Monitoring in de praktijk

Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer

Monitoring in de praktijk

Toelichting van instrumenten met daarbij recente voorbeelden en voorbeelden uit het verleden.

Data-analyse: diergezondheid op groeiende melkveebedrijven

De melkveesector is momenteel volop in beweging. Het melkquotum, dat de melkproductie 30 jaar lang heeft gereguleerd, is per 1 april 2015 afgeschaft. Dit heeft onder andere geresulteerd in veranderingen van de melkprijs en nieuwe fosfaatwetgeving. Vanaf begin 2012 is zichtbaar dat het aantal runderen per bedrijf sterker stijgt dan in de jaren daarvoor. De gemiddelde bedrijfsgrootte nam sinds 2007 toe van 68 naar 95 volwassen melkkoeien in 2015.  

Groeiwijze is bepalend

De vraag is of de toenemende bedrijfsgrootte ook gevolgen heeft voor de gezondheid van de melkkoeien en de omgeving. Dit is een aantal jaren geleden reeds onderzocht middels een data-analyse op beschikbare gegevens binnen de diergezondheidsmonitoring Rund. Uit het onderzoek blijkt dat de grootte van melkveebedrijven weinig invloed heeft op diergezondheid. De wijze waarop het bedrijf groeit heeft wel invloed. De diergezondheid op melkveebedrijven die groeien op basis van het opfokken van de eigen kalveren is even hoog als op het gemiddelde melkveebedrijf. Bedrijven die groeien door het aankopen van melkvee of kalveren hebben een rundersterfte die hoger is dan op het gemiddelde bedrijf. Een verklaring hiervoor is dat de aanvoer van nieuwe runderen een hogere kans op insleep van ziektes met zich meebrengt en daarmee een hogere infectiedruk. Een groot of sterk groeiend melkveebedrijf hoeft dus geen verminderde diergezondheid te hebben. Belangrijk is dan wel dat de groei gebeurt door het opfokken van eigen dieren.

Vinger aan de pols

In een workshop die het RIVM eind 2014 voor experts uit veterinaire en humane gezondheidszorg over dit thema organiseerde, werd geconcludeerd dat er op dat moment geen grote volksgezondheidsrisico’s te verwachten zijn vanuit de melkveesector. Besloten is de ontwikkelingen te blijven volgen en op termijn opnieuw een workshop te organiseren met de betrokken experts om een vinger aan de pols te houden. 


3 juni 2015

Veterinaire pathologie

De afdeling pathologie van de GD speelt een belangrijke rol bij de zogeheten ‘reactieve monitoring’. Hierbij stuurt een veehouder in overleg met zijn dierenarts materiaal voor pathologisch onderzoek naar de GD. De patholoog gaat daarmee vervolgens aan de slag. Klaas Peperkamp is een van de acht veterinair pathologen van de GD en hij legt uit hoe ze te werk gaan. 

Antenne

Reactieve monitoring begint bij de veehouder en dierenarts. Peperkamp: “De dierenarts is als het ware onze antenne in het veld. Hij kijkt, analyseert en geeft een eerste diagnose. In overleg met de dierenarts stuurt de veehouder een of meerdere dode dieren naar Deventer.

 

Klaas Peperkamp
Veterinair patholoog bij GD

De dierenarts heeft meestal al een waarschijnlijkheidsdiagnose gesteld. Aan ons de taak om meer zekerheid over de doodsoorzaak te geven door pathologisch onderzoek.  De twee belangrijkste vragen daarbij zijn altijd: wat wil ik aantonen en wat wil ik uitsluiten?”

Vervolgonderzoek

In de sectiezaal beoordelen de pathologen het dier eerst visueel, ‘van voor naar achter en van buiten naar binnen’. Peperkamp: “Op basis van deze visuele beoordeling en de informatie over de ziekteverschijnselen van het dier, besluiten we welke vervolgonderzoeken in het laboratorium nodig zijn: microscopisch, bacteriologisch, moleculair biologisch, parasitologisch of toxicologisch. Als alle uitslagen van deze onderzoeken binnen zijn, stellen we de doodsoorzaak vast. Met de specialisten van de Veekijker bespreek ik vervolgens de bevindingen. Als er bijzonderheden zijn, koppelen de specialisten deze terug naar de overheid en veehouderijsector die vervolgens bepalen of vervolgactie nodig is. Dat is bijvoorbeeld als er sprake is van een besmettelijke dierziekte en natuurlijk als de volksgezondheid mogelijk in het geding is.”

Frontlinie

Pathologie vormt samen met de Veekijker de frontlinie van de monitoring. “We hebben een directe lijn met het veld, in Nederland maar ook daarbuiten. In de afgelopen jaren hebben we samen een aantal nieuwe ziektefenomenen ontdekt, zoals blauwtong bij runderen en schapen en het schmallenbergvirus. Als we het gevoel hebben dat het ‘niet-pluis’ is, gaan alle bellen rinkelen. We hebben dan intensief contact met de specialisten van de Veekijker. Ook is er op dat moment via verschillende kanalen vanuit GD contact met dierenartsen in het veld. En natuurlijk wordt de humane gezondheidszorg via het Signaleringsoverleg Zoönosen (SOZ) op de hoogte gebracht als het een ziekte betreft die van dier op mens kan overgaan”, aldus Klaas Peperkamp.

15 december 2014

merlijn kense“Per week krijgen we veel telefoontjes over pluimvee bij de Veekijker. De vragen variëren van klachten aan de luchtwegen tot darmproblemen.”

Aan het woord is Merlijn Kense, pluimveedierenarts bij de GD. Bij de Veekijker werken drie gespecialiseerde pluimveedierenartsen. Zij bemensen dagelijks de telefoon bij de Veekijker, zodat er altijd iemand klaar zit om de vragen te beantwoorden en advies te geven aan dierenartsen, pluimveehouders en voorlichters.

Signalen uit het veld

“De pluimveehouderij is een kleine sector en zeer exportgericht. Daarom is het belangrijk om onmiddellijk actie te ondernemen als we bijzonderheden constateren”, aldus Kense. “Hierbij zijn we afhankelijk van signalen uit het veld over ziekteverschijnselen of een daling van de eierproductie. In Nederland zijn ongeveer 65 gespecialiseerde pluimveedierenartsen. Telefonisch contact met deze dierenartsen en andere partijen zoals veehouders, fokkerijorganisaties en voerleveranciers via de Veekijker levert belangrijke informatie op voor de diergezondheidsmonitoring. Dierenartsen of partijen, zoals bijvoorbeeld kuikenbroederijen, sturen ook monsters of levende of dode dieren naar de GD voor onderzoek.” In het Veekijkeroverleg bespreken de dierenartsen van de GD periodiek alle ontwikkelingen en signalen met onder meer een patholoog en een expert in laboratoriumdiagnostiek.

Vinger aan de pols

Eén van de zaken waar de monitoring continu vinger aan de pols houdt, is het percentage dieren dat besmet is met salmonella. “Het besmettingspercentage met salmonella ligt laag en met het oog op de volksgezondheid en de exportpositie van de sector moet dit ook zo blijven. Als de situatie zich ongunstig ontwikkelt, gaan we als GD samen met de sector op zoek naar mogelijke bronnen en ondernemen we actie.” 

Vogelgriep

Begin 2003 werd in Nederland klassieke vogelgriep vastgesteld. Het pluimvee vertoonde niet de typische verschijnselen van vogelgriep, zoals onderhuidse bloedingen en zwelling van de kop. Na onderzoek bleek dat het toch deze zeer besmettelijke dierziekte was. Ondanks snel ingrijpen verspreidde het virus zich razendsnel en zouden uiteindelijk bijna 30 miljoen dieren de epidemie niet overleven.

Bewakingssystemen

Om een uitbraak zoals in 2003 te voorkomen, zijn verschillende bewakingssystemen opgezet om vogelgriep op tijd op te sporen. Kense: “De uitbraak in 2003 liet zien dat uitbraken zich niet altijd aan de literatuurbeschrijvingen houden. Pluimveebedrijven sturen nu één keer per jaar, en bij pluimvee dat buiten scharrelt vier keer per jaar, verplicht bloedmonsters op voor onderzoek. Als het pluimvee klachten aan de luchtwegen heeft, kan de dierenarts besluiten om een swab, een soort uitstrijkje, te nemen van de keel en dit naar het Central Veterinary Institute (CVI) op te sturen. Zij kunnen dan uitsluiten dat het de vogelgriep is. Omdat dierenartsen of veehouders altijd met de Veekijker kunnen bellen voor advies, is dit een breed vangnet om signalen die mogelijk op vogelgriep duiden op te vangen.

De combinatie van systemen blijkt nog steeds van belang, gezien de recente uitbraak van de gevaarlijke variant van vogelgroep (H5N8). De systemen hebben een belangrijke bijdrage gehad in het detecteren van dit virus. Door de snelle ontdekking was het voor de overheid en sector mogelijk om snel actie te ondernemen.


Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.

GD maakt gebruik van cookies om onze website te analyseren en de functionaliteit te verbeteren. Meer info vind je in ons cookiebeleid.