Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer
Samen werken aan diergezondheid

Caprine arthritis encefalitis (CAE)

Caprine arthritis encefalitis (CAE) is een persisterende virusinfectie bij geiten. Het CAE-virus is zeer nauw verwant aan het zwoegerziektevirus bij het schaap. Na een infectie blijft het virus lange tijd latent in het dier aanwezig. Het duurt in de regel maanden tot soms jaren voordat een geïnfecteerde geit antistoffen tegen het CAE-virus aanmaakt. Ziekteverschijnselen worden nog weer later gezien.

Direct naar:

Verschijnselen

De aandoening wordt gekenmerkt door een langzaam voortschrijdende vermagering en door sterfte. Dieren krijgen een dorre vacht. Daarnaast komen meestal ook verschijnselen voor aan:

Gewrichten

Er kunnen verschijnselen optreden van gewrichtsontsteking (arthritis). Dit kunnen alle gewrichten of peesschedes van de geit zijn. Het meest opvallend zijn vaak de veranderingen aan de knie ('big knee'). Maar ook de hakken kunnen dik en overvuld raken. Dergelijke geiten gaan steeds moeilijker en strammer lopen.

Centraal zenuwstelsel

CAE kan ook de hersenen aantasten (encefalitis). Dit is met name opvallend bij jonge geiten tot de leeftijd van één jaar. Bij jonge dieren kan een voortschrijdende verlamming van de achterhand ontstaan. Deze verlamming kan ondanks goede zorg steeds erger worden en uiteindelijk tot de dood leiden.

Uier

De uier kan ook worden aangetast door het virus. De uier wordt echter niet dik of warm en er zijn ook geen veranderingen aan de melk te zien. Het uierweefsel droogt als het ware op, verhardt en de melkproductie loopt terug. Dit is een onherstelbaar proces. In het eindstadium van een infectie met CAE zetten de geiten zichzelf helemaal droog.

Longen

Klinische verschijnselen aan de longen worden zelden waargenomen. Meestal beperken deze zich tot een versnelde ademhaling na het opjagen van de dieren.

Of alle geïnfecteerde dieren uiteindelijk ziekteverschijnselen vertonen is niet duidelijk. Mogelijk treden bij deze langzaam verlopende virusinfectie de verschijnselen bij een gedeelte van de dieren pas zo laat op, dat deze dieren al van ouderdom zijn gestorven.

Terug naar het begin van dit artikel

Diagnose van CAE

De waarschijnlijkheidsdiagnose wordt gesteld op de klinische verschijnselen. Door middel van pathologisch onderzoek van gestorven dieren kan de diagnose worden bevestigd (klik hier voor het inzendformulier). 

Door middel van bloedonderzoek op het voorkomen van afweerstoffen kan een infectie worden aangetoond (klik hier voor het inzendformulier).

Via gerichte managementmaatregelen kan besmetting met en verspreiding van het CAE-virus worden tegengegaan. Sommige maatregelen beperken niet alleen het risico van CAE maar ook van andere dierziekten.

Terug naar het begin van dit artikel

Risicofactoren van CAE

Het CAE-virus bij de geit en het zwoegerziektevirus bij het schaap zijn zeer nauw aan elkaar verwant. Dat betekent dat geiten ook geïnfecteerd kunnen worden door schapen en vice versa.

Bedrijfsvoering

Uit onderzoek is gebleken dat de belangrijkste oorzaak van een besmetting van een koppel geiten het gevolg is van contact met niet CAE-vrije geiten. Vaak betreft dit het in- en uitbreken van dieren. Het virus kan echter ook, zonder dat er sprake is van direct diercontact, over korte afstand via de uitademingslucht van besmette geiten worden overgedragen op andere geiten. Let er dus op dat de afrastering goed in orde is en zorg ervoor dat de afstand tot andere koppels geiten altijd minimaal 3 meter bedraagt.

Aanvoer dieren

De GD heeft een programma voor geiten waarmee bedrijven CAE-vrij gecertificeerd kunnen worden. Voer dus alleen CAE-vrij gecertificeerde geiten aan en als u schapen aanvoert let erop dat deze zwoegerziektevrij gecertificeerd zijn. Aangezien de dieren besmet kunnen worden tijdens transport is het daarnaast van groot belang dat geiten en uiteraard ook schapen worden vervoerd in een vooraf goed gereinigde en gedesinfecteerde (aanhang)wagen.

Melk/biest

Overdracht van het CAE-virus via melk/biest is een belangrijke infectieroute. Het voeren van biest van niet CAE-vrij gecertificeerde geiten  kan er dus de oorzaak van zijn dat het CAE-virus wordt geïntroduceerd op een bedrijf. Voer dus alleen biest van geiten van het eigen bij voorkeur CAE-vrij gecertificeerd bedrijf of gebruik een geitenbiestvervanger

Keuringen

Het tijdelijk bijeenbrengen van geiten bijvoorbeeld voor keuringen vormt een risico met betrekking tot het in contact komen met geiten die CAE-besmet zijn. Vergewis u er tevoren van dat als u met door de GD CAE-vrij gecertificeerde geiten naar een keuring gaat dat deze keuring alleen toegankelijk is voor door de GD CAE-vrij gecertificeerde geiten. Als er tevens schapen toegelaten worden moeten deze zwoegerziekte-vrij gecertificeerd zijn.

De mens

De mens kan zelf door contact met besmette dieren en vervolgens een vrij koppel te bezoeken, dit koppel infecteren. Het kan heel goed mogelijk zijn dat geiten besmet zijn zonder dat het duidelijk zichtbaar is. Dus hygiëne telt, altijd!

Terug naar het begin van dit artikel

Aanpak van CAE

Een behandeling tegen CAE is niet mogelijk. Geiten met klinische verschijnselen sterven in de regel binnen een paar maanden. Preventie in de vorm van vaccineren is niet mogelijk.

Er kan op een aantal manieren met CAE worden omgegaan:

Niets doen

Koppels waarin CAE niet wordt aangepakt zullen worden geconfronteerd met de nadelige gevolgen van een besmetting. Afhankelijk van de omstandigheden zullen de klinische verschijnselen meer of minder ernstig zijn.

Afvoer besmette dieren/koppel

Indien de diagnose bevestigd is, kunt u als geitenhouder verschillende beslissingen nemen. U kunt kiezen voor:

  • De afvoer van besmette geiten na bloedonderzoek van het gehele koppel. Dit onderzoek zal in het algemeen meerdere keren uitgevoerd moeten worden om alle besmette dieren op te sporen. Deze aanpak levert niet altijd het gewenste resultaat op, aangezien positieve geiten altijd later dan gewenst worden opgespoord en de infectie zich hierdoor kan blijven verspreiden.
  • Moederloze opfok. Alle aan te houden lammeren dienen direct (!) na de geboorte bij hun moeder te worden weggehaald en vervolgens zonder enig indirect of direct contact moederloos te worden opgefokt, zonder dat zij biest of melk krijgen van niet CAE-vrije geiten. Deze aanpak vereist veel inzet van de houder. Hij/Zij zal zich bewust moeten zijn van de risico’s en hiernaar handelen.
  • De afvoer van het gehele koppel en deze vervangen door een CAE-vrij gecertificeerde koppel geiten. Dit is verreweg de eenvoudigste manier om als bedrijf CAE-vrij te worden.
    Indien u ook schapen houdt, is het raadzaam deze dieren te laten onderzoeken op zwoegerziekte. Besmette dieren dient u af te voeren om besmetting van de schapen te voorkomen.

GD CAE-scan

Om een eerste goede indruk te krijgen van uw CAE situatie is de GD CAE-scan de oplossing. Inzicht en gerichte acties leiden tot het terugdringen van de schade. Bloedonderzoek wijst uit of uw geiten mogelijk besmet zijn met het virus. Voor dit onderzoek neemt uw dierenarts een beperkt aantal bloedmonsters en stuurt ze naar GD. Naar aanleiding van uw uitslag kunt u contact opnemen met uw dierenarts of met de GD geitendeskundigen.

Certificering

De GD heeft een programma ontwikkeld waarmee koppels geiten CAE-vrij gecertificeerd kunnen worden. Lees meer over de GD CAE certificering.

Voor vragen of een afspraak over de aanpak van zwoegerziekte op uw bedrijf kunt de GD bereiken via 0900-1770, keuzenummer 3.

Terug naar het begin van dit artikel

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.