Ontwikkeling klauwaandoeningen in Nederland

Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer

Er zijn al veel inspanningen gedaan en initiatieven genomen om stappen te maken op het gebied van klauwgezondheid. Toch blijft het een lastig punt. We vertellen u graag wat we weten en wat we doen om de klauwgezondheid in Nederland te verbeteren. Leest u mee?

Door de inspanningen is het percentage koeien met stinkpootinfecties is fors gedaald, maar met name Mortellaro (digitale dermatitis) en wittelijnaandoeningen zijn lastig onder controle te krijgen. Ook zien we op steeds meer bedrijven een matige reactie op de antibioticumbehandeling van tussenklauwontsteking. De achtergrond van de aandoeningen is verschillend: Mortellaro en tussenklauwonsteking zijn beide infectieuze klauwaandoeningen (IKA) en wittelijnaandoeningen en zoolzweren zijn niet-infectieus (NIKA) van aard. De laatste twee komen vaker bij oudere melkkoeien voor.

Verschil IKA en NIKA

Bij de infectieuze aandoeningen gaat het eigenlijk altijd om problemen met de huid (die geïnfecteerd raakt met bacteriën) en niet zozeer om de klauw zelf. Hierbij spelen vooral een verlaagde weerstand, het rantsoen en een verhoogde infectiedruk (hygiëne) een rol. Bij de niet-infectieuze klauwaandoeningen spelen zaken zoals het rantsoen, de belasting (staan en draaien), huisvesting en de kwaliteit van de klauwen een rol. Er zijn ook een aantal factoren die kunnen zorgen voor zowel infectieuze als niet- infectieuze klauwaandoeningen. Denk bijvoorbeeld aan aankoop, transitieproblemen en voeding in het algemeen. Deze drie onderdelen behandelen we hier kort:

Aankoop

Als u als veehouder dieren aankoopt bestaat niet alleen het risico op insleep van dierziekten als IBR, BVD en paratbc. Ook nieuwe Mortellaro-bacteriestammen (Treponema) kunnen op deze manier binnenkomen op het bedrijf. Daarnaast kan het introduceren van nieuwe dieren in de koppel de geldende sociale rangorde verstoren, waardoor meer competitie tussen de koeien ontstaat. Dit laatste en de rantsoenwisselingen geven een verhoogde kans op beschadigingen van het klauwhoorn. Door de verhoogde druk op de klauwwanden kunnen dan eerder wittelijnaandoeningen ontstaan. Hoorn van de witte lijn is het minst sterke klauwhoorn en zal als eerste beschadigingen kunnen vertonen bij competitie tussen koeien. 

 

Transitieproblemen

Storingen bij het opstarten van de lactatie (zoals melkziekte of slepende melkziekte) hebben directe consequenties voor de klauwgezondheid. Melkziekte zorgt voor een verstoring in de calciumstofwisseling (wat van invloed is op de klauwhoornkwaliteit) en slepende melkziekte (ketose) resulteert in een zachtere hoornkwaliteit. De oorzaak van deze problemen zou voort kunnen komen uit een disbalans tussen voeropname en de behoefte voor productie en onderhoud. Er worden bijvoorbeeld minder macromineralen, spoorelementen en vitaminen opgenomen en door verminderde voeropname wordt de pensfunctie, en daarmee mogelijk ook de productie van biotine,  verstoord. Het zachtere klauwhoorn is wellicht fijn voor de klauwverzorger, maar desastreus voor de koeien qua productie, vruchtbaarheid en kreupelheid.

 

In relatie tot kreupelheid heeft een negatieve energiebalans (NEB) die zich uit in deze (subklinische) ketose direct een negatieve invloed op zowel Mortellaro als op de niet-infectieuze klauwaandoeningen (NIKA). Practici en bedrijfsadviseurs kunnen u hierbij adviseren. Als je kijkt naar de NEB is het dunner worden van het vetkussen tussen het klauwbeen (bot) en de zool van de hoornschoen kenmerkend. Dit zorgt voor erompressie van het weefsel tussen het klauwbeen en het zoolhoorn; iets wat zich uit een zoolzweer of minder ernstig een geelverkleuring en of bloeduitstorting in de zool. In de praktijk wordt dit soms als onontkoombaar bij een goede productie beschouwd. Toch is dit ongewenst, omdat het niet alleen de schokdemping negatief beïnvloedt, maar ook invloed heeft op de kwaliteit van het zoolhoorn en een voorbode is van de zoolzweer (ZZ). Deze laatste is weliswaar reparabel, maar de schade blijft en bij een volgende afkalving is er een grote kans op een terugkeer van de zoolzweer.

Voeding in het algemeen

Een evenwichtig rantsoen met de juiste ruwvoer- en krachtvoerverhouding is een voorwaarde voor een goede penswerking en dat is de basis voor een goede gezondheid, goede productie en weinig klauwproblemen. Een andere voorwaarde is een goede voorziening van macromineralen (onder andere calcium en zwavel), spoorelementen (onder andere zink, mangaan, selenium en koper) en vitaminen (onder andere vitamine A/E en biotine). De voeradviseur stelt op basis van zijn informatie (ruwvoeranalyse en potentieel koeien) een optimaal rantsoen samen. Wat uiteindelijk de opname door het dier is, is niet zeker. Door middel van tankmelkonderzoek krijgt een veehouder inzicht of de voorziening van deze vitamine en spoorelementen voldoende is voor de vorming van sterke gezonde klauwen.

Conclusie

In Nederland zorgt een te hoge prevalentie (dat zijn het aantal koeien met een aandoening gedeeld door het totaal aantal aanwezige koeien) van Mortellaro, tussenklauwontsteking en wittelijnaandoeningen voor een matige klauwgezondheid. Door de klauwgezondheid op uw bedrijf gestructureerd aan te pakken is het verbeteren van de klauwgezondheid voor ieder bedrijf haalbaar; iets wat fijn werkt en het bedrijfsrendement ten goede komt. Meer informatie over het 7-puntenplan vindt u hier.

 

 

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.

GD maakt gebruik van cookies om onze website te analyseren en de functionaliteit te verbeteren. Meer info vind je in ons cookiebeleid.