhankelijk van de gevonden mastitisverwekker(s). Bovendien kunt u hiermee het effect van de genomen maatregelen blijven monitoren om zo problemen te voorkomen.
    • Indien u bij problemen graag snel zo snel mogelijk maar op toch relatief eenvoudige wijze wilt weten welke mastitisverwekker(s) een rol spelen in de koppel is een QuickScan Uiergezondheid een goede optie. Hierbij neemt u zelf drie tankmelkmonsters van drie achtereenvolgende te leveren tanks, met behulp van het toegestuurde monsternamemateriaal. Een koerier transporteert vervolgens deze monsters gekoeld naar GD waar ze worden onderzocht. De uitslag kunt u bespreken met uw dierenarts of met een uiergezondheidsdeskundige van GD waarna u gericht aan de slag kunt.
  • Dierenarts: Op een bedrijf van mijn klant laat zo’n 10 procent van de koeien de melk niet goed schieten. Wat kan hiervan de oorzaak zijn?

    Het melken heeft een sleutelrol bij het signaleren van bijvoorbeeld uiergezondheidsproblemen, het onvoldoende functioneren van de melkinstallatie of een onjuiste melktechniek. Belangrijke oorzaken voor het niet goed afgeven van de melk zijn;

    • De voorbehandeling is onvoldoende.
    • Er is geen of onvoldoende wachttijd na de voorbehandeling.
    • De koe is angstig, ziek, tochtig of heeft pijn.
    • De melkmachine staat niet goed afgesteld.

    Een bezoek tijdens het melken kan helpen om de oorzaak van dit probleem te achterhalen. 

  • Veehouder: Sinds een jaar melk ik mijn koeien drie in plaats van tweemaal daags in mijn melkstal. Er zijn meer problemen met mastitis en de speenpunten zien er niet goed uit. Hoe kan dit?

    Door vaker te melken worden de spenen meer belast. Na iedere melking staan de slotgaten open, waardoor mastitisverwekkers meer kans hebben om een uierinfectie te veroorzaken. Bovendien vraagt een hogere koeproductie ook meer van de koeien.

    Daarom vraagt driemaal daags melken om een ander management. Een goede weerstand, onder andere door een passend rantsoen te voeren en te zorgen voor een lagere infectiedruk uit de omgeving.

    Een slechte speenconditie kan het risico op mastitis verhogen. Driemaal daags melken vraagt in de meeste gevallen ook om een andere afstelling van de melkinstallatie en een goede voorbehandeling is nog belangrijker. 

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.

GD maakt gebruik van cookies om onze website te analyseren en de functionaliteit te verbeteren. Meer info vind je in ons cookiebeleid.