Dourine

Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer

Dourine

Dourine is een ernstige, vaak chronische, geslachtsziekte van paarden die heden ten dage nog voorkomt in delen van Rusland, Azië en Afrika. In grote delen van de wereld is deze ziekte inmiddels uitgeroeid. Nu en dan komen uitbraken voor in het Midden-Oosten en in Europa. De besmetting kan leiden tot neurologische verschijnselen en uitmergeling, met een hoge mortaliteit. Er is geen vaccin beschikbaar en behandeling met antiprotozoaire middelen leidt tot latente dragers. Dourine is een aangifteplichtige ziekte volgens artikel 15 van de Gezondheids- en Welzijnsziekte voor Dieren. Elke verdenking van de ziekte moet worden gemeld bij de NVWA.

Direct naar:

De kiem

Dourine wordt veroorzaakt door de protozo Trypanosoma equiperdum. Dit organisme behoort tot het subgenus Trypanozoon van het genus Trypanosoma en is nauw verwant aan de diverse Trypanosoma brucei-species: de veroorzakers van Afrikaanse trypanosomiasis. Daarom zijn er onderzoekers die voorstellen om deze protozo als een nieuwe subspecies te benoemen: Trypanosoma brucei subsp. equiperdum. Deze parasiet kan tijdelijk zijn belangrijkste antigene eigenschappen veranderen door de oppervlakteglycoproteïnen te wijzigen. Hij kan daardoor ontsnappen aan de opgebouwde immuunrespons. Er is een verschil in pathogeniteit tussen de verschillende stammen.

T equiperdum phylogenetic relationships

 

Gevoelige diersoorten

Dourine is vooral besmettelijk voor paarden, ezels en muildieren. De ziekte is ernstiger in paarden die hoger in het bloed staan en milder in de oorspronkelijke ponyrassen, ezels en muildieren. Zebra’s krijgen wel antistoffen maar worden niet ziek. Paarden en ezels vormen het enige natuurlijke reservoir voor de kiem. Ezelhengsten kunnen symptoomloze dragers zijn en zo de infectie verspreiden. Verschillende laboratoriumdieren zoals ratten, konijnen, muizen en honden kunnen experimenteel besmet worden. Herkauwers lijken niet gevoelig te zijn voor T. equiperdum-isolaten afkomstig van paardachtigen. Daarbij valt aan te tekenen dat er in 2019 een studie gepubliceerd is, waarbij het gelukt is om schapen experimenteel te infecteren en chronische ziekteverschijnselen gepaard gaand met een laaggradige wisselende parasitaemie te induceren.

Volksgezondheid

Dourine is geen zoönose.

Overleving

T. equiperdum kan niet overleven buiten de gastheer en sterft dan snel.

Desinfectie

Omdat T. equiperdum niet buiten de gastheer kan overleven, is desinfectie niet nodig. Indien desinfectie toch gewenst is, kan T. equiperdum geïnactiveerd worden met diverse desinfectantia, waaronder 1% Na-hypochloriet, 2% glutaaraldehyde of formaldehyde of verhitting bij 50 tot 60 oC.

Terug naar het begin van dit artikel

Verschijnselen van Dourine


Klinisch beeld

Dourine wordt gekenmerkt door zwelling van de geslachtsorganen, verdikte schijven/plaques in de huid, vermagering en zenuwverschijnselen. De verschijnselen variëren tussen de verschillende T. equiperdum-stammen en tussen paarden afhankelijk van ras, voedingstoestand en stressfactoren. De verschijnselen nemen dan weer toe en dan weer af. Door stress worden de verschijnselen opgewekt. Stadia met verergering van de ziekte, afgewisseld met stabiele perioden en opflikkeringen, kunnen meermalen optreden voordat het paard uiteindelijk sterft of (tijdelijk) herstelt. 

Bij merries is het eerste verschijnsel een mucopurulente uitvloeiing uit de schede. De vulva wordt oedemateus. Deze zwelling kan zich uitbreiden over het gehele perineum tot aan de buikwand en de uier. Vulvitis, vaginitis, polyurie en tekenen van algemeen onbehagen kunnen worden waargenomen. Het genitale gebied, perineum en uier raken gedepigmenteerd. Bij de virulentere stammen kan abortus optreden.

Bij hengsten zijn de eerste verschijnselen de zwelling van preputium en glanspenis. Paraphimosis komt ook voor. De zwelling breidt zich uit naar scrotum, perineum, ventrale buikwand en borstkas. Blaasjes of zweertjes kunnen op de genitaliën worden gezien. Na genezing laten deze zweren permanente witte littekens achter. Oedemateuze schijfjes/ plakken van 1 centimeter dik en 5 tot 8 centimeter doorsnede kunnen ontstaan in de huid op de ribwand en worden wel ‘zilveren dollarplakkaten’ genoemd. Deze plakken blijven ongeveer een week zichtbaar en zijn pathognomonisch voor de ziekte. Zij worden echter niet bij alle T. equiperdum-stammen gezien.

Nerveuze verschijnselen kunnen zich ontwikkelen weken tot maanden na de genitale verschijnselen. Rusteloosheid en verplaatsen van het gewicht van het ene op het andere been wordt veelal gevolgd door toenemende zwakte, ataxie en verlamming. Daarnaast kan unilateraal facialis paralyse optreden.
Andere mogelijke verschijnselen zijn anemie, conjunctivitis, keratitis, koortsaanvallen en vermagering. Conjunctivitis en keratitis komen vaak voor en kunnen in sommige populaties het eerste symptoom van dourine zijn. Door het conditieverlies zijn de dieren vatbaarder voor andere infectieziekten.

Morbiditeit/mortaliteit

De ernst en duur van de ziekte hangt af van de virulentie van de stam, de gezondheidsstatus van de gastheer en eventuele stressfactoren. De in zuidelijk Afrika voorkomende stammen geven over het algemeen een mild ziekteverloop van soms wel 10 jaar. In Zuid-Amerika en Noord-Afrika is het verloop acuter en duurt de ziekte vaak slechts 1 tot 2 maanden. De mortaliteit loopt echter op tot 100%. Gevallen van herstel zijn slecht gedocumenteerd en berusten veelal op een kortstondige herstelfase.

Uitscheiding van de kiem

In tegenstelling tot andere trypanosomen wordt T. equiperdum uitsluitend overgebracht bij dekkingen en inseminaties. Hoewel besmetting van de merrie door de hengst de belangrijkste route is, kan het omgekeerde ook gebeuren. T. equiperdum kan gevonden worden in vaginaal vocht, zaadvloeistof en muceus exsudaat van de penis en de penisschacht. T. equiperdum kan echter tijdelijk weer verdwijnen en dan is het dier weken tot maanden niet infectieus. Slechts zelden wordt T. equiperdum verticaal overgebracht. In dat geval echter kunnen de veulens de kiem weer zelf overbrengen als zij geslachtsrijp zijn. Insecten spelen geen rol bij de verspreiding.

Differentiaaldiagnostiek

De differentiaaldiagnose omvat:
  • Exanthema coitale (EHV-3)
  • Surra (Trypanosoma evansi)
  • Miltvuur (Bacillus anthrax)
  • Equine infectieuze anaemie (EIA)
  • Equine virale arteritis (EAV)
  • Purulente endometritis (CEM)

Terug naar het begin van dit artikel

Diagnostiek van Dourine


Pathologie

De belangrijkste macroscopische bevindingen zijn anemie, cachexie en genitaal oedeem. Het, mogelijk harde, oedeem kan zich uitstrekken over de ventrale buikwand. Gelatineus exsudaat is te zien onder de huid. In hengsten is het scrotum, de schacht en de tunica testicularis verdikt en geïnfiltreerd. De testikels kunnen zodanig omgeven zijn door sclerotisch weefsel dat zij onherkenbaar zijn. Bij merries kan een gelatineus infiltraat een verdikking van de vulva, vaginaal slijmvlies van de uterus, blaas en uier veroorzaken. Lymfeklieren (in de buikholte) kunnen vergroot, zacht en haemorrhagisch zijn. Bindweefsel rond zenuwen kan ook geïnfiltreerd zijn met oedemateus weefsel en rond het ruggenmerg kan een sereus infiltraat aanwezig zijn. Het ruggenmerg zelf kan zacht en papperig en/of verkleurd zijn, vooral in het lumbosacrale gebied. Yasine et al. (2019) rapporteerden de histopathologische bevindingen bij vier chronisch geïnfecteerde paarden. Bij deze paarden werden zowel afwijkingen aan de genitaliën gevonden met rondcellige infiltraten, erosies en degeneratie van tubuli seminiferi en werden in het CZS ook rondcellige infiltraten en axonale degeneratie in ganglia en ruggemerg aangetroffen. Tevens werd met PCR trypanosomaal DNA aangetoond in vagina, testikels, distale ruggemerg en uittredende zenuwen.

 

Dourine pathology and histopathology

Isolatie van de kiem

In de lymfevloeistof, oedemateuze infiltraten van de uitwendige geslachtsorganen, vaginaal slijm of vloeibare inhoud van de plaques (aspiratiebiopt) kunnen (enkele) trypanosomen worden gevonden. Dit onderzoek zou om de paar dagen herhaald moeten worden omdat de trypanosomen slechts enkele dagen in de plaques voorkomen. Isolatie uit bloed lukt zelden en alleen na centrifugeren. De kiem is microscopisch te herkennen (zie foto, plaatje van Trypanosoma evansi overigens). De laatste isolatie dateert al van 25 jaar geleden. Morfologisch is geen onderscheid te maken tussen T. equiperdium en T. evansi.

Serologie

De CBR/CFT wordt voorgeschreven voor internationale handel. Met name bij ezels en muildieren geeft de CBR regelmatig variabele en aspecifieke uitslagen door anti-complementaire activiteit in het serum. De indirecte immunofluorescentie-test (IFAT) kan uitsluitsel geven, maar de test is bewerkelijk en voor de beoordeling van de test is ervaring vereist. Daarom is de IFAT eigenlijk alleen geschikt voor het testen van kleine aantallen sera en moet dus niet als screeningstest maar als confirmatietest gebruikt worden. Recent werd een uitgebreide interlaboratorium ring test gepubliceerd (Cauchard et al. 2014). Hieruit bleek dat de CBR en IFAT weliswaar betrouwbare en reproduceerbare uitslagen gaven voor bekend positieve en negatieve sera, maar bij 9 van de 22 deelnemende laboratoria fout-positieve uitslagen gaven voor sera die positief waren voor T. evansi of een onbekende status hadden. De auteurs suggereren dat de specificiteit van de CBR verbeterd kan worden door standaardisatie van kritische reagentia en het ontwikkelen en beschikbaar maken van een standaard T. equiperdum serum. Recent toonden Schuster et al. (2016) met behulp van een set van acht positieve sera uit de dourine-uitbraak in Italie in 2011 aan dat er grote verschillen in titers gevonden worden bij gebruik van verschillende T. equiperdum antigenen. Ook werden kruisreacties gemeten voor deze sera met T. evansi antigeen (in deze studie werden geen T. evansi positieve sera getest t.o.v. de verschillende T. equiperdum antigenen). ELISA, RIA, AGID en immuno-electroforese zijn andere serologische testen die beschreven zijn voor de serodiagnostiek van dourine. Bonfini et al beschreven in 2018 een nieuwe indirecte ELISA voor de serologische diagnostiek van dourine met een sensitiviteit en specificiteit van 100% (puntschatting). Deze test bleek – evenals een chemi-luminescente western blot methode – zeer geschikt als confirmatietest voor aspecifieke, dubieuze of laagpositieve CBR uitslagen (negatief in de IFAT).

Terug naar het begin van dit artikel

Prevalentie van Dourine


Nederland

Dourine komt niet in Nederland voor.

Andere landen

Europa
De ziekte komt zo nu en dan voor in Europa. In 2011 werden nog enkele gevallen bevestigd in Italië. In Griekenland werd een groot seroprevalentie onderzoek uitgevoerd op 8,000 sera verzameld tussen 2001 en 2008, waarbij de seroprevalentie voor dourine 0% bleek te zijn.
Landen buiten Europa
De ziekte is endemisch in delen van Rusland en grote delen van Azië en Afrika. Ook is de ziekte voorgekomen in de zuidelijke staten van de USA. In 1931 werd bij duizenden door dorst gestorven paarden in een indianenreservaat in Arizona bij vrijwel alle dieren dourine aangetroffen. De ziekte is nooit gevonden in de Pacific. In 2016 rapporteerde Botswana voor het eerst enkele gevallen van dourine (n=3), waarbij het eerste geval op basis van een verdenking (zwelling van het preputium en gewichtsverlies) positief getest werd (antistoffen aangetoond met CFT) en op basis van surveillance nog twee paarden positief op antistoffen bevonden werden. 

Voor gedetailleerde informatie over de verspreiding zie: OIE: World Animal Health Situation en OIE bulletin (www.oie.int). 

Dourine distribution in different parts of the world

 

Prevalence of dourine in some countries

 

Terug naar het begin van dit artikel

Aanpak besmette bedrijven


Meldingsplicht

Dourine is een aangifteplichtige ziekte volgens artikel 15 van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren. Elke verdenking van dourine dient gemeld te worden bij de NVWA.

Vaccinatie

Er is geen vaccin tegen T. equiperdum

Antibiotica/therapie

Behandeling met diminazine (7 mg/kg) of suramine (110 mg/kg) is succesvol toegepast in endemische gebieden, maar er zijn geen goede effectiviteitsstudies beschreven en behandeling wordt meestal ontraden gezien de kans dat er persistent geïnfecteerde  asymptomatische dragers ontstaan.
Hagos et al. (2010) toonden aan dat behandeling van met T. equiperdum geïnfecteerde paarden (n=2) met (aminoethylthio) 4-melaminophenylarsine dihydrochloride (Cymelarsan) 0.25 mg/kg en 0.5 mg/kg lichaamsgewicht leidde tot het volledig verdwijnen van de parasitaemie binnen 24 uur na behandeling. Er vond ook geen terugval plaats gedurende bijna een jaar observatie, terwijl beide paarden in de onbehandelde controlegroep chronische dourine ontwikkelden. 
Daarmee werd weliswaar aangetoond dat de parasitaemie volledig onderdrukt werd, maar niet dat daarmee de parasiet ook bestreden werd achter de bloed-hersenbarrière. Recent publiceerden Cauchard et al een studie met de titel "Evaluation of melarsamine hydrochloride (Cymelarsan) efficacy for the treatment of dourine nervous form on experimentally infected ponies". In deze studie bleek dat zowel kort na infectie als langer na infectie (bij de start van de zenuwverschijnselen) een eenmalige toediening van Cymelarsan niet voldoende was en er nog steeds veel trypanosomen in de cerebrospinale vloeistof zaten. Ook dagelijkse injecties gedurende vijf dagen waren alleen succesvol in de vroege behandelingsgroep: 1 van de 2 ponies die pas behandeld werden na intrede van de neurologische symptomen had ook na deze serie injecties nog steeds veel trypanosomen in de cerebrospinale vloeistof. Deze studies zullen worden vervolgd. Hebert et al (dezelfde onderzoeksgroep) publiceerden in 2018 een dourine infectiemodel in paarden om de effectiviteit van medicijnen te onderzoeken en bevestigden in een andere publicatie dat Cymelarsan niet in staat was om de Trypanosoma equiperdum parasieten achter de bloed-hersenbarriere te bereiken en ontraden daarm het gebruik van dit geneesmiddel voor de behandeling van de nerveuze vorm van dourine.

Overige maatregelen

Bescherming van paarden
Om introductie op een bedrijf of in een regio te voorkomen, moeten alle nieuwe fokdieren in quarantaine geplaatst worden en serologisch worden onderzocht. Ook dienen testpositieve dieren (bijvoorbeeld CBR bevestigd door IFAT) te worden geëuthanaseerd. Goede hygiëne (reinigen/wassen van genitalia met mild desinfectans) tijdens de dekkingen of inseminaties is belangrijk.
Algemene maatregelen
Als dourine in een gebied gevonden wordt kunnen quarantainemaatregelen, het stoppen van fokkerij-activiteiten en serologische screenings om geïnfecteerde paarden op te sporen de uitbraak in principe snel tot stilstand brengen.
Maatregelen in kader volksgezondheid
Niet van toepassing, aangezien dourine geen zoönose is.

Terug naar het begin van dit artikel

Preventie van Dourine


Bedrijfshygiëne/insleeppreventie

Zie paragraaf 5.3.

Vaccinatie

Er zijn geen vaccins tegen dourine beschikbaar.

Terug naar het begin van dit artikel

Regelgeving


Nederlands recht

Dourine is in Nederland volgens art. 15 GWWD een aangifteplichtige ziekte en een aangifteplichtige ziekte bij de OIE. Dourine moet direct worden gemeld bij de NVWA. Monsters dienen pas na de melding te worden genomen en de monstername dient zeer secuur en met de nodige voorzorgsmaatregelen te geschieden. Monsters moeten direct naar het CVI in Lelystad worden gebracht. Serum, heparinebloed en bloeduitstrijkjes worden verzameld. Als ‘zilveren dollarplakkaten’ worden aangetroffen, moet de huid ter plaatse worden gewassen, geschoren en gedroogd, waarna de vloeistof in de plaques wordt opgezogen met een spuit voor de detectie van de trypanosomen.

Europees recht

Zie 7.3.

Internationaal

Het verkeer van paarden binnen de EU en de invoer van paarden vanuit derde landen is geregeld in Richtlijn 90/426/EEG van de Raad van 26 juni 1990 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van paardachtigen en de invoer van paardachtigen uit derde landen. Hierin staan alleen specifieke bepalingen voor Afrikaanse paardenpest, VEE, dourine en kwade droes genoemd, zoals hieronder aangegeven. Wel kunnen volgens artikel 13 lid 2b aanvullende waarborgen geëist worden voor ziekten die in de Gemeenschap exotisch zijn.
Artikel 13
1. De paardachtigen moeten afkomstig zijn uit derde landen:
a) welke vrij zijn van paardenpest;
b) welke sedert twee jaar vrij zijn van Venezolaanse paardenencefalomyelitis (VEE);
c) welke sedert zes maanden vrij zijn van dourine en van kwade droes.
2. Volgens de procedure van artikel 24 kan de Commissie
a) beslissen dat lid 1 slechts voor een gedeelte van het grondgebied van een derde land geldt. In geval van regionalisering van de vereisten ten aanzien van paardenpest dienen ten minste de in artikel 5, leden 2 en 3, genoemde maatregelen in acht te worden genomen;
b) aanvullende waarborgen eisen voor ziekten die in de Gemeenschap exotisch zijn. 

Terug naar het begin van dit artikel

Websites en literatuur


Websites   

Literatuur

  1. Bonfini B, Tittarelli M, Luciani M, Di Pancrazio C, Rodomonti D, Iannetti L, Podaliri Vulpiani M, Di Febo T. Development of an indirect ELISA for the serological diagnosis of dourine. Vet Parasitol. 2018 Sep 15;261:86-90.
  2. Cauchard J, Soldan A, Madeline A, Johnson O, Buscher P, Petry S. Inter-laboratory ring trials to evaluate serological methods for dourine diagnosis. Vet. Parasitol. 2014; 205: 70-76.
  3. Cauchard J, Carnicer D, Madeline A, Guitton E, Giraudet A, Buscher P, Hebert L and Laugier C. Evaluation of melarsamine hydrochloride (Cymelarsan) efficacy for the treatment of dourine nervous form on experimentally infected ponies. Journal of Equine Veterinary Science 2016: 39S: S51.
  4. Claes F, Agbo EC, Radwanska M, Te Pas MF, Baltz T, De Waal DT, Goddeeris BM, Claassen E, Büscher P. How does Trypanosoma equiperdum fit into the Trypanozoon group? A cluster analysis by RAPD and multiplex-endonuclease genotyping approach. Parasitology. 2003;126(Pt 5):425-31.
  5. Claes F, Büscher P, Touratier L, Goddeeris BM. Trypanosoma equiperdum: master of disguise or historical mistake? Trends Parasitol. 2005;21(7):316-21.
  6. Clausen PH, Gebreselassie G, Abditcho S, Mehlitz D, Staak C. Detection of trypanosome DNA in serologically positive but aparasitaemic horses suspected of dourine in Ethiopia. Tokai J Exp Clin Med. 1998 Dec;23(6):303-8.
  7. Gari FR, Ashenafi H, Tola A, Goddeeris BM, Claes F. Comparative diagnosis of parasitological, serological, and molecular tests in dourine-suspected horses. Trop Anim Health Prod. 2010 Dec;42(8):1649-54.
  8. Gizaw Y, Megersa M, Fayera T. Dourine: a neglected disease of equids. Trop Anim Health Prod 2017; 49: 887-897.
  9. Hagos A, Goddeeris BM, Yilkal K, Alemu T, Fikru R, Yacob HT, Feseha G, Claes F. Efficacy of Cymelarsan and Diminasan against Trypanosoma equiperdum infections in mice and horses. Vet Parasitol. 2010 Aug 4;171(3-4):200-6.
  10. Hébert L, Guitton E, Madeline A, Géraud T, Carnicer D, Lakhdar L, Pitel PH, Coste M, Laloy E, Giraudet A, Zientara S, Büscher P, Laugier C, Hans A, Petry S, Cauchard J. Validation of a new experimental model for assessing drug efficacy against infection with Trypanosoma equiperdum in horses. Vet Parasitol. 2018 Nov 15;263:27-33.
  11. Hébert L, Guitton E, Madeline A, Géraud T, Zientara S, Laugier C, Hans A, Büscher P, Cauchard J, Petry S. Melarsomine hydrochloride (Cymelarsan(®)) fails to cure horses with Trypanosoma equiperdum OVI parasites in their cerebrospinal fluid. Vet Parasitol. 2018 Dec 15;264:47-51.
  12. Kahn CM, Line S, editors. The Merck veterinary manual [online]. Whitehouse Station, J: Merck and Co; 2006. Dourine. Available at: http://www.merckvetmanual.com/mvm/index.jsp?cfile=htm/bc/10415.htm.
  13. Mangana-Vougiouka O, Boutsini S, Ntousi D, Patakakis M, Orfanou E, Zafiropoulou K, Dilaveris D, Panagiotatos D, Nomikou K. Epizootiological investigation of the most important infectious equine diseases in Greece. Rev. Sci. Tech. 2013; 32: 775-787.
  14. Pascucci I, Di Provvido A, Cammà C, Di Francesco G, Calistri P, Tittarelli M, Ferri N, Scacchia M, Caporale V. Diagnosis of dourine in outbreaks in Italy. Vet Parasitol. 2013 Mar 31;193(1-3):30-8.
  15. Public Health Agency of Canada. Material Safety Data Sheet –Trypanosoma brucei. office of Laboratory Security; 2001 Sept. Available at: http://www.phac-aspc.gc.ca/msds-ftss/msds158e-eng.php.
  16. Samper JC, Tibary A. Disease transmission in horses. Theriogenology 2006 Aug; 66(3):551-9.
  17. Scacchia M, Cammà C, Di Francesco G, Di Provvido A, Giunta R, Luciani M, Marino AM, Pascucci I, Caporale V. A clinical case of dourine in an outbreak in Italy. Vet Ital. 2011 Oct-Dec;47(4):473-5, 469-72.
  18. Schuster RK, Saritha S, Kinne J, Wernery R, Munstermann S, Syriac G, Raghavan R, Pascucci I, Camma C, and Wernery U. Divergent CFT results of eight Dourine-positive horse sera using different Trypanosoma equiperdum and T. evansi antigens. Journal of Equine Veterinary Science 2016: 39S: S53.
  19. Sloet van Oldruitenborgh-Oosterbaan MM, van Maanen C. Dourine: wat is dat eigenlijk? Paard & Sport september 2011: 4-5.
  20. World Organization for Animal Health (OIE). Manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals [online]. Paris: OIE; 2008. Dourine. Available at: http://www.oie.int/eng/normes/mmanual/2008/pdf/2.05.03_DOURINE.pdf.
  21. World Organization for Animal Health (OIE). World animal health information database (WAHID) [database online]. List of countries by sanitary situation: dourine. Paris: OIE; 2009. Available at: http://www.oie.int/wahis/public.php?page=disease_status_lists.
  22. Yasine A, Ashenafi H, Geldhof P, Van Brantegem L, Vercauteren G, Bekana M, Tola A, Van Soom A, Duchateau L, Goddeeris B, Govaere J. Histopathological lesions in reproductive organs, distal spinal cord and peripheral nerves of horses naturally infected with Trypanosoma equiperdum. BMC Vet Res. 2019 May 28;15(1):175.
  23. Zablotskij VT, Georgiu C, de Waal T, Clausen PH, Claes F, Touratier L. The current challenges of dourine: difficulties in differentiating Trypanosoma equiperdum within the subgenus Trypanozoon. Rev Sci Tech. 2003 Dec;22(3):1087-96. 

Terug naar het begin van dit artikel

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.

GD maakt gebruik van cookies om onze website te analyseren en de functionaliteit te verbeteren. Meer info vind je in ons cookiebeleid.