Besmettelijke /infectieuze ziekteverwekkers als oorzaak van verwerpen

Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer

Besmettelijke /infectieuze ziekteverwekkers als oorzaak van verwerpen

Bacteriën

Bacteriën waarbij verwerpen of vroeg embryonale sterfte (VES) zeer waarschijnlijk is, o.a.:

Brucella abortus  Verwerpen treedt meestal op tussen de vijf en zeven maanden dracht, maar dit kan tot negen maanden. Meer dan de helft van de dieren kan aborteren als er een besmetting met Brucella aanwezig is. De dieren blijven vaak aan de nageboorte staan. Nederland is brucellose vrij sinds 1999. Er is een wettelijke basis voor de Brucella–bewaking en -bestrijding. Denk hierbij aan het verplichte bloedonderzoek op Brucella. 
Zoönose. Aangifteplichtig (artikel 15).
 
Salmonella

Meestal sporadische abortus, maar ook abortusstormen komen voor. Abortus treedt meestal op tijdens de tweede helft van de dracht. De dieren blijven vaak aan de nageboorte staan. Ook doodgeboren en minder levensvatbare kalveren komen voor. 

Zoönose. Aangifteplichtig (artikel 100).           

Listeria  Meestal sporadische abortus, maar abortusstormen komen voor. Verwerpen treedt vooral op tijdens het laatste derde deel van de dracht. De dieren blijven meestal aan de nageboorte staan. Er s een duidelijke relatie met slecht geconserveerd kuilvoer met veel grond (hoog ruw-asgehalte).
Zoönose. Aangifteplichtig (artikel 100).
Leptospira  Abortus treedt meestal op tussen één en drie maanden na andere klinische verschijnselen. Vaak tijdens de tweede helft van de dracht. Frisse, dode vruchten of zwakke levende kalveren kunnen beide voorkomen. Het abortuspercentage blijft meestal onder de 10 procent.
Zoönose. 
Coxiella burnetti (Q-koorts of Q-fever)  Verwerpen treedt meestal in een later stadium van de dracht op. Coxiella geeft mogelijk ook doodgeboorte of slappe kalveren.
Zoönose. 
Chlamydia  Verwerpen treedt meestal op tussen zes en negen maanden dracht. Ook geboorte van zwakke en te vroeg geboren vruchten komt voor. Meestal sporadische abortus, maar soms een abortuspercentage van 10 tot wel 40 procent.
Zoönose. 
Campylobacter fetus subsp. veneralis  Dekinfectie bij gebruik van eigen stier. Verschijnselen kunnen zijn: herhaald opbreken op onregelmatige tijden ten gevolge van vroeg embryonale sterfte of abortus, vooral tussen de vierde en achtste maand van de dracht. Meestal beperkt het zich tot een sporadische abortus maar het kan oplopen tot een abortuspercentage van 10 tot 20 procent.  Aangifteplichtig (artikel 100).

Opportunistische bacteriën. Dit betreft bacteriën die in principe geen typische abortusverwekkers zijn, maar als ze de kans krijgen (verhoogde infectiedruk) kunnen ze wel abortus veroorzaken. Deze veroorzaken meestal sporadische/ incidentele vormen van abortus. Indien er sprake is van meerdere abortussen binnen een bedrijf met een(zelfde) opportunistische kiem, dan zijn onderliggende factoren mogelijk primair (verminderde weerstand door andere gezondheidsproblemen).

Trueperella pyogenes  De belangrijkste kiem bij pussige ontstekingen of abcessen bij het rund. Deze kiem leidt zelden tot abortus als een bedrijfsprobleem, meestal betreft het een sporadische abortus. Abortus treedt met name op tussen de vijf en zes maanden van de dracht. Deze bacterie wordt geregeld aangetoond in verworpen vruchten. Er is een relatie met abcessen (uit- of inwendig) en klauwproblemen.
Bacillus licheniformis
Abortus treedt meestal op tijdens de tweede helft van de dracht. Er is een duidelijke relatie met slecht geconserveerd ruwvoer. Verwerpen door Bacillus treedt vooral op tussen december en juni. Abortus treedt meestal op binnen drie à vier weken na opname van slechte kuil.
Escherichia coli
Veroorzaakt incidentele abortus in alle stadia van de dracht, maar meestal in het tweede en derde deel van de dracht.
Yersinia pseudotuberculosis Incidentele abortus mogelijk, meestal in het laatste trimester van de dracht. Aangifteplichtig (artikel 100).
Campylobacter fetus subsp. fetus  Orale opname, kan incidenteel abortus verwekken. Aangifteplichtig (artikel 100).
Campylobacter jejuni  Orale opname, meestal beperkt tot een sporadische abortus in alle stadia van de dracht, soms een abortus storm. Aangifteplichtig (artikel 100).
Ureaplasma  De betekenis als abortusverwekker is niet duidelijk. Abortus kan optreden tijdens het laatste trimester van de dracht, maar ook doodgeboorte en zwakke kalveren komen voor. De dieren blijven vaak aan de nageboorte staan. 
Mycoplasma bovis  Mycoplasma kan een enkele keer abortus veroorzaken. Van Mycoplasma is verder bekend dat hij kan koloniseren op slijmvliezen (onder andere vagina) waar deze kan persisteren zonder klinische verschijnselen te geven.
Anaplasma phagocytophilum  Abortus in alle stadia van de dracht (meest laatste twee maanden), waarschijnlijk ten gevolge van koortspiek. 
Bacillus cereus  Abortus zeven tot twaalf dagen na experimentele besmetting. 
Pasteurella, 
Mannheimia, 
Histophilus,
Staphylococcen,
Streptococcen,
Pseudomonas,
Klebsiella,
Serratia

Abortus in alle stadia van de dracht, vaak in tweede en derde deel van de dracht.

Andere besmettelijke /infectieuze ziekteverwekkers als oorzaak van verwerpen:

Niet infectieuze oorzaken van verwerpen:

Verder naar stap 7

 

Terug naar stap 6

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.

GD maakt gebruik van cookies om onze website te analyseren en de functionaliteit te verbeteren. Meer info vind je in ons cookiebeleid.