Monitoring NCD bij vleeskuikens 2005-2016

Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer
DAP Contact. Voor dierenartsen

Diersoorten

Monitoring NCD bij vleeskuikens 2005-2016

28-7-2017: 

Newcastle Disease (NCD) is een zeer besmettelijke virusziekte, die gepaard gaat met ademhalingsproblemen, eiproductiedaling, nerveuze symptomen en sterfte bij kippen, kalkoenen en andere hoenderachtigen. NCD is geen fictieve dreiging; de aandoening komt geregeld voor. In Nederland wordt commercieel gehouden pluimvee verplicht gevaccineerd.

Voor de bestrijding van NCD moet Nederland, in verband met internationale bepalingen, verspreiding van het virus tegengaan en besmettingshaarden ruimen. Nederland koos als preventiemethode een vaccinatiestrategie, met als doel onze dieren dusdanig te beschermen tegen NCD, dat het onverhoeds binnenkomen van een kwaadaardig veldvirus niet leidt tot een ‘major outbreak’ (Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s).

Voor al het pluimvee geldt dat de individuele HAR NCD titer 3 of hoger moet zijn om te kunnen spreken van aanwijsbare bescherming. Dit betekent niet dat dieren met een lagere titer niet beschermd zijn. Zonder dat dit met een routinetest is aan te tonen, kunnen dieren die in contact zijn geweest met een vaccinatievirus wel degelijk beschermd zijn. Koppels jonger dan zeventig dagen moeten ten minste voor één van de dertig onderzochte bloedmonsters in de HAR test een waarde 3 hebben behaald.

Nadat in 2005 de controle werd verscherpt, is bij vleeskuikens het percentage koppels dat de titer-eis niet haalt de afgelopen jaren stabiel (zie grafiek 1).

Er is een duidelijke relatie tussen de gemiddelde HAR NCD titer en de leeftijd van het vleeskuiken bij bemonstering. Een langere tijdsduur tussen vaccinatie en monstername leidt tot gemiddeld hogere titers en een lager risico dat niet aan de verplichte titer-eis voldaan kan worden.

Bedrijven waarvan de laatste koppel niet aan de titer-eis voldeed, moeten samen met de practicus een plan van aanpak maken. Uit een analyse blijkt dat het aanpassen van de vaccinatieleeftijd en het bemonsteren op latere leeftijd, de meest gehanteerde aanpassingen zijn. Monitoringsdata uit 2010 toonde al aan dat een sprayvaccinatie op niet eerder dan de negende levensdag of een drinkwatervaccinatie vanaf de elfde levensdag, en een monstername van minimaal negentien dagen na vaccinatie significant hogere gemiddelde titers opleverde.

Met betrekking tot de effectiviteit van de maatregelen blijkt dat het optimaliseren van het vaccinatiemanagement (gebruik van demiwater, verlagen van de staltemperatuur tijdens vaccinatie en vaccineren bij een lichtintensiteit tussen 8 en 15 lux) met een controle direct na de vaccinatie het meest effectief is. 


Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.

GD maakt gebruik van cookies om onze website te analyseren en de functionaliteit te verbeteren. Meer info vind je in ons cookiebeleid.