Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer
Samen werken aan diergezondheid

Informatie over maagdarmworminfecties

Verschijnselen

Maagdarmworminfecties komen voor bij runderen in elke leeftijdsklasse. Vooral bij dieren in het eerste weideseizoen kunnen verschijnselen optreden. De meest typische symptomen zijn: verlies aan eetlust, een ruw haarkleed, gewichtsverlies, achteruitgang van de algehele conditie en een enkele keer diarree.

Direct naar:

Oorzaak

Met maagdarmwormen worden veelal wormen bedoeld die voorkomen in de lebmaag of in de darmen. Sommige wormen komen veel voor, anderen zijn zeldzaam. Een aantal soorten is (zeer) ziekteverwekkend, andere soorten zijn dat minder tot niet. Ieder rund heeft wormen.

Besmettingsroute

Kalveren en jonge dieren die voor de eerste keer weidegang krijgen, besmetten zich met wormlarven zodra ze op grasland komen waar in het voorgaande jaar ook runderen hebben gelopen. De larven ontwikkelen zich in het rund tot volwassen wormen, die wormeieren uitscheiden. Met de mest komen deze eieren weer op het grasland, waar ze zich (afhankelijk van o.a. de vochtigheid en de temperatuur) in enkele weken ontwikkelen tot wormlarve. Hiermee worden de runderen weer herbesmet. Gedurende het weideseizoen neemt de besmettingsdruk toe.

Schade

Schade door maagdarmworminfecties bestaat uit verminderde groei van kalveren en pinken en daardoor mogelijk een later afkalftijdstip. De schade ontstaat door een verminderde opname van energie, eiwit en mineralen door het maagdarmkanaal. Dit leidt tot verminderde groei en/of vermagering. Op latere leeftijd kan dit bij vaarzen aanleiding geven tot een verminderde melkproductie. Daarnaast vormen dierenartskosten, gebruik van wormbestrijdingsmiddelen en extra arbeid kostenposten.

Een besmetting met maagdarmworminfecties kan op meerdere manieren worden gediagnosticeerd, namelijk door middel van mestonderzoek, bloedonderzoek en met het Worminfecties Tankmelk

Terug naar het begin van dit artikel

 

Diagnose van maagdarmworminfecties


Mestonderzoek

Met behulp van mestonderzoek kan een besmetting met maagdarmwormen worden vastgesteld. Voor dit onderzoek wordt het aantal eieren in de mest geteld. Kwantitatief mestonderzoek is alleen zinvol tussen vier tot tien weken na inscharen, mits er geen wormmiddelen zijn gebruikt. Het aantal wormeieren zegt in deze periode iets over ernst van de doorgemaakte worminfectie. Hierop kan de keuze voor al of niet behandelen worden afgestemd.

Bloedonderzoek

Met behulp van bloedonderzoek op pepsinogeen van een vijftal kalveren tijdens of na een eerste weideseizoen kan een goede indruk worden verkregen of de dieren moeten worden ontwormd. Pepsinogeen zegt iets over lebmaagschade dus over de larvale besmetting van de dieren.

Tankmelkonderzoek

Via het tankmelkonderzoek Worminfecties Tankmelk wordt de tankmelk jaarlijks in augustus onderzocht op antistoffen tegen longwormen en in oktober/november op antistoffen tegen leverbot, longwormen en maagdarmwormen. De uitslag vertelt per parasiet of er sprake is van een besmetting én in welke mate en kan gebruikt worden om een eventuele behandeling te evalueren.

Terug naar het begin van dit artikel

 

Risicofactoren voor maagdarmworminfecties


Beweiding speelt een belangrijke rol bij maagdarmworminfecties.

Extra kans op besmetting is aanwezig wanneer:

  • kalveren worden geweid op percelen waar eerder dat jaar runderen (m.n. kalveren) hebben geweid;
  • kalveren vroeg in het seizoen worden ingeschaard;
  • melkkoeien als jong dier geen weerstand hebben opgebouwd tegen maagdarmworminfecties, bijvoorbeeld doordat ze binnen zijn gehouden of overmatig zijn behandeld.

De kans op schade door een worminfectie is het kleinst als de kalveren om de drie weken worden omgeweid naar percelen die dat seizoen nog niet door jongvee zijn beweid of 2x gemaaid. Met deze methoden vindt een lichte besmetting plaats. Hierdoor ontwikkelen de dieren weerstand. Belangrijk is de beginbesmetting van een perceel. Als deze laag is, veroorzaakt deze besmetting de eerste twee maanden nog geen schade. De beginbesmetting kan variëren en hangt af van de beweiding in het voorgaande of huidige seizoen. Een overwinterde infectie is het hoogst als het jaar ervoor kalveren op het perceel hebben gelopen. De infectie is lager als er het voorgaande jaar pinken hebben gelopen en nog lager als er koeien hebben gelopen. Een overwinterde infectie is zelden zo hoog dat er binnen enkele maanden ernstige groeivertraging optreedt. Door in het nieuwe seizoen eerst 1 à 2 keer te maaien, daalt de weidebesmetting aanzienlijk. Hetzelfde geldt als in het perceel eerst koeien of andere diersoorten (bijvoorbeeld paarden of schapen) worden geweid.

Terug naar het begin van dit artikel

 

Aanpak van maagdarmworminfecties


De aanpak van maagdarmworminfecties bestaat uit graslandmanagement in combinatie met een goede ontwormingsstrategie. Voor een efficiënte wormbestrijding is de wormsleutel van de GD en de Faculteit Diergeneeskunde een handig hulpmiddel.

Graslandmanagement

Het graslandmanagement speelt een belangrijke rol in de preventie en behandeling van maagdarmworminfecties. Om weerstand op te bouwen tegen maagdarmworminfecties, dienen kalveren in beperkte mate te worden blootgesteld aan een infectie.

Een goede manier om voldoende weerstand tegen maagdarmwormen op te bouwen is de kalveren binnen drie weken om te weiden op etgroen. Dit beweidingssysteem werkt optimaal wanneer de kalveren laat worden uitgeschaard (na 1 juni). Voor bedrijven waar dit regelmatig omweiden niet mogelijk is, is het verstandig om 4-10 weken na het uitscharen de ernst van de besmetting te controleren door middel van mestonderzoek. Het moment waarop dit in uw situatie het meest zinvol is, kunt u vinden in de wormsleutel.

Gebruik de wormsleutel als hulpmiddel enerzijds om besmettingen zoveel mogelijk te voorkomen en anderzijds, in combinatie met een beoordeling van de conditie van de kalveren en de juiste diagnostiek, om de juiste keuze voor (al of niet) behandelen te bepalen. Lang niet altijd is behandeling nodig, zowel tijdens het weideseizoen als bij opstallen. Het is zonde om te behandelen als het niet nodig is (extra kosten, risico op resistentie-ontwikkeling), maar het is ook zonde om niet te behandelen als het wel nodig is (groeivertraging, later afkalven of mogelijk verminderde toekomstige melkproduktie).

Toelichting op de uitslag GD Tankmelk Worminfecties


Om de uitslag zo goed mogelijk om te zetten naar actie op uw bedrijf is het raadzaam om te overleggen met uw dierenarts. Hij of zij kan samen met u bepalen of vervolgstappen gewenst zijn.

Klik hier voor een toelichting op de uitslag Worminfecties Tankmelk.

 

Terug naar het begin van dit artikel

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.