Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer


Een aantal ziektekiemen die bij kleine herkauwers (schapen en geiten) abortus kan veroorzaken, vormt ook een risico voor de mens. Vooral jonge kinderen, ouderen, zwangere vrouwen en mensen met een verminderde weerstand lopen een verhoogd risico om ziek te worden na contact met zo’n ziektekiem. Daarom adviseren wij om tijdens de aflamperiode, en zeker bij besmettelijk verwerpen, extra voorzichtig te zijn.

Zolang er bij een abortus geen onderzoek is gedaan of diagnose is gesteld, mogen mensen uit risicogroepen niet helpen tijdens het aflammen. Zij moeten ook de stal niet betreden en geen contact hebben met de kleding van iemand die bij een verlossing heeft geassisteerd. Bij besmettelijk verwerpen mogen bezoekers van kinder- en zorgboerderijen de stal en de directe omgeving niet betreden.


Wat te doen bij abortus

Een schapen- of geitenhouder die te maken krijgt met abortus bij zijn dieren, doet er verstandig aan zijn dierenarts te raadplegen om samen tot een mogelijke aanpak te komen. Zeker als het om meerdere gevallen gaat, is het van het allergrootste belang om zo snel mogelijk een diagnose te laten stellen. Een toegenomen aantal abortusgevallen is meldingsplichtig. Ga voor meer informatie naar de website van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit.

Naast de verwekkers van bovengenoemde zoönosen kunnen ook andere bacteriën en virussen soms abortus bij kleine herkauwers veroorzaken. Voorbeelden van dergelijke verwekkers zijn Arcanobacterium pluranimalium, Escherichia coli, Trueperella pyogenes, Rift Valley fever virus en Streptococcus spp.

Webinar en podcast: zoönotische abortusverwekkers


“Bij abortussen is alertheid heel belangrijk. Ziekteverwekkers die vrij kunnen komen tijdens de abortus, kunnen ook voor zwangere vrouwen en andere kwetsbare personen ernstige gevolgen hebben. Weer zwangere vrouwen altijd uit de kraamstal en zorg voor een goede hygiëne. Snelle en zorgvuldige diagnostiek helpt om de juiste maatregelen te nemen tegen verdere verspreiding naar dieren én mensen”

Ariene Rietveld, Arts infectieziektebestrijding bij de GGD

Keurmerk zoönosen

keurmerk zoonosen

Steeds vaker worden dierhouders bij wie de dieren contact hebben met mensen geconfronteerd met de vraag welk risico de dieren vormen voor de bezoekers. Om aan te tonen dat je maatregelen neemt om zoönosen te voorkomen en de kans op besmetting te beperken, bestaat het Keurmerk Zoönosen.

Aanmelden Keurmerk Zoönosen

Veelgestelde vragen

In opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) voert GD de monitoring op Brucella melitensis uit. Het doel van het onderzoek is vaststellen dat Nederland vrij is van Brucella melitensis. Door de vrijstatus is het exporteren van dieren en dierlijke producten gemakkelijk en veel goedkoper dan zonder zo’n vrijstatus. Om dit te bereiken moeten minimaal 1.475 willekeurig gekozen UBN’s in Nederland worden onderzocht op antistoffen tegen de Brucella melitensis-bacterie. Binnen deze UBN’s vallen zowel professionele schapen- en geitenbedrijven als hobbyhouders met ten minste tien schapen en/of geiten. De geselecteerde houders zijn verplicht mee te werken en ontvangen hierover een brief. Meer over Brucella melitensis en de monitoring

Vaccinatie tegen Q-koorts is in Nederland verplicht voor houders met vijftig of meer melkschapen en/of melkgeiten (inclusief opfok) en voor alle locaties met een publieksfunctie, zoals kinderboerderijen. Ook wanneer het publiek geen direct contact heeft met de schapen of geiten. Kijk voor alle verplichtingen rondom Q-koorts op de website van de NVWA.

Ja, CL kan in zeldzame gevallen ook mensen infecteren, maar het risico is laag.

Besmetting gebeurt meestal via direct contact met pus uit abcessen of via wondjes in de huid. Vooral mensen die intensief met schapen of geiten werken, zoals veehouders, slachthuispersoneel en dierenartsen, lopen het meeste risico. Draag daarom handschoenen en zorg voor goede hygiëne.

Diagnostiek naar de bacterie (kweek) en naar antistoffen tegen de bacterie is bij GD beschikbaar om CL bij schapen en geiten te onderzoeken. Heb je vragen over de aandoening of diagnostiek dan kun je contact opnemen met één van onze dierenartsen via de Veekijker.

Het is waarschijnlijk dat je dier een ziekteverwekker bij zich draagt die besmettelijk is voor mensen. Het is echter afhankelijk van de soort ziekteverwekker, de hoeveelheid waarin deze aanwezig is, de effectiviteit van het afweerapparaat van de mens en van de mate van contact met het dier, of besmetting plaatsvindt en of deze vervolgens ziekte bij de mens kan geven.

Het herkennen van de meeste ziekteverwekkers is met het blote oog veelal niet mogelijk. Dieren vertonen ook niet altijd symptomen wanneer ze een ziekteverwekker met zich meedragen. Aanvullende testen zijn nodig om uitsluitsel te geven. Het blijft dan ook raadzaam te allen tijden hygiënemaatregelen te nemen bij (in)direct contact met dieren. Zeker op bedrijven met een publieksfunctie aangezien daar toch vaak kwetsbaardere groepen komen (o.a. kinderen, ouderen, zwangere, mensen met verminderd functioneren afweerapparaat).

Het is mogelijk dat schapen ziekteverwekkers uitscheiden via vrucht(en) en vruchtwater. Met name zwangere vrouwen lopen dan een verhoogd risico. Het uitscheiden van ziekteverwekkers hoeft niet altijd gepaard te gaan met abortus bij schapen. Om die reden adviseren wij dat zwangere vrouwen niet in de buurt komen van schapen rondom lammerij. Dit geldt ook voor indirect contact, bijvoorbeeld met gebruikte werkkleding of andere materialen vanuit de aflamstal.

Voorkomen begint met goede hygiëne en bewust omgaan met risico’s. Was altijd je handen met water en zeep na contact met dieren en gebruik schone (papieren) doekjes voor het drogen van de handen. Draag bedrijfskleding alleen op het erf en neem deze niet mee naar huis. Eet en drink niet tussen de dieren.

Wil je laten zien dat je dit goed geregeld hebt? Met het GD Keurmerk Zoönosen maak je inzichtelijk dat je actief maatregelen neemt om zoönosen te voorkomen. Samen met je dierenarts doorloop je jaarlijks een checklist en werk je structureel aan een veilige en verantwoorde bedrijfsvoering.

De rol van het mannelijke dier wordt van ondergeschikt belang geacht. Echter, wanneer een ooi tijdens de bronst de bacterie uitscheidt kan de ram via het geslachtsapparaat de bacterie overbrengen naar andere ooien, zolang de bacterie aanwezig is bij het mannelijke dier. Vermeerdering van de bacterie vindt niet in het mannelijke dier plaats. Ditzelfde geldt ook voor geiten.

Meer informatie en publicaties

Op zoek naar meer informatie over zoönosen en abortusverwekkers? Hiernaast vind je relevante publicaties.

 

Zoönosen bij andere diersoorten

Op de volgende pagina's lees je meer over dierspecifieke zoönosen. Klik op de links voor uitgebreide informatie over de verschillende zoönosen die voorkomen bij diverse diersoorten.

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.