"Paardengezondheid volop in beweging"

Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer

Diersoorten

"Paardengezondheid volop in beweging"

15-4-2015: 

Klinische Avonden Paard bij de GD

“Paardengezondheid volop in beweging”

Wat zijn aandachtspunten bij de diagnostiek van infectieuze aandoeningen? Hoeveel voedingsstoffen hebben sportpaarden nodig? Wat zijn de huidige opvattingen over bedrijfsmatige parasietenbestrijding bij paarden? Deze drie vragen staan centraal tijdens de negende Klinische Avonden Paard, georganiseerd door Virbac, Pavo en de GD. “Welkom in het walhalla van de diergezondheid”, zo begint Julius Peters (voorzitter Groep Geneeskunde van het Paard) zijn inleiding op 3 maart bij de GD in Deventer.

In de zaal zitten ongeveer 75 paardendierenartsen, ieder van hen houdt een stemkastje vast. “We gaan er een interactieve bijeenkomst van maken, want met de stemkastjes kunnen jullie tijdens de presentaties, live vanuit de zaal, vragen beantwoorden”, legt Peters uit. “De gegeven antwoorden verschijnen dan direct op het scherm.” Ook vertelt hij over drie actuele diergezondheidsprojecten: monitoring van West Nile Virus en infectieuze anemie, de helpdesk voor paardendierenartsenen het landelijke gezondheidsoverleg. “De paardengezondheid is volop in beweging, we zijn onze kennis en kunde goed aan het vermarkten.”

Diagnostiek

Kees van Maanen, GD-specialist veterinaire microbiologie trapt af met een lezing over aandachtspunten en valkuilen bij de diagnostiek van infectieziekten. Het publiek kan de stemkastjes direct in gebruik nemen, want Van Maanen begint met een aantal vragen over het interpreteren van testresultaten. Die vragen blijken best lastig te zijn. Eén van de testen die hij bespreekt, is de ‘realtime PCR’. Ongeveer 65 procent van de aanwezigen kent de definitie van deze test: ‘een gevoelige methode, waarbij je erfelijk materiaal van een ziektekiem vermenigvuldigt en dit proces gelijk zichtbaar maakt op een computerscherm’. Met een aantal grafiekjes laat hij zien hoe de test werkt: “Je ziet hoe het DNA in korte tijd vermeerdert, dus hoeveel cycli nodig zijn voor een positieve testuitslag. Dankzij deze gevoelige techniek kunnen we ziekteverwekkers tegenwoordig veel sneller opsporen.”

Vervolgens presenteert hij een aantal casussen, onder andere over luchtwegaandoeningen. “Welke informatie uit de casusomschrijving is het meest bruikbaar, wat is de waarschijnlijkheidsdiagnose, welke testmethode is het meest geschikt en welke dieren zou u bemonsteren?” Met dit soort vragen wordt de zaal flink aan het denken gezet. Ook bespreekt hij de achtergrond van testkarakteristieken, zoals testontwikkeling, betrouwbaarheid en nauwkeurigheid.Daarbij vertelt hij dat er ook een belangrijke rol is weggelegd voor de dierenartsen. “De uitslag van de GD hangt niet alleen af van de kwaliteit van de testen, maar ook van het ingezonden monstermateriaal en de mate van voorkomen van de aandoening. Daarom is het zo belangrijk dat jullie een goede voorselectie doen, door de juiste dieren op het optimale moment te bemonsteren.”

Voeding sportpaarden

Dierenarts Ingrid Vervuert (zie kader) houdt een lezing over optimale voeding voor sportpaarden.“Het is belangrijk dat het rantsoen van sportpaarden aansluit op de behoeften aan voedingsstoffen op de lange termijn. Het rantsoen moet dus passen bij de hoeveelheid lichaamsbeweging. Daarnaast kun je de prestatie ook op korte termijn ‘manipuleren’ met de hoeveelheid voer, het type voer en het moment van voeren (voor, tijdens of na de wedstrijd).” Vooral voor paarden die veel bewegen zijn elektrolyten erg belangrijk. “Door inspanning gaat de lichaamswarmte omhoog. Die hitte moet het paard kwijtraken door te zweten. Als een paard zweet, is dat dus een goede reactie van het lichaam. Bij een te hoge lichaamstemperatuur, boven de 39 graden celcius, werkt de energiestofwisseling niet goed. Maar bij het zweten verliest het dier ook vocht en elektrolyten, en die tekorten moeten weer aangevuld worden.”

Ook benadrukt Vervuert hoe belangrijk hooi is.“Een paard kauwt het liefst zo’n zestien tot achttien uur per dag op hooi. Dat is goed voor het algehele welzijn, de tandgezondheid, het maagdarmstelsel en de wateropname.” De meeste paarden, die een gemiddelde hoeveelheid lichaamsbeweging krijgen, hebben volgens haar naast hooi niet veel extra voedingstoffen nodig. “Vaak hebben ze alleen behoefte aan extra koper, zink en selenium. Afhankelijk van de kwaliteit van het hooi en de hoeveelheid training kun je het rantsoen verder bijstellen en bijvoorbeeld plantaardige oliën toevoegen.” Een van de aanvullende vragen die Vervuert de aanwezigen stelt, is: “Hoe kun je de inname van elektrolyten bij sportpaarden verbeteren?” Het antwoord is, zoals het merendeel ook via de stemknop aangaf, tafelzout. “Tafelzout is goedkoop en je hebt zelf de controle over de hoeveelheid. Ook bevat het vooral de elektrolyten die met zweten verloren worden, terwijl je bij elektrolytenpasta het risico loopt bijvoorbeeld selenium over te doseren.”


Tussendoor was er tijd voor een rondleiding door het GD-laboratorium. In de sectiezaal gaf patholoog Reinie Dijkman met behulp van echt monstermateriaal uitleg over aangetaste paardenhersenen.

Parasietenbestrijding

In de afsluitende lezing legt parasitoloog Martin Nielsen (Universiteit van Kentucky) uit waarom het monitoren van parasitaire aandoeningen zo belangrijk is. “Het is heel normaal dat paarden parasieten hebben. Bij paardenhouders met een goed wormmanagement hoeft dat dan ook niet tot problemen te leiden.” Wat wel problemen kan geven, is de wereldwijde toename in resistentie tegen ontwormmiddelen. “Vanwege de resistentieproblematiek is het essentieel om de effectiviteit van de behandelingen en de mate van ei-uitscheiding goed in de gaten te houden”, zegt Nielsen. Vervolgens vraagt hij de zaal om uit een lijstje met paardenparasieten de ‘meest ziekteverwekkende’ te kiezen. Bijna 78 procent van de stemmen gaat naar de kleine strongyliden (bloedwormen), omdat die het vaakst voorkomen. Ruim 54 procent van de aanwezigen heeft de minste problemen met Oxyuris equi (een aarsmade). Daar heeft Nielsen nog wel wat over op te merken. “Oxyuris equi komt niet zo vaak voor, maar die worm is volgens deskundigen wel erg lastig te bestrijden.”

Als het om wormbestrijding gaat, is de belangrijkste verandering volgens de parasitoloog dat ontwormmiddelen geen ‘paraplufunctie’ meer hebben. “Je hebt niet één middel dat tegen alle parasieten werkt, maar elk middel is effectief tegen enkele parasieten, ze zijn dus complementair aan elkaar. Daarom is het cruciaal dat je weet welke worm of wormen je wilt aanpakken.” Daarbij blijven ei-tellingen volgens hem altijd noodzakelijk. “Daarmee kun je de mate van ei-uitscheiding vaststellen om gericht te kunnen behandelen en te kunnen controleren of de behandeling effect heeft. Doel daarvan is met name om besmetting op het weiland in de hand te houden. Ook blijft de ontwormstrategie een aandachtspunt. Op welke momenten in het jaar behandel je, welke aanpak kies je voor welke leeftijdscategorie en wanneer doe je mestonderzoek?” Om het tellen wat makkelijker te maken, heeft hij alvast een speciale ‘ei-tel-app’ voor de smartphone bedacht. “Het zou toch ideaal zijn als we die in de toekomst echt kunnen gebruiken.”

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.

GD maakt gebruik van cookies om onze website te analyseren en de functionaliteit te verbeteren. Meer info vind je in ons cookiebeleid.