Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer
Samen werken aan diergezondheid

Mastitis

Voorkomen van mastitis is een belangrijk aandachtspunt voor de Nederlandse melkveehouderij. Het probleem is vaak lastig aan te pakken, want elke verwekker van mastitis vereist zijn eigen specifieke aanpak. Verschillende factoren vergroten of verkleinen de kans op mastitis. De GD biedt u een breed pakket ter ondersteuning en bestrijding van mastitis en verhoogd celgetal.

Direct naar:

Verschijnselen

We onderscheiden twee soorten mastitis: klinische (zichtbare) mastitis en subklinische (niet-zichtbare) mastitis.Bij klinische mastitis is sprake van afwijkende melk. De melk bevat vlokjes of klontjes en soms zelfs bloed. Het geïnfecteerde kwartier kan warm en gezwollen of hard aanvoelen. In sommige gevallen is de koe ziek. Subklinische mastitis is niet zichtbaar. De melksamenstelling is afwijkend, maar dit is met het blote oog niet te zien. Subklinische mastitis wordt opgespoord met behulp van celgetalbepaling. Koeien met subklinische mastitis hebben een verhoogd celgetal.


Oorzaak

Mastitis is een ontsteking van het uierweefsel, veroorzaakt door bacteriën die de uier binnendringen. Om uierproblemen op het bedrijf aan te pakken, is het belangrijk te weten welke bacterie de veroorzaker is van de klinische mastitis of het verhoogde celgetal. Met bacteriologisch onderzoek van de melk wordt de veroorzaker opgespoord. Veroorzakers van mastitis verdelen we in drie groepen: koegebonden bacteriën, omgevingsbacteriën en overige bacteriën.


Besmettingsroute

Van de besmettingen met koegebonden bacteriën vindt tachtig procent plaats tijdens het melken. Bacteriën worden via niet goed gereinigde apparatuur, melkdoeken of handen, van koe naar koe overgedragen. De overige besmettingen met koegebonden en met omgevingsgebonden bacteriën vinden meestal plaats in de stal. Sommige besmettingen vinden plaats in de weide (bijvoorbeeld zomerwrang).


Schade

Mastitis brengt de rundveesector flinke financiële schade toe. De totale schade door mastitis (klinisch en subklinisch) in Nederland bedraagt jaarlijks meer dan 100 miljoen euro.De schade door klinische mastitis ontstaat door productieverlies in de huidige lactatie en door het niet leveren van melk vanwege de wachttijd van medicijnen. Bij klinische mastitis is de schade per getroffen koe in de eerste drie maanden van de lactatie ongeveer € 275,- en in de periode van vier tot negen maanden in de lactatie bedraagt deze ruim € 140,-. Hierbij komen ook nog behandelingskosten en schade vanwege het voortijdig afvoeren van zieke dieren.Subklinische mastitis veroorzaakt schade door productieverlies. Bovendien wordt u gekort op het melkgeld wanneer het geometrisch tankmelkcelgetal de grens van 400.000 cellen per ml melk overschrijdt en wanneer het celgetal op het moment van scheppen boven de 400.000 cellen per ml melk komt. Ook vroegtijdige vervanging van dieren met een hoog celgetal is een kostenpost.

Terug naar het begin van dit artikel

Diagnose van Mastitis


Mastitis op het bedrijf is een probleem van veel melkveehouders. Het zorgt voor welzijnsproblemen, gedoe en extra kosten. De aanwezigheid van mastitiskiemen verschilt van bedrijf tot bedrijf, maar ook de antibioticagevoeligheid van deze kiemen verschilt. Sterker nog: na zes maanden kan de antibioticagevoeligheid veranderd zijn. Om mastitis effectie aan te pakken kan een andere behandeling met een andere injector nodig zijn.

U kunt mastitis op uw bedrijf in de gaten houden op bedrijfsniveau en op koeniveau. Het is sowieso verstandig om de uiergezondheid op bedrijfsniveau in de gaten te houden. Constateert u problemen, dan kunt u overgaan tot een aanpak op individueel niveau.

Op bedrijfsniveau kunt u uiergezondheid in de gaten houden met GD Tankmelk UiergezondheidUiergezondheid Tankmelk vertelt u zes of tien keer per jaar via tankmelkonderzoek precies welke mastitiskiemen op uw bedrijf wel of geen rol spelen. En weet u eenmaal wie u moet bestrijden dan weet u ook wát de juiste aanpak is om tot een lager tankcelgetal en minder klinische mastitis te komen. Bovendien krijgt u kiemen in beeld die mogelijk in de toekomst een actieve rol kunnen gaan spelen. Zo kunt u tijdig de juiste preventieve maatregelen treffen en trammelant voorkomen op de 7 belangrijkste mastitisverwekkers.

Bij individuele koeien is klinische mastitis met het blote oog vast te stellen, omdat er dan sprake is van afwijkende melk. De melk bevat vlokjes of klontjes en soms bloed. Het geïnfecteerde kwartier voelt vaak warm en gezwollen of hard aan. In sommige gevallen is de koe ziek. Met GD BO Melk kunt u de veroorzaker van de klinische mastitis opsporen en gericht behandelen.

Subklinische mastitis is bij individuele koeien met het blote oog niet waarneembaar. Koeien met subklinische mastitis kampen met een verhoogd celgetal. De melkproductie is lager dan normaal. Het individuele celgetal wordt bepaald tijdens de periodieke melkcontrole. Het celgetal is een maatstaf voor de gezondheid van de uier. Een gezonde koe heeft gedurende de lactatie een redelijk constant (laag) celgetal, dat aan het eind van de lactatie licht kan stijgen. Aanwezigheid van bacteriën in de uier of verwondingen van kwartier of speen doen het aantal witte bloedcellen in de melk stijgen. We spreken van een verhoogd celgetal als het celgetal hoger is dan 200.000 cellen per ml. Bij de melkcontrole wordt 150.000 voor vaarzen en 250.000 voor koeien aangehouden.

Omdat subklinische mastitis chronisch kan worden en mogelijk over kan gaan in klinische mastitis, is het belangrijk subklinische mastitis aan te pakken. Met behulp van bacteriologisch onderzoek (GD BO Melk) is vast te stellen welke bacterie verantwoordelijk is voor het verhoogde celgetal.

Terug naar het begin van dit artikel

Risicofactoren voor mastitis


Mastitis is een echte factorenziekte. Verschillende factoren vergroten of verkleinen de kans op mastitis.

 

Droogzetten

Van de Nederlandse melkkoeien wordt 85 procent drooggezet met antibiotica. Het doel hiervan is nieuwe infecties tijdens de droogstand te voorkomen en bestaande, niet-zichtbare infecties te genezen. Kijk voor de juiste wijze van droogzetten bij Droogzetten in acht stappen.
 

Klinische en subklinische mastitis behandelen met antibiotica

Mastitis is meestal goed te behandelen met antibiotica. Voorwaarde voor een succesvolle behandeling is dat middelen gebruikt worden waarvoor de veroorzakende bacterie gevoelig is. Een gevoeligheidstest geeft hierover uitsluitsel. Met Mastitis Tankmelk (Uiergezondheid Tankmelk en Bedrijfsantibiogram) krijgt u op koppelniveau inzicht met welke mastitiskiemen u te maken heeft en welk antibioticum het meest effectief zal zijn.


Klinische mastitis

Kwartieren met een klinische (zichtbare) uierontsteking zijn meestal goed te behandelen met antibiotica. De kans op genezing wordt sterk bevorderd als de behandeling direct na het ontdekken van de (klinische) ontsteking begint. De behandeling bestaat meestal uit het toedienen van een mastitisinjector in de uier (klik hier voor de injectie instructiekaart). In overleg met de dierenarts kan besloten worden om de koe ook een antibioticuminjectie of andere ondersteunende behandelingen te geven. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan pijnstillers.


Subklinische mastitis

Subklinisch (niet zichtbaar) ontstoken kwartieren zijn net als klinische mastitis tijdens de lactatie te behandelen. Vaak vindt een behandeling in de droogstand plaats. Voor een subklinische mastitis geldt echter dat de kans op genezing kleiner wordt naarmate de bacterie langer in het uierweefsel aanwezig is. De keuze van het moment van behandeling hangt af van factoren zoals de hoogte van het koecelgetal, de soort mastitisverwekker en het risico van besmetting van andere dieren. Een dierenarts kan het beste adviseren bij het maken van deze afweging.


Ruimen van chronische gevallen

Houd koeien met een chronisch hoog celgetal die niet reageren op behandeling niet aan. Zij vormen een bron van infectie voor andere koeien. Dippen/sprayen na het melken De spenen dippen of sprayen na het melken is een effectieve manier om de uier te beschermen tegen ziektekiemen. Het dip- of spraymiddel desinfecteert de speenhuid, waardoor de kans dat ziektekiemen de speen binnendringen, afneemt. Daarnaast dragen de middelen bij aan een goede conditie van de speenhuid. 
Het is belangrijk het juiste middel te kiezen. We onderscheiden contactmiddelen en barriëredipmiddelen. Een contactmiddel is vooral geschikt om besmetting met koegebonden bacteriën (vaak het geval bij verhoogd celgetal) tegen te gaan. Zijn het vooral omgevingsbacteriën (meestal geen verhoogd celgetal) die problemen veroorzaken, dan is een barriëredip het meest geschikt. Aan de hand van het abonnement GD Tankmelk Uiergezondheid is na te gaan welke (groepen) bacteriën een rol spelen. 


Goed werkende melkmachine/goede melktechniek

Zowel bij koegebonden mastitisbacteriën als bij omgevingsgebonden mastitisbacteriën spelen melkmachine en melktechniek een belangrijke rol. Een slecht functionerende melkmachine werkt mastitisproblemen in de hand. Met GD Natte metingen analyseren we alle factoren bij het melken en meten we de melkmachine tijdens het melken helemaal door. Aan de hand van deze metingen ontvangt u vervolgens adviezen om het melkproces op uw bedrijf te optimaliseren.


Hygiëne

Als mastitisproblemen worden veroorzaakt door omgevingsgebonden bacteriën, dan is met een betere hygiëne in de stal (ligboxen, strooisel e.d.) winst te behalen. Met name in de zomer vraagt vliegenbestrijding aandacht. Met de GD Natte meting Uitgebreid nemen we naast de melkmachine en melktechniek andere factoren die van invloed zijn op de uiergezondheid, zoals huisvesting en de koeien zelf, onder de loep. 
In geval van specifieke mastitisproblemen kan de GD strooisel uit de ligboxen en/of de opslag onderzoeken op aanwezigheid van E. coli en Klebsiella. Klebsiella is een bacterie die voorkomt in zaagsel en ernstige mastitis kan veroorzaken.
 

Klimaat

In een slecht stalklimaat, bijvoorbeeld bij tocht, krijgen mastitisverwekkers eerder vat op de koe. Een goed klimaat is daarom belangrijk. De GD beschikt over ervaren klimaatdeskundigen die het klimaat op het bedrijf professioneel doormeten en u adviseren in de verbetering.

Terug naar het begin van dit artikel

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.