Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer
Samen werken aan diergezondheid

Paratuberculose

Paratuberculose of paratbc is een besmettelijke ziekte die wordt veroorzaakt door de bacterie Mycobacterium avium subsp. paratuberculosis; na een infectie ontstaat bij runderen een ongeneeslijke darmontsteking. De aandoening komt vooral voor bij herkauwers. In Nederland wordt de ziekte regelmatig gezien bij runderen en geiten. Veel rundveebedrijven zijn besmet, terwijl het niet wordt opgemerkt. Dit komt, omdat slechts een beperkt deel van de besmette dieren ziekteverschijnselen vertoont, die bovendien niet erg duidelijk zijn. De kern van de bestrijding is het voorkomen van nieuwe infecties.

Direct naar:

Verschijnselen

Runderen die besmet zijn met paratuberculose (paratbc) ontwikkelen een ongeneeslijke darminfectie. Dit gaat heel langzaam, waardoor pas op een leeftijd van drie tot zes jaar ziekteverschijnselen zijn te zien. Dit zijn achtereenvolgens:

  • daling van de melkgift met tien tot twintig procent;
  • afnemende conditie, ondanks een goede eetlust;
  • te laag geboortegewicht van de kalveren;
  • uiteindelijk aanhoudende diarree, waarbij vaak gasbelletjes zichtbaar zijn en een verdere daling van de melkproductie;
  • sterfte.

Opvallend is dat er bij paratbc geen koorts optreedt. Doordat de verschijnselen ook bij andere ziekten voorkomen, blijft paratbc vaak lang onopgemerkt.

Oorzaak

Paratbc wordt door de bacterie Mycobacterium avium subsp. paratuberculosis veroorzaakt. Deze bacterie behoort tot de groep van tuberculose-bacteriën. Deze bacteriën hebben een zeer lange incubatietijd, dit is de tijd tussen besmetting en de eerste ziekteverschijnselen. Voor paratbc varieert de incubatietijd van anderhalf tot meer dan tien jaar. De paratbc-bacterie heeft een stevige waslaag, waardoor deze meer dan een jaar buiten het dier kan overleven in bijvoorbeeld kuilgras, mest, water en grond. Onder invloed van UV-straling, zoals bijvoorbeeld zonlicht, gaat de bacterie snel dood.

Besmettingsroute

Besmette runderen scheiden de bacterie vooral uit via de mest en daarnaast via melk en biest. Infectie vindt plaats via de bek, door opname van met de bacterie besmette mestdeeltjes, biest, melk, voer en drinkwater. Het ongeboren kalf kan ook via de baarmoeder worden besmet. Kalveren zijn vooral het eerste levensjaar gevoelig voor een besmetting. Hoe jonger, des te gevoeliger. Runderen vanaf een jaar zijn duidelijk minder gevoelig. Wanneer ze de paratbc-bacterie opnemen, worden ze niet ziek en zullen ze geen besmetting overbrengen. Een besmette koe kan vanaf tweejarige leeftijd de paratbc-bacterie verspreiden. Aangezien het nooit zeker is dat een koe vrij is van paratbc, kan in principe elk rund ouder dan twee jaar de ziekte overdragen. Van geiten is bekend dat ze de ziekte op runderen kunnen overdragen. Veel geiten zijn besmet met paratbc.

Schade

Besmette runderen ontwikkelen een ongeneeslijke darminfectie. Hierdoor produceren ze minder melk en gaan ze in conditie achteruit. Omdat paratbc niet is te genezen, zullen deze runderen vroegtijdig worden afgevoerd en minder opbrengen bij afvoer. In de tussentijd zijn er de nodige kosten voor diergeneeskundige behandeling geweest. Een rund met ernstige verschijnselen van paratbc vormt het spreekwoordelijke 'topje van de ijsberg'. Meestal zijn er op het betreffende bedrijf (veel) meer runderen besmet.

 

Gevolgen voor de mens

Bij mensen is een ziekte bekend die sterk lijkt op paratuberculose: de ziekte van Crohn. Bij sommige patienten met de ziekten van Crohn worden ook paratuberculose bacteriën aangetoond. Het is niet bekend of deze paratuberculosebacteriën een rol spelen bij het ontstaan van de ziekte van Crohn.

Kijk hier voor meer informatie over zoönosen.

Terug naar het begin van dit artikel

Diagnose van paratuberculose


De GD zet verschillende laboratoriumtesten in om de aanwezigheid van paratbc-infectie aan te tonen. De testen tonen afweerstoffen tegen paratbc-bacteriën in melk of bloed aan of de paratbc-bacteriën in de mest. Bij een geïnfecteerd rund duurt het enkele maanden tot vele jaren na de besmetting voordat paratuberculose-bacteriën of afweerstoffen tegen paratuberculose kunnen worden aangetoond. Een gunstige uitslag bij onderzoek van een rund betekent daarom niet dat het rund niet-geïnfecteerd kan zijn. Onderzoek van het koppel levert wel een betrouwbaar beeld van de situatie op het bedrijf: als daarbij uitsluitend gunstige uitslagen worden verkregen is het onwaarschijnlijk dat het bedrijf zwaar is besmet.

Testmethoden

Met de paratbc-ELISA kunnen afweerstoffen tegen paratbc-bacteriën in melk en bloed worden aangetoond. Paratbc-bacteriën in de mest kunnen worden opgespoord met een PCR-test of met de Ziehl Neelsen-methode. 

 

ELISA-onderzoek voor inzicht in paratbc-situatie

Om inzicht te krijgen in de besmetting op een bedrijf wordt de paratbc-ELISA ingezet. Dit kan met behulp van individueel melk- of bloedonderzoek. Voor het koppelbloedonderzoek worden alle runderen van 3 jaar en ouder onderzocht. Melkonderzoek vindt plaats bij alle melkgevende runderen (mits tenminste dertig procent van de veestapel melkgevend is). De uitslag geeft een goede indruk van de paratbc-situatie op een bedrijf en vormt dan ook de basis voor het bepalen van de status bij het GD Programma Paratuberculose. Met behulp van de uitslag van het onderzoek kan een plan van aanpak worden opgesteld om problemen met de ziekte in de toekomst te voorkomen.


Mogelijke uitslagen en vervolgacties

Vervolgonderzoek op een besmet bedrijf

Voor een effectieve aanpak is het zo goed mogelijk voorkomen van infecties bij de kalveren absoluut de basis. Op de zwaarder besmette bedrijven kan dit ondersteund worden door de runderen op te sporen die de paratbc-bacterie uitscheiden met de mest. Hiervoor dient mest van alle runderen van 2 jaar en ouder te worden onderzocht. Met een PCR-test in mest kan een infectie meestal eerder worden opgespoord dan met bloed- en mestonderzoek.

Door runderen met paratbc-bacteriën in de mest af te voeren voor de slacht, zal de infectiedruk op het bedrijf dalen waardoor het optreden van nieuwe infecties beter beperkt kan worden. Als er van deze dieren kalveren (jonger dan een jaar) aanwezig zijn, dan is het verstandig deze kalveren niet te bestemmen voor de fokkerij. Zij zullen de ziekte hoogstwaarschijnlijk verder ontwikkelen en overdragen. Het advies is nakomelingen van jonger dan een jaar af te voeren naar de slacht.
Het mestonderzoek kan het beste elke twee jaar worden herhaald tot er bij geen enkel rund paratbc-bacteriën worden gevonden.

 

Onderzoek van rund met verschijnselen van paratbc

Runderen met een tegenvallende melkproductie, die vermageren en diarree hebben (aanhoudend dan wel terugkerend) zijn verdacht van paratbc. Neem geen risico en ga na of het daadwerkelijk om paratbc gaat. We adviseren het betreffende rund aan bloed en/of mestonderzoek te onderwerpen. Worden er afweerstoffen in het bloed aangetoond of paratbc-bacteriën in de mest, dan is het verstandig het dier direct af te voeren voor de dood. Ook adviseert de GD om nakomelingen van deze koe, jonger dan een jaar die nog op het bedrijf aanwezig zijn, af te mesten. 

 

Onderzoek bij aankoop van runderen

Een gunstige uitslag van eenmalig onderzoek bij een individueel rund geeft geen zekerheid over de afwezigheid van een paratbc-besmetting. Een ongunstige uitslag daarentegen is zeker een reden om het betreffende dier niet toe te voegen aan het koppel. Het beste is om runderen te kopen van bedrijven met een zo hoog mogelijke paratbc-status, dus status A of onverdachtstatus 6 tot en met 10, waarbij status 10 de hoogste garantie biedt op de afwezigheid van paratbc.

De paratbc-status staat afgedrukt op de 'Eigen verklaring', die bij de verkoop van een rund moet worden meegegeven.

Terug naar het begin van dit artikel

Risicofactoren voor paratuberculose


Om een besmetting met paratbc te voorkomen is het belangrijk maatregelen te nemen tegen insleep en verspreiding van de bacterie binnen het bedrijf. Opfok van het jongvee en beperking van de aanvoer van dieren en mest vormen daarbij de belangrijkste aandachtspunten. Maatregelen die insleep en verspreiding van paratuberculose voorkomen, beperken ook het risico van andere mest-overdraagbare aandoeningen, zoals salmonella.

Bedrijfsvoering

Met name in het eerste levensjaar is een rund gevoelig voor een infectie met paratbc. Het accent van de preventie ligt dan ook op deze periode. Het invoeren van alle maatregelen tegelijk blijkt in de praktijk meestal niet haalbaar. Een stapsgewijze aanpak is een praktische wijze om een hygiënische jongvee-opfok te realiseren.

Stap 1: maatregelen rond afkalven
Stap 2: maatregelen gedurende de biest- en melkperiode
Stap 3: maatregelen na het spenen

Door deze maatregelen toe te passen, wordt de infectiecyclus doorbroken.

Een samenvatting van de maatregelen per stap:

Stap 1: Afkalven

  • Zorg voor een schone koe in een (van andere koeien) afgescheiden en schone afkalfstal. Een kalf kan namelijk al worden besmet door opname van een kleine hoeveelheid mest.
  • Vang het kalf schoon op en haal het direct na de geboorte bij de koe weg. Dit voorkomt dat het kalf zich kan besmetten door de opname van mestdeeltjes tijdens het zogen.

Stap 2: Kalveropfok tot spenen

  • Geef het kalf alleen biest van de eigen moeder en na de biestperiode uitsluitend kunstmelk.
  • Huisvest de fokkalveren minimaal de eerste drie weken in een eenlingbox in een jongveestal of kalverhut/-iglo, die is afgezonderd van het oudere (melk)vee.
  • Laat geen geiten toe bij het jongvee. Geiten zijn vaak besmet met paratbc en kunnen de besmetting overdragen op rundvee (met name kalveren).

Stap 3: Kalveropfok na spenen

  • Huisvest de fokkalveren tot een leeftijd van 12 maanden apart van de runderen van twee jaar en ouder. Hoewel de weerstand tegen paratbc na het spenen van de kalveren sterk toeneemt, blijven preventieve maatregelen nodig.
  • Voorkom dat mest van de oudere dieren in de jongveestal terechtkomt (via voer, kleding, gereedschap). Werk van jong naar oud en gebruik aparte kleding en gereedschap voor deze twee leeftijdsgroepen.
  • Voorkom verontreiniging van het drinkwater van jongvee met mest van ouder vee (gescheiden drinkwatercircuit, geen oppervlaktewater).
  • Houd de kalveren het eerste jaar binnen en geef ze goed gewonnen en niet met mest verontreinigd ruwvoer (mais, hooi of gedroogd gras). Weidepercelen en kuilgras kunnen door beweiding en bemesting besmet zijn met paratbc.

Aanvoer van dieren en mest

Het grootste risico van insleep van paratbc en andere infecties vormt de aanvoer van runderen van een ander bedrijf. Aan het rund is niet te zien dat het is besmet met paratbc. Geen dieren aankopen is dan ook de beste manier om ziekte-insleep te voorkomen. Als runderen worden aangekocht, vraag dan naar de gezondheidsstatus van het bedrijf van herkomst en controleer of die status overeenkomt met de 'Eigen verklaring' die bij het dier moet worden meegegeven. Met de volgende maatregelen kan het risico van insleep worden beperkt:

  • Koop runderen van een bedrijf met dezelfde of een hogere gezondheidsstatus (advies: minimaal paratbc-onverdachtstatus 7).
  • Schakel een transportbedrijf in dat de hygiëneregels goed naleeft (erkend transporteur).Nog veiliger is het om zelf het gekochte rund op te halen in een schone trailer.
  • Voorkom contact met ander vee (buurbedrijven, uitscharen, manifestaties).

Ziektekiemen kunnen het bedrijf ook binnenkomen via landbouwwerktuigen, mestinjecteurs, veevervoermiddelen en gebruiksvoorwerpen (verlosmateriaal, klauwbekapmateriaal, etc). Ook beroepsmatige bezoekers en de meegebrachte apparatuur vormen een risico. Zorg voor een omkleedruimte, bedrijfskleding en schoeisel. Voer bij voorkeur geen mest aan van andere bedrijven. Wilt u toch mest aanvoeren, wendt het dan alleen aan op bouwland, zodat eventuele paratbc- of salmonella-bacteriën niet op de weidepercelen en in het kuilvoer terecht kunnen komen.

Terug naar het begin van dit artikel

Aanpak van paratuberculose


De aanpak van paratuberculose kan worden verdeeld in 'niets doen', het uitsluitend toepassen van preventieve maatregelen en het nemen van maatregelen in combinatie met onderzoek.

Uitsluitend preventie

Bij de bestrijding van paratbc is het voorkomen van (nieuwe) besmettingen van groot belang. Aangezien het eerste levensjaar van een rund de gevoeligste periode is voor een paratbc-infectie, ligt daar het accent van de preventie. De preventie richt zich op het doorbreken van de infectiecyclus door de kalveren op te laten groeien in een paratbc-vrije omgeving. Aan de hand van de risicofactoren kan de preventie worden ingedeeld in drie stappen: maatregelen rond afkalven, maatregelen gedurende de biest- en melkperiode en maatregelen na het spenen. 

 

Combinatie preventie en onderzoek

Op besmette bedrijven bestaat de meest effectieve aanpak van paratbc uit de combinatie van het voorkomen van nieuwe besmettingen en het opsporen en afvoeren van besmette runderen. Veehouders die inzicht willen krijgen in de paratbc-situatie op hun bedrijf, kunnen deelnemen aan het GD Programma Paratuberculose. Dit programma is is gebaseerd op individueel melk- of bloedonderzoek op afweerstoffen tegen paratbc, afvoer van besmette runderen en controle van aangevoerde dieren. Het programma begint met het vaststellen van de paratbc-status op basis van individueel melk- of bloedonderzoek. Dit is tevens een goede indicator voor maatregelen die de veehouder in zijn bedrijfsvoering kan nemen om verspreiding te voorkomen. Vervolgens wordt met periodiek bewakingsonderzoek de status en daarmee de paratbc-situatie van het bedrijf bewaakt. Meer over dit programma leest u bij 'Het GD Programma Paratuberculose'. Niets doen op een bedrijf dat paratbc-besmette runderen heeft, zal de ziekte zich uitbreiden als er geen maatregelen worden genomen. Dit leidt uiteindelijk tot aanzienlijke schade. Een bedrijf dat geen besmette runderen heeft en geen preventieve maatregelen neemt loopt het risico de bacterie in te slepen. Vervolgens zal paratbc zich gaan verspreiden binnen het bedrijf en op termijn veel schade aanrichten. Economische afweging uit berekeningen van Wageningen UR blijkt dat de gemiddelde schade door paratbc in Nederland per bedrijf (met 50 melkkoeien) ongeveer 770 euro bedraagt. De schade door paratbc bestaat uit derving van melkopbrengst, derving door voortijdige afvoer, kosten behandeling zieke dieren en verlies van slachtwaarde. Op bedrijven met klinisch zieke dieren wordt de schade geschat op 908 euro per klinisch ziek dier.

Terug naar het begin van dit artikel

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.