- Home
- Diergezondheid
- Management
- Wormen
- Interpretatie-mestonderzoek
Interpretatie mestonderzoek schaap en geit
Binnen enkele dagen nadat je een mestmonster naar GD hebt opgestuurd krijg je de uitkomsten van het onderzoek toegestuurd. Daarbij kun je, afhankelijk van de aangevraagde onderzoeken, de resultaten uit onderstaande tabel tegenkomen. Deze interpretatietabel kan helpen bij het maken van een keuze, om bijvoorbeeld te behandelen of niet. Ook als je een dier hebt ingestuurd voor pathologisch onderzoek en er is een verdenking van een maagdarmwormbesmetting, wordt mestonderzoek ingezet. In dat geval komen de uitslagen van het mestonderzoek bij de uitslag van het pathologisch onderzoek te staan. Ook hiervoor kun je onderstaande tabel raadplegen.
Heb je advies nodig (naar aanleiding van een uitslag)? De adviseurs en experts van GD staan altijd vrijblijvend voor je klaar bij veterinaire vragen: Onze Veekijker-dierenartsen zijn bereikbaar op werkdagen van 15.00 tot 17.00 uur via 088 20 25 555.
| Onderzoek | Resultaat | Interpretatie |
| Coccidiën (Eimeria species) |
Veel tot zeer veel |
Coccidiose is een darmaandoening die wordt veroorzaakt door verschillende Eimeria-soorten. Daarvan zijn voor schapen alleen Eimeria crandallis en Eimeria ovinoidalis pathogeen. Voor geiten is vooral Eimeria ninakohlyakimovae pathogeen. Behandeling van volwassen dieren tegen coccidiose is niet nodig. Bij lammeren is behandeling alleen nodig als lammeren drie weken tot drie maanden oud zijn én diarree hebben én de mest donkergekleurd is én er veel oöcysten per gram worden aangetoond waarvan met name bovengenoemde pathogene soorten. |
| Lintworm (Moniezia expansa) |
Aangetoond | Bijna alle lammeren met weidegang maken een lintworm-infectie door. In de meeste gevallen verdwijnt deze infectie spontaan, zonder problemen te veroorzaken. Behandeling is zelden nodig. De hoeveelheid eieren per gram hangt af van het toeval of er in het mestmonster een lintwormgeleding aanwezig was of niet. De hoeveelheid eieren per gram is geen afspiegeling van de ernst van de infectie. |
| Nematodirus (N. battus, N. spathiger, N. filicollis) |
"een aantal" | Nematodirus kan (ernstige) diarree veroorzaken bij jonge lammeren, meestal in het voorjaar maar soms ook in het najaar. Diarree wordt veroorzaakt door de larvale stadia. Als eieren in de mest worden aangetoond, zijn de grootste problemen meestal al voorbij. De lammeren hebben inmiddels weerstand opgebouwd en behandeling is dan doorgaans niet meer nodig. Bij een goed beweidingsplan is behandeling zelden nodig. |
| Strongyloides palillosus |
"een aantal" | Eieren van Strongyloides papillosus kunnen in grote aantallen aanwezig zijn in de mest, zelfs bij dieren die nog niet buiten zijn geweest. Behandeling is niet nodig. |
| Trichostrongylus/Strongylus Zogenaamde strongylus-type eieren |
Maanden juli-aug >750 eieren, overige maanden >500 eieren per gram mest |
In deze groep zitten verschillende wormsoorten die in verschillende perioden van het jaar belangrijk zijn. In grote lijnen is het advies: bij minder dan 500 eieren per gram mest is een behandeling van lammeren niet nodig; in juli en augustus is bij minder dan 750 eieren per gram een behandeling in de regel niet nodig. |
| Overige endoparasieten |
Afhankelijk van bevinding. |
|
|
Leverbot (Fasciola hepatica) |
Leverbot ≥1 | Leverbot kan vooral in najaar en winter problemen geven. Ongeveer 10 weken na een infectie verschijnen eieren in de mest. Wanneer eieren worden aangetroffen, is een koppelbehandeling nodig. |
| Longwormen | Aangetoond | De kleine longworm wordt regelmatig aangetoond en behoeft (in de meeste gevallen) geen behandeling. De grote longworm komt zelden voor maar kan voor klinische klachten zorgen en behoeft een behandeling. |
| Cryptosporidiën | Aangetoond | Cryptosporidiën kunnen diarree bij pasgeboren lammeren veroorzaken. De oorzaak ligt vaak in onvoldoende biestmanagement (snelheid verstrekken na geboorte, hoeveelheid en kwaliteit), onvoldoende hygiëne en te hoge bezettingsgraad. Voorkom uitdroging; zorg voor goede biestverstrekking en hygiëne. |
In het algemeen geldt dat de insteek van wormmanagement zou moeten zijn om de dieren zo te weiden dat behandelen niet nodig is. Als op basis van het mestonderzoek blijft dat het aantal strongylus-type eieren bij lammeren toeneemt tot boven de hier genoemde aantallen eieren per gram, dan is behandelen gewenst als tevens sprake is van klinische verschijnselen zoals diarree, verminderde voeropname of verminderde groei of bloedarmoede. Ook een duidelijke stijging van het aantal eieren per gram boven genoemde waarden is een indicatie om te behandelen. Behandelen puur op basis van de uitkomsten van mestonderzoek is bij een maagdarmworminfectie niet gewenst.