Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer

Heeft u vragen over BVD?

  Rundveedierenarts Linda van Duijn is dé GD-deskundige op het gebied van BVD. Regelmatig beantwoordt zij vragen uit de praktijk.

De vraag van deze maand:
Mijn koe Klara heeft vorig jaar een kalf gekregen op ons bedrijf. Na onderzoek bleek het kalf geen BVD te hebben. Kan ik er nu van uitgaan dat het kalf dat dit jaar geboren wordt bij Klara ook BVD-vrij is?
Antwoord Drs. Linda van Duijn:

"Helaas kun je er niet van uitgaan dat Klara nu geen dragerkalveren meer kan krijgen. Het kan namelijk zijn dat ze tijdens de laatste dracht een infectie met BVD heeft doorgemaakt. Als dit in het eerste deel van de dracht was (tot 4 maanden), dan zal het kalf een dragerkalf zijn. Uit het feit dat het vorige kalf van Klara geen BVD-drager was kun je wel afleiden dat Klara zelf geen drager is, want een dragerkoe krijgt altijd een dragerkalf."


  • Mijn dochter werkt af en toe bij een kalvermester in de buurt. Ze draagt daar bedrijfskleding, maar kan ze het BVD-virus op die manier toch bij ons introduceren?

    Contact met runderen op een bedrijf dat niet BVD-vrij is, vormt een risicofactor; zeker als het contact met kalveren betreft. Het is dus heel goed dat ze daar bedrijfskleding draagt. Het BVD-virus is erg besmettelijk, maar het virus kan niet tegen uitdrogen en hoge temperaturen (bijvoorbeeld het wassen en drogen van bedrijfskleding). Het wordt uitgescheiden door een drager (kalf) via mest, speeksel, snot, traanvocht etc. De infectie kan gemakkelijk overgebracht worden als je bijvoorbeeld met een klodder snot van een drager op je mouw diercontact hebt op het eigen bedrijf. Als uw dochter hygiënisch werkt (bedrijfskleding en handen wassen) is de kans op overdracht heel erg klein.
  • Ik heb een drachtig rund aangevoerd van een niet BVD-vrij bedrijf. Na bloedonderzoek is bij deze koe geen virus aangetoond. Nu blijkt het kalf van deze koe toch een BVD-drager te zijn. Hoe kan dit?

    Als de koe tijdens het 1e deel van de dracht een BVD-infectie heeft doorgemaakt, dan kan het ongeboren kalf een dragerkalf zijn. Bij bloedonderzoek van een dergelijke koe wordt (behalve tijdens de infectie) geen BVD-virus aangetoond. Wel kunnen ongeveer 3 weken na de infectie afweerstoffen tegen het BVD-virus (dus niet het virus zelf) worden gevonden. Advies is dus om bij aanvoer van een drachtige koe dit dier zowel op virus als op afweerstoffen te laten onderzoeken. Heeft de koe afweerstoffen tegen BVD, onderzoek dan het kalf door middel van een oorbiopt (direct) of bloedonderzoek (dit kan vanaf 30 dagen) op BVD-virus.
  • Hoe weet ik of ik BVD op mijn bedrijf heb?

    Met behulp van de BVD-QuickScan krijgt u hierover op een eenvoudige manier informatie. Met een combinatie van drie testen op één inzending van monsters kan een goede inschatting van de BVD-situatie op uw bedrijf worden gemaakt. GD koppelt aan elke uitslag een advies over het vervolgtraject. Elk bedrijf is echter anders en voor een op het bedrijf toegesneden beoordeling is het belangrijk advies van uw praktiserend dierenarts (erkend rundveedierenarts) in te winnen.
  • Hoe uit BVD zich?

    Verschijnselen van BVD kunnen zijn:
    •productiedaling
    •koorts
    •diarree
    •longontsteking
    •verwerpen, teveel terugkomers (vruchtbaarheidsproblemen)
    •geboorte van kalveren met afwijkingen aan ogen, haarkleed of hersenen en een laag geboortegewicht, achterblijvende groei en
    •sterfte
  • Wat is Bovine Virus Diarree (BVD)?

    Bovine Virus Diarree (BVD) is een veel voorkomende virusinfectie bij runderen. Het merendeel van de dieren heeft afweerstoffen tegen het virus. Voor deze dieren vormt BVD geen gevaar. Echter een dier zonder afweerstoffen dat voor de eerste keer met het virus in aanraking komt, kan verwerpen, productiedaling vertonen en diarree of longontsteking krijgen. In een aantal gevallen treedt sterfte op. Een bijzonder risico op vervolgschade ontstaat wanneer een dier tussen dag 30 en dag 120 van de dracht wordt besmet. Dan kan namelijk een BVD-dragerkalf worden geboren. Een dragerkalf scheidt jarenlang virus uit en besmet zo andere dieren, zodat de infectie op het bedrijf in stand blijft. BVD vormt een groot (economisch) gevaar voor bedrijven met dieren zonder afweerstoffen. BVD vormt geen gevaar voor de volksgezondheid, maar kan wel overslaan op andere diersoorten.

    Feiten over BVD:
    •70 tot 80 procent van alle runderen heeft een besmetting doorgemaakt en dus afweerstoffen tegen het BVD-virus
    •naar schatting heeft 35 procent van de Nederlandse melkveebedrijven één of meer dragers op het bedrijf
    •jaarlijks sterven 50.000 kalveren als gevolg van BVD
    •de BVD-schade voor een individueel bedrijf kan oplopen tot vele honderden euro's per aanwezige koe

  • Wat is het verschil tussen een BVD-drager en een dier met BVD-afweerstoffen?

    BVD drager:

    Een drager is een kalf dat in de baarmoeder al is besmet. De besmetting heeft dan tussen dag 30 en dag 120 van de dracht plaatsgevonden. Het kalf ziet het virus niet als lichaamsvreemd en zal geen afweerstoffen aanmaken. Het dragerkalf heeft virus in zijn bloed en zal dit altijd blijven uitscheiden en andere dieren besmetten. Het merendeel van deze dragerkalveren sterft binnen twee jaar. Voer BVD dragerkalveren ook zo gauw mogelijk af voor de dood, omdat ze een permanente besmettingsbron zijn en omdat ze uiteindelijk sterven.

    Dier met BVD-afweerstoffen
    • Een rund met afweerstoffen tegen BVD is geïnfecteerd, bijvoorbeeld door een drager en heeft vervolgens weerstand in de vorm van afweerstoffen opgebouwd. Dit dier scheidt geen virus meer uit en kan dus andere dieren niet besmetten. Deze dieren hoeven dan ook niet afgevoerd te worden.
    • Er zijn twee mogelijkheden waarom het dier afweerstoffen heeft:

        1. Het rund is ooit in aanraking geweest met virus of;
        2. De afweerstoffen zijn afkomstig uit de biest (maternale afweerstoffen), deze worden alleen gevonden bij dieren jonger dan acht tot tien maanden.

  • Heeft het op vaccinerende bedrijven zin om bij een ongunstige uitslag van het bewakingsonderzoek op afweerstoffen het aangestuurde cohortonderzoek uit te voeren?

    Ja. Kern van de GD-programma's voor BVD is het zo snel als praktisch mogelijk opsporen van eventueel aanwezige virusdragers. Het aantonen van afweerstoffen bij de bewaking is een belangrijke aanwijzing dat er virusvermeerdering bij betreffende kalveren is opgetreden. Dit is heel vaak het gevolg van contact met een virusdrager korter of langer geleden.

    Om zekerheid te krijgen of zo'n virusdrager nog aanwezig is, is het voorgeschreven cohortonderzoek nodig. De ervaring leert dat, als op bedrijven die op grond van een ongunstige uitslag van het bewakingsonderzoek op afweerstoffen een cohortonderzoek uitvoeren, op die bedrijven tussen de 40 en 50 procent daadwerkelijk één of meer virusdragers gevonden worden.

    Dus het vervolgcohortonderzoek is zeker zinvol en nodig om de kwaliteit van het 'virus-vrij' certificaat te behouden.

  • Op welke wijze kan ik voorkomen dat vaccinatie enig effect heeft op de bewaking van mijn "BVD-virusvrij status"?

    1. Een meer directe en zeer betrouwbare bewaking kan ook met bewaking gebaseerd op virusonderzoek. Hierbij worden alle fokkalveren vanaf een maand oud onderzocht op het voorkomen van BVD-virus in het bloed. Dus elk aangehouden rund wordt daarmee onderzocht op virusdragerschap, voordat het gevaccineerd is.
     
    2. De bewaking op afweerstoffen handhaven en de BVD-vaccinatie standaard uitvoeren bij runderen vanaf twaalf maanden oud.
     
    3. Mocht het om praktische redenen toch nodig zijn ook runderen jonger dan twaalf maanden te vaccineren en de uitslag van het bewakingsonderzoek is ongunstig, dan gewoon het voorgeschreven vervolgonderzoek uitvoeren om eventuele aanwezige virusdragers op te sporen.
  • Ik heb de uitslag van het bewakingsonderzoek op BVD-afweerstoffen binnen. Wat doe ik nu?

    • Bij 0 of 1 dier afweerstoffen aangetoond: U hoeft geen verdere actie te ondernemen. Als er slechts één dier is met afweerstoffen, dan blijkt dat vrijwel altijd nog om antistoffen uit de biest te gaan.

    • Bij 2 van de 5 dieren worden afweerstoffen aangetoond: Deze uitslag wijst op een nieuwe virusintroductie en verspreiding. Door bloed van de 2 dieren met afweerstoffen en van vijf niet eerder onderzochte dieren in de aangegeven leeftijdscategorie te onderzoeken, wordt daarover meer zekerheid verkregen. Is de uitslag van het heronderzoek van maximaal 2 dieren ongunstig, dan krijgt u uw status weer terug. Worden bij drie of meer dieren afweerstoffen aangetoond, dan gelden de regels van 3 of meer dieren met afweerstoffen.
     
    • Bij 3 of meer dieren afweerstoffen aangetoond: Zeer waarschijnlijk is er weer virus geïntroduceerd en verspreid op uw bedrijf. Deze introductie heeft dan geleid tot de geboorte van een virusdrager. Het is belangrijk deze drager, als deze nog aanwezig is, op te sporen. Als deze nieuwe drager nog aanwezig is zit deze meestal in de leeftijdsgroep van 1 tot 16 maanden. Het onderzoek op virusdragers in deze leeftijdsgroep geeft uitsluitsel hierover. In een aantal gevallen is de virusdrager al verdwenen: verkocht als het een stierkalf betreft en mogelijk is het kalf al gestorven.
     

  • Ik heb de uitslag van het bewakingsonderzoek op BVD-virus binnen. Wat doe ik nu?

    • Bij geen enkel dier virus aangetoond. U hoeft geen verdere actie te ondernemen.

    • Bij één of meerdere dieren virus aangetoond. Deze runderen worden aangestuurd om binnen zeven dagen na ontvangst van de uitslag te worden afgevoerd.

  • Wat gebeurt er als er BVD-dragers worden gevonden?

    De status van uw bedrijf wordt gewijzigd naar 'In onderzoek'. Om de status virusvrij te herstellen, wordt opnieuw jongveeonderzoek gedaan. Van alle kalveren die in een periode van negen maanden worden geboren, wordt onderzoek verricht op de aanwezigheid van virus. Dit gebeurt wanneer de dieren minimaal één maand oud zijn. De totale termijn is dus minimaal tien maanden. De gevonden dragers worden afgevoerd.
  • Bij welke kalveren is het zinvol om BVD onderzoek via oorbiopten te doen?

    Dat is van uw eigen bedrijfsstrategie afhankelijk. Dit kan variëren van alle nieuw geboren kalveren tot alleen de kalveren die u zelf voor eigen opfok wilt aanhouden.
  • Hoe krijg ik de genomen BVD oorbiopten naar GD?

    Bij de levering van de oormerken wordt ook verpakkingsmateriaal en verzendmateriaal meegeleverd.
  • Kan ik de BVD oorbiopten opsparen of moet ik ze direct na monstername opsturen?

    De houdbaarheid van het monstermateriaal via oorbiopten is per type oormerk verschillend. Het beste kunt u hierover contact opnemen met uw leverancier. In het algemeen zijn de monsters, mits gekoeld, wel twee weken houdbaar.
  • Kan ik de oorbiopten nemen met behulp van een gewone tang?

    Nee, hiervoor is een speciale tang nodig. Deze kunt u bestellen bij uw leverancier van de oormerken en wordt automatisch bijgeleverd met de eerste levering.
  • Kan ik mijn oude oormerken inruilen voor nieuwe oormerken die geschikt zijn voor BVD onderzoek?

    Hiervoor moet u bij uw leverancier van de oormerken zijn.
  • Waar kan ik de oormerken voor BVD onderzoek bestellen?

    De oormerken kunt u bestellen bij uw leverancier van de oormerken. Dat kan via de website of telefonisch.
  • Waarom kunnen kalveren via oorbiopten wel direct onderzocht worden en via bloed pas na een maand?

    De moeder geeft afweerstoffen tegen BVD door aan het kalf via de biest. Daardoor kan het virus tijdelijk niet aantoonbaar zijn in het bloed van het kalf, dat toch drager is. Het oorweefsel is niet zo sterk doorbloed waardoor je op dat weefsel wel het virusonderzoek direct na de geboorte kunt uitvoeren.
  • Wat zijn de kosten van de oormerken?

    Hiervoor moet u bij uw leverancier van de oormerken zijn.
  • Wat zijn de voordelen van BVD onderzoek via oorbiopten ten opzichte van bloedonderzoek?

    Met een oorbiopt kan sneller worden aangetoond of een pasgeboren kalf drager is van het BVD-virus. Bloedonderzoek kan na één maand worden uitgevoerd, met oorbiopten kan dat direct na de geboorte. Het weefsel kan dan direct worden onderzocht. Daarnaast is er het gemak van monstername. De kalveren moeten immers sowieso worden geoormerkt. Extra vangen na enige tijd is niet meer nodig.
  • Welke doorlooptijd heeft het onderzoek via de BVD oorbiopten?

    De doorlooptijd van het BVD onderzoek via de oorbiopten is maximaal vijf werkdagen.
  • Zijn de uitslagen ook geschikt voor mijn deelname aan het GD Programma BVD-virusvrij?

    Ja, de uitslagen van de BVD oorbiopten die bij GD zijn onderzocht worden gekoppeld aan uw deelname aan het BVD Programma BVD-virusvrij.

  • Hoe gaat het tankmelkonderzoek voor BVD-certificering in zijn werk?

    Er wordt een tankmelkbuisje en een stallijst naar uw dierenarts gestuurd. De dierenarts vult het buisje (minimaal 50 ml). Op de stallijst wordt aangegeven van welke dieren er melk in het tankmelkbuisje zit. Het tankmelkbuisje kan worden gebruikt voor maximaal 300 koeien. Melkt u meer dan 300 koeien in de tank, neem dan contact op met 0900-1770. Er wordt een tweede buisje meegezonden voor reservemateriaal. Hieraan zijn extra kosten verbonden.
  • Hoe kom ik aan stickers voor het jongvee-onderzoek?

    De stickers worden automatisch toegestuurd. Dit gebeurt vijf en tien maanden na het afgeronde startonderzoek.
  • Hoe lang duurt het voor mijn bedrijf gecertificeerd BVD-vrij is?

    Dit duurt minimaal tien maanden, omdat u na het laatste onderzoek met gunstig resultaat of na afvoer van de laatste drager, alle dieren die binnen negen maanden worden geboren laat onderzoeken op virus als ze tenminste een maand oud zijn. Als ook bij dit aanvullend jongvee-onderzoek geen dragers worden gevonden, krijgt u uw certificaat. Worden bij dit onderzoek wel dragers gevonden, dan gaat vanaf dat moment opnieuw de termijn van tien maanden lopen. De dieren die in een periode van negen maanden worden geboren, kunnen immers pas worden onderzocht op een leeftijd van één maand.
  • Ik heb alle dieren ouder dan 1 maand onderzocht, er zijn geen dragers gevonden, maar ik heb nog steeds geen certificaat, hoe kan dat?

    Alle geboren kalveren, ouder dan één maand, worden gedurende tien maanden onderzocht. Deze tien maanden gaan in vanaf de uitslagdatum van het intake onderzoek met gunstig resultaat of na afvoer van de laatste drager. Als ook bij dit aanvullend jongvee-onderzoek geen dragers worden gevonden krijgt u uw certificaat.
    Worden er wel dragers gevonden, dan wordt opnieuw de termijn van tien maanden in acht genomen, want de dieren die in een periode van negen maanden worden geboren, kunnen immers pas worden onderzocht op een leeftijd van één maand.
  • Van welke dieren wordt bloed onderzocht voor BVD-certificering?

    Van alle dieren ouder dan één maand die geen melk leveren op het moment van het tankmelkonderzoek wordt bloed afgenomen voor BVD-virusonderzoek.
     
    Daarna begint het aanvullend jongvee-onderzoek; alle kalveren die in de periode van negen maanden na het eerste tankmelk- en bloedonderzoek worden geboren en tenminste één maand oud zijn, worden onderzocht op aanwezigheid van het virus. De totale onderzoeksperiode beslaat dus minimaal tien maanden.
     
    Worden er gedurende deze periode van tienmaanden bij het onderzoek dragers gevonden, dan voert u deze dragers af. Vervolgens start het jongvee-onderzoek opnieuw. De kalveren die in een periode van negen maanden worden geboren en tenminste één maand oud zijn, worden onderzocht op aanwezigheid van virus. Deze periode duurt dus ook tien maanden. Van de dieren die op het moment van het eerste onderzoek nog geen één maand oud waren, wordt bloed afgenomen zodra ze deze leeftijd hebben bereikt.
  • Waarom is BVD-vrij certificeren zo belangrijk?

    Door certificering is veel schade als gevolg van BVD te voorkomen. Enerzijds doordat dragers systematisch door onderzoek worden opgespoord en afgevoerd. Anderzijds omdat een eventuele herbesmetting bij het periodieke bewakingsonderzoek snel aan het licht komt waardoor veel schade kan worden voorkomen.
  • Waaruit bestaat BVD-virusvrij certificering?

    BVD-virus vrij certificering bestaat uit een BVD-bestrijdingsdeel waarin BVD virus dragers systematisch door onderzoek worden opgespoord en afgevoerd. Na het succesvol doorlopen van het bestrijdingsdeel krijgt het bedrijf de BVD-virusvrij status. Deze BVD-virusvrij status wordt bewaakt door tweemaal per jaar bloed van vijf kalveren in de leeftijd van 8 tot 12 maanden op BVD afweerstoffen te onderzoeken of door iedere vier maanden alle kalveren in de leeftijd van 1 tot en met 5 maanden op BVD virus te onderzoeken . Op deze wijze is er optimale zekerheid dat er geen virusdragers op het bedrijf voorkomen.
  • Hoe kan het dat mijn bedrijf BVD-virusvrij is, maar ik toch weer afweerstoffen in mijn tankmelk heb?

    Een rund dat een BVD-besmetting heeft doorgemaakt, houdt levenslang afweerstoffen tegen BVD. Het kan dus zo zijn dat er geen BVD-virus meer op uw bedrijf is, maar dat (oudere) runderen nog wel afweerstoffen tegen het BVD-virus bij zich hebben. Ook is het mogelijk dat er dieren zijn aangekocht die afweerstoffen hebben. Tot slot kan het zo zijn dat er wel een nieuwe BVD-infectie is binnengeslopen, maar er nog geen BVD-dragers zijn geboren.
  • Hoe weet ik dat een drachtige vaars die ik aankoop geen BVD-virusdrager bij zich heeft?

    Door bij aankoop van een drachtige vaars deze te laten onderzoeken op aanwezigheid van BVD-virus en BVD-afweerstoffen. Als er geen BVD-virus en geen BVD-afweerstoffen worden aangetoond, is de kans erg klein dat de vaars in de cruciale fase van de dracht (0-120 dagen) met het BVD-virus in aanraking is gekomen. Deze vaars draagt dus hoogstwaarschijnlijk geen dragerkalf bij zich. Mochten er wel afweerstoffen worden aangetoond, dan is het zinvol om het geboren kalf op BVD-virus te laten onderzoeken.

  • Kan je een BVD-virusdrager behandelen?

    Nee. Een BVD-virusdrager blijft levenslang BVD-virusdrager en scheidt het BVD-virus in grote hoeveelheden uit. Omdat een drager het BVD-virus niet als ‘lichaamsvreemd’ ziet, heeft vaccineren geen effect. Een BVD-virusdrager is de belangrijkste oorzaak voor het in stand houden van een BVD-besmetting op het bedrijf. Daarom is het verstandig dragers zo snel mogelijk van het bedrijf te verwijderen.
  • Kan je vaccineren terwijl je in de BVD-virusvrijcertificering zit?

    BVD-virusvrijcertificering en vaccineren kunnen goed samengaan. Om de BVD-virusvrijstatus te bewaken moeten er jaarlijks een aantal stuks jongvee onderzocht worden op BVD-afweerstoffen. Deze dieren werken als ‘verklikkers’: zolang het jongvee geen afweerstoffen heeft, is er geen drager geboren. Door bij deze dieren bloed te tappen vóórdat ze gevaccineerd worden, blijven de uitslagen van de bloedmonsters betrouwbaar en heeft het vaccineren geen invloed op het bewaken van de BVD-virusvrijstatus.
  • Wat zeggen BVD-afweerstoffen in de tankmelk nou precies?

    Als er afweerstoffen tegen het BVD-virus in een tankmelkmonster worden aangetoond, betekent dit dat meer dan een derde van de melkgevende dieren op het bedrijf een keer een BVD-besmetting heeft doorgemaakt.

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.