27-2-2026:
Half januari berichtten wij dat het aantal IBR-uitbraken op vrije melkveebedrijven in de laatste twee maanden van 2025 plotseling was toegenomen met 15 nieuwe uitbraken. Wat opviel was dat de IBR-uitbraken verspreid over heel Nederland voorkwamen. De huidige stand van zaken is dat er nog steeds meer dan gemiddeld bedrijven met een infectie bijkomen.
In januari en februari hebben acht IBR-vrije melkveebedrijven te maken gehad met een IBR-uitbraak. In drie gevallen werd dit gedetecteerd door IBR-antistoffen in de tankmelkbewaking, bij de andere vijf bedrijven werd IBR-virus aangetoond via PCR nadat er neusswabs waren genomen omdat er koeien op het bedrijf waren met zichtbare symptomen van de ziekte.

Meer PCR-onderzoek uitgevoerd
Het is goed om te zien dat sinds het eerste bericht veehouders en dierenartsen alerter zijn op de bekendste verschijnselen: neus- en/of ooguitvloeiing, snurken, koorts, verminderde eetlust, daling melkproductie, verwerpen en soms sterfte. In januari en februari werden twee keer zoveel neusswabs ingestuurd dan gemiddeld, daarbij werd ook vaker IBR-virus aangetoond. In 2023 werd voor het laatst in één kwartaal op meer dan vijf rundveebedrijven IBR-virus aangetoond, met nog één maand te gaan in dit eerste kwartaal van 2026 staat de teller al op tien bedrijven. Naast de eerdergenoemde vijf IBR-vrije melkveebedrijven werd namelijk op nog vijf rundveebedrijven IBR aangetoond via PCR-onderzoek. Dit betrof twee IBR-onverdachte melkveebedrijven en verder waren er in de laatste maand ook drie vleesveebedrijven zonder status waar IBR werd aangetoond bij sectie. Deze runderen vertoonden op de sectiezaal de voor IBR typische fibrineus necrostiserende ontstekingen van de keelholte, het strottenhoofd en de luchtpijp.
Kortom, het blijft belangrijk alert te zijn op klinische symptomen en bij twijfel direct diagnostiek te laten doen door de dierenarts, los van de IBR-status of het type bedrijf. Dit onderzoek kan bestaan uit neusswabs nemen, runderen ter sectie aanbieden of (verwerper)bloedonderzoek uit te voeren.
Geen IBR-diagnose gesteld?
Als via de neusswab geen IBR wordt aangetoond is het zinvol om op diezelfde swab aanvullend onderzoek te doen. Via herregistratie op de ingezonden neusswab kunnen veehouders of dierenartsen nu extra PCR onderzoek aanvragen, zoals artikel 12140 Pakket luchtweginfecties PCR ((E)(swab). Het monster wordt dan onderzocht op negen virussen en bacteriën: BRSV, PI3, Bovine Coronavirus, Influenza D, Pasteurella multocida, Mannheimia haemolytica A1/ A6, M. haemolytica A2, Histophilus somni en Mycoplasma bovis.
drs. Frederik Waldeck, dierenarts rundvee