Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer

Hieronder vindt u antwoorden op veelgestelde vragen door hobbyhouders. Staat uw vraag er niet bij? Neem dan telefonisch contact op met Veekijker Varken via 0900-7100000, optie 2.

Klik hier om de flyer voor hobbyhouders te downloaden met belangrijke informatie over het voorkomen van ziektes zoals AVP.
GD heeft ook een informatieve mail over AVP gestuurd naar hobbyhouders. Deze vindt u hier.

  • Hoe herken ik AVP?

    Door AVP getroffen varkens worden na een incubatietijd van 4 tot 19 dagen acuut ziek, hebben koorts (40 tot 41 graden Celsius), bloedingen in inwendige organen, huidbloedingen (vooral op de oren en de flanken) en sterven vaak acuut. Het subacute stadium wordt gekenmerkt door leucopenie en bloedingen. Het chronische beeld, met alleen versnelde ademhaling en soms verwerpen, treedt pas op in situaties dat de ziekte langer aanwezig is in de populatie (endemische situatie). De meerderheid van de varkens zal snel sterven. Maar het is ook mogelijk dat de varkens minder snel sterven of zelfs overleven (minder dan 5 procent van de varkens). Wees erop verdacht dat AVP een erg uiteenlopend ziektebeeld kan vertonen, op dit punt is AVP vergelijkbaar met klassieke varkenspest. 

     

    Acuut gestorven varken door AVP
    Acuut gestorven varken door AVP

    Huidverkleuring door AVP
    Huidverkleuring door AVP

  • Wat moet ik doen en bij wie moet ik zijn bij vragen over AVP?

    Afrikaanse varkenspest is een meldingsplichtige ziekte ingevolge artikel 15 van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren. Elke klinische verdenking moet worden gemeld bij de NVWA via het Centraal meldpunt Dierziekten ((045) 546 31 88). Dit geldt zowel voor varkenshouders als voor dierenartsen. Bij afhandeling van verdenkingen en bij de bestrijding zijn de NVWA-draaiboeken uitgangspunt en zijn de dan geldende regelgeving en de instructie van de NVWA leidend.

    Voor vragen over AVP kunt terecht bij uw dierenarts en bij de Veekijker van GD (0900-7100000 (optie 2)).
  • Zijn vogels een risico voor de verspreiding van AVP?

    Verspreiding door vogels is niet waarschijnlijk. Huisdieren en ongedierte kunnen het virus verslepen, maar over kortere afstand en ze vermeerderen het virus niet. In Afrika verspreiden zachte teken het virus, maar de harde Europese teken verspreiden het virus niet. 
  • Wat is de rol van de wolf bij de verspreiding van AVP?

    Over de rol van de wolf in de verspreiding van AVP is weinig bekend. In Duitsland is wel onderzoek gedaan naar wat vossen en wasbeerhonden doen met kadavers van wilde zwijnen. Ze blijken wel vleesdelen van kadavers te verslepen, maar dit wordt nauwelijks van belang geacht omdat het steeds gaat over kleine delen van die karkassen, en over kortere afstand.
  • Wat is de situatie in België?

    Op de website van het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV) in België kunt u de actuele situatie volgen en zien welke maatregelen genomen worden.

    In België zijn sinds 13 september 2018 in totaal 829 besmette wilde zwijnen aangetroffen (stand 13 november 2019). Het aantal gevonden besmettingen is na een piek van 217 uitbraken in februari gezakt naar 8 in juni 2019 en nul in juli 2019. In het najaar zijn slechts enkele besmette wilde zwijnen gevonden, de laatste op 13 november 2019. Alle besmette wilde zwijnen zijn steeds gevonden binnen de afgesloten gebieden. Op de kaartjes is te zien dat het centrale gebied op 26 februari 2019 is uitgebreid (rechter kaart).

    AVP

  • Wat is de situatie in Oost-Europa?

    Sinds 2014 zijn er uitbraken in Oost-Europa: de Baltische staten, Polen. In 2016 is de ziekte AVP gevonden in Moldavië, in 2017 in Roemenië en Tjechië, en in 2018 in Hongarije. 

    In Polen wordt door onderzoekers vastgesteld dat de besmettingen zich steeds verder naar het westen verplaatsen, met een snelheid van ongeveer 20 kilometer per jaar. Duitse onderzoekers hebben in de Baltische staten geconstateerd dat de ziekte onder wilde zwijnen niet uit te roeien is. Vooral als er besmette kadavers in de bossen blijven liggen, is het risico op nieuwe infecties groot. 

    In Tsjechië zijn sinds april 2018 geen uitbraken van AVP meer voorgekomen. De strikte aanpak met het plaatsen van hekken, het gericht toepassen van jacht, en opruimen van karkassen, is effectief gebleken. De aanpak in België is op dezelfde uitgangspunten gebaseerd.

    In Polen zijn sinds 4 november 2019 in totaal op 21 locaties dode en met AVP-virus besmette wilde zwijnen gevonden. De meeste van deze dode wilde zwijnen zijn gevonden langs wegen. De meest westelijke vindplaats was bij Nowgrod Bobrzanski, iets meer dan 40 km verwijderd van de grens met Duitsland.

  • Wat gebeurt er als er een AVP-besmet wild zwijn wordt gevonden in Duitsland?

    Als er een besmetting met AVP bij een wild zwijn wordt gevonden, dan schrijft de Europese richtlijn voor dat een besmet gebied wordt ingesteld. De grootte van het besmette gebied hangt onder andere af van de grootte van het leefgebied van de wilde zwijnen, het aantal wilde zwijnen dat daar aanwezig is, de verspreiding van het virus en de aanwezigheid van belangrijke natuurlijke of kunstmatige barrières voor de verplaatsingen van wilde zwijnen.

    In het aangewezen besmette gebied worden varkensbedrijven onder toezicht van de overheid geplaatst en is vervoer van varkens niet toegestaan. Buiten het aangewezen besmette gebied is transport van varkens toegestaan, zoals ook in België het geval is. Dat betekent dus dat vanuit Nederland in principe varkens naar Duitsland kunnen worden gebracht, m.u.v. het besmette gebied.

    De gevolgen voor Nederland kunnen groter zijn als er een besmetting bij een wild zwijn optreedt dichtbij de grens met Nederland. Op dat moment wordt door de Nederlandse overheid, op basis van advies van experts en in overleg met de Europese Commissie, bepaald of er ook in Nederland een besmet gebied wordt ingesteld. Er gelden dan ook in Nederland beperkingen voor transport van varkens in dat gebied. Ook worden er maatregelen ingesteld die anderen treft, zoals jagers en bezoekers. Buiten het aangewezen besmette gebied in Nederland blijven in principe transportbewegingen van en naar varkensbedrijven toegestaan.

    In alle gevallen geldt: er wordt wel een oproep gedaan om de algemene hygiëne rondom alle transporten, niet alleen diertransporten, vanuit Duitsland naar Nederland te verhogen. Extra aandacht voor de reiniging en desinfectie van veewagens, en overige transportmiddelen die ook op varkensbedrijven komen, wordt dan dringend aanbevolen.

    Zie ook het Plan van Aanpak Bestrijding van een besmetting van wilde zwijnen met Afrikaanse varkenspest (website LNV).

  • Wanneer is er sprake van een verdenking op AVP?

    Van een verdenking is sprake als er op grond van de ziekteverschijnselen niet uitgesloten kan worden dat AVP de oorzaak is. Er kunnen bijvoorbeeld onbegrepen ziekteproblemen zijn, of onvoldoende reactie op een ingestelde behandeling. Overleg dit altijd met uw dierenarts. Zowel de varkenshouder als de dierenarts zijn beide wettelijk verplicht deze gevallen te melden.
  • Wat gebeurt er bij een verdenking?

    Als u of uw dierenarts een verdenking gemeld hebt bij de NVWA, op basis van klinische verschijnselen, dan wordt uw bedrijf bezocht door een specialistenteam, bestaande uit uw dierenarts, een dierenarts van de NVWA, en een dierenarts van GD. Er kunnen op het bedrijf monsters genomen worden. 
    Een verdenking kan ook ontstaan als er bij sectie van gestorven varken verdachte afwijkingen zijn gevonden. Dit kan gebeuren in de sectiezaal van de dierenartsenpraktijk of in de sectiezaal van GD. Ook dan bezoekt het specialistenteam het varkensbedrijf. De organen van het varken worden ondertussen opgestuurd naar Lelystad (WBVR) waar onderzoek op AVP plaatsvindt. De uitslag is vaak op dezelfde dag bekend.
  • Hoe wordt op dit moment bewaakt of AVP in Nederland aanwezig is?

    Dit wordt bewaakt door:

    (a) de algemene meldingsplicht die voor dierenartsen en varkenshouders geldt, waardoor verdachte ziekteverschijnselen gemeld moeten worden aan NVWA;
    (b) als er bij sectie (pathologisch onderzoek) verdachte afwijkingen worden gevonden, wordt ook dit aan NVWA gemeld; hierna vindt een bedrijfsbezoek plaats door het specialistenteam van de NVWA, de praktiserend dierenarts en een GD-dierenarts;
    (c) uitsluitingsdiagnostiek*: als, in verband met koppelmedicatie, 6 EDTA-bloedmonsters worden ingestuurd naar Lelystad (WVBR) dan worden deze onderzocht op AVP en KVP; 
    (d) Als wilde zwijnen dood gevonden worden, dan wordt er steekproefsgewijs onderzocht op AVP en KVP. 

    * Zie voor meer informatie de vraag 'Hoe kan ik uitsluitingsdiagnostiek doen en wat zijn de kosten van uitsluitingsdiagnostiek?'

  • Hoe kan ik uitsluitingsdiagnostiek doen en wat zijn de kosten van uitsluitingsdiagnostiek?

    Als AVP en KVP niet uitgesloten kunnen worden, maar ook niet hoog op het lijstje van mogelijke ziektes staan, bestaat er een mogelijkheid om bloedmonsters in te sturen om AVP en KVP uit te sluiten. Denk daarbij aan situaties waarbij groepsmedicatie wordt toegepast voor een onbekende ziekte of dieren niet reageren op een behandeling met antibiotica. De bedrijfsdierenarts kan in dit geval de bloedmonsters nemen (6 monsters, afkomstig van 6 zieke dieren) en deze rechtstreeks naar WBVR sturen. Alleen de kosten van de dierenarts en het opsturen van de monsters komen voor rekening van de varkenshouder. De kosten van het diagnostisch onderzoek worden betaald door de overheid.

  • Welke reinigings- en desinfectiemiddelen kan ik gebruiken voor de stal en/of het transportmiddel?

    Op de website van het Ctgb (College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden) is vermeld dat de volgende middelen geregistreerd zijn voor gebruik tegen AVP-virus:
    - Voor gebruik in dierverblijven en veewagens zijn toegelaten: Virocid F, Halamid-d
    - Alleen voor gebruik in dierverblijven is toegelaten: Virkon S
    - Voor gebruik in transportmiddelen voor dieren: zie de lijst van de NVWA 'Lijst toegelaten ontsmettingsmiddelen R&O AVP'

    Lees de bijsluiter van uw desinfectiemiddel en check de website van het Ctgb voor wijzigingen.

  • Welke hygiëneprotocollen zijn noodzakelijk om besmettingen met AVP te voorkomen?

    Gebruik hiervoor de protocollen die genoemd zijn onder de ziekte PED. Ook voor AVP gelden dezelfde strikte hygiëne-eisen. Voor de toelating van personen en transportmiddelen geldt in het algemeen: handhaaf een strakke scheiding tussen de schone en vuile weg, zodat vrachtwagens alleen op de vuile weg kunnen laden en lossen, en personen niet zonder douchen en omkleden het erf kunnen betreden.

  • Waarom mag ik geen keukenafval voeren?

    Het risico van het voeren van keukenafval is dat er vleeswaren in zitten die het AVP-virus bevatten. Het AVP-virus is zeer resistent en zal in ongekookte worst zeker overleven. Varkens kunnen daarmee besmet worden. In Nederland geldt een verbod op het voeren van keukenafval aan varkens. 

  • Kan ik als varkenshouder nog gaan jagen?

    Het advies is om dit niet te doen. In karkassen van besmette wilde zwijnen kan namelijk veel virus aanwezig zijn. Daardoor is het zeer waarschijnlijk dat kleding en materialen die gebruikt zijn tijdens de jacht besmet zijn. Om elk risico van besmetting van eigen kleding te voorkomen, is het daarom aan te bevelen niet te gaan jagen.

  • Wat is het verschil tussen ophokken en afschermen?

    Ophokken houdt in dat varkens in een gesloten ruimte (hok, stal) worden gebracht, waardoor ze ook niet meer voor loslopende dieren (zoals wilde zwijnen) bereikbaar zijn. Bij alleen afschermen van varkens met een (dubbele) afrastering, is er nog steeds indirect contact mogelijk, en blijft het risico dat er een besmetting optreedt.

  • Zijn er ook resistente varkensrassen?

    In Afrika zijn er varkens die niet gevoelig zijn voor het AVP-virus.  Deze varkens worden 'bushpigs' en 'warthogs' genoemd. Zie de onderstaande foto’s.

    bushpig

    bushpig

  • Welke noodhuisvesting moet ik regelen?

    Regel tijdig noodhuisvesting voor uw varkens!

    Als er uitbraken van ziekten als AVP, KVP of MKZ optreden, is het belangrijk dat u voorbereid bent op vervoersverboden. Een vervoersverbod kan meerdere weken duren, en vraagt dus zeker om voorbereiding. Houd bij het plannen van noodopvang rekening met de productie op uw bedrijf: hoeveel varkens worden er per week geproduceerd? Neem in het plan een tijdpad op voor de gevolgen voor iedere extra week dat u geen varkens kunt afleveren (aantal en gewicht van de varkens in verhouding tot de draagkracht van de vloeren, en voeder- en watervoorziening).
    Zie voor meer tips de folder ´Praktische tips noodhuisvesting varkenshouderij´.

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.