Top vijf vragen over IBR

Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer

Top vijf vragen over IBR

Over IBR leven nog altijd veel vragen. Zo blijkt telkens weer als de dierenartsen en buitendienstmedewerkers van de GD ergens een lezing of presentatie geven. Hieronder vindt u de vijf meest gestelde vragen, uiteraard met de antwoorden:

  • Hoeveel soorten IBR zijn er?

    IBR is vaak een verzamelnaam voor de volgende vier ‘soorten’ IBR:
    1. IBR (Infectieuze bovine rhinotracheïtis): dit is een infectie aan de slijmvliezen van oog- neus-, keel- en luchtpijp. De dieren zijn ziek: ze hebben koorts, kunnen oog- en neusuitvloeiing hebben en hoesten soms.
    2. IPV (infectieuze pustulaire vulvovaginitis): ontsteking van het schedeslijmvlies, soms gepaard met pusachtige uitvloeiing.
    3. IBP (infectieuze  balanophostitis): ontsteking van het slijmvlies van de penis.
    4. Subklinisch: geen ziekteverschijnselen, maar wel vorming van afweerstoffen tegen IBR.
  • Wat zeggen antistoffen in de tankmelk nou precies?

    Als tankmelkonderzoek antistoffen tegen IBR aantoont betekent dat dat er één of meer melkgevende dieren zijn met antistoffen tegen IBR. Er is dus een infectie rondgegaan op het bedrijf of er zijn dieren aangevoerd met antistoffen. Deze dieren dragen het virus levenslang bij zich. Ze kunnen het IBR-virus weer uitscheiden, als gevolg van bepaalde stressfactoren, en zo andere dieren besmetten.

    Andersom: wanneer onderzoek geen antistoffen tegen IBR in de tankmelk aantoont betekent dat dat er geen tot ongeveer 10 procent van de melkgevende dieren antistoffen tegen IBR heeft. De meeste melkgevende dieren zijn dan dus IBR-vrij. De gebruikte testmethode kan de antistoffen die ontstaan na een IBR-enting met een markervaccin niet ‘zien’.

  • Waarom niet individuele dieren in melk onderzoeken in plaats van in bloed voor IBR-vrij certificering?

    Dieren met antistoffen tegen IBR zijn levenslang IBR-virusdrager. Stressfactoren, bijvoorbeeld vervoer of ziekte, kunnen ervoor zorgen dat deze dieren het IBR-virus weer een aantal dagen uitscheiden. Daardoor kunnen koppelgenoten besmet raken. Om IBR-vrij te worden én te blijven is het belangrijk dat alle dieren met antistoffen worden opgespoord en afgevoerd. Met bloedonderzoek kunnen we al die dieren vinden, bij melkonderzoek kunnen we een enkel (zwakpositief) dier missen.
  • Wat doe ik om mijn bedrijf IBR-vrij te houden?

    Een onder alle omstandigheden consequent beleid met betrekking tot de bedrijfshygiëne is het belangrijkste instrument om insleep van de IBR te voorkomen. Voorkom contact met rundvee dat niet IBR-vrij is, laat bezoekers gebruikmaken van uw bedrijfskleding en -laarzen en vraag dienstverleners die in de stal moeten zijn om gereinigde en ontsmette materialen te gebruiken.
  • Vormt het weiden in natuurgebieden ook een risico voor insleep BVD en IBR?

    Het weiden in natuurgebieden is voor het IBR-vrij blijven geen probleem. Meerdere koppels natuurgrazers in Nederland zijn al vele jaren IBR-vrij.

    Voor BVD ligt dat iets anders: het is bekend dat reeën en herten soms een infectie met BVD kunnen krijgen. In zulke gevallen kan contact met runderen voor verspreiding van BVD zorgen. In 2013 zijn tientallen reeën en herten uit diverse gemeenten op de Veluwe onderzocht op afweerstoffen tegen BVD-virus, met gunstige uitslagen. We weten niet of dat voor andere gemeenten in Nederland ook het geval is. Vooralsnog lijkt het risico op een BVD-besmetting door weiden in natuurgebieden niet heel groot.

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.

GD maakt gebruik van cookies om onze website te analyseren en de functionaliteit te verbeteren. Meer info vind je in ons cookiebeleid.