Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer

In het maagdarmkanaal van schapen en lammeren kunnen verschillende wormsoorten voorkomen. De belangrijkste wormsoorten zijn de Nematodirus soorten, Haemonchus contortus, Trichostrongylus soorten en Teladorsagia circumcincta. De belangrijkste vormen van maagdarmwormziekte bij lammeren zijn achtereenvolgens nematodirose, haemonchose en teladorsagiose/trichostrongylose. 

Bij schapen komt alleen de lintworm Moniezia expansa voor. Deze witte, platte lintworm kan wel tien meter lang worden. Moniezia expansa bestaat uit een kop (scolex) en geledingen (proglottiden) die achter de kop vrij smal zijn maar naar het eind toe ongeveer 1,6 cm breed zijn.

Direct naar:

De ontwikkelingscyclus

ontwikkelingscyclus

De verschillende wormsoorten die maagdarmwormziekte kunnen veroorzaken, vertonen veel overeenkomsten. De volwassen wormen van deze soorten komen vooral voor in de lebmaag en de dunne darm. Volwassen vrouwtjes produceren eieren die met de mest op het land komen. Uit de eieren komen, bij voldoende hoge vochtigheid en temperatuur, larven van het eerste stadium (L1-larven), die zich na twee vervellingen via L2-larven tot infectieuze larven van het derde stadium (L3-larven) ontwikkelen. De ontwikkeling van ei tot L3 duurt meestal enkele weken. Deze L3-larven hechten zich aan het gras, kruipen omhoog en worden bij het grazen opgenomen. In het dier ontwikkelen deze larven zich in ongeveer drie weken, via het vierde (L4) en vijfde (L5) larvale stadium, tot volwassen wormen. Infectieuze larven die in de nazomer en herfst worden opgenomen, kunnen in het slijmvlies van lebmaag of dunne darm als L4 (soms als L3) in rust gaan (inhibitie). Deze ontwikkeling gaat in het voorjaar verder en zorgt dan voor de verhoogde ei-uitscheiding rond de lammertijd. Deze wordt periparturient- of springrise genoemd.

De wormsoorten verschillen onderling in de wijze waarop en de mate waarin weerstand wordt opgebouwd, de wijze waarop ze overwinteren en de tijd van het jaar waarin ze voorkomen. Nematodirose komt vooral vroeg in het voorjaar voor en haemonchose vooral in de zomer. Haemonchus contortus overwintert bijna uitsluitend als geïnhibeerde larve in de lebmaagmucosa en de verschillende Nematodirus soorten overwinteren bijna uitsluitend als L3, voor een deel in het ei, op het land.

Symptomen

Opname van een groot aantal infectieuze larven van vooral Nematodirus battus kan diarree veroorzaken bij lammeren van enkele weken oud. Bij de Trichostrongylus-soorten die in de dunne darm voorkomen, veroorzaken de volwassen wormen diarree.

Niet bij alle worminfecties treedt er diarree op. Haemonchus contortus bijvoorbeeld zuigt bloed in de lebmaag, met bloedarmoede en sterfte als mogelijk gevolg. Als naast Haemonchus contortus ook andere wormsoorten aanwezig zijn, kan echter wel diarree voorkomen. Naast genoemde verschijnselen zijn maagdarmwormen ook verantwoordelijk voor minder duidelijke schade, zoals verminderde groei, minder lammeren, minder melk, minder wol, slechtere voerbenutting en extra kosten aan medicijnen en arbeid.

Diagnose

De diagnose maagdarmwormziekte wordt gesteld op een combinatie van informatie over beweiding en ontworming, faecesonderzoek, klinisch beeld en eventueel onderzoek bij sectie.

Ontwormen

Vanwege resistentieontwikkeling is het advies om in het geval van maagdarmworminfectie zo min mogelijk te behandelen en alleen te behandelen op basis van een diagnose (mestonderzoek). Elke behandeling betekent namelijk een selectie op resistente wormen; resistentie is onomkeerbaar en daarom is het vertragen van de ontwikkelingen hierin van groot belang. Ook weidemanagement speelt hier een rol in. Om een vinger aan de pols te houden is het slim om met enige regelmaat wormonderzoek te laten verrichten. Het is goed om een bedrijfsspecifiek plan (inclusief beweiding) op te stellen. Houd daarbij rekening met de volgende punten:

  • Behandel niet standaard. Oude schapen standaard ontwormen voor het dekken is niet nodig; ook ontwormen van lammeren voordat ze na de geboorte naar buiten gaan is niet zinvol.
  • Voer een therapiecontrole uit na een behandeling door middel van mestonderzoek (na tien tot veertien dagen). Zo controleer je de effectiviteit van de behandeling.
  • Schapen en lammeren moeten gedoseerd weerstand opbouwen tegen maagdarmwormen.
  • Omweiden is (met name) voor lammeren van belang. Voor 15 juni gaan ze elke drie weken naar schoon land, na 15 juni elke twee weken.
  • Schoon land is een perceel waar drie maanden geen schapen hebben gelopen of een perceel dat gemaaid is.
  • Ontworm schapen na aflammeren om de infectiedruk voor lammeren te beperken (schapen die zonder lammeren naar buiten gaan hoeven niet ontwormd te worden). NB: als je schapen en lammeren tot het spenen goed kunt omweiden hoef je deze schapen na aflammeren niet te ontwormen.
  • Belangrijk om te weten: jaarlingen die in het voorgaande jaar een (ernstige) infectie hebben opgedaan kunnen na het aflammeren klinische klachten ontwikkelen.
  • Op stal kunnen lammeren en schapen geen maagdarmworminfectie oplopen, tenzij je ze vers gras geeft van een perceel waar tot maximaal drie maanden daarvoor schapen hebben geweid.
  • Twijfel je (bijvoorbeeld bij klinische klachten) en is het vier weken nadat lammeren op een besmet perceel zijn gekomen? Doe dan mestonderzoek. 

Middelen

Er zijn vier groepen wormmiddelen:

 Middel Resistentie

1. (Pro)benzimidazolen, met de volgende werkzame stoffen:

  • albendazol
  • fenbendazol
  • oxfendazol
  • febantel

In Nederland zijn maagdarmwormen op grote schaal resistent voor deze groep middelen. Middelen uit deze groep zijn nog wel werkzaam tegen lintwormen, maar behandeling hiervan is zelden nodig. Middelen uit deze groep zijn de eerste keus bij problemen met Nematodirus soorten, hoewel elders eerste gevallen van resistentie zijn beschreven.

2. Imidazothiazolen, met de volgende werkzame stoffen:

  • levamisol

Voor middelen uit deze groep is in Nederland nog geen resistentie vastgesteld

3. Avermectinen/milbemycinen, met de volgende werkzame stoffen:

  • ivermectine
  • doramectine
  • moxidectine: deze stof heeft een nawerking van een aantal werken tegen Haemonchus contortus en Teladorsagia circumcincta.

In Nederland zijn recentelijk gevallen van resistentie vastgesteld voor middelen uit deze groep. Bij schapen ging het om resistentie van Haemonchus contortus en bij geiten om resistentie van Teladorsagia circumcincta.


4. Amino-aceto-derivaten (AAD), met de volgende werkzame stoffen:

  • monepantel

In bovenstaande groepen komen vaak meerdere middelen voor. Bij resistentie van een wormsoort voor één middel uit een groep bestaat meestal ook resistentie voor andere middelen uit dezelfde groep.

Resistentie van maagdarmwormen voor de beschikbare ontwormingsmiddelen is een toenemend probleem. Factoren die resistentie-ontwikkeling bevorderen zijn:

  • De gebruikte dosering. Door onderdosering ontstaat gemakkelijk resistentie; daarom moet altijd minimaal de juiste dosering worden toegepast en bij twijfel liever een over- dan een onderdosering.
  • Het aantal uitgevoerde behandelingen. Hoe vaker je behandelt, hoe groter de kans op resistentie.
  • Het gedeelte van de totale wormpopulatie dat aan een behandeling wordt blootgesteld, ook wel genoemd: ontwormen in een situatie zonder refugia. Haemonchus contortus overwintert als geïnhibeerde larve in het schaap en niet op de wei. Dit betekent dat in het voorjaar de hele populatie van Haemonchus contortus in de schapen zit. Een onderdosering in de aflamperiode leidt dan gemakkelijk tot resistentie omdat op dat moment de hele wormpopulatie een onderdosering krijgt.
  • Resistentie kan ook worden aangevoerd met de aanvoer van een dier dat resistente maagdarmwormen bij zich heeft. Daarom adviseren wij je om zo weinig mogelijk dieren aan te voeren en deze dieren altijd eerst in quarantaine te doen.

Preventie

Met het oog op de ontwikkeling van resistentie van de belangrijkste soorten maagdarmwormen bij het schaap in Nederland voor de voorhanden zijnde middelen zal de schapenhouder van de toekomst over moeten stappen van een therapeutische naar een preventieve benadering.

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.