Actualiteiten melkgeitenhouderij

Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer

Op deze pagina vindt u adviezen en tips over thema’s die bijdragen aan een optimale bedrijfsvoering. Het is een soort bibliotheek waar u alle artikelen die wij over de melkgeitenhouderij gaan publiceren terug kunt vinden. U kunt het dus altijd lezen wanneer het u uitkomt.

- Vinger aan de pols houden met de CAE Tankmelk Check
- Zenuwverschijnselen bij  jonge lammeren
- Aandacht voor diergezondheid bij eventuele verlaging van de melkproductie op geitenbedrijven
- Diarree bij melkgeiten; is enterotoxaemie wel zo vaak de oorzaak?

Vinger aan de pols houden met de CAE Tankmelk Check

Sinds de start van de CAE Tankmelk Check in 2017 doet firma Klaver mee. Bedrijfsleider Nick Berger vindt het een fijne manier om de vinger aan de pols te houden. “Het gaat allemaal automatisch. De melk wordt opgehaald en de test wordt een aantal keren per jaar uitgevoerd. Je hoeft er zelf niet aan te denken en ontvangt de uitslag per e-mail. Mocht het nodig zijn, dan kun je gelijk actie ondernemen.”

Het bedrijf heeft een kaasmakerij, een koeien- en geitenbedrijf. Nick werkt sinds vijf jaar als bedrijfsleider van deze laatste. Het bedrijf telt 1.700 melkgeiten en 600 stuks jongvee. Er zijn plannen om uit te breiden naar 2.000 geiten. Nick: “Het is een heel vrij beroep. De samenwerking met het team en het zorgen voor een hoge productie van een goed product en gezonde dieren, dat vind ik een heel mooie uitdaging.” 

Ziektes voorkomen
GD-dierenarts Piet Vellema is een aantal keren bij het bedrijf geweest voor advies. Nick: “We hebben goed contact met hem, hij is deskundig en komt met goed advies. Piet vertelde over de CAE Tankmelk Check. Je wilt er dicht op zitten en snel kunnen ingrijpen als het nodig is, want je wilt geen ziekte-uitbraak onder je geiten. Niet voor de dieren en niet voor jezelf, de economische schade zou enorm zijn. We werken zo hygiënisch mogelijk, hebben een gesloten bedrijfsvoering, laten geen bezoekers toe in de stal en hebben looproutes in de stal. Het is fijn als door de tankmelkuitslagen wordt bevestigd dat die werkwijze dus werkt en we goed bezig zijn.”

Automatisch de uitslag in de e-mail
Sinds dit jaar hoeven deelnemers aan de check niet meer zelf monsters op te sturen, maar is ingeregeld dat het automatisch gaat. Na aanmelding voor de CAE Tankmelk Check komt via Qlip een tankmelkmonster automatisch bij GD terecht zodat deze onderzocht kan worden op antistoffen tegen CAE. Vervolgens ontvangen de abonnementhouders de uitslagen van de CAE Tankmelk Check in hun e-mail en komt de uitslag ook op VeeOnline te staan.
Nick: “Voorheen kreeg je eenmaal per jaar een pakket voor de monstername en moest je die zelf insturen. Op zich was het geen grote klus, maar die monsters liggen door alle werkzaamheden soms weken op het bureau. Nu heb ik er geen omkijken meer naar. Voordat ik weet dat er überhaupt een test is gedaan, heb ik de uitslag al binnen. Natuurlijk zitten er kosten aan zo’n abonnement, maar het staat voor ons niet in verhouding tot wat we kwijt zouden zijn als je ongemerkt zo’n virus in je stal hebt. Ik moet er niet aan denken wat voor leed je dan krijgt. Het is natuurlijk persoons- en bedrijfsafhankelijk of het bij je past, maar de goede uitslagen geven ons de geruststelling dat we goed bezig zijn.”

Hier vindt u meer informatie over de CAE Tankmelk Check

Terug naar het begin van dit artikel

Zenuwverschijnselen bij jonge lammeren

Met enige regelmaat worden bij GD geitenlammeren met neurologische klachten en plotselinge sterfte aangeboden voor pathologisch onderzoek. We bespreken hier de belangrijkste oorzaken van neurologische klachten en sterfte bij geitenlammeren en hoe het beste de diagnose kan worden gesteld.  

Onthoornen van geitenlammeren; routineklus, secuurheid vereist!
In de gangbare melkgeitenhouderij worden geitenlammeren op jonge leeftijd onthoornd. In de afgelopen jaren zijn elk jaar geitenlammeren voor pathologisch onderzoek aangeboden die na het onthoornen neurologische klachten vertoonden. Ook dit jaar is de Veekijker benaderd over problemen bij geitenlammeren na onthoornen. Om sterfte rondom het onthoornen te voorkomen is het belangrijk dat de gehele procedure nauwkeurig wordt uitgevoerd: in de eerste plaats dienen de lammeren gezond te zijn op het moment van onthoornen, dient het juiste anestheticum te worden gebruikt, moet de dosering van het anestheticum op basis van het gewicht van de lammeren worden bepaald, dient de handeling zorgvuldig te worden uitgevoerd met een heet brandijzer met de juiste diameter en moeten de lammeren nauwgezet worden gemonitord totdat ze weer stabiel kunnen staan. Het volgen van deze aandachtspunten kan problemen ten gevolge van het onthoornen voorkomen.  

In een recente wetenschappelijke publicatie van medewerkers van GD en de faculteit Diergeneeskunde is het proces van onthoornen op een rij gezet. Tevens is een aantal suggesties gedaan om problemen te voorkomen. Hier kunt u het gehele artikel lezen.

Cerebrocorticale necrose en enterotoxaemie frequenter vastgesteld
Er zijn meerdere oorzaken van zenuwverschijnselen en sterfte bij opgroeiende geitenlammeren. Naast trauma door onthoornen wordt cerebrocorticale necrose (CCN) sinds een aantal jaren met enige regelmaat aangetoond bij pathologisch onderzoek. Ook ‘het bloed’, veroorzaakt door toxinen van Clostridium spp. kan voor zenuwverschijnselen en plotselinge sterfte zorgen. Waar we deze twee aandoeningen in het verleden niet vaak zagen bij opgroeiende geitenlammeren, tonen we het bloed en CCN tegenwoordig met enige regelmaat aan. In sommige gevallen betreft het grote aantallen lammeren met deze problemen. Mogelijk speelt aanpassing van het rantsoen in de opfok van geitenlammeren een rol bij het frequenter en op grotere schaal optreden van deze aandoeningen.

Andere oorzaken van neurologische klachten bij opgroeiende lammeren
Andere mogelijke oorzaken van zenuwverschijnselen en sterfte van geitenlammeren tot één maand oud zijn: hypoglycaemie, swayback (kopergebrek), trauma rondom geboorte, aangeboren afwijkingen, abcessen in het ruggenmerg, bacteriële hersen(vlies)ontsteking, floppy kid syndroom, bloedvergiftiging, tetanus, tekengebonden aandoeningen (alleen bij buiten lopende dieren). 

Diagnostiek
Om onderscheid te kunnen maken tussen de verschillende oorzaken van zenuwverschijnselen en sterfte bij opgroeiende lammeren is in de eerste plaats een goede anamnese (leeftijd, verschijnselen, voeding, trauma, geboorteverloop, ziektegeschiedenis koppelgenoten, etc.) van belang. Door middel van algemeen en nader neurologisch onderzoek kan de waarschijnlijkheidsdiagnose worden bepaald. Om met zekerheid de oorzaak van de problemen te kunnen achterhalen speelt pathologisch onderzoek een belangrijke rol. Wanneer u besluit dieren in te sturen voor pathologisch onderzoek is het van belang dat de dieren die u instuurt representatief zijn voor het probleem dat speelt en waarop u een antwoord wilt hebben. Daarnaast is een goede omschrijving van het probleem belangrijk zodat het pathologisch onderzoek zo gericht mogelijk kan worden uitgevoerd. Ook de versheid van de in te sturen dieren draagt bij aan de kans op het stellen van de diagnose.

Vragen?
Op werkdagen tussen 15.00 - 17.00 uur is de GD Veekijker Kleine Herkauwers bereikbaar voor diergeneeskundige vragen via 0900-7100000. U komt rechtstreeks in contact met de gespecialiseerde dierenartsen van GD.

Terug naar het begin van dit artikel

Aandacht voor diergezondheid bij eventuele verlaging van de melkproductie op geitenbedrijven

Aanleiding
SARS-CoV-2 veroorzaakt grote problemen voor de gezondheid van mensen en mede door de genomen maatregelen ontstaan weer andere problemen die iedereen raken, en de verwachting is dat de consequenties van de coronacrisis nog minimaal enkele maanden voelbaar zullen zijn. Een van de mogelijke gevolgen is een verstoring van de balans van verwerking en logistiek van melk en melkproducten. In de melkveehouderij leidt dit tot een daling van de garantieprijzen voor melk. Hoewel dit voor geitenmelk nog niet geldt en ook in het verleden niet het geval is geweest, zou op enig moment, door aan de aanbodkant voorzichtig bij te sturen, een daling van de melkprijs en daardoor de eventuele schade voor melkgeitenbedrijven kunnen worden beperkt. Deze sturing zou dan plaats kunnen vinden binnen de volgende kaders:

- er is een snel effect nodig op de melkproductie; 
- deze melkproductiedaling moet niet strijdig zijn met het lange termijn doel van het bedrijf;
- de diergezondheid mag niet nadelig worden beïnvloed.
 
Op een rij zetten van de kritieke melkprijs
Elk bedrijf is anders en daarmee is ook de kritieke melkprijs, de prijs die nodig is om alle kosten, verplichtingen en privé-uitgaven te kunnen voldoen, voor geen enkel bedrijf gelijk. Het verschil tussen de kritieke melkprijs en de werkelijke melkprijs is de marge. Bij een lagere melkprijs zijn lagere directe kosten nodig om eenzelfde marge te realiseren; snijden in aangegane verplichtingen en privé-uitgaven is op korte termijn minder makkelijk te realiseren. Wij raden bedrijven aan om nu alvast zoveel mogelijk gegevens op een rij te zetten en in voorkomende gevallen gericht te sturen. Bedrijven die dat nog niet doen zouden kunnen overwegen om melkproductiecontrole te starten. Dit geeft direct inzicht in de productie per dier en daarmee mogelijkheden om gericht in te grijpen. 

Mogelijke ingrepen
Een van de eerste mogelijkheden om in te grijpen is het afvoeren van dieren met een lage productie en van dieren die iets mankeren: kreupele dieren, dieren die mastitis hebben of hebben gehad, dieren met een hoog celgetal, dieren met vruchtbaarheidsproblemen, te vette dieren, enz. Met de naderende verplichting vanuit de zuivelindustrie om CL-gecertificeerd te zijn, zou bloedonderzoek in combinatie met afvoer van seropositieve dieren nu ook een geschikt moment kunnen zijn.
Sturen in de voeding is ook een mogelijkheid die direct resultaat kan hebben en die voor een groot deel kan worden teruggedraaid als de markt weer ruimer wordt. Dieren in de eerste maanden van de lactatie moeten hiervan zoveel mogelijk worden uitgezonderd omdat deze dieren gevoeliger zijn. Verschuivingen in de hoeveelheid krachtvoer en ruwvoer hebben bovendien invloed op de gehaltes in de melk. Bij onderlinge verschuivingen in kracht- en ruwvoer is ook aandacht nodig voor de mineralenvoorziening omdat de gehaltes in krachtvoer in de regel zijn aangepast aan de gehaltes in ruwvoer. Ook moet bij aanpassing van het rantsoen vervetting van dieren worden voorkomen. Omdat de manier van voeren van bedrijf tot bedrijf verschilt, is overleg met voeradviseur en dierenarts aan te raden om tot een goede aanpak te komen.
Voor bedrijven die meer dan twee keer per dag melken resulteert een verlaging van de melkfrequentie direct in een verlaging van de melkproductie: door verhoogde druk in de uier neemt de prolactineproductie af en daardoor de melkproductie. Bij een betere marktsituatie is deze maatregel direct terug te draaien en neemt de productie weer toe.
Voor de lange termijn is duurzaamheid en daarmee sturen op een hogere gemiddelde leeftijd van belang. Bij eenzelfde bedrijfsomvang nemen dan direct de opfokkosten af. Een bijkomend voordeel kan zijn dat dit een gunstig effect heeft op het percentage uitval bij lammeren.

Tenslotte
Aanpassingen in de bedrijfsvoering om tot een tijdelijke daling van de melkproductie te komen zijn niet zonder risico. Daarom is het verstandig om uw dierenarts en voeradviseur mee te laten denken. Daarmee wordt de kans op negatieve consequenties voor de diergezondheid verkleind. In dat kader zou speciale aandacht wenselijk zijn voor monitoring op mineralen en vervetting. 

Terug naar het begin van dit artikel

Diarree bij melkgeiten; is enterotoxaemie wel zo vaak de oorzaak

Regelmatig krijgt de Veekijker vragen over diarree bij melkgeiten. Soms betreft het enkele dieren en soms grotere aantallen, soms wordt genoemd dat er gedurende een langere periode af en toe een geit met diarree wordt gezien.

De diarree kan mild verlopen maar ook waterdun zijn en met bloedbijmenging gepaard gaan. Soms herstellen de dieren spontaan, maar in veel gevallen bestaat de indruk dat antibiotica nodig zijn om het leven van het dier te redden en de reactie van het dier op antibiotica is snel, meestal binnen enkele uren tot een dag. De indruk bestaat ook dat vaccinatie tegen clostridia de problemen doet verminderen. Dit is dan vervolgens vaak weer aanleiding om een keer extra te vaccineren.

Bij pathologisch onderzoek is lang niet altijd een duidelijke oorzaak te achterhalen. 
Na een bedrijfsbezoek zijn van een bedrijf met dergelijke klachten meerdere dieren nader onderzocht. Daarbij werden in eerste instantie ernstige afwijkingen gevonden in de voormagen en de dunne darm maar soms ook in de dikke darm. Opvallend was het aantreffen van grote aantallen van de bacteriën Clostridium perfringens, Paeniclostridium sordellii en Clostridium sporogenes in de darm. Clostridium perfringens is de veroorzaker van enterotoxaemie maar de typische veranderingen die passen bij enterotoxaemie kwamen bij deze dieren niet voor. De betekenis van de bacteriën Paeniclostridium sordellii en Clostridium sporogenes is minder duidelijk. Omdat de geschiedenis van dit bedrijf goed bekend was heeft nader onderzoek plaatsgevonden, onder andere van de voormagen. Daarbij zijn aanwijzingen gevonden voor al langer bestaande klachten die waarschijnlijk hun oorzaak vinden in pensverzuring en instabiliteit van de pensflora. Mogelijk heeft dit consequenties voor de afweer op darmniveau waardoor ziekteverwekkers een kans krijgen. 

Om dit ziektebeeld beter te begrijpen adviseert GD op om bij vergelijkbare problemen dieren aan te bieden voor pathologisch onderzoek. Deze dieren mogen niet zijn behandeld en moeten bij voorkeur zo vers mogelijk zijn. Het is raadzaam om van tevoren contact op te nemen via Veekijker (tel. 0900 7100 000) om details van het uitvoeren van onderzoek te bespreken. De Veekijker is op werkdagen bereikbaar tussen 15.00 en 17.00 uur.


Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.

GD maakt gebruik van cookies om onze website te analyseren en de functionaliteit te verbeteren. Meer info vind je in ons cookiebeleid.