Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer

Diersoorten

Dermatopathologie: richtlijnen en tips

30-7-2012: 

Het nemen van huidbiopten is een waardevolle methode in het kader van dermatologische diagnostiek. Om optimale informatie te verkrijgen uit de biopten is een goede samenwerking tussen clinicus en patholoog belangrijk.

Het nemen van huidbiopten is met name geïndiceerd bij:

  1. neoplastische veranderingen of bij de verdenking hiervan;
  2. persisterende ulceratieve laesies;
  3. verdenking op entiteiten die gemakkelijk met een huidbiopt gediagnosticeerd kunnen worden of waar dit de beste diagnostische techniek is, bijvoorbeeld eosinofiel granuloom, folliculaire dysplasie, en immuungemedieerde ziektes als pemphigus en lupus;
  4. huidveranderingen die niet reageren op (vermoedelijk adequate) therapie;
  5. vesiculaire aandoeningen van de huid.

Om een juiste diagnose te bevorderen is het aan te raden om bij het nemen en opsturen van biopten met de volgende zaken rekening te houden:

In de regel zouden de huidbiopten genomen moeten worden binnen 3 weken als het huidprobleem niet reageert op de ingestelde therapie. Als de laesies in een chronisch stadium beland zijn, verdwijnt veelal het specifieke histopathologische beeld en is een specifieke diagnose niet meer mogelijk. Ook is de kans op blijvende veranderingen als littekenvorming of permanente alopecie geringer als de bioptname in een relatief vroeg stadium gebeurt.

Ontstekingsremmers, met name (gluco)corticosteroïden, kunnen een dramatische invloed hebben op het histopathologisch beeld en dienen daarom, indien mogelijk, gestopt te worden 2-3 weken (bij orale toediening) of 6-8 weken (depot injectie) vóór het biopteren. Als dit niet mogelijk is, dient het vermeld te worden op het inzendformulier. De patholoog kan er dan rekening mee houden dat de populatie ontstekingscellen hierdoor mogelijk beïnvloed is.

In sommige gevallen kan het verstandig zijn om secundair geïnfecteerde laesies te behandelen vóór de bioptname om de primaire, specifieke laesies niet te overstemmen.

Het nemen van meerdere biopten is sterk aan te raden; een spectrum van laesies geeft meer informatie dan één enkele laesie en niet alle biopten hebben een even grote diagnostische waarde. Indien primaire laesies aanwezig zijn is het verstandig deze ook te biopteren, evenals secundaire laesies. In het algemeen geldt: hoe meer biopten, hoe hoger de kans op een diagnose. Klinisch Zal men zich veelal beperken tot 3 á 5 biopten. Voor het opsturen van meerdere biopten worden geen extra kosten berekend.

De genomen biopten kunnen punchbiopten (stansbiopten) of excisiebiopten zijn. Hoe groter de diameter van de biopten, hoe beter; optimaal zijn punchbiopten van 6 mm diameter. Punchbiopten van 2-3 mm geven relatief weinig materiaal (soms maar 1 haarfollikel per aansnijding), hetgeen interpretatieproblemen kan geven.

Pustels en vesiculae zijn gevuld met vloeistof en hierdoor vaak erg fragiel en kortlevend, terwijl de inhoud ervan veelal van diagnostische waarde is en soms noodzakelijk voor de diagnose. Het is daarom aan te raden pustels en vesiculae, zodra ze aanwezig zijn, te biopteren en volledig in te sturen. Als u de aanwezigheid van pustels/vesiculae vermeldt op het inzendformulier, kan de patholoog de biopten waarin ze aanwezig zijn in hun geheel inbedden (in plaats van het gebruikelijke klieven van de biopten), zodat dat inhoud niet verloren gaat. Veelal zijn ze lastiger te herkennen op de biopten als deze gefixeerd zijn in formaline, waardoor ze gemist kunnen worden. Als u kleine laesies als papels of pustels biopteert, is het verstandig om deze te centreren in het biopt, zodat de kans maximaal is dat ze aangesneden worden.

Excisiebiopten genomen met een scalpel zijn geïndiceerd voor grotere laesies, bij vesiculae, bullae, en pustels, maar ook bij processen in het subcutane vetweefsel; veelal geven punchbiopten geen of onvoldoende subcutaan vetweefsel.

De haren mogen voorzichtig afgeknipt worden indien nodig, waarbij het belangrijk is dat het huidoppervlak niet aangeraakt wordt. De huid mag echter niet geschoren worden of uitgebreid worden gereinigd met zeep, eventueel aanwezige korsten kunnen namelijk diagnostische waarde hebben. Voorzichtig deppen met 70% alcohol mag wel.

Erytheem en kleurveranderingen op basis van vascularisatie, evenals milde verheven laesies als papels of maculae, zijn meestal niet meer zichtbaar als het weefsel eenmaal gefixeerd is. Ook hier is het dus van belang dit op het inzendformulier te vermelden.

De biopten dienen na afname meteen in 10% gebufferd formaline gefixeerd te worden; al na een paar minuten verliest het weefsel histologisch aan kwaliteit en nemen de artefacten door autolyse snel toe. Dit kan zorgen voor zodanig veel artefacten dat het weefsel niet meer te beoordelen is. Knijpartefacten kunnen vermeden worden door de biopten voorzichtig in één hoek vast te houden met een fijn pincet en zo min mogelijk te knijpen.

In de gevallen waarin geen definitieve diagnose gesteld kan worden op huidbiopten, is het meestal mogelijk het spectrum van mogelijke aandoeningen te beperken tot een groep, die door klinische differentiatie verder beperkt kan worden.

Indien het klinisch beeld of het ziekteverloop niet lijkt overeen te komen met de uitslag, is het verstandig om contact op de nemen met de patholoog voor overleg. Contact met een patholoog is mogelijk tijdens kantooruren via telefoonnummer 0570-66 06 92 (Pathologie Administratie).

Dr. Nadine Meertens, veterinair patholoog, DECVP

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.