Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer

Diersoorten

Sectorbrede M.s.-monitoring: verrassende eerste resultaten

18-9-2013: 

Mycoplasma synoviae (M.s.) heeft niet alleen een belangrijke ziektekundige betekenis; het veroorzaakt ook handelsbeperkingen. Veel landen accepteren geen pluimvee en broedeieren besmet met deze mycoplasmasoort. Vanwege dit toegenomen commerciële belang is het PPE in januari 2013 gestart met een sectorbrede M.s.-monitoring. De resultaten van het eerste halfjaar laten al een verrassende ontwikkeling zien ten opzichte van de situatie in 2005-2006.

De bestrijding van M.s. richt zich in de huidige situatie op:

  1. Brede en frequente monitoring (middels bloedonderzoek) om besmette en vrije pluimveekoppels van elkaar te onderscheiden. Het doel van deze seromonitoring is om op elk niveau (materialen, koppels, eieren, enzovoort) kanalisatie mogelijk te maken. Op broederijniveau is dit belangrijk om overdracht van moederdieren op nakomelingen te verminderen. Het slachten van M.s.-besmette reproductiekoppels is economisch niet haalbaar in de huidige situatie omdat het aantal positieve koppels nog relatief hoog is.
  2. Het verminderen van de insleep vanuit de omgeving door het verbeteren van de bedrijfshygiëne. Ook is bewezen dat seromonitoring de bewustwording verhoogt, waardoor meer aandacht wordt besteed aan hygiëne en preventiemaatregelen.

Resultaten eerste halfjaar 2013
In tabel 1 staan de resultaten van M.s.-seromonitoring  in de periode 2005-2006 en de mate van voorkomen van M.s. in het eerste en tweede kwartaal van 2013 (na de start van de structurele monitoring in januari 2013). De resultaten van het eerste halfjaar laten al een duidelijke ontwikkeling zien, namelijk: een grote daling van het voorkomen van M.s. ten opzichte van 2005-2006 in de pluimveecategorieën fok, legvermeerdering, opfok-leg en de kalkoenensector.  

In de eind-legsector en in de vleesvermeerderingssector is het percentage besmette koppels het hoogst en gelijk aan de metingen in de periode 2005-2006. De prevalentie in de legvermeerderingssector is sterk gedaald. Het resultaat van deze daling is ook al zichtbaar in de opfoklegsector (69% in 2009 en 9% in het tweede kwartaal van 2013). Op termijn zal dit naar verwachting ook resulteren in een daling in de eind-legsector.   

eerste resultaten ms-monitoring 

M.s.-vaccinatie afgeraden
Wanneer M.s. de oorzaak is van klinische problemen, zoals luchtzakontsteking, GPE (Glazige Punt Eieren) en gewrichtsontsteking, dan kan M.s.-vaccinatie geadviseerd worden. Het is aangetoond dat deze vaccinatie de ziekteproblemen vermindert, maar niet voorkomt.  Binnen de door het PPE gekozen strategie voor een sectorbrede M.s.-aanpak wordt het gebruik van M.s.-vaccinatie echter afgeraden. M.s.-vaccinatie heeft als onderdeel van een bestrijdingsprogramma namelijk veel nadelen:

  1. Het is niet bekend of vaccinatie de verticale overdracht van de M.s.-veldstammen (van moederdier op nakomelingen) voorkómt.
  2. Een gevaccineerd koppel kan een veldinfectie maskeren. Experimentele studies hebben aangetoond dat een veldstam alsnog kan aanslaan ondanks vaccinatie. Een gevaccineerd en besmet koppel kan een risico opleveren voor verspreiding van M.s. naar andere (M.s.-vrije) pluimveecategorieën.
  3. Vaccinatie kan de monitoring vertroebelen omdat er een test ontbreekt waarmee de vaccinstam van veldstammen kan worden onderscheiden. De GD werkt op dit moment aan de ontwikkeling van een onderscheidende test (PCR). Om bij een positief resultaat van het bloedonderzoek vervolgens een veldinfectie uit te sluiten, zouden er extra monsters (swabs) genomen moeten worden. Dit onderzoek is daarom relatief duur.
  4. Het is nog onbekend in hoeverre M.s.-vaccinatie bijdraagt aan een reductie van de uitscheiding van de kiem.

De legvermeerderingssector heeft de significante daling in M.s. -prevalentie bereikt zonder gebruik te maken van M.s.-vaccinatie. Deze sector laat dus zien dat een succesvolle aanpak zonder toepassing van M.s.-vaccinatie haalbaar is.

Conclusies
De eerste resultaten van de structurele M.s.-monitoring laten zien dat de M.s.-seroprevalentie in meerdere pluimveecategorieën laag is. In de legsector en in de vleesvermeerderingssector is de prevalentie het hoogst en gelijk aan die eerdere resultaten van 2005-2006. M.s.-vaccinatie wordt tot nu toe alleen in een deel van de vleesvermeerderingssector toegepast. Binnen de sectorbrede M.s.-aanpak die door het PPE is gestart, wordt M.s.-vaccinatie afgeraden. 

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.