Mineralen

Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer

Voor schapen is het nu ook mogelijk om de spoorelementen koper, zink, selenium en jodium in bloed te onderzoeken uit één buis en hierdoor de balans tussen de actuele opname en actuele benutting van deze elementen uit voer te bepalen.

Met deze verbeterde methode is snel en precies te meten of het aangeboden rantsoen voldoet aan de behoefte van de schapen. Het is mogelijk dit onderzoek te doen uit slechts één heparinebloedje. Ook kan tegelijkertijd jodium worden bepaald. Om voorraad te bepalen is onderzoek van de lever noodzakelijk. De seleniumvoorraad bevindt zich in de rode en witte bloedcellen en wordt aan de hand van het enzym GSH-Px bepaald.  
Mineralen kunnen op verschillende manieren in het dier gemeten worden. Bedenk van tevoren welke vragen u wilt beantwoorden: de balans tussen actuele opname en actuele benutting of de voorraad.

Actuele opname

De balans tussen actuele opname en actuele benutting van mineralen uit het rantsoen kan het gemakkelijkst gemeten worden in bloedplasma. Bloedplasma (heparinebuis) bevat in tegenstelling tot bloedserum (serumbuis) nog stollingseiwitten die op hun beurt weer extra zink en koper bevatten. Aan de hand van bloedplasma kan de voorziening beoordeeld worden, dus of de gift past bij de behoefte van het dier. Na voerverandering duurt het enkele dagen tot een week voor de mineralenbalans is hersteld en dit verschilt per mineraal: bij selenium en jodium duurt dat één tot twee dagen en bij koper en zink tot drie tot zeven dagen. In de praktijk kan voor alle vier deze mineralen al één week na een rantsoenverandering het effect gemeten worden.

Voorraad

Voorraden van mineralen in het lichaam zijn een afspiegeling van de opname en benutting via het rantsoen en drinkwater in minimaal de laatste vier tot acht weken. De seleniumvoorraad bevindt zich in de rode en witte bloedcellen en kan bepaald worden aan de hand van het enzym GSH-Px waarin selenium is ingebouwd. De voorraad jodium zit in de schildklier. De voorraad van bepaalde mineralen en spoorelementen bevindt zich in de lever. Er zijn twee opties voor onderzoek van de lever. Ten eerste het enkelvoudig bepaalde leverbiopt waarbij geen drogestofbepaling wordt uitgevoerd omdat de kleine hoeveelheid weefsel (150 tot 250 milligram) dit niet mogelijk maakt. Ten tweede kunnen van gestorven en geslachte dieren de mineralen en sporenelementen in een stuk lever worden bepaald. GD-pathologen nemen dit onderzoeksmateriaal bij een voor pathologisch onderzoek aangeboden dier af indien er verdenkingen zijn en na toestemming van de eigenaar vanwege de extra kosten. Incidenteel wordt ook door practici (slachthuis)materiaal ingezonden. In deze grotere hoeveelheid lever wordt een drogestofbepaling gedaan en het onderzoek kan in duplo worden uitgevoerd, waardoor de betrouwbaarheid van de uitslag toeneemt. Indien er een koppelprobleem is kan de dierenarts een gepoold (goed gemengd) leverbioptmonster maken. Ook kan de GD-pathologen gevraagd worden gepoold onderzoek te verrichten. 

GD heeft een validatieonderzoek afgerond naar de mogelijkheid om meer mineralen en spoorelementen te onderzoeken in de lever van onder andere schapen en geiten. Het ingezonden levermateriaal wordt op de volgende elementen onderzocht: arseen (As), cadmium (Cd), kobalt (Co), chroom (Cr), koper (Cu), ijzer (Fe), kwik (Hg), molybdeen (Mo), nikkel (Ni), lood (Pb), seleen (Se), vanadium (V) en zink (Zn).

mineralen

Monitoren mineralen bij het schaap

De belangrijkste mineralen bij het schaap zijn:

  • Koper (Cu);
  • Kobalt (Co) als belangrijk onderdeel van vitamine B12;
  • Selenium (Se).
  • Bij een vermoeden van een mineralendisbalans adviseren wij om naar deze mineralen onderzoek te doen. Omdat zwavel, ijzer, molybdeen, zink en cadmium de benutting van koper kunnen beïnvloeden is bij een vermoedelijke koperdisbalans informatie over deze mineralen ook wezenlijk. Tenslotte verlaagt kobalttoediening het kopergehalte in serum en lever. Bovenstaande maakt de diagnose van een koperdisbalans complex. Lees verder.

    Referentiewaarden versus voorlopige afkapwaarden

    Met de verbeterde bepaling van mineralen in bloedplasma worden nu afkapwaarden of clinical decision values genoemd in plaats van referentiewaarden. Afkapwaarden zijn de waarden waarboven of waaronder verschijnselen van overmaat of tekorten zichtbaar kunnen worden.
    Bepaling Afkapwaarden Schaap* (plasma)
    Koper (Cu) 10 – 25 µmol/L
    Zink (Zn) 9 – 25 µmol/L
    Seleen (Se) 0,4 – 3,0 µmol/L
    Jodium (I) 0,4 – 5,0 µmol/L

    *Aan de hand van diverse inzendingen van schapen van verschillende rassen, leeftijden, voederregimes en locaties heeft GD een beeld van voorlopige afkapwaarden. 

    Toelichting op uitslag pakket spoorelementen

    Referentiewaarden

    Referentiewaarden geven een interval aan waarbinnen een uitkomst hoort te vallen: 95% van de analyseresultaten verkregen bij onderzoek van gezonde dieren bepalen deze waarden. Dit wordt weergeven door cijfers 1 en 2 in de figuur hierna. Referentiewaarden zijn afhankelijk van de gebruikte analysemethode, temperatuur en reagenssamenstelling. Raadpleeg dus altijd de voor het gebruikte laboratorium geldende referentiewaarden.

    Afkapwaarden of clinical decision values

    Afkapwaarden of clinical decision values zijn waarden waarboven (intoxicaties) of waaronder (tekorten) uitkomsten als afwijkend worden beschouwd. Het “niemandsland” tussen referentiewaarden en afkapwaarden zijn uitkomsten die in de regel nog geen problemen geven. Maar uiteindelijk wordt de overmaat of het tekort zo groot dat dit aan de dieren af te lezen is. Een overmaat wordt in de figuur aangegeven als de rode lijn beginnend vanaf punt 3. Valt een uitkomst buiten de afkapwaarden raadpleeg dan de veevoederleverancier om het rantsoen te analyseren en eventueel aan te passen.

    afkapwaarden

    Selenium versus GSH-Px

    De bepaling van selenium in bloedplasma (heparinebuis) maakt het mogelijk om de balans tussen actuele opname en actuele benutting van selenium uit het rantsoen te meten. Daarmee is snel en precies inzicht te krijgen of de selenium gift (rantsoen) voldoet aan de behoefte. Voorheen was er middels bloedonderzoek enkel iets te zeggen over de seleniumvoorraad. Deze seleniumvoorraad bevindt zich in de rode en witte bloedcellen en wordt aan de hand van het enzym GSH-Px bepaald. 

    De seleniumvoorraad is een afspiegeling van de opname en benutting via rantsoen en drinkwater in de laatste vier tot acht weken. Daarmee geeft een GSH-Px uitslag een vertraagde indicatie, terwijl de nieuwe selenium bepaling al na slechts één tot twee dagen een goede indruk geeft.

    Oude browser

    We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.

    GD maakt gebruik van cookies om onze website te analyseren en de functionaliteit te verbeteren. Meer info vind je in ons cookiebeleid.