Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer
Samen werken aan diergezondheid

Paratbc

Paratuberculose is een chronische darmaandoening bij herkauwers (runderen, schapen en geiten) veroorzaakt door de bacterie Mycobacterium avium subspecies paratuberculosis, ook wel afgekort als MAP. Het is een aandoening waar van oudsher veel om te doen is in de rundvee- en melkgeitenhouderij. Of paratuberculose een zoönose is en of er een relatie is met de ziekte van Crohn bij de mens is nog steeds niet met zekerheid bekend.

De vraag naar paratuberculose-onderzoek bij geiten neemt toe. Deze toename is deels gebaseerd op initiatieven vanuit het project “Paratuberculose in de melkgeitenhouderij”.

Direct naar:

Project ‘Paratuberculose in de melkgeitenhouderij’

Van 2011 tot 2013 heeft het project ‘paratuberculose in de melkgeitenhouderij’ bij GD gelopen. In dit project is veel kennis opgedaan over deze aandoening en is er met twintig deelnemende geitenhouders een start gemaakt met de beheersing van deze aandoening. In 2013 is dit project overgegaan in een topsectoren project, met meer fundamenteel onderzoek; ook van dit project is GD projectleider. Bij de ‘Veekijker’ en via directe contacten worden in toenemende mate vragen gesteld over de aanpak van paratuberculose in de melkgeiten- en schapenhouderij. Er lijkt dus behoefte aan meer kennis en begeleiding op het gebied van paratuberculose.

De essentie van dit project is:

  • Inzicht in mate van paratuberculose-besmetting op Nederlandse melkgeitenhouderijen;
  • Kennis en ervaring uitwisseling op het gebied van paratuberculose;
  • Samen met de twintig deelnemende geitenhouders nadenken over mogelijke strategieën in de aanpak van paratuberculose;
  • Mogelijk start maken met beheersing paratuberculose in Nederlandse melkgeitenhouderij.

Dit gebeurt door nauwe samenwerking tussen praktijk en wetenschap, tussen biologische en gangbare landbouw en door diverse wetenschappelijke disciplines.

Klik hier voor de eindrapportage van het project ‘paratuberculose in de melkgeitenhouderij’.

Samenwerking PPS en Platform Melkgeitenhouderij en vervolg van het project ‘Paratuberculose in de melkgeitenhouderij’

In de Publiek Private Samenwerking Kleine Herkauwers (PPS-KH), onderdeel Paratuberculose in de melkgeitenhouderij, is het Platform Melkgeitenhouderij de private partner. 

In de eerste fase van de PPS heeft het verzamelen en analyseren van voor de sector relevante informatie plaatsgevonden. Hiermee zijn kennisleemtes geduid en kunnen innovaties opgepakt worden die kunnen leiden tot mogelijke strategieën in de beheersing van paratuberculose. Een Nederlandstalige literatuurscan, inclusief een korte samenvatting kunt u hier downloaden.

Klik hier voor de literatuurscan

Paratbc Wijzer

Steeds meer bedrijven ondervinden problemen door paratuberculose. Dit ondanks grote inspanningen op het gebied van preventief management door geitenhouders. De toename van de bedrijfsomvang en het feit dat er tussen 2000 en 2004 tijdelijk niet meer preventief gevaccineerd kon worden hebben hierbij een rol gespeeld. Inmiddels is het paratbc-vaccin Gudair® officieel in Nederland geregistreerd en dit vaccin wordt weer volop ingezet. Daarnaast hebben geitenhouders binnen het project Paratuberculose in de melkgeitenhouderij de Paratbc Wijzer ontwikkeld met tips en adviezen om deze aandoening onder controle te houden. Voorbeelden van dergelijke managementmaatregelen zijn het inzetten van paratuberculosevrije biest, gescheiden opfok van de lammeren en het vroegtijdig afvoeren van klinisch zieke geiten.

Klik hier voor de Paratbc Wijzer

Leeftijdsresistentie geitenlammeren tegen paratuberculose

Of er bij paratuberculose leeftijdsresistentie van geitenlammeren speelt is niet bekend en onderzoek om dit uit te zoeken is niet eenvoudig en kostbaar. De PPS-groep heeft de literatuur en de mogelijkheden op een rijtje gezet. Lees hier meer.

Kijk hier voor meer informatie over zoönosen.

Terug naar het begin van dit artikel

Verschijnselen van Paratbc


Paratuberculose openbaart zich bij geiten zelden vóór de leeftijd van één jaar. Meestal zijn de dieren twee à drie jaar oud. Voorafgaand aan het klinische stadium hebben de dieren vaak een periode van stress doorgemaakt zoals bijvoorbeeld een partus of introductie in een nieuw koppel. Kenmerkend voor geiten met paratuberculose is een progressief gewichtsverlies. De eetlust blijft aanvankelijk goed, maar neemt naarmate de aandoening voortschrijdt af. Een ruw haarkleed en een schilferachtige huid worden vaak waargenomen. Pas in het eindstadium van de aandoening wordt soms waterige diarree gezien.

In tegenstelling tot de situatie bij het rund komt het bij de geit vrij vaak voor dat geiten sterven aan paratuberculose zonder ooit diarree te hebben gehad. De diagnostiek van klinische paratuberculose is bij het levende dier niet eenvoudig. 

Terug naar het begin van dit artikel


Diagnose van Paratbc


Om de paratuberculosebacterie aan te tonen kan gebruik gemaakt worden van een PCR-test op mest. Deze PCR toont DNA van de paratuberculosebacterie aan. Voor bloed en melk is er een ELISA-test die antistoffen tegen de paratuberculose bacterie aantoont. In melk is het gehalte aan antistoffen lager dan in bloed. Door bloed- en melkuitslagen te vergelijken is gekomen tot passende afleeswaarden voor de melktest. Hiermee is de ELISA-test zowel op bloed als op melk ook gevalideerd voor geiten. Bij alle testen zijn kanttekeningen te plaatsen.

Omdat in het begin van de besmetting maar weinig bacteriën worden uitgescheiden, en ook nog eens onregelmatig, kan de PCR een besmetting missen. Tevens is de antilichaamproductie lange tijd zeer laag en daarmee duurt het ook enige tijd na infectie voor de ELISA een infectie aantoont. Als een infectie langer aanwezig is neemt de kans toe dat de verschillende testen deze infectie ook aantonen. Voor klinisch zieke dieren hebben beide testen een hele hoge betrouwbaarheid.
Bij dieren in een subklinisch stadium zijn de resultaten afhankelijk van de mate, duur en ernst van de besmetting. 

Naast de ELISA en PCR bestaat de mogelijkheid om een faeceskweek of pathologisch onderzoek uit te laten voeren.

Terug naar het begin van dit artikel

Oorzaak en besmettingsrisico's van Paratbc


Paratuberculose is een chronische darmaandoening bij herkauwers als runderen, schapen en geiten, veroorzaakt door de bacterie Mycobacterium avium subspecies paratuberculosis, kortweg MAP. Jonge dieren zijn het gevoeligst, vooral gedurende de eerste weken na geboorte. Hoe later de besmetting plaats vindt, hoe kleiner de kans is op klinische symptomen. Opname van de bacterie met mest via de bek is de meest voor de hand liggende infectieroute, hoewel een lam ook al intra-uterien (in de baarmoeder) besmet kan worden.

Exacte gegevens over het percentage intra-uterien besmette lammeren geboren uit klinisch zieke moeders zijn niet voorhanden. Besmette geiten kunnen de bacterie met de mest uitscheiden, met als gevolg een voortdurende besmetting van stal en weide. De infectie kan plaatsvinden door direct contact zoals het zuigen aan een met mest verontreinigd uier of via de biest of melk of door indirect contact bijvoorbeeld via met mest verontreinigde drink- en voerbakken, water en weide. Na opname via de bek passeren de bacteriën de darm. Vervolgens kan de bacterie in verschillende organen terecht komen. Door aantasting van de darmvlokken wordt de opname van voedingsstoffen verhinderd en dit leidt tot eiwitverlies wat zich weer uit in vermagering (“protein-losing syndrome”). 

De economische schade is voor besmette bedrijven aanzienlijk en uit zich onder andere in een te lage melkproductie, verhoogde uitval en een verlaagde afvoerleeftijd.

Terug naar het begin van dit artikel

Aanpak en behandeling van Paratbc


Behandeling

Met de huidige kennis van zaken is een behandeling niet mogelijk. Verschillende antimycobacteriële therapieën zijn met weinig succes bij geiten uitgeprobeerd. Klinisch zieke dieren moeten zo snel mogelijk worden afgevoerd. Het is aan te raden om de laatst geboren lammeren van klinisch zieke dieren ook af te voeren. Omdat niet zichtbaar zieke dieren met de huidige testmethodieken moeilijk kunnen worden opgespoord en deze geiten wel kunnen uitscheiden, moeten lammeren bij de geboorte “schoon” worden opgevangen. De lammeren moeten direct ruimtelijk van de volwassen geiten worden gescheiden en moederloos en met paratuberculosevrije biest worden opgefokt. Indien runderbiest voor de opfok wordt gebruikt, dient deze afkomstig te zijn van paratuberculose-verantwoorde bedrijven.

Aanpak

In overleg met betrokkenen is jaren geleden een plan voor de vrijwillige bestrijding of beheersing van paratuberculose bij geiten gemaakt. Het project Paratuberculose in de melkgeitenhouderij borduurt verder op deze eerdere initiatieven.

Aan de ene kant zijn er bedrijven die goed produceren zonder te weten wat de mate van aanwezigheid van paratbc is en die door een gesloten bedrijfsvoering deze situatie proberen te behouden. Aan de andere kant zijn er bedrijven met grote klinische problemen als gevolg van paratuberculose. In beide groepen wordt steeds vaker gekozen voor managementmaatregelen om het besmettingsmoment te voorkomen of uit te stellen. De gescheiden opfok met kunstbiest of runderbiest afkomstig van paratuberculose-verantwoorde bedrijven is daarvan een belangrijk onderdeel. Maar ook graslandmanagement, mestbeheer, voederregime, vervangingsstrategie, hygiëne maatregelen specifiek bij de lammeren en dekbokken beleid zijn maatregelendie niet moeten worden vergeten.

Middels testen kan een indruk verkregen worden van de mate van voorkomen van paratuberculose op een bedrijf. Hiertoe kan bijvoorbeeld aselectief 10% van de melkgeiten getest worden. Een andere mogelijkheid is om specifiek verdachte geiten te gaan bemonsteren (ouder dan 2 jaar, slechte vacht, mager en/of eventueel diarree, verminderde productie). De tijd tussen infectie en positieve testuitkomsten kan maanden bedragen. Bij geiten die gevaccineerd zijn met Gudair® kan het eerste jaar na vaccinatie geen onderscheid gemaakt worden tussen vaccinatietiter en infectie. Een positieve testuitslag meer dan een jaar na vaccinatie wijst op een besmetting.

Vaccinatie vertraagt het optreden van klinische verschijnselen en vermindert de infectiedruk, hoewel de uitscheiding van paratbc-bacteriën bij gevaccineerde dieren niet nul is. Vaccinatie is voor een groot deel van de geitenbedrijven een belangrijk hulpmiddel geworden in de strijd tegen paratuberculose. Er zijn echter ook bedrijven waar nooit de diagnose paratuberculose is gesteld en die niet vaccineren maar toch een hoog productieniveau en lage uitvalpercentages weten te realiseren. Dergelijke, vaak al jaren gesloten bedrijven raden wij af om te vaccineren.

De Paratbc Wijzer geeft mogelijke strategieën in de aanpak van paratuberculose in de melkgeitenhouderij en is een handig instrument bij de bepaling van de in- of voort te zetten koers.

Terug naar het begin van dit artikel

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.