Stress

Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer

Onderzoek heeft aangetoond dat bij koeien die onder stress staan, de witte bloedcellen in de uier minder effectief zijn in het onschadelijk maken van bacteriën. Koeien reageren heel duidelijk op stress met een verhoging van het celgetal. Onrust in de stal kan verschillende oorzaken hebben, zoals koppelgrootte, overbezetting, aantal vreetplaatsen, breedte van de looppaden, plaats van de krachtvoerboxen en verschillende managementfactoren (zoals het vastzetten van tochtige dieren en een veehouder die regelmatig tussen de dieren loopt).

Tips om stress te voorkomen

  1. Zorg ervoor dat de basisbehoeften van de dieren aanwezig zijn: voer, water, licht, lucht, rust en ruimte.
  2. Probeer het aantal verplaatsingen naar andere groepen zo mogelijk te beperken. Het verplaatsen van koeien naar een andere groep is erg stressvol voor de koe. Het duurt drie tot zeven dagen voordat de betreffende koe zich heeft aangepast en er een nieuwe rangorde is vastgesteld. Verplaats koeien bij voorkeur met meerdere tegelijk, ’s avonds of tijdens een actieve periode, bijvoorbeeld tijdens het voeren. 
  3. Hoogdrachtige en pas afgekalfde dieren zijn erg kwetsbaar voor stressmomenten. Het huisvesten van deze dieren  in een eigen groep op stro lijkt minder stress te geven. Laat de koe afkalven in de nabijheid van haar koppelgenoten (zicht-, oog- en geurcontact)  hierdoor blijft de stress beperkt. Een ideale situatie is een afkalvende koe op een dik strobed en alleen gescheiden van de droge koeien door een simpele buis. Het beste is de koe na het afkalven te verplaatsen naar een aparte groep verse koeien.
  4. Vermijd overbezetting om gezondheidsproblemen bij kwetsbare of sociaal lagere dieren (vaarzen)  te voorkomen.
  5. Werk altijd kalm en correct met de dieren. Het is belangrijk dat de dieren vertrouwd zijn met de verzorgers. 

Hittestress: oorzaken en verschijnselen

Als de temperatuur en luchtvochtigheid oplopen, kunnen koeien last krijgen van hittestress.
Een index combineert de temperatuur en de relatieve luchtvochtigheid en geeft lijnen weer waarlangs lichte stress, matige stress, ernstige stress en dodelijke stress ontstaan. Bij een temperatuur van 20 graden Celsius en een luchtvochtigheid van 60 tot 80 procent kan een hoogproductieve koe al negatieve effecten ondervinden. Bij een omgevingstemperatuur van 25 graden Celsius en een luchtvochtigheid van 60 procent is er sprake van lichte stress. Een combinatie van 30 graden Celsius met een relatieve luchtvochtigheid van 80 procent levert ernstige stress op. Een hoogproductieve koe is vatbaarder voor hittestress dan een koe die zich verder in de lactatie bevindt.

hittestress

Figuur: Hittestress afhankelijk van temperatuur en luchtvochtigheid

Hittestress leidt tot een algehele malaise bij koeien, maar is vooral zichtbaar door een mindere voeropname, een lagere melkgift en uier- en klauwproblemen. De klauwproblemen ontstaan doordat de dieren twee tot drie uur per dag minder liggen. Ze blijven langer en vaker staan, omdat ze staand hun warmte makkelijker kwijt kunnen.

De weerstand van de koe neemt af en daardoor verslechtert haar uiergezondheid ook. Nieuwe gevallen van (sub)klinische mastitis treden vaker op en reeds bestaande subklinische en chronische infecties flikkeren op en worden weer zichtbaar. De koecelgetallen worden hoger, daardoor stijgt het tankcelgetal. Het is een terugkerend patroon: we zien dat het gemiddelde tankcelgetal van de Nederlandse melkveebedrijven ieder jaar een stijging laat zien in de zomermaanden.

Maatregelen tegen hittestress

De stal

Er is in het verleden veel gebouwd met het oog op koude winterdagen, met als resultaat tamelijk dichte zijmuren en een geringe dwarsventilatie. Het weglaten van muren verbetert de dwarsventilatie. Combineer het met een windscherm voor dagen dat de regen- en windinslag te groot is. Maar zorg ook dat obstakels die natuurlijke ventilatie verhinderen, verwijderd zijn (begroeiingen, gebouwen).

Dakisolatie heeft zowel in de zomer als in de winter een positief effect op het stalklimaat. In de zomer blijft de stal koeler omdat er minder warmte van de golfplaten wordt afgegeven in de stal. In de winter is er minder condensvorming aan de golfplaten en een betere nokwerking.

Ventilatoren

Plaats ventilatoren in de wachtruimte en boven de boxen. In de wachtruimte loopt temperatuur door de concentratie van de koeien zo hoog op, dat hittestress daar als eerste ontstaat. Start de ventilatoren reeds bij 19 graden Celsius. Koeien gaan meer liggen als de ligplaatsen aangenaam koel zijn. Horizontaal draaiende ventilatoren die in de nok hangen (de stal moet minstens 8 meter hoog zijn), hebben als voordeel dat ze energiezuiniger zijn dan de standaard verticaal draaiende ventilatoren. Bovendien produceren ze minder geluid.

Een alternatief is het gebruik van de axiaalventilatoren met een regelbaar toerental. Meestal worden deze 2,5 meter boven het voerhek geplaatst met een onderlinge afstand van circa 20 meter.

Met verneveling van water kan een verkoelend effect op de staltemperatuur worden bereikt van 5 tot 7 graden Celsius. Daartegenover staat dat de luchtvochtigheid gemiddeld met 5 tot 10 procent toeneemt. De slangen en sproeiers worden boven het voerhek geplaatst. Bij temperaturen boven de 26 graden Celsius kunt u de koeien natspuiten. Een absolute voorwaarde is dat deze methode wordt toegepast bij een lage luchtvochtigheid of in combinatie met ventilatoren in de stal.

Management

De kans op hittestress kan op verschillende manieren worden verkleind, bijvoorbeeld door de koeien op warme perioden van de dag binnen te huisvesten. Voordeel hiervan is dat ze overdag in de schaduw kunnen liggen, voldoende en schoon drinkwater kunnen opnemen en eventueel extra kunnen worden bijgevoerd. Een frisse stal met een goede ventilatie en schone en droge ligplaatsen zijn daarbij wel van belang. Daarnaast is het belangrijk extra aandacht te besteden aan voer- en watermanagement.

Mineralenvoorziening

Warm weer kan invloed hebben op de verhouding van de opname van ruwvoer en krachtvoer. Bij hogere temperaturen kan een koe relatief meer krachtvoer opnemen met als mogelijk gevolg pensverzuring. Het voeren van een buffer, zoals natriumbicarbonaat, kan dan ondersteunend werken. Bij energierijke rantsoenen is het verstandig om ook het kation-anionverschil in de gaten te houden. Een te klein verschil versterkt het effect van warm weer op de drogestofopname. Wijzigingen in de drogestofopname beïnvloeden ook de opname van mineralen en vitaminen, zoals vitamine A en E en selenium, koper en kobalt. Bloedonderzoek kan inzicht geven in de status. En met dé Mineralencheck is het nu ook mogelijk via tankmelkonderzoek periodiek de jodium, koper- en seleniumvoorziening te bewaken. Overleg met voeradviseur en dierenarts.

Watervoorziening

Melkkoeien hebben een fors hogere vochtbehoefte als de temperatuur en luchtvochtigheid oplopen. Maar ook de hoeveelheid beweging, en dus geproduceerde warmte, is belangrijk. Het dier moet meer drinken om zijn lichaamstemperatuur te kunnen verlagen. Schoon en smakelijk water is dan van belang. Een volwassen koe heeft dagelijks 0,05 liter water per kilogram lichaamsgewicht nodig en per kilogram melk nog 2 liter water extra. Bij een koe met een gewicht van 650 kilogram en een melkproductie van 40 kilogram is dit dus circa 110 liter water per dag. Bij ernstige hittestress loopt de behoefte op tot 0,20 liter per dag per kilogram lichaamsgewicht, dit is bij 40 kilogram melk dus circa 200 liter water per dag. Ook de watertemperatuur moet goed zijn: water van 20 graden Celsius is beter dan gekoeld water. Zorg ervoor dat er genoeg drinkbakken zijn: één sneldrinker per 15 koeien (meer dan 20 liter per minuut) of één voorraadbak per 20 koeien (meer dan 50 liter en meer dan 30 liter per minuut). In de drinkbak heeft water niet altijd dezelfde kwaliteit als op de plek waar het de stal binnenkomt. Langdurig gebruik van minder geschikt water is een risico voor de gezondheid van de dieren. Slechte waterkwaliteit leidt zelfs tot schade. Het is daarom verstandig om periodiek de waterkwaliteit in de drinkbakken te controleren. Dit kan met de GD Drinkbakcheck Rundvee.

Terug naar het hoofdstuk weerstand

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.

GD maakt gebruik van cookies om onze website te analyseren en de functionaliteit te verbeteren. Meer info vind je in ons cookiebeleid.