Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer

Uit de monitoring

Voorbeelden uit de praktijk die laten zien hoe de monitoring werkt.

Vlekziekte, een onbekende zoönose

Een jeukende plek op de huid, zwellingen en een blauwrode huidskleur. Dat zijn de symptomen van vlekziekte bij mensen, in de volksmond ook wel visroos genoemd. 


Vlekziekte is een bacteriële infectie die veroorzaakt wordt door de bacterie Erysipelothrix rhusiopathiae. De bacterie komt algemeen voor en kan verschillende diersoorten en de mens infecteren. De ziekte is vooral bekend bij varkens, schapen en pluimvee en in mindere mate bij reptielen en vissen. Van deze bacterie krijgen varkens vlekken op de huid, schapen ontstekingen van de gewrichten en bij pluimvee ontstaat een bloedvergiftiging. Vooral bij leghennen, komt vlekziekte nog regelmatig voor. Besmette dieren zijn sloom, hebben soms diarree en sterven vaak snel. De acute sterfte in een stal met besmette leghennen kan oplopen tot 25 procent. In 2014 en 2015 is door GD vlekziekte in totaal negen keer geconstateerd bij leghennen in de sectiezaal. Bij varkens wordt vlekziekte zo nu en dan vastgesteld bij pathologisch onderzoek De afgelopen twee jaar is het aantal gevallen licht gestegen en ook het aantal telefoontjes bij de Veekijker duidelijk toegenomen. 

Snel (her)kennen

Vlekziekte is een zoönose en kan dus ook bij mensen ziekteverschijnselen veroorzaken. Besmetting treedt op vanuit de omgeving via huidwondjes of de slijmvliezen. De meeste mensen lopen de infectie op via een wondje aan de handen. Na één tot twee dagen begint de plek te jeuken en zwelt de huid. De huid krijgt een blauwrode kleur en is gevoelig. De ziekte werd in het verleden vooral gezien bij medewerkers van slachthuizen en personeel in de visverwerkende industrie, veehouders en dierenartsen. Tegenwoordig wordt vlekziekte aangetroffen bij mensen die geïnfecteerd pluimvee verzorgen  of secties verrichten op geïnfecteerde dieren. Een enkele keer leidt een infectie bij mensen tot een hartklepontsteking. Huisartsen moeten de zoönose daarom snel (her)kennen, zodat ze meteen de juiste behandeling kunnen starten. Afgelopen jaar is zeker één persoon in Nederland besmet geraakt. De man had geholpen bij het ontruimen van een stal met dode besmette leghennen. Omdat de diagnose bij de kippen bekend was, kon de patiënt snel starten met de juiste behandeling. 

Als vlekziekte bij pluimvee of varkens op een Nederlandse veehouderijbedrijf voorkomt, meldt GD dit altijd bij het Signaleringsoverleg Zoönosen. In dit overleg bespreken humane en veterinaire experts monitoringssignalen uit beide velden. Een toename van het aantal meldingen over vlekziekte in de afgelopen jaren was aanleiding voor het besluit om huisartsen meer informatie te geven over deze ziekte. 


3 juni 2015

PED bij varkens

In november 2014 zocht een dierenarts contact met de Veekijker vanwege aanhoudende diarree problemen op een vleesvarkenbedrijf. De infectie verspreidde zich van afdeling naar afdeling, maar uit eerder mestonderzoek door de GD bleek dat voor de hand liggende veroorzakers van diarree niet de oorzaak waren.   

 

PED (porcine epidemische diarree), een ziekte die sinds eind jaren ‘90 niet meer is voorgekomen in Nederland, kwam op dat moment nadrukkelijker in beeld als mogelijke oorzaak. De dierenarts van het bedrijf en de Veekijker dierenarts besloten extra mestmonsters te nemen. Alle mestmonsters bleken positief op PED te testen. Nader onderzoek wees uit dat het een milde variant van PED was en niet de veel gevaarlijker variant die momenteel in de VS en Canada heerst. Intensief contact en samenwerking met de sector volgde om maatregelen te kunnen nemen om verdere verspreiding van het virus tot het minimum te beperken.

Virus

PED is een virusziekte bij varkens die braken en diarree veroorzaakt door aantasting van het slijmvlies van de dunne darm. De meeste varkens herstellen na een dag of vijf van de diarreeverschijnselen, maar bij biggen kan PED wel tot sterfte leiden. Het PED-virus behoort tot de familie van de coronavirussen. Het virus kan alleen varkens besmetten en is niet overdraagbaar op de mens. Ook voor de voedselveiligheid vormt PED geen gevaar. PED werd voor het eerst gemeld in 1971 in Engeland en verspreidde zich daarna als een epidemie over Europa. In de jaren ‘80 stak PED in Nederland regelmatig de kop op, maar door opbouw van immuniteit in de varkenspopulatie was het sinds begin jaren ’90 geen probleem meer.

Hygiëneprotocollen

Na het eerste geval van PED in november 2014 zijn ondertussen ruim 30 varkensbedrijven besmet met de milde variant van PED. PED is zeer besmettelijk en wordt gemakkelijk verspreid via varkens, mest, voertuigen, mensen en ongedierte. Behandeling van de virusinfectie is nog niet mogelijk en er zijn ook nog geen effectieve vaccins tegen PED in Europa toegelaten. Om verspreiding van het virus en besmetting van nieuwe bedrijven te voorkomen heeft de sector samen met de GD hygiëneprotocollen opgesteld. Zo worden veehouders opgeroepen om alleen goed gereinigde en ontsmette veewagens op het bedrijf toe te laten. Ook erfbetreders zoals dierenartsen en adviseurs wordt geadviseerd zich strikter aan de hygiënemaatregelen te houden door de stal alleen in bedrijfskleding te betreden, de (wegwerp) bedrijfskleding op het bedrijf achter te laten en bij binnenkomst en vertrek hun handen te wassen.

Half april was het eerste besmette bedrijf weer PED-vrij. Door goede en consequent toegepaste hygiënemaatregelen, grondige ontsmetting  en muizenbestrijding lukte het om de infectie tot een aantal afdelingen te beperken. Deze PED-case laat zien dat goede contacten en samenwerking tussen Veekijker en  dierenartsen in het veld belangrijk zijn om uitbraken van nieuwe ziekten tijdig te signaleren. Door alert te reageren op signalen uit het veld gecombineerd met kennis van minder voor de hand liggende ziekten, kan dan snel de juiste diagnose gesteld worden en kan de sector de juiste maatregelen treffen om bredere verspreiding te voorkomen.

15 december 2014

De ontdekking van het schmallenbergvirus

Nu in Nederland in de afgelopen maanden weer bij enkele runderen antistoffen voor schmallenberg zijn aangetoond, is het virus weer volop onder de aandacht. Het zou voor het eerst sinds 2012 zijn dat er viruscirculatie heeft plaatsgevonden. Een jaar daarvoor was het een nog onbekende ziekte.

De ontdekking van het virus komt tot stand nadat in augustus en september 2011 bij de Veekijker steeds vaker melding wordt gedaan van diarree bij koeien. De melkproductie daalt en ook treedt koorts op. Nader onderzoek levert in eerste instantie geen ziekteverwekker op. Dankzij internationale contacten en onderzoek wordt uiteindelijk in november 2011 een nieuw virus ontdekt; het schmallenbergvirus.

Nog in dezelfde maand komen bij de GD opeens meldingen binnen van lammeren met aangeboren afwijkingen. De GD besluit direct de problemen te onderzoeken. Nadat enkele mogelijke oorzaken voor aangeboren afwijkingen zijn uitgesloten, blijkt het beeld te passen bij een virusinfectie van het schmallenbergvirus. Onderzoek van de hersenen toont het schmallenbergvirus daadwerkelijk aan. In de daaropvolgende weken komen uit het hele land meldingen binnen van lammeren met aangeboren afwijkingen en later ook van kalveren met dezelfde symptomen.

Veehouders en dierenartsen in Nederland worden vervolgens verplicht om misgeboortes van herkauwers te melden. Het doel van de meldplicht is het verzamelen van gegevens om de aard en omvang van de infectie met het nieuwe schmallenbergvirus vast te stellen. Omdat de gevolgen van dit virus voor mensen niet bekend is, waarschuwt de GD via de secretaris van het signaleringsoverleg zoönosen het RIVM en vraagt hen een ‘risk assessment’ te maken voor humane infecties. Het risico voor besmetting van de mens met dit virus wordt zeer gering geacht. Uit voorzorg volgt ook onderzoek naar het voorkomen van afweerstoffen in het bloed bij mensen in Duitsland en Nederland. De resultaten onderbouwen de eerdere risicoinventarisatie: bij mensen zijn geen afweerstoffen aangetoond.

Dankzij een goede samenwerking tussen de GD, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en het Central Veterinary Institute (CVI) ontstaat in 2012 een duidelijk beeld van de verspreiding en de gevolgen van het virus in Nederland. Het laatste afwijkende lam wordt gemeld in mei 2012. In juli 2012 trekt de NVWA de meldplicht in.


Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.