Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer
Samen werken aan diergezondheid

Ziekte van Aujeszky

Meldingsplicht

De Ziekte van Aujeszky is een meldingsplichtige ziekte ingevolge artikel 15 van de Gezondheids- en Welzijnsziekte voor Dieren. Elke klinische verdenking moet worden gemeld bij de NVWA via het Centraal meldpunt Dierziekten: (045) 546 31 88. Bij afhandeling van verdenkingen en bij de bestrijding zijn de NVWA draaiboeken uitgangspunt en zijn de dan geldende regelgeving en de instructie van NVWA leidend.

Direct naar:

Klinische verschijnselen 

  • De klinische verschijnselen van de Ziekte van Aujeszky zijn afhankelijk van de eigenschappen (kwaadaardigheid) van de virusstam, de hoeveelheid opgenomen virus en de leeftijd van het varken. De verschijnselen variëren van niet waarneembaar tot ernstig. De belangrijkste verschijnselen zijn:
  • Verschijnselen per diercategorie: 
      • Bij volwassen varkens zijn koorts, geringe ademhalingsproblemen en niet vreten opvallend
        Dragende zeugen kunnen verwerpen (tot 20 procent). Daarnaast treedt mummificatie van de vruchten op, gevolgd door een verhoogd percentage terugkomers.
        Bij beren kan een (meestal) tijdelijke onvruchtbaarheid worden geconstateerd. In tegenstelling tot bij andere diersoorten, worden bij het varken geen tot weinig jeukverschijnselen geconstateerd. 
      • Bij zuigende biggen gaat de ziekte gepaard met een snel verloop, koorts, braken, ernstige zenuwverschijnselen (trillen, krampen, verlammingen, fietsbewegingen) en een hoog sterftepercentage (tot 100 procent).
      • Bij gespeende biggen verloopt de ziekte trager. Hierbij kunnen een verminderde eetlust, geringe koorts, niezen, hoesten, neusuitvloeiing, een bemoeilijkte ademhaling, zenuwaandoeningen, geringe sterfte (5 tot 30 procent) vooral als gevolg van zenuwaandoeningen voorkomen.
      • Bij vleesvarkens zijn hoge koorts (41° C), geen voeropname, lusteloosheid en aandoeningen van het ademhalingsapparaat (hoesten, niezen, neusuitvloeiing, bemoeilijkte ademhaling) kenmerkend. Het sterftepercentage blijft meestal beperkt tot 5 procent.
  • Andere diersoorten en de mens:
    • O.a. runderen, schapen, geiten, honden, katten, nertsen, muizen en ratten kunnen na infectie ziekteverschijnselen vertonen, waarna sterfte volgt. Het meest opvallende verschijnsel bij rundvee is hevige jeuk.
    • Mensen en pluimvee zijn nauwelijks gevoelig. Er zijn een paar onvolledig bewezen ziektegevallen bij het paard beschreven.

Oorzaak

De Ziekte van Aujeszky wordt veroorzaakt door een virus. Er zijn diverse virustypen bekend die sterk kunnen verschillen in kwaadaardigheid en biologische eigenschappen. Waarschijnlijk bestaat er een omgekeerde relatie tussen de kwaadaardigheid van de stam en de hoeveelheid virusdeeltjes die nodig is om een besmetting tot stand te brengen. Hoe kwaadaardiger de virusstam, hoe minder virusdeeltjes er nodig zijn om een besmetting te veroorzaken. Het virus bevat meerdere glycoproteïnen (bouwstenen). Een bekend glycoproteïne is het gE. Dit glycoproteïne werd gebruikt om onderscheid te maken tussen het vaccinvirus en het veldvirus.
Het virus kan buiten het varken niet lang overleven. Het virus wordt geïnactiveerd door de meeste ontsmettingsmiddelen, direct zonlicht en door droogte. Het virus kan lang overleven in het varken en in varkensproducten.

Besmettingsroute

Besmettingen binnen bedrijven
Besmettingen binnen het bedrijf vinden in hoofdzaak plaats door verplaatsing van besmette varkens en door versleep van het virus aan handen, kleding, materialen en dergelijke. Ook verspreiding via de lucht is mogelijk.
Besmettingen tussen bedrijven
De meeste kans op besmetting vindt plaats door de aankoop van besmette varkens. Daarnaast kan het virus meerdere kilometers via de lucht worden verspreid en wordt het virus verspreid via transportmiddelen, mensen, voorwerpen en dergelijke.
Besmette dieren scheiden het virus uit via de ademhaling, neusslijm en speeksel, melk, geslachtsapparaat en sperma. Het virus wordt opgenomen via het ademhalingsapparaat, soms via de darmen of baarmoeder. Het virus kan lang overleven in ongekookt slachtafval. Meestal stopt de virusuitscheiding 2 tot 3 weken na de infectie, maar dit kan zeker ook langer duren. Na infectie kan het varken levenslang drager blijven van het virus. In perioden van stress kan het virus weer uitgescheiden worden.

Schade

Indien de ziekte op een bedrijf uitbreekt zal de schade bestaan uit:
  • tegenvallende technische resultaten en meer uitval van varkens;
  • het niet kunnen verkopen van gespeende biggen en vleesvarkens.
  • bij uitbraken zullen alle varkens moeten worden afgevoerd naar het slachthuis, op grond van de maatregelen die omschreven zijn in het draaiboek voor de bestrijding van de ziekte van Aujeszky.

Diagnose van de Ziekte van Aujeszky

De diagnose van de Ziekte van Aujeszky wordt gesteld door middel van het aantonen van het virus of van afweerstoffen tegen het virus.

Risicofactoren voor de Ziekte van Aujeszky

De besmetting kan worden overgebracht via besmette varkens inclusief wilde zwijnen, via “besmette” transportmiddelen, materialen, instrumenten, kleding en via de lucht.

Besmette dieren

Alleen besmette varkens (inclusief wilde zwijnen) kunnen het virus overbrengen. Andere diersoorten die zich met het virus hebben besmet, scheiden het virus niet uit. Een genezen varken kan jarenlang drager van het virus blijven, in bepaalde zenuwcellen. In hoeverre en onder welke omstandigheden het virus opnieuw uitgescheiden kan worden, is niet bekend. Alleen varkens, inclusief wilde zwijnen, kunnen de infectie overdragen.

Terug naar het begin van dit artikel

Aanpak van de Ziekte van Aujeszky

​De ziekte van Aujeszky wordt veroorzaakt door een virus, waartegen geen medicijnen bestaan. In geval van een uitbraak kan een nood-vaccinatie wel leiden tot versneld herstel van de infectie, en tot vermindering van de uitval, maar het virus zal daardoor niet van het bedrijf verdwijnen. De aanpak van de ziekte richt zich dan ook op het voorkomen van de besmetting.   Wereldwijd is de Ziekte van Aujeszky een zeer belangrijke varkensziekte. De ziekte veroorzaakt ernstige problemen. In de EU zijn verschillende lidstaten vrij en hebben alle niet-vrije landen een bestrijdingsprogramma. Het verschil in statussen levert binnen Europa handelsbelemmeringen op. Nederland is officieel vrij van de ziekte van Aujeszky (artikel 10 status). Het PVV heeft in een verordening verplicht gesteld dat er een bewaking door middel van bloedonderzoek op alle varkensbedrijven moet plaatsvinden; meer hierover kunt u lezen leest onder "Bewaking van de Ziekte van Aujeszky". 

Meldplicht

De Ziekte van Aujeszky is meldingsplichtig op basis van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren (GWWD). Deze meldingsplicht geldt in geval van klinische verschijnselen voor de varkenshouder en de dierenarts. De melding dient te geschieden bij de meldkamer van de NVWA , telefoonnummer: (045) 546 31 88. De NVWA beschikt over een draaiboek en heeft de primaire verantwoordelijkheid voor de aanpak van de uitbraak.

De bestrijding van de ziekte

De bestrijding van de ziekte is wettelijk geregeld. Bij de bestrijding van een uitbraak van de ziekte van Aujeszky wordt het doden en vernietigen van varkens niet als bestrijdingsmaatregel toegepast. Door middel van isoleren en vaccineren wordt de uitbraak onder controle gebracht. Daarna worden de Aujeszky-positieve varkens (vervroegd) geslacht. Rondom het bedrijf wordt een vaccinatiegebied ingesteld met een straal van 10 km. Zolang het vaccinatiegebied is ingesteld is er een verbod op verplaatsingen van varkens van varkensbedrijven van buiten het gebied naar varkensbedrijven binnen het gebied en andersom.

Bewaking van de Ziekte van Aujeszky

Elke 4 maanden moet bloed onderzoek plaatsvinden, de gebruikte test is de gB-ELISA. Hieronder staat weergegeven hoeveel monsters er nodig zijn.
B-, D- en F-bedrijven:
  • 31 of meer varkens: 3 monsters per trimester
  • 30 of minder varkens: geen onderzoek benodigd voor de ziekte van Aujeszky
A-, C- en E-bedrijven:
  • 31 of meer varkens: 12 monsters per maand
  • 11 tot en met 30 varkens: 9 monsters  per maand
  • 7 tot en met 10 varkens: 7 monsters per maand
  • 1 tot en met 6 varkens: maandelijks alle varkens te onderzoeken

Positieve bloedmonsters

Aujeszky bloedmonsters die positief zijn, worden voor confirmatie-onderzoek naar het CVI te Lelystad. Is de confirmatietest ook positief, dan gaat de bestrijdingsfase in.

Terug naar het begin van dit artikel

De rol van GD bij de Ziekte van Aujeszky

Op elk Nederlands varkensbedrijf wordt bloedonderzoek uitgevoerd op afweerstoffen tegen Ziekte van Aujeszky. Dit bloedonderzoek gebeurt op basis van een verordening van het PVV (Verordening bestrijding Ziekte van Aujeszky). Een deel van de monsters wordt door GD onderzocht. Als er bloedmonsters van varkensbedrijven niet negatief blijken te zijn wordt door GD op het varkensbedrijf extra bloedonderzoek gedaan, in samenwerking met de bedrijfsdierenarts. 

Toelichting bij het bloedonderzoek voor de ziekte van Aujeszky:
Er dient onderzoek met de gB-ELISA plaats te vinden. Hieronder staat weergegeven hoeveel monsters er nodig zijn. 

Tabel 1:
Minimaal benodigde bloedmonsters voor ZvA
Aantal aanwezige varkens*​ ​Benodigde bloedmonsters
0 t/m 30​ ​0
​Meer dan 30 ​3
 
 * Totaal van zeugen, beren, opfokvarkens en vleesvarkens

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.