Veekijkernieuws varken

Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer

Via het Veekijkernieuws houden wij u elk kwartaal op de hoogte van nieuws uit de monitoring van diergezondheid bij varkens. In deze editie:

Trends in de monitor: resultaten online monitor

In het kader van de Online Monitor geven varkensdierenartsen elke maand van gemiddeld 3.100 bedrijven door of sprake is van gezondheidsklachten. Sinds 2018 zijn elke maand meldingen gedaan door ongeveer 200 verschillende dierenartsen van 90 verschillende  praktijken. Het aantal meldingen blijft in de loop der tijd behoorlijk stabiel. Op ongeveer 35 procent van de bezochte UBN’s zijn gezondheidsklachten gemeld. De meeste gezondheidsklachten hebben betrekking op gespeende biggen (51%) en de minste op zeugen (14%). Vanaf medio juli is voor dierenartsen het interactieve Online Monitor dashboard beschikbaar. Dat stelt de dierenartsen in staat zelf te analyseren welke gezondheidsklachten en waarschijnlijkheidsdiagnoses zijn gemeld bij bedrijven in hun eigen praktijk in vergelijking met de regio en in heel Nederland. Individuele veehouders krijgen een maandelijks overzicht van de situatie op hun eigen bedrijf vergeleken met de regio en de rest van Nederland.

Trend luchtwegklachten
Het aantal vragen aan de Veekijker over luchtwegklachten lag in het eerste kwartaal van 2020 relatief hoog. Het aantal meldingen in de Online Monitor reflecteert dat echter niet. In de winterperiode is het aantal meldingen van luchtwegklachten elk jaar hoger dan in de zomerperiode, maar vergeleken met voorgaande jaren is het in de (zachte) winter van 2020 niet hoger dan verwacht (zie figuur).

Het aantal voor pathologisch onderzoek ingezonden varkens met een infectie met Actinobacillus pleuropneumoniae (App) was in het eerste kwartaal wel hoog. Het percentage meldingen in de Online Monitor van App als waarschijnlijkheidsdiagnose bij luchtwegklachten ligt in het eerste kwartaal eveneens iets hoger dan gemiddeld in de voortgaande jaren in het eerste kwartaal.

In het percentage meldingen van PRRS als meest waarschijnlijke oorzaak zit in het eerste kwartaal een stijgende lijn, maar het is geen opvallend groot percentage van alle meldingen. Dat is ook in contrast met de vele vragen die over PRRS zijn gesteld aan de Veekijker.

Een aantal keer is de Veekijker gebeld met de vraag of varkens besmet kunnen worden met het SARS-CoV2. Dat is echter zeer onwaarschijnlijk.

figuur 1
Meldingen van luchtwegklachten per maand als percentage van het totaal aantal meldingen in de Online Monitor (periode 2016-2020)

Bijzondere bevindingen

Uitval zeugen met levertorsies
Op een zeugenbedrijf was in het voorjaar sprake van verhoogde uitval van zeugen. In de loop van het eerste kwartaal van 2020 zijn uiteindelijk vijf gestorven zeugen ingezonden naar het laboratorium van GD voor pathologisch onderzoek. Tevens is bloedonderzoek gedaan voor onderzoek op stofwisselings­stoornissen. Bij de eerste ingezonden zeug was een chronische hersenbeschadiging gevonden die niet direct te koppelen was aan acute sterfte. Voor vergiftigingen en infectieuze aandoeningen waren geen duidelijke aanwijzingen gevonden. De tweede en derde ingezonden zeug hadden een draaiing van een deel van de lever (leverlobtorsie). In de buikholte bevond zich veel bloederig vocht door waarschijnlijk een ruptuur in de lever. De vierde zeug had weer een chronische hersenbeschadiging en de vijfde opnieuw een leverlobdraaiing. Het bloedonderzoek leverde aanwijzingen op voor problemen met de calciumopname maar ook voor slechte voeropname in het algemeen. Daarnaast was bij enkele zeugen waarvan bloedmonsters ingezonden waren, kennelijk sprake van een ernstig leverprobleem. Gezien de frequent vastgestelde leverlobtorsies en omdat de resultaten van het bloedonderzoek bij in elk geval een deel van de dieren wees op een serieus leverprobleem, is geconcludeerd dat leverlobtorsies waarschijnlijk de oorzaak van de verhoogde uitval waren. De betekenis van de chronische hersenbeschadigingen is in relatie met de uitval van de zeugen niet opgehelderd. Het kan een separaat probleem zijn of wellicht mede het gevolg van de leverbeschadigingen.

Vergeleken met enkele jaren geleden wordt de diagnose ‘leverlobtorsie’ door de pathologen van GD vaker gesteld. In het eerste kwartaal van 2020 is de diagnose zeven keer gesteld. In de periode van 2012 tot en met 2019 is het aantal diagnoses duidelijk opgelopen (zie figuur). Ook in Vlaanderen rapporteert de Vlaamse DGZ (DierenGezondheidsZorg) de laatste jaren relatief vaak leverlobtorsies.

Enkele risicofactoren voor het optreden van leverlobtorsies zijn het éénmaal daags voeren, schrokkerige, onregel­matige voeropname en het voeren van (grote hoeveelheden) natte brij met een hoog vochtgehalte. Zeugen die net geworpen hebben, zouden een verhoogd risico lopen.

Figuur 2
Aantal leverlobtorsies vastgesteld bij pathologisch onderzoek van zeugen bij GD (2012 - 2019)

Diergezondheid varken in Nederland, eerste kwartaal 2020

De diergezondheidsbarometer geeft in één oogopslag de stand van zaken weer rondom de situatie in Nederland. Het geeft een beknopt overzicht van de waarnemingen uit de Diergezondheidsmonitoring Varken in het eerste kwartaal van 2020. Zie de tabel in de pdf-versie van het Veekijkernieuws.

Veekijkernieuws varken

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.

GD maakt gebruik van cookies om onze website te analyseren en de functionaliteit te verbeteren. Meer info vind je in ons cookiebeleid.