Om dierziekten buiten de deur te houden is niet aanvoeren het veiligst. Maar soms laat de bedrijfsvoering u geen andere keuze en moet dit toch gebeuren. Dan helpt de Risicocheck u om de risico’s op insleep te beperken en vervelende gevolgen voor uw diergezondheidsstatus te voorkomen.
1. Voer van zo min mogelijk bedrijven aan
Niet aanvoeren is het veiligst. Is het toch nodig, doe dit dan van zo min mogelijk verschillende bedrijven.
2. Bereid de aanvoer voor
Stel vooraf minimumeisen op waar de aan te voeren dieren voor u aan moeten voldoen. Communiceer deze met de veehouder van het herkomstbedrijf of uw handelaar. Controleer voor aanvoer of aan de eisen is voldaan.
3. Vergelijk diergezondheidsstatussen
Vergelijk vooraf de diergezondheidsstatussen van het herkomstbedrijf met die van uzelf. Dit kan met het openbaar register op VeeOnline. Heeft het herkomstbedrijf geen toestemming gegeven voor het openbaar register? Vraag dan om een actueel bedrijfscertificaat.
Bij aanvoer van een bedrijf met een lagere diergezondheidsstatus moeten de runderen na aanvoer altijd worden onderzocht op infectieziekten als BVD, IBR, salmonella, leptospirose en paratuberculose. Controleer de statussen van het herkomstbedrijf nogmaals op de dag van aanvoer.
4. Vraag naar de diergezondheidsgeschiedenis
Vraag naar de diergezondheids- en vaccinatiegeschiedenis en naar individuele diagnostiek (zoals MPR en bacteriologisch onderzoek van melk) van de aan te voeren dieren. Met name BVD-antistoffen door vaccinatie kunnen grote gevolgen hebben voor uw eigen BVD-status. Het kan ook nuttig zijn om te vragen naar diagnostiek op bedrijfsniveau, zoals tankmelkonderzoek naar mastitisverwekkers, parasieten of klauwgezondheid. Bekijk ook het tankcelgetal.
5. Bezoek het herkomstbedrijf
Bezoek voordat u gaat aanvoeren het herkomstbedrijf. Wat is uw indruk van het bedrijf? En van de dieren? Ogen ze gezond? Hoe is de klauwgezondheid? Is de kans reëel dat ze zich gemakkelijk zullen aanpassen aan uw bedrijfsvoering?
6. Screen de runderen voor
Laat van de betreffende runderen op het herkomstbedrijf monsters nemen voor onderzoek naar eerdergenoemde infectieziekten. Denk ook aan neospora en mastitisverwekkers als Streptococcus agalactiae en mycoplasma. U kunt de monsters laten onderzoeken bij GD. Realiseer u wel dat het vanuit de infectieziekteprogramma’s meestal nodig is om de dieren na aanvoer alsnog te onderzoeken.
7. Screen aanvoeren uit het buitenland voor
Onderzoek aanvoeren uit het buitenland op het herkomstbedrijf. Niet alle landen om ons heen hebben bestrijdingsprogramma’s voor bijvoorbeeld leptospirose, paratuberculose of salmonella. Daarnaast verschillen importeisen per land. Neem contact op met de NVWA voor de actuele informatie en eisen.
8. Zorg voor rechtstreeks vervoer
Zorg voor één-op-één transport, dus rechtstreeks vervoer van het herkomstbedrijf naar uw eigen bedrijf. Vervoer de runderen in een schone en ontsmette veewagen.
9. Plaats dieren altijd in quarantaine
Plaats de dieren na aanvoer altijd minimaal vier weken in quarantaine. Dit geldt voor melkgevende én niet-melkgevende dieren. Bedenk voor u runderen aankoopt hoe de quarantaine op uw bedrijf is in te regelen.
10. Onderzoek de dieren na de quarantaine nogmaals
Als de dieren direct na aanvoer al zijn onderzocht, kan het zinvol zijn om ze aan het einde van de quarantaineperiode nogmaals te laten onderzoeken. Ook tijdens het transport kan er namelijk een besmetting plaatsvinden. Het duurt dan een aantal weken voordat er antistoffen kunnen worden aangetoond.
Tips
- Laat bezoekers die de stal betreden altijd gebruikmaken van bedrijfskleding (laarzen en overjas/overall).
- Ontvang aangevoerde runderen afgezonderd, zodat de handelaar of transporteur niet bij uw andere dieren hoeft te komen.