Uitkomst deelnemersonderzoek Keurmerk Zoönosen 2025

Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer

Diersoorten

Uitkomst deelnemersonderzoek Keurmerk Zoönosen 2025

5-3-2026: 

Ieder jaar onderzoekt GD de gegevens uit de ingevulde checklists van deelnemers van het Keurmerk Zoönosen. Aan de hand van deze checklist wordt bepaald of een bedrijf voldoende maatregelen tegen zoönoses heeft genomen. In het onderzoek van 2025 zitten de gegevens van 1.308 deelnemende bedrijven, waarvan 91 procent een publieksfunctie heeft.

Deelnemende bedrijven

Aan het Keurmerk Zoönosen nemen verschillende typen bedrijven deel. Veel van deze bedrijven hebben een combinatie van meerdere soorten publieksfuncties, bijvoorbeeld zowel een zorg- als kinderboerderij. Twee derde van de deelnemers heeft een publieksfunctie met betrekking tot zorg, denk aan een zorginstelling of een zorgboerderij. Een derde heeft een publieksfunctie gericht op activiteiten en/of educatie, zoals een zichtstal, schaapskooi of een onderwijsinstelling. Bijna een kwart van de deelnemers heeft een kinderboerderij. Andere vormen die ook veel voorkomen, al dan niet in combinatie met elkaar, zijn boerderijwinkels, kinderopvang, overnachtingslocaties en maneges. Een klein deel van de deelnemers heeft geen publieksfunctie en neemt om andere redenen deel aan het Keurmerk Zoönosen; bijvoorbeeld ter verbetering van het imago van de sector of om punten te verdienen binnen een duurzaamheidsprogramma (zoals DGZK).

Aantal dieren per bedrijf

Onder de deelnemers zitten professionele veehouderijen met grote aantallen dieren. Het maximale aantal dieren per diersoort loopt tot 4.700 schapen, 5.900 geiten, 609 runderen, 114 paarden/ezels, ruim 15.000 varkens en meer dan 500.000 stuks pluimvee. Toch maken deze grote veehouderijen slechts een klein deel uit van de deelnemers aan het Keurmerk Zoönosen. Gemiddeld liggen de aantallen dieren per diersoort een stuk lager: zes schapen, vijf geiten, 25 runderen, drie paarden/ezels, twee varkens en achttien stuks pluimvee. De meeste deelnemers hebben dus een beperkt aantal dieren van één diersoort op het bedrijf lopen. Dit is te verklaren omdat de grootste groep deelnemers van het Keurmerk Zoönosen zorg-, educatie- en kinderboerderijen zijn, waar vaak meerdere diersoorten aanwezig zijn in relatief kleine aantallen per soort.

Score per diersoort

De checklist van het Keurmerk Zoönosen bestaat uit verschillende zes onderdelen: Algemeen, Schapen en geiten, Runderen, Paarden/ezels, Varkens en Pluimvee. Over het algemeen ontvangen de deelnemers per onderdeel hoge scores, vaak tussen de 80 en 90 procent. Dit betekent dat ze per diersoort ruim voldoende maatregelen tegen zoönoses hebben genomen. Als uitzondering geldt de vraag of er (in)direct contact is tussen de dieren en publiek: hier worden meestal geen punten behaald. Dit is in de lijn der verwachting: veel bedrijven willen het keurmerk juist omdát er contact is met de dieren. Daarnaast controleert ruim twee derde van de bedrijven niet jaarlijks de kwaliteit van het water, en loopt men hier dus punten mis.

Varken

Wat opvalt is dat de scores voor onderdeel Varken over het algemeen het laagst zijn en dat deze score bij één op de tien deelnemers vlak boven de ondergrens van 60 procent ligt. Wanneer we kijken naar de specifieke vragen voor dit onderdeel, is te zien dat deelnemers varkens vaak niet enten tegen influenza (82%) en niet worden getest op MRSA (95%). Ook ent slechts de helft van de deelnemers met varkens de dieren tegen vlekziekte. 16 procent van de deelnemers met varkens voert deze keukenafval. Uit gesprekken met deelnemers blijkt dat de bedrijven die (te) laag scoren op het onderdeel Varken, vaak een enkel of tweetal varkens houden. Deze zijn voornamelijk aanwezig om de ‘restjes’ op te eten, en voor deze dieren worden dan vaak beperkte maatregelen genomen tegen zoönoses. Bedrijven met grote aantallen varkens, scoren over het algemeen juist erg hoog op dit dieronderdeel.

Overige diersoorten

Bij Kleine Herkauwers worden het vaakst punten verloren omdat deelnemers niet in bezit zijn van de ‘Chlamydia Check’ (72%) en omdat de geiten op het bedrijf niet CL-gecertificeerd zijn (57%). Voor onderdeel Rund zijn het de vragen over het salmonellose- en paratuberculoseprogramma waar nog regelmatig geen punten worden behaald, respectievelijk 67 en 57 procent scoorde hier geen punten.

Op het onderdeel Paarden/ezels zorgt het feit dat op 70 procent van de bedrijven de aanwezige paarden geborsteld mogen worden door bezoekers voor een lagere score. Daarnaast heeft bijna 25 procent van de bedrijven met paarden geen aparte set borstels voor ieder paard.

Onder de bedrijven met pluimvee blijkt dat twee derde van de deelnemers gestorven pluimvee niet laat onderzoeken op aviaire tuberculose. In 2024 was dit nog driekwart van de deelnemers. Daarnaast worden de vleeskippen of leghennen bij 38 procent van de deelnemers met pluimvee niet regelmatig onderzocht op salmonellose.

Tot slot zijn er tien bedrijven van de geanalyseerde 1.308 die aangeven geen mogelijkheid te bieden tot het wassen of desinfecteren van de handen. Dit betreft voornamelijk, al dan niet uitsluitend, bedrijven zonder publieksfunctie of zonder contact tussen het publiek en de dieren. Wanneer het publiek wel in contact kan komen met de dieren en het publiek, is het reinigen van de handen de meest effectieve manier om zoönoseverspreiding te voorkomen.

Meer over het Keurmerk Zoönosen

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.

GD maakt gebruik van cookies om onze website te analyseren en de functionaliteit te verbeteren. Meer info vind je in ons cookiebeleid.