Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer
Samen werken aan diergezondheid

Q-fever

De door de bacterie Coxiella burnetii veroorzaakte aandoening wordt Q-fever (Q-koorts) of Australische tekenbeetkoorts genoemd. Het is een tot nu toe lang niet volledig begrepen aandoening. Runderen, schapen en geiten zijn het belangrijkste reservoir van C. burnetii. De aandoening verloopt bij dieren meestal symptoomloos, maar kan vooral bij schapen en geiten abortus veroorzaken. Uitscheiding van de kiem vindt onder ander plaats met de nageboorte, het vruchtwater en via de melk. Coxiella burnetii kan goed overleven buiten het dier. De kiem blijft na indrogen besmettelijk en kan zo bijvoorbeeld via inademen infecties veroorzaken. Ook teken kunnen een rol spelen bij de overdracht van Q-fever maar het belang van deze infectieroute is in Nederland van belang. 
GD heeft in 2005 voor het eerst C. burnetii gevonden als oorzaak van abortus bij geiten. Voor zover bekend was dit de eerste keer dat deze diagnose bij geiten in ons land werd gesteld. In 2005 werd een tweede geval gevonden en in de jaren daarna ging het achtereenvolgens om zes melkgeitenbedrijven en één melkschapenbedrijf in 2006, zeven melkgeitenbedrijven in 2007 en één melkschapenbedrijf en zeven melkgeitenbedrijven op acht UBN’s in 2008. In 2009 werd de diagnose op vijf melkgeitenbedrijven voor de eerste keer gesteld en op één melkgeitenbedrijf dat ook in 2006 een abortusuitbraak als gevolg van een infectie met C. burnetii had meegemaakt. Q-fever is een zoönose. Een infectie kan bij de mens symptoomloos verlopen maar kan ook gepaard gaan met griepachtige verschijnselen. Soms worden ernstiger verschijnselen waargenomen, zoals longontsteking, leverontsteking en endocarditis (ontsteking van de binnenbekleding van het hart) waarbij voornamelijk de hartkleppen zijn aangedaan. Tussen 2007 en 2010 heeft zich in Nederland een grote humane uitbraak van Q-fever voorgedaan met meer dan vierduizend geregistreerde patiënten. Melkgeiten zijn hierbij de belangrijkste oorzaak van de besmetting geweest.

Een toegenomen aantal abortusgevallen bij kleine herkauwers is meldingsplichtig (www.NVWA.nl).

Terug naar het begin van dit artikel

Diagnose van Q-fever

De diagnose kan worden gesteld bij pathologisch onderzoek van verworpen vrucht én nageboorte. Op basis van serologisch onderzoek kunnen afweerstoffen tegen Coxiella burnetii worden aangetoond. Het erfelijk materiaal van de bacterie kan in verschillende secreta (o.a. melk, mest, vruchtwater, vaginaal swabs) worden aangetoond door middel van PCR. Aangezien C. burnetii een ubiquitaire kiem is zal men bedacht moeten zijn op mogelijke contaminatie. Coxiella burnetii is een moeilijk kweekbare bacterie. Daarnaast is kweken van de kiem, vanwege het zoönotische karakter van de kiem, alleen toegestaan in een laboratorium dat voldoet aan speciale veiligheidsvoorwaarden (BSL-3).

Risicofactoren voor Q-fever

De epidemiologie van

C. burnetii

is niet geheel opgehelderd. Infectie treedt meestal op door inhalatie van de bacterie. Aanvoer van besmette dieren kan tot een verspreiding van de infectie in een vrij koppel leiden.

Wanneer er sprake is van een toegenomen aantal abortusgevallen bij kleine herkauwers ten gevolge van C. burnetii zal de afhandeling volgens het protocol van de NVWA geschieden.

Terug naar het begin van dit artikel

Aanpak van Q-fever

Behandeling

Hoewel C. burnetii gevoelig is voor tetracycline is een behandeling daarmee, voor zover bekend, niet in staat verliezen of uitscheiding van de verwekker te verhinderen.

Preventie

Er is sinds eind 2008 een vaccin tegen Q-fever in Nederland beschikbaar voor schapen en geiten. Uit onderzoek is gebleken dat het beschikbare fase 1 vaccin (Coxevac®, CEVA) effectief is. Het doel van vaccinatie is het aantal abortussen te verminderen alsook de uitscheiding van de bacterie terug te dringen. Door de verminderde uitscheiding zal de besmettingsdruk in de omgeving verminderen, waardoor de blootstelling voor de mens vermindert. Sinds de start van de verplichte vaccinatiecampagne tegen Q-fever op alle melkgeiten- en melkschapenbedrijven in Nederland in 2010 is abortus ten gevolge van een infectie met C. burnetii niet meer aangetoond. Vanaf eind 2009 vindt monitoring plaats van alle melkgeiten- en melkschapenbedrijven; minimaal elke maand wordt een tankmelkmonster op Q-fever onderzocht. Het aantal besmette bedrijven is geleidelijk teruggelopen en sinds juni 2016 zijn alle melkschapen- en melkgeitenbedrijven weer officieel Q-fever vrij.

De Q-fever uitbraak in Nederland (2007-2010) is gestopt door een combinatie van maatregelen zoals bijvoorbeeld vaccinatie van kleine herkauwers, ruimen van drachtige schapen en geiten op besmette melkleverende bedrijven, maatregelen met betrekking tot de mest, algemene hygiëne, in combinatie met een toename in de seroprevalentie van mensen.

Links:
Voor vragen over Q-fever kunt u GD bereiken via 0900-1770, keuzenummer 3.

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.