Onderzoek naar hoefaandoeningen

Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer

Diersoorten

Onderzoek naar hoefaandoeningen

29-7-2014: 

Als paarden voor korte of langere duur te kampen hebben met hoefaandoeningen, is dat vaak een teleurstelling voor het bedrijf of de privé-eigenaar. Bovendien kan het (indirect) ook financiële consequenties hebben. Toch is nog weinig bekend over het voorkomen van hoefaandoeningen bij paarden in Nederland en de invloed van verschillende managementfactoren. Daarom voerde de GD in 2012, in samenwerking met de Faculteit Diergeneeskunde, een pilotonderzoek uit.

Het onderzoek is uitgevoerd op zeven stallen in Nederland op het moment van regulier onderhoud door de hoefsmid. In totaal zijn negentig paarden onderzocht; dit waren allemaal KWPN-paarden in de leeftijd van een tot achttien jaar. De grootte van de bedrijven varieerde van twintig tot honderd paarden per stal. Het doel was om het voorkomen van hoefaandoeningen op stal- en op dierniveau in kaart te brengen. De paarden waren op het moment van onderzoek niet kreupel. Van elk paard zijn de vier hoeven door één getraind persoon gescoord na het verwijderen van de ijzers en het schoonmaken en bekappen. Bij deze scoring is gekeken naar conformatie (ziet de hoef eruit zoals hij eruit zou moeten zien?), hoornkwaliteit en eventueel aanwezige aandoeningen. Aan het einde van elk bezoek is een enquête ingevuld over het type strooisel, de frequentie van het schoonmaken van de stallen, het type voer, krabben van de hoeven, enzovoorts.

Resultaten
Van de onderzochte paarden werd 57% op stro gehouden, 29% stond op vlas en 14% stond in een loopstal bedekt met (nat) zand. De frequentie van het bezoek door de hoefsmid varieerde van elke zes à acht weken tot twee keer per jaar. Wanneer de hoefsmid vaak op bezoek kwam, was de kans op hoefaandoeningen en ongelijkheid van de hoeven duidelijk minder. Bij 72% van de paarden werden een of meer aandoeningen van de hoeven geconstateerd, met een gemiddelde van 1,3 aandoeningen per paard. Op alle bezochte houderijen zijn hoornscheuren aangetoond, dit betrof in totaal 31,1% van de paarden. In de meeste gevallen ging het om oppervlakkige scheuren (71,4%). Bij 7% van de paarden was sprake van een losse wand, vooral in combinatie met White line disease (WLD, 4.4%). WLD werd alleen gezien bij paarden op ijzers. Een holle wand is tijdens dit onderzoek niet waargenomen. Een andere interessante bevinding is dat 48% van de paarden rotstraal had, en dat de kans daarop groter was bij het minder frequent uitmesten van de stal en het gebruik van een zandbodem in plaats van stro of vlas. Straalkanker werd niet aangetroffen. Verder werden bij 13,3% van de paarden zoolkneuzingen gezien; deze kwamen minder vaak voor bij een zachtere kwaliteit hoorn. Bij 20% van de paarden werden groeiringen aangetroffen (13% recht en 7% divergerend).

Vervolgonderzoek
De resultaten van dit pilotonderzoek geven slechts een eerste indruk van de hoefgezondheid van de Nederlandse paardenpopulatie. Aangezien veel paarden hoefaandoeningen lijken te hebben is het, in het kader van duurzaamheid en dierwelzijn, belangrijk om meer inzicht te krijgen in de invloed van verschillende managementfactoren. Daarnaast zijn Nederlandse (sport)paarden populair in het buitenland, dus er speelt ook een economisch belang. Om betere voorlichting te kunnen geven over de preventie van hoefaandoeningen, dienen we mogelijk meer op bedrijfsniveau te gaan kijken in plaats van naar het individuele dier. Het zou dan ook goed zijn als er nog een vervolgstudie komt, waaraan meer bedrijven deelnemen. Als hierbij alle hoefsmeden op dezelfde manier middels een scorekaart diagnoses uitvoeren, en de registratie goed uitgevoerd wordt, kan deze monitoring in de toekomst mogelijk geautomatiseerd worden. Dat zou betekenen dat iedere stalhouder eenvoudig inzicht kan krijgen in de gezondheid van de hoeven van zijn paarden, zodat hij indien nodig samen met zijn adviseur(s) een effectief plan van aanpak kan maken.

Op dit moment is de GD nog op zoek naar financiers voor een vervolgonderzoek naar het voorkomen van hoefaandoeningen en de invloed van verschillende risicofactoren. Mocht u hierin geïnteresseerd zijn, dan kunt u contact opnemen met de GD via 0900-1770 (optie 5).

Lees meer in het artikel 'Hoefaandoeningen in beeld', verschenen in het GD-katern in de Hippische Ondernemer (nummer 3, 2014).

  

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.

GD maakt gebruik van cookies om onze website te analyseren en de functionaliteit te verbeteren. Meer info vind je in ons cookiebeleid.