Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer

Peste des petits ruminants

Peste des petits ruminants (PPR) is een besmettelijke ziekte, die wordt veroorzaakt door het PPR-virus (PPRV) en gepaard gaat met grote verliezen. PPRV treft hoofdzakelijk gedomesticeerde schapen en geiten. Incidenteel heeft PPR voor sterfte van cameliden gezorgd. De rol van wild levende kleine herkauwers met betrekking tot deze aandoening is omstreden. Uitbraken bij wilde herkauwers zijn zeldzaam beschreven en seropositiviteit is gerapporteerd in Afrika en Azië. Ook is de aandoening is bij “wilde” kleine herkauwers in dierentuinen beschreven. In het kader van het bepalen van een eradicatiestrategie dient de rol van wilde herkauwers te worden geëvalueerd. Runderen, buffels en varkens kunnen de infectie subklinisch doormaken. Onder bepaalde omstandigheden kan het virus bij runderen laesies veroorzaken, deze lijken op de laesies die ontstaan bij runderpest. Differentiatie tussen runderpest en PPR is essentieel. In tegenstelling tot wat lang werd gedacht, is PPRV geen variant van runderpestvirus dat de virulentie in runderen heeft verloren. Andere namen voor PPR zijn: pest van de kleine herkauwers, “goat plaque”, “Kata”, “ovine rinderpest”, “erosive stomatitis and enteritis of goats”. PPR is een aangifteplichtige ziekte volgens hoofdstuk 5 Maatregelen § 2. Preventie en bestrijding van besmettelijke dierziekten, zoönosen en ziekteverschijnselen van de Wet Dieren (geldend van 31-10-2019 t/m heden). Elke verdenking van de ziekte dient direct te worden gemeld bij de NVWA. 

Meldingsplichtig

Peste des petits ruminants is gedefinieerd als een categorie A-ziekte en is daarmee zowel aangifte- als bestrijdingsplichtige ziekte volgens artikel 2.1.a en 2.1.b Aanwijzing dierziekten Regeling Diergezondheid / Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 van Animal Health Law (EU) 2016 /42. Elke verdenking van de ziekte dient te worden gemeld bij de NVWA. De aanpak van besmette bedrijven gaat volgens de dan geldende draaiboeken.

 

Veterinair kennisdossier Peste des petits ruminants

  1. Verschijnselen
  2. Diagnostiek
  3. Prevalentie
  4. Aanpak besmette bedrijven
  5. Regelgeving
  6. Websites en literatuur
  7. Bijlage: Afbeeldingen

Het virus

PPRV is een (-)ssRNA-virus  (single stranded, niet direct afleesbaar door ribosoom) uit het geslacht morbillivirus van de familie paramyxoviridae. PPRV is genetisch verwant aan het virus dat runderpest veroorzaakt. Er zijn vier verschillende stammen (lineages) van PPRV beschreven. In Afrika worden bij geiten de meeste verschijnselen en de hoogste mortaliteit waargenomen terwijl in Azië dat juist bij schapen het geval is.

Figuur 1. Het voorkomen in tijd en locatie van de vier verschillende lineages van het PPRV

Taxonomie

  • Familie: paramyxoviridae
  • Orde: mononegavirales
  • Geslacht: morbillivirus

Er zijn tot nu toe negen morbillivirussen waargenomen:

  • measles virus (MV)
  • canine distemper virus (CDV)
  • rinderpest virus (RPV)
  • peste des petits ruminants virus (PPRV)
  • porpoice distemper virus of Porpoice morbillivirus (PMV)
  • phocine distemper virus  (PDV)
  • dolphin distemper virus (DDV) 
  • feline morbillivirus
  • pilot whale morbillivirus

Verschillende morbillivirussen veroorzaken ernstige ziekten bij mensen en bij verschillende diersoorten.  Ze veroorzaken in de besmette gastheer een periode van ernstige immunosuppressie waarvan opportunistische pathogenen profiteren, wat het verloop van de infectie verergert. De mechanismen van deze immunosuppressie worden (nog) niet volledig begrepen. Recent gepubliceerd onderzoek (2022) toont aan dat PPRV antigeen presenterende dendritische cellen kan infecteren en hun vermogen om een immuunrespons uit te lokken kan verstoren. PPRV-infectie bevorderde een dendritisch cel-activeringsprofiel dat tolerantie in plaats van de activering van een antivirale immuunrespons in de hand werkt (Rodríguez-Martín, et al. 2022).

De mazelen bij de mens wordt veroorzaakt door een morbillivirus waartegen gevaccineerd wordt (BMR vaccinatie: bof, mazelen en rode hond). Een morbillivirus kan grote epidemieën veroorzaken bij populaties die niet beschermd zijn tegen dit virus. In het jaar 1500 is eenderde tot tweederde van de bevolking van de New World gestorven aan mazelen. Tweehonderd jaar geleden is een groot gedeelte van de Europese hondenpopulatie gestorven aan het canine distemper virus. Ook runderpest heeft in die zelfde periode voor veel sterfgevallen onder koeien gezorgd. Er zijn meerdere epidemieën geweest onder zeezoogdieren.

PPR figuur 2 Relatie tussen de verschillende morbillivirussen  

Figuur 2. Relatie tussen de verschillende morbillivirussen (Viruses 2025, 17(4), 582; https://doi.org/10.3390/v17040582)

 

Het PPRV

 

Figuur: Morbillivirus, diameter: 18 nanometer, lengte: 1  micrometer, doorsnee: 5.5 nanometer.

Gevoelige diersoorten

  • Schapen en geiten zijn beide zeer gevoelig voor PPRV; geiten vertonen doorgaans ernstigere klinische verschijnselen in vergelijking met schapen. De gevoeligheid is ras gebonden;
  • Sinds 2016 zijn meerdere uitbraken bij in het wild levende kleine en middelgrote herkauwers beschreven, o.a. bij Mongoolse saiga’s, Siberische steenbokken en goitered gazellen, waarbij in sommige populaties tot 80% sterfte optrad. Wildlevende herkauwers vormen daarmee een relevante gastheer en mogelijke ‘spillback’-bron, die in de eradicatiestrategie expliciet moet worden meegenomen.
  • Runderen, buffels en varkens kunnen de infectie subklinisch doormaken;
  • Een experimentele studie in 2022 liet zien dat PPR-geïnfecteerde dromedarissen het virus kunnen overdragen aan schapen en geiten, ook als de cameliden slechts milde symptomen vertonen.
  • Onder bepaalde omstandigheden kan het virus bij runderen laesies veroorzaken. Deze verschijnselen zijn dan gelijkend op die van runderpest;
  • In 2016 is beschreven dat het PPRV is aangetoond in neusswabs van 3/12 honden. Er is gesuggereerd dat de hond om deze reden een rol in de verspreiding zou spelen.   

Volksgezondheid

Mensen kunnen niet besmet worden met PRRV. De ziekte staat wel vermeld op de lijst van het Office International des Epizooties (OIE) vanwege de grote economische gevolgen die de ziekte kan hebben wanneer deze uitbreekt onder dieren.

Overleving

Het virus is:

  • afgedood na 60 minuten op 56°C of na 30 minuten op 60°C; 
  • stabiel bij een pH van 4.0 tot 10.0; 
  • in staat lange tijd te overleven in gekoeld en bevroren weefsel.

Desinfectie

Het virus is gevoelig voor:

  • vetoplossende middelen en glycerol;
  • alcohol en ether;
  • de meeste ontsmettingsmiddellen waaronder carbolzuur, cresol en natriumhydroxide (2% / 24 uur gebruikt in een verhouding van 1 liter /m2).

Verschijnselen

In koppels waar dieren geen weerstand hebben tegen PPRV zal vrijwel het gehele koppel ziek worden en een groot deel van het koppel sterven. Sterfte treedt op door uitdroging en verhongering. De incubatietijd bedraagt 2-6 dagen. Uitscheiding van virus start vier dagen na infectie. In een vatbare populatie kleine herkauwers is de morbiditeit tot 100% en zal de mortaliteit tussen de 50 en 100% liggen. Dieren die de ziekte hebben doorgemaakt hebben een actieve immuniteit die vermoedelijk levenslang is. 

Klinische verschijnselen

In de acute fase worden hoge koorts, openstaande vacht, algehele malaise en anorexie gezien. Kort na deze fase beginnen dieren te speekselen gevolgd neusuitvloeiing en tranenvloed. Later wordt de uitvloeiing pussig en treedt zwelling op ten gevolge van secundaire infecties (zie foto 1 in bijlage 1). Door indroging van speeksel, neusuitvloeiing en traanvocht gaan de ogen, neus en mond dichtzitten en gaan de dieren moeizamer ademhalen. Veelal wordt een (secundaire) longontsteking gezien. Aangedane dieren hebben een zeer snelle oppervlakkige ademhaling. In sommige gevallen staan de dieren met een gestrekte kop en nek, wijde neusvleugels en uitgestoken tong, waarbij ze een zachte pijnlijke hoest laten horen. Een paar dagen na de het begin van de koorts worden de slijmvliezen rood (foto 2), waarna ook necrose van het epitheel optreedt op het tandvlees, het palatum, de lippen, de binnenkant van de wangen en de tong (foto 3). De laesies vloeien vervolgens samen en vormen een hoeveelheid necrotisch materiaal (foto 4). Deze afwijkingen aan de mucosa kunnen ook worden gezien in de neus, de ogen, de vulva en de vagina. De lippen kunnen in veel gevallen zwellen en daarna barsten, ook zijn de ze soms bedekt met korsten (foto 5). In het verloop van de ziekte scheiden de aangetaste dieren een karakteristieke geur uit de mond uit. Diarree kan ontstaan 2-3 dagen nadat de koorts optrad (figuur 6). De aangedane dieren drogen snel uit, hebben diepliggende ogen en kunnen sterven binnen 7-10 dagen na het begin van de klinische verschijnselen. In een later stadium worden smalle nodulaire laesies aan de buitenkant van de lippen rond de mond waargenomen (foto 7). Abortus komt ook voor.

Morbiditeit/mortaliteit

In de meeste gevallen is de prognose voor herstel slecht. Dit geldt met name voor gebieden waar de dieren volledig gevoelig zijn. Onder deze omstandigheden is het aantal getroffen dieren hoog (90%) en kan het sterftecijfer 50-80% bedragen. Dieren die overleven kunnen wel volledig immuun worden.

Uitscheiding van de kiem

Zieke dieren scheiden grote hoeveelheden virus uit in traanvocht, neusuitvloeiing, maar ook in melk, urine, sperma en feces. Hoesten en niezen dragen bij aan de verspreiding van het virus. Besmetting treedt voornamelijk op via direct contact tussen de dieren. Mogelijk spelen besmet water, besmet voer en besmette mest een (kleine) rol bij de verspreiding van het virus. Verspreiding van PPR op deze wijze is aanzienlijk minder belangrijk omdat het virus niet lang buiten de gastheer kan overleven.

Op plaatsen waar PPR endemisch voorkomt zijn dieren tussen de 4 en 24 maanden het meest vatbaar. De oudere dieren hebben in veel gevallen weerstand tegen PPRV.

Differentiaal diagnose

Hieronder de differentiaaldiagnostiek met daarachter tussen haakjes de gelijkenis met PPR:

  • Runderpest [laesies in mond, neus]. Er dient zo snel mogelijk onderscheid te worden gemaakt (NB runderpest is wereldwijd uitgeroeid).
  • Mond-en-klauwzeer [laesies in mond, neus]
  • Bluetongue [laesies in mond, neus]
  • Contagious caprine pleuropneumonia [pneumonie]
  • Pasteurellose [pneumonie]
  • Ecthyma [laesies op overgang huid-slijmvlies van mond, neus]
  • Heartwater* [koorts, hoge mortaliteit]
  • Parasitaire infecties in het maagdarmkanaal [diarree]
  • Mineralenvergiftiging

*Heartwater is een acute aandoening bij herkauwers die wordt veroorzaakt door Cowdria ruminantium. Deze bacterie wordt overgebracht door teken van het genus Ablyomma. De aandoening wordt gekenmerkt door hoge koorts, oedemen (ascites, hydrothorax, longoedeem en hydropericard (naamgeving)) en een hoge mortaliteit.


Diagnostiek

Pathologie

De belangrijkste laesies worden in het maagdarmkanaal aangetroffen. In de mond, de keelholte en de slokdarm komen kleine necrotische gebieden voor, die later uitgroeien tot scherpbegrensde diepe zweren. De ulcera smelten later samen tot grote erosies. In het slijmvlies van de abomasum treden soortgelijke laesies en ook talrijke kleine bloedingen op. In de dikke darm komen gebieden van intensieve ontsteking voor. Een sterke aanwijzing voor PPR is, net als bij runderpest (pathognomonisch), de overdwarse streping (zebrastreping) van het darmslijmlies. Alle lymfeklieren vertonen congestie en zijn donkerrood van kleur. 

Zie verder de uitgebreide beschrijving in de OIE factsheet in de bijlage. 

Isolatie van de kiem

Monsters

  • EDTA-bloed (0.5 mg/ml, transport naar het lab op ijs, maar niet bevroren) 
  • Milt, lymfknopen (gekoeld tot onder 0°C)
  • Neus- en ooguitvloeiingen

Antigeendetectie 

  • Agargel immunodiffusiontesten
  • Directe en indirecte immunotests
  • Counter immunoelectrophoresis
  • Immunohistopathology
  • Virusisolatie

RNA-detectie 

  • Rinderpestspecifieke cDNA-sondes
  • Polymerase kettingreactie (PCR)

Serologie

  • ELISA
  • Virusneutralisatie

PPR test methoden

Voor meer informatie over deze specifieke testen, zie https://www.oie.int/fileadmin/Home/eng/Health_standards/tahm/3.07.09_PPR.pdf

De ontwikkeling van zogenaamd ‘penside tests’, op basis van een lateral flow techniek, maakt dat in het veld snel kan worden getest bij een verdenking van een uitbraak. De tests geven een uitslag binnen 20 minuten en vereisen geen extra apparatuur. Deze tests zijn gevalideerd tegen PPRV-isolaten van alle vier de lijnen en vertonen een gevoeligheid die vergelijkbaar is met de IC-ELISA, met 100% specificiteit in laboratoriumtests. Eén test is ook gevalideerd voor veldgebruik in Ivoorkust, Ethiopië, Pakistan en Oeganda (Baron et al., 2014). De tests zijn bedoeld voor gebruik met uitwendige swabs en zijn niet geschikt voor gebruik op bloed- of weefselmonsters. In Europa is whole-genome sequencing (WGS) nu standaard gebruikt om PPR-uitbraken te typeren en epidemiologische links te leggen (Griekenland, Roemenië, Bulgarije). Dit sluit aan bij de aanbeveling van WOAH-referentielabs om, waar mogelijk, genomische surveillance te doen tijdens uitbraken.


Prevalentie van PPR

Historie

PPR is voor het eerst beschreven in 1942 tijdens een uitbraak in Ivoorkust. PPR is endemisch in Afrika, met name in de regio tussen de Sahara en de evenaar, op het Arabisch Schiereiland (1993-1995), in het Midden-Oosten (1993-1995) en in India (1987). De grote uitbraak van 1993-1995 heeft ervoor gezorgd dat de ziekte endemisch is geworden in veel delen van het Midden-Oosten en het Arabisch Schiereiland. In 1987 mag dan wel de eerste geregistreerde uitbraak zijn geweest in India, maar men vermoedt dat er al eerder uitbraken zijn geweest in India. De eerdere uitbraken zouden niet herkend zijn als PPR, maar zijn verward met runderpest.

Bron (DOI: 10.1016/j.smallrumres.2016.02.018)

Voorkomen in de wereld

Na runderpest wordt PPR genoemd als een mogelijk tweede uit te roeien dierziekte. Echter, in de afgelopen jaren heeft deze virusziekte zich verder verspreid. In 2008 werd PPR voor het eerst in Afrika boven de Sahara (Marokko) vastgesteld. In 2007 in Tibet, China. Eind 2013 heeft de OIE melding gemaakt van het voorkomen van een uitbraak van PPR in het Noordwesten van China. In ruim een half jaar tijd heeft de uitbraak zich over vrijwel geheel China uitgebreid. De in 2013 aangetoonde strain vertoonde minder gelijkenis met die uit Tibet dan die uit Pakistan en Tajikistan. In China is vervolgens een nationaal eradicatieplan opgesteld met als doel om in 2020 PPR-vrij te zijn. In het voorjaar van 2015 is de ziekte in Israël gemeld, waarna in de zomer van 2015 het voorkomen van de ziekte in Liberia en wederom in Marokko is gemeld. In 2016 is de ziekte voor het eerst vastgesteld in Georgië. Dit was de eerste keer dat de ziekte in Europa is vastgesteld. In eerste instantie werd aan bluetongue gedacht, maar de bevestiging bij Pirbright was negatief en vervolgens bleek het te gaan om lineage 4 van het PPRV. Opvallend is de lage morbiditeit en mortaliteit die werd gemeld in de een totaal gevoelige populatie. Uit een latere beschrijving is gebleken dat het PPRV dat in Georgië is gevonden nauwer gerelateerd is aan de Afrikaanse variant dan aan die dichter in de omgeving zijn aangetoond. Echter, vanwege het ontbreken van een relatie met Afrikaanse landen blijft de bron van de infectie in Georgië onduidelijk. Later werd de aandoening ook op de Maladieven vastgesteld en vermoed in Pakistan (juli 2016). In juni 2018 werd via Promed melding gedaan van het voorkomen van PPR in Bulgarije op een gemengd bedrijf in Vaden nabij de Turkse grens. Een eerste serosurvey in Zuid-Spanje heeft in de periode van 2015-2017 onder ruim 900 gedomesticeerde en wilde herkauwers geen positieven opgeleverd. In 2023 zijn via Promed melding gemaakt van PPR in Iran, Pakistan, Kazachstan en India.

In juli 2024 werd PPR vastgesteld op een gemengd bedrijf met schapen en geiten in Centraal-Griekenland (Thessalië), in de buurt van Kastraki. Sindsdien heeft het virus zich over heel Griekenland weten te verspreiden. In totaal zijn 86 bedrijven in meerdere regio’s besmet geraakt. De laatste uitbraak werd gemeld op 1 november 2024; er zijn sindsdien geen nieuwe uitbraken geconstateerd. Inmiddels zijn alle restrictiezones inmiddels volledig opgeheven. 

In Roemenië werd de eerste PPR-uitbraak bevestigd op 15 juli 2024. In de tweede helft van 2024 traden uitbraken vooral op in de provincies Timiș en Tulcea. In 2025 is PPR opnieuw vastgesteld, ditmaal in het westen van het land. 

Een recente uitbraak werd op 6 maart 2025 bij WOAH gemeld in Bihor County, ongeveer 12 km van de Hongaarse grens. Het betrof een bedrijf met 664 schapen (ooien, rammen, jonge schapen en lammeren). Informatie uit een PAFF-presentatie geeft aan dat op 3 maart drie dieren waren gestorven en drie dieren klinische verschijnselen vertoonden (verminderde eetlust, dyspneu en sloomheid). Na melding bij de lokale autoriteiten werden monsters genomen en werd een vervoersverbod ingesteld; op 5 maart werden de monsters positief getest met RT-PCR. Op het bedrijf bevond zich tevens een verzamelcentrum voor vee, dat ten tijde van de meldingsplichtige uitbraak leeg was. 

Uit epidemiologisch onderzoek bleek dat tussen 1 januari en 28 februari 2025 dieren van 45 verschillende bedrijven uit diverse Roemeense provincies via dit verzamelcentrum waren verplaatst. In dezelfde periode werden 11 schapen aangekocht uit Bihor en Arad voor het getroffen bedrijf. Alle tracings zijn klinisch gecontroleerd; er werden geen ziekteverschijnselen gezien en steekproefsgewijze bemonstering bij contacten leverde negatieve RT-PCR- en ELISA-uitslagen op. Voor de duur van het onderzoek is de certificering van levende kleine herkauwers voor intracommunautaire handel uit de betrokken regio’s tijdelijk opgeschort. Een andere relevante casus betreft een bedrijf waarvan op 27 februari 2025 223 schapen voor slacht werden verkocht. Tijdens transport naar het slachthuis stierf één dier, dat positief getest werd op PPR (RT-PCR). Inspectie van het herkomstbedrijf leverde aanvankelijk geen duidelijke klinische verschijnselen op, maar er waren 22 oudere schapen in slechte conditie. In het daaropvolgende weekend stierven drie van deze oude dieren; ook zij testten positief op PPR. Van de resterende koppel van circa 600 dieren werden negen ogenschijnlijk gezonde schapen uit drie verschillende stallen (verschillende leeftijdscategorieën) bemonsterd; deze dieren testten positief op zowel RT-PCR als ELISA.

De Roemeense autoriteiten hebben alle aanvoer naar dit bedrijf vanaf 1 december 2024 getraceerd. Deze dieren waren afkomstig uit ten minste de provincies Bihor, Sălaj, Timiș, Tulcea, Cluj, Satu Mare en Arad. Bij geen van de getraceerde bedrijven zijn klinische verschijnselen van PPR gemeld. De bevindingen onderstrepen dat het virus (ten minste tijdelijk) kan circuleren met (grotendeels) subklinische infecties, en dat ziekte niet altijd via duidelijke klinische sterfte- of ziektebeelden aan het licht komt.

Een EUVET-missie heeft de Roemeense aanpak geëvalueerd. Daarbij werden onder meer geconstateerd dat de ruimingen tijdens de uitbraken in 2024 traag op gang kwamen, dat niet alle getraceerde bedrijven bemonsterd werden (soms alleen klinische controles) en dat slechts een klein deel van de geïnfecteerde dieren duidelijke klinische verschijnselen vertoonde. De missie adviseerde daarom het opzetten van gerichte serologische surveillance, inclusief willekeurige bemonstering van gezonde dieren, ook buiten reeds bekende uitbraakgebieden, om subklinische infecties tijdig op te sporen.

In Hongarije werd PPR voor het eerst gemeld op 27 januari 2025 in Zala County, gevolgd door twee bijkomende uitbraken op 5 februari 2025. Er zijn sindsdien geen nieuwe uitbraken gemeld.

Phylogenetische analyse door het EU-referentielaboratorium (EURL) toont aan dat het in Hongarije aangetroffen virus nauw verwant is aan volledige genoomsequenties van PPR-virussen uit Roemenië, Griekenland en Bulgarije. Deze stammen behoren tot lineage IV, één van de vier erkende PPR-lineages, en clusteren samen met virussen die eerder zijn vastgesteld in Noord- en Oost-Afrika en bij de uitbraak in Georgië in 2016. Dit wijst op een gezamenlijke epidemiologische achtergrond en onderstreept het grensoverschrijdende karakter van het virus. 

Bulgarije meldde op 2 december 2024 bij WOAH een eerste uitbraak van PPR in Velingrad (Zuid-Bulgarije). De uitbraak betrof drie samen gehuisveste koppels met in totaal 1.769 dieren.

De Bulgaarse autoriteiten hebben rond het uitbraakbedrijf een veiligheidszone van 7 km en een toezichtszone van 10 km ingesteld, inclusief omliggende dorpen. In het gehele gebied werden verplaatsingen van kleine herkauwers beperkt. In aanvulling hierop werd later een extra beperkingszone afgebakend. Tot op heden is in Bulgarije slechts deze ene uitbraak beschreven.

In Albanië is PPR voor het eerst vastgesteld in juni 2025. De eerste uitbraak betrof een geitenfokbedrijf met 18 geiten in Domen, in de provincie Skodër in het noordwesten van het land, nabij de grens met Montenegro. De veterinaire dienst werd op 3 juni 2025 gewaarschuwd; op 4 juni 2025 werd PPR laboratoriumbevestigd. De twee klinisch zieke dieren stierven, de overige 16 geiten zijn uit voorzorg geruimd.

Een tweede uitbraak volgde op 5 juni 2025 in Kastriot (provincie Dibër) in het noordoosten van het land, nabij de grens met Noord-Macedonië, ongeveer 82 km van de eerste locatie. Op dit bedrijf werden alle aanwezige dieren (circa >100 geiten) geruimd en vernietigd. Rond beide uitbraakbedrijven zijn beschermingszones (3 km) en toezichts-/bewakingszones (10 km) ingesteld, met bijbehorende verplaatsingsbeperkingen voor kleine herkauwers. Surveillance, inclusief actieve monitoring, vindt plaats zowel binnen als buiten de zones.

Genoomanalyses van de uitbraken in Griekenland, Roemenië en Bulgarije in 2024–2025 tonen aan dat alle virussen tot lineage IV behoren en genetisch sterk verwant zijn. Dit wijst op een gemeenschappelijke introductiebron, waarschijnlijk verbonden met virussen die circuleren in Noord-Oost Afrika, al zijn aanvullend sequentiegegevens nodig om de exacte transmissieroutes te bevestigen.

Behalve de uitbraken in Griekenland, Roemenië, Bulgarije, Hongarije en de eerste meldingen in Albanië, zijn er in andere EU- en EFTA-lidstaten tot op heden geen uitbraken van PPR gemeld. De recente gebeurtenissen tonen aan dat:

  • PPR zich in de regio vooral manifesteert via incidentele introducties met beperkte geografische verspreiding;
  • grensregio’s en gebieden met intensieve handel en verzamelcentra (zoals in Roemenië) een verhoogd risico kennen;
  • subklinische infecties een belangrijk epidemiologisch kenmerk zijn, waardoor PPR niet altijd via duidelijke klinische sterfte- of ziektepatronen wordt opgemerkt;
  • verhoogde handel en dierverplaatsing rond religieuze feestdagen (Paas-periode, Eid al-Adha) een extra risicofactor vormen voor verdere verspreiding binnen en buiten de regio.

Deze inzichten zijn relevant voor risicobeoordeling, surveillance-ontwerp en de paraatheid binnen Nederland en andere momenteel PPR-vrije landen.

Figuur Officiële PPR-status

Werkgroep EFSA: Scientific opinion on PPR 

In 2015 heeft een werkgroep een “scientific opinion on peste des petits ruminants” geschreven. Hieronder staat de samenvatting van deze rapportage weergegeven:

Peste des petits ruminants (PPR) is een zeer ernstige virusinfectie van kleine herkauwers, die wordt veroorzaakt door een Morbillivirus, dat nauw verwant is aan het runderpestvirus. Het virus komt wijdverspreid in Afrika en Azie voor en is recent ook gevonden in Turkije en Noord-Afrika. PPR wordt verspreid door direct contact, en de ziekte zal met name kunnen worden verspreid door transport van geïnfecteerde dieren. In de EU zou dit alleen kunnen gebeuren door illegale dierbewegingen. Het risico hiervan is afhankelijk van de prevalentie in het land van origine en het aantal dieren dat illegaal wordt getransporteerd.

De mate van verspreiding zal voornamelijk afhangen van hoe snel het wordt gedetecteerd, de dichtheid van bedrijven, hoe vaak en over welke afstand dieren worden getransporteerd. PPR zal zich snel in een koppel/kudde kunnen verspreiden en contacten tussen koppels moeten worden vermeden wanneer PPR aanwezig is. Wanneer PPR de EU-grenzen binnen komt in een gebied met een hoge schapendichtheid maar met een lage geitendichtheid, kan de infectie zich snel ongemerkt verspreiden, aangezien geiten vatbaarder worden geacht dan schapen.
Effectieve maatregelen om de verspreiding van PPR in de EU tegen te gaan zijn het ruimen van dieren, snelle detectie, beperkingen opleggen aan dierbewegingen en desinfectie. Levend geattenueerde vaccins tegen PPR zijn beschikbaar, veilig en effectief, en zijn succesvol ingezet om PPR-uitbraken te controleren, maar er zijn geen mogelijkheden om onderscheid te maken tussen geïnfecteerde en gevaccineerde dieren; daarom wordt de ontwikkeling van een DIVA-vaccin aanbevolen. Bewustzijnscampagnes voor dierhouders en dierenartsen om herkenning van de ziekte te promoten worden aanbevolen. De samenwerking tussen de EU en omliggende landen zal moeten worden aangemoedigd om verspreiding van PPR en andere grensoverschrijdende ziekten te voorkomen.

Eradicatie van PPR

De wereldwijde eradicatie van peste des petits ruminants (PPR) is sinds 2015 vastgelegd als gezamenlijk doel van FAO en WOAH, met als streefjaar 2030. In de eerste programmaperiode van het Global Eradication Programme (GEP I, 2017–2021) lag de nadruk op situationele analyse, opbouw van basisdiagnostiek en eerste grootschalige vaccinatiecampagnes in endemische landen. Deze fase is inmiddels geëvalueerd en heeft geleid tot een aangescherpte strategie voor de periode 2022–2030 (GEP II en III). In deze vervolgfase wordt gewerkt met een stapsgewijs raamwerk (PPR Monitoring and Assessment Tool, PMAT), waarin landen door vier opeenvolgende fasen bewegen: van wijdverbreide endemische aanwezigheid, via gecontroleerde endemische situatie en eliminatie van klinische ziekte, naar uiteindelijke PPR-vrij status met behoud van adequate monitoring. 

Meer dan zeventig landen hebben PPR de afgelopen jaren gerapporteerd; samen huisvesten zij naar schatting circa tachtig procent van de wereldpopulatie aan schapen en geiten. De mondiale strategie wordt ondersteund door regionale roadmaps en programma’s, zoals het pan-Afrikaanse PPR-eradicatieprogramma 2023–2027 onder regie van de Afrikaanse Unie (AU-IBAR/AU-PANVAC) en specifieke trajecten en workshops voor Azië en Centraal-Azië. Deze regionale initiatieven zijn bedoeld om landen gecoördineerd door de PMAT-fasen te loodsen en knelpunten in capaciteit, financiering en grensoverschrijdende samenwerking aan te pakken.

Recente evaluaties en reviews laten zien dat het officiële doel van volledige eradicatie in 2030 formeel nog steeds wordt gehandhaafd, maar dat de voortgang duidelijk langzamer verloopt dan oorspronkelijk gepland. Belangrijke belemmerende factoren zijn onder andere structurele onderfinanciering, politieke en sociaal-maatschappelijke instabiliteit in kerngebieden, lacunes in de diergezondheidsinfrastructuur en beperkte dekking van surveillance- en vaccinatieprogramma’s. In verschillende landen blijkt het bovendien moeilijk om de noodzakelijke vaccinatiegraad duurzaam te realiseren. Grootschalige veldstudies wijzen erop dat een vaccinatiegraad van ten minste zeventig procent van de doelpopulatie nodig is om PPR onder controle te krijgen en transmissie substantieel te reduceren. In de praktijk worden deze niveaus vaak niet of slechts tijdelijk gehaald, onder meer door logistieke problemen (bereikbaarheid van herders en transhumante kuddes), beperkte beschikbaarheid van vaccins, verstoringen in de koude keten en een wisselende bereidheid van veehouders om dieren te laten vaccineren. Dit leidt ertoe dat PPR in grote delen van Afrika en Azië blijft circuleren en herhaaldelijk kan overslaan naar nieuwe gebieden.

Tegelijkertijd zijn er belangrijke technologische ontwikkelingen op het gebied van vaccins die gericht zijn op het beter uitvoerbaar maken van eradicatiestrategieën. In diverse landen in Oost- en West-Afrika zijn thermotolerante, levend verzwakte PPR-vaccins ontwikkeld en in veldomstandigheden getest. Deze vaccins zijn gebaseerd op bestaande geattenueerde stammen, maar zodanig geformuleerd dat zij gedurende langere tijd stabiel blijven bij verhoogde omgevingstemperaturen. Hierdoor kan men de afhankelijkheid van een streng gecontroleerde koude keten verkleinen, wat met name in afgelegen of tropische gebieden de praktische uitvoerbaarheid en kosteneffectiviteit van vaccinatiecampagnes verhoogt. Daarnaast wordt intensief gewerkt aan zogenaamde DIVA-vaccins (Differentiating Infected from Vaccinated Animals). Dit zijn veelal recombinante vaccins, bijvoorbeeld adenovirus-gevectoriseerde vaccins die alleen geselecteerde PPRV-eiwitten, zoals het H-eiwit, tot expressie brengen. In experimentele studies is aangetoond dat dergelijke vaccins geiten langdurig (minstens vijftien maanden) kunnen beschermen, terwijl gevaccineerde dieren serologisch te onderscheiden blijven van natuurlijk geïnfecteerde dieren doordat de antilichaamrespons zich richt op één of enkele specifieke antigenen. Dit vergemakkelijkt serologische surveillancestrategieën in de eindfase van eradicatie, wanneer het nodig is om restcirculatie van veldvirus te detecteren in populaties met een hoge vaccinatiegraad.

Naast monovalente PPR-vaccins worden ook multivalente vectorvaccins onderzocht, bijvoorbeeld vaccins gebaseerd op Rift Valley fever-virusvectoren die theoretisch zowel tegen Rift Valley fever als tegen PPR bescherming kunnen bieden. Dergelijke combinaties zouden in de toekomst de logistieke belasting van vaccinatiecampagnes verder kunnen beperken, doordat meerdere belangrijke ziekteverwekkers in één vaccinatieschema worden meegenomen. Hoewel deze kandidaten zich nog grotendeels in het experimentele of vroege veldteststadium bevinden, onderstrepen ze de richting waarin de wereldwijde PPR-eradicatiestrategie zich ontwikkelt: van louter controle via klassieke massavaccinatie naar een geïntegreerde aanpak met verbeterde, contextgeschikte vaccins, nauwkeurige diagnostiek en fijnmazige, risicogebaseerde surveillance. In dat licht blijft het 2030-doel een belangrijke politieke en programmatische stip op de horizon, maar is het tegelijk realistisch om rekening te houden met een realisatieperiode, waarbij blijvende internationale inzet nodig is om PPR daadwerkelijk wereldwijd uit te roeien.

Het volledige plan om PPR te controleren en eradiceren is te vinden via https://www.oie.int/en/disease/peste-des-petits-ruminants


Aanpak besmette bedrijven

Meldingsplichtig

Peste des petits ruminants is gedefinieerd als een categorie A-ziekte en is daarmee zowel aangifte- als bestrijdingsplichtige ziekte volgens artikel 2.1.a en 2.1.b Aanwijzing dierziekten Regeling Diergezondheid / Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 van Animal Health Law (EU) 2016 /42. Elke verdenking van de ziekte dient te worden gemeld bij de NVWA. De aanpak van besmette bedrijven gaat volgens de dan geldende draaiboeken.

Vaccinatie

De Europese Commissie kan bij een uitbraak toestemming geven om op beperkte schaal kleine herkauwers in te enten om de ziekte onder controle te krijgen. Dit kan echter ernstige gevolgen hebben voor de export. Er bestaan vaccins tegen PPR, maar deze zijn in Nederland niet beschikbaar.
Zie verder onder ‘preventie’. 

Antibiotica

Niet van toepassing.

Overige maatregelen

Zie regelgeving.


Preventie

De wereld is nog lang niet vrij van PPR. In 2024 heeft PPR zich voor het eerst sinds jaren zelfs binnen Europa verspreid. Het uiteindelijke doel, een wereld volledig vrij van PPR, ligt voorlopig dus nog niet eenvoudig binnen bereik, ondanks dat recent een artikel is gepubliceerd waarin de ambitie is uitgesproken dat PPR de volgende uit te roeien ziekte is. Daar is beschreven dat vanwege de enorme impact van deze ziekte en de beschikbaarheid van effectieve vaccins en goede diagnostiek, de doelstelling bestaat om deze ziekte te eradiceren en dat dat sneller zou moeten kunnen dan runderpest. Uit een in 2016 gepubliceerde kosten-batenanalyse blijkt dat eradicatie van PPR economisch gunstig zou zijn.
Preventie zal zich volledig moeten richten op het voorkomen van insleep via import. In besmette gebieden speelt vaccinatie een belangrijke rol in de preventie. De beschikbare vaccins zijn effectief, maar blijken soms vanwege logistieke problemen moeizaam op de benodigde plek te krijgen te zijn. Er wordt gewerkt aan een marker-vaccin (DIVA). 

“Vroeg-signalering” bij eventuele eerste introductie van zeer groot belang. De uitbraken van PPR in Europa in 2024 kenden een vertraging bij het stellen van de diagnose, doordat in eerste instantie pasteurellose en blauwtong werd vermoed. Doordat PPR kan lijken op andere ziekten is alertheid op het voorkomen van PPR in Europa onder dierenartsen van groot belang.  


Regelgeving

In het kader van wettelijke aspecten rondom besmettelijke dierziekten ligt de verantwoordelijkheid op toezicht en naleving bij de NVWA.

PPR is een aangifteplichtige en bestrijdingsplichtige aandoening, die vermeld staat op de lijst van de OIE Terrestrial Animal Health Code. Dat wil zeggen dat alle landen verplicht zijn om een verdenking op deze aandoening deze aan de OIE kenbaar te maken. 

Omdat de regelgeving op dit gebied aan veranderingen onderhevig is worden in dit dossier de artikelen die van toepassing zijn niet nader genoemd. In het Beleidsdraaiboek Peste des petits ruminants (PPR) zijn de meest recente ontwikkelingen verwerkt. Het is onder meer gebaseerd op onderstaande Europees en Nationale wet- en regelgeving tot vaststelling van algemene communautaire maatregelen voor de bestrijding van bepaalde dierziekten en van specifieke maatregelen.

  • Uitvoeringsverordening (EU) 2018 /1882 van Animal Health Law AHL (EU) 2016 /429
  • Regeling Diergezondheid artikel 2.1 en 2.2
  • Regeling Houders Dieren artikel 3
  • Wet Dieren artikel 5 

Let op: Dit beleidsdraaiboek is met ingang van de Europese Diergezondheidsverordening per 21 april 2021 niet meer actueel en wordt spoedig geactualiseerd. Voor meer informatie Verordening nr. (EU) 2016/429 en Verordening nr. (EU) 2020/687.

In het Beleidsdraaiboek Peste de petits ruminant (PPR) staat het volgende vermeld:

2.2 Control measures

2.2.1. Notification of suspected Peste des petits ruminants case 

In the Directive on notification of infectious animal diseases (92/119/EC articles 3 and 4) PPR is denoted as infectious animal disease in livestock. EU legislation (Council directive 92/119/EC) regarding the control of animal diseases is implemented in the AHWA. Section 3 (“Afdeling 3”) of this Act deals with the control measures to be taken by the Minister of Economic Affairs (EZ) for diseases in livestock and other animal species, and the compulsory notification of a suspicion of PPR by the owner, animal keeper, or a veterinarian (e.g. practitioner). The Netherlands Food and Consumer Product Safety Authority (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit NVWA), the Dutch Competent Authority, can be contacted 24 hours per day, 7 days a week (003145.5463188). 

When a case of PPR is suspected, a team of veterinarians (see below) will visit the farm and if necessary samples will be collected by the NVWA, and sent to the Dutch reference laboratory Central Veterinary Institute (CVI), Lelystad, for laboratory confirmation. As soon as PPR is confirmed and notified, the measures set down in Articles 4 and 5 of Directive 92/119/EEC are implemented. The NVWA is responsible for the implementation of the necessary control measures. The NVWA has a general contingency plan for the control of notifiable diseases. 

Within 24 h after notification to the NVWA and subsequent laboratory confirmation of PPR by the CVI, the Chief Veterinary Officer (CVO) reports the outbreak to the European Commission (According to Directive 82/894/EC), and to the OIE.

Het volledige Beleidsdraaiboek is te vinden op: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/richtlijnen/2015/03/19/beleidsdraaiboek-peste-des-petits-ruminants-ppr


Websites en literatuur

Websites

Literatuur

  • Abubakar M, Mahapatra M, Muniraju M, Arshed MJ, Khan EH, Banyard AC, Ali Q, Parida S. Serological Detection of Antibodies to Peste des Petits Ruminants Virus in Large Ruminants. Transbound
  • Emerg Dis. 2015 Jul 22. doi: 10.1111/tbed.12392. [Epub ahead of print].
  • Albina E., Kwiatek O., Minet C., Lancelot R., Servan de Almeida R., Libeau G. Peste des petits ruminants, the next eradicated animal disease? Veterinary Microbiology 2013, 165:38-44.
  • Balamurugan et al., 2014. Diagnosis and control of peste des petits ruminants: a comprehensive review. VirusDis. 2014, 25(1):39-56.
  • Banyard A.C., Parida S., Batten C., Oura C., Kwiatek O., Libeau G. Global distribution of peste des petits ruminants virus and prospects for improved diagnosis and control. Journal of General Virology (2010) 91:2885-2897
  • Bao et al., 2014. Complete genome sequence of a novel variant strain of peste des petits ruminants virus, Chine/XJYL/2013. Genome Announcements 2014, 2(5):e00762-14.
  • Baron M.D., Diallo A., Lancelot R., Libeau G. Peste des Petits Ruminants Virus. Adv Virus Res. 2016;95:1-42. doi: 10.1016/bs.aivir.2016.02.001. Epub 2016 Mar 14.
  • Baron et al., 2014. Development and testing of a field diagnostic assay for peste des petits ruminants virus. Transboundary and Emerging Diseases 2014, 61:390-396.
  • Cameron AR1. Strategies for the Global Eradication of Peste des Petits Ruminants: An Argument for the Use of Guerrilla Rather Than Trench Warfare. Front Vet Sci. 2019 Sep 26;6:331. doi: 10.3389/fvets.2019.00331. eCollection 2019
  • Cano‐Terriza, D. et al. Serosurvey of Peste des Petits Ruminants in southern Spain. Transbound. Emerg. Dis. 67, 3033–3037 (2020).
  • EFSA. Scientific opinion on peste des petits ruminants. EFSA Journal 2015;13(1):3985.
  • Herbert R., Baron J., Batten C., Baron M., Taylor G. Recombinant adenovirus expressing the haemagglutin of peste des petits ruminants virus (PPRV) protects goats against challenge with pathogenic virus; a DIVA vaccine for PPR. Veterinary Research 2014, 45:24.
  • Ilboudo, G., Wanyoike, F., Moore, V.B., Rich, K., Djigo, C.A.T. and Dione, M. 2022. Willingness to vaccinate and willingness to pay for vaccination against peste des petits ruminants in Linguère, Senegal. Presented at the Peste des petits ruminants Global Research and Expertise Network (PPR-GREN) meeting, Montpellier, France, 7–9 December 2022. Nairobi, Kenya: ILRI.
  • Jones B.A., Rich K.M., Mariner J.C., Anderson J., Jeggo M., Thevasagayam S., Cai Y., Peters A.R., Roeder P. The Economic Impact of Eradicating Peste des Petits Ruminants: A Benefit-Cost Analysis. PLoS One. 2016 Feb 22;11(2):e0149982. doi: 10.1371/journal.pone.0149982. eCollection 2016.
  • Kihu SM, Gitao GC, Bebora LC, Njenga MJ, Wairire GG, Maingi N, Wahome RG, Oyugi JO, Lutomia E. Detection of peste des petits ruminants virus in formalin-fixed tissues. Trop Anim Health Prod. 2015 Jan;47(1):247-9. doi: 10.1007/s11250-014-0707-1. Epub 2014 Oct 19.
  • Kumar N, Maherchandani S, Kumar Kashyap S, Vir Singh S, Sharma S, Kumar Chaubey K and Ly H. Pestes Des Petits Ruminants Virus Infection of Small Ruminants: A Comprehensive Review. Viruses 2014, 6, 2287-2327; doi: 10.3390/v6062287. Epub 2014 June 6.
  • Ma X, Yang X, Nian X, Zhang Z, Dou Y, Zhang X, Luo X, Su J, Zhu Q, Cai X. Identification of amino-acid residues in the V protein of peste des petits ruminants essential for interference and suppression of STAT-mediated interferon signaling. Virology. 2015 Sep;483:54-63. doi: 10.1016/j.virol.2015.03.039. Epub 2015 May 15.
  • Mahapatra M., Sayalel K., Muniraju M., Eblate E., Fyumagwa R., Shilinde L., Mdaki M., Keyyu J., Parida S., Kock R. Spillover of Peste des Petits Ruminants Virus from Domestic to Wild Ruminants in the Serengeti Ecosystem, Tanzania. Emerg Infect Dis. 2015 Dec;21(12):2230-4. doi: 10.3201/eid2112.150223.
  • Munir M. Role of wild small ruminants in the epidemiology of peste des petits ruminants. Transboundary Emerging Diseases 2014, 61(5):411-424.
  • Muniraju et al., 2014. Complete genome sequences of lineage 3 peste des petits ruminants viruses from the middle east and east africa. Genome Announcements 2014, 2(5):e01023-14.
  • OIE adaopts a global controle strategy for peste des petits ruminants. Veterinary Record 2014. doi:10.1136/vr.g3713.
  • Parida S., Muniraju M., Mahapatra M., Muthuchelvan D., Buczkowski H., Banyard A.C. Peste des petits ruminants. Vet Microbiol. 2015 Dec 14;181(1-2):90-106. doi: 10.1016/j.vetmic.2015.08.009. Epub 2015 Sep 5.
  • Ratta B., Pokhriyal M., Singh S.K., Kumar A., Saxena M., Sharma B. Detection of Peste Des Petits Ruminants Virus (PPRV) Genome from Nasal Swabs of Dogs. Curr Microbiol. 2016 Apr 4. [Epub ahead of print].
  • Rodríguez-Martín D., García-García I.,  Martín V.,  Rojas JM., Sevilla N.  A Morbillivirus Infection Shifts DC Maturation Toward a Tolerogenic Phenotype to Suppress T Cell Activation. Immunology 2022
    https://doi.org/10.1128/jvi.01240-22
  • Sen A., Saravan P., Balamurugan V., Rajak K.K., Sudhakar S.B., Bhanuprakash V., Parida S., Singh R.K. Vaccines against peste des petits ruminants virus. Expert. Rev. Vaccines (2010) 9(7):785-796.
  • Settypalli T.B., Lamien C.E., Spergser J., Lelenta M., Wade A., Gelaye E., Loitsch A., Minoungou G., Thiaucourt F., Diallo A. One-Step Multiplex RT-qPCR Assay for the Detection of Peste des petits ruminants virus, Capripoxvirus, Pasteurella multocida and Mycoplasma capricolum subspecies (ssp.) capripneumoniae. PLoS One. 2016 Apr 28;11(4):e0153688. doi: 10.1371/journal.pone.0153688. eCollection 2016.
  • Sherman D.M. The spread of pathogens through trade in small ruminants and their products. Rev. Sci. Tech. (2011) 30 (1):207-217.
  • Sundufu AJ, Ansumana R, Bockarie AS, Bangura U, Lamin JM, Jacobsen KH, Stenger DA. Syndromic surveillance of peste des petits ruminants and other animal diseases in Koinadugu district, Sierra Leone, 2011-2012. Trop Anim Health Prod. 2015 Feb;47(2):473-7. doi: 10.1007/s11250-014-0736-9. Epub 2014 Nov 30.
  • Taylor W. The global eradication of peste des petits ruminants (PPR) within 15 years-is this a pipe dream? Trop Anim Health Prod. 2016 Mar;48(3):559-67. doi: 10.1007/s11250-016-0993-x. Epub 2016 Feb 6.
  • Woma TY, Kalla DJ, Ekong PS, Ularamu HG, Chollom SC, Lamurde II, Bajehson DB, Tom ND, Aaron GB, Shamaki D, Bailey D, Diallo A, Quan M. Serological evidence of camel exposure to peste des petits ruminants virus (PPRV) in Nigeria. Trop Anim Health Prod. 2015 Mar;47(3):603-6. doi: 10.1007/s11250-014-0747-6. Epub 2014 Dec 30.
  • Wu X, Li L, Li J, Liu C, Wang Q, Bao JY, Zou Y, Ren W, Wang H, Zhang Y, Lv Y, Liu F, Wang S, Ma H, Wang Z. Peste des Petits Ruminants Viruses Re-emerging in China, 2013-2014. Transbound Emerg Dis. 2015 Jan 24. doi: 10.1111/tbed.12308. [Epub ahead of print].
    Zhao H, Nieumi F, Parida S, Benfield C, Progress towards Eradication of Peste des Petits Ruminants through Vaccination, Viruses. 2021 Jan 5;13(1):E59. doi: 10.3390/v13010059.

Bijlage 1: Afbeeldingen


Persbericht KNMvD (www.knmvd.nl)

Virale aandoening PPR vastgesteld bij schapen en geiten in Bulgarije

5 juli 2018

Virale aandoening “peste des petits ruminants” PPR (vrij vertaald: kleine herkauwerspest) vastgesteld bij schapen en geiten in Bulgarije. Dit is de eerste keer dat deze aandoening is vastgesteld in een EU-lidstaat. Er zijn diverse quarantaine en ruimingsacties uitgevoerd. PPR is endemisch in veel landen van Afrika, het Midden-Oosten en Azië. De ziekte is niet eerder vastgesteld binnen de EU.

PPR

Algemene informatie aangaande PPR

Peste des petits ruminants (PPR, kleine herhauwers pest) in Bulgarije in de regio Yambol in Bulgarije.

PPR is een zeer besmettelijke virale aandoening die met name bij schapen en geiten voorkomt. De ziekte wordt overgedragen via direct contact. PPR heeft een incubatietijd van 3-10 dagen. Dieren scheiden het virus al uit vóórdat zij symptomen vertonen. De ziekte kan zich daarom ook snel verspreiden via dierbewegingen en transporten. Klinische verschijnselen zijn: plotselinge hoge koorts, algemene ziekteverschijnselen, rusteloosheid, dorre vacht, droge neus, minder trek in voer, (pussige) uitvloeiing uit de neus, wonden op neus, tong en bek, diarree en ademhalingsproblemen. Drachtige dieren kunnen aborteren ten gevolge van het virus. De morbiditeit en de mortaliteit ten gevolge van pest bij kleine herkauwers kan zeer hoog zijn, met name in gebieden waar die ziekte zich voor het eerst voordoet, en kan ernstige economische gevolgen voor de landbouwsector hebben. Besmette dieren zonder specifieke weerstand tegen PPR worden bijna allemaal ziek (ongeveer 90%) en 50% tot 80% van de besmette dieren sterven. Sterfte treedt op binnen vijf tot tien dagen door uitdroging en verhongering. Geiten zijn gevoeliger voor PPR dan schapen. In alle gevallen geldt dat jonge dieren heftiger worden getroffen dan oudere dieren. Ook runderen en varkens kunnen besmet worden met PPR-virus. Hier verloopt de ziekte vaak subklinisch (onopgemerkt). Mensen kunnen niet besmet worden met het PPR-virus. PPR is endemisch in veel landen van Afrika, het Midden-Oosten en Azië. De ziekte is niet eerder vastgesteld binnen de EU.

Maatregelen

Er zijn direct maatregelen getroffen om te uitbraak niet verder te laten verspreiden. In een besluit van de Europese Commissie zijn tijdelijke beschermende maatregelen vastgesteld, van toepassing op kleine herkauwers, sperma, eicellen en embryo’s van die dieren, en bepaalde producten van die dieren. Hierbij is Richtlijn 92/11/EEG gevolgd.

  • Bulgarije verbiedt de verzending van kleine herkauwers en sperma, eicellen en embryo’s van kleine herkauwers vanuit de regio Yambol naar andere delen van Bulgarije, andere lidstaten en derde landen.
  • Bulgarije verbiedt het buiten de regio Yambol in de handel brengen van de volgende producten van kleine herkauwers die afkomstig zijn uit de regio Yambol:
    • Vers vlees
    • Gehakt en vleesbereidingen die zijn vervaardigd uit vers vlees
    • Vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen voor menselijke consumptie die zijn geproduceerd uit vers vlees (andere dan die welke overeenkomstig bijlage III bij Richtlijn 2002/99/EG van de Raad (7) een behandeling hebben ondergaan om bepaalde risico's voor de diergezondheid te elimineren)
    • Rauwe melk en zuivelproducten (andere dan die welke een behandeling hebben ondergaan in hermetisch gesloten recipiënten met een F0-waarde van 3,00 of meer, zoals beschreven in bijlage III bij Richtlijn 2002/99/EG)
    • Niet verwerkte dierlijke bijproducten
    • Producten die één of meer van deze genoemde goederen bevatten

Dit besluit is van toepassing tot en met 23 december 2018.

De Bulgaarse autoriteiten hebben naast het bovenstaande zelf de volgende maatregelen getroffen:

  • Ruimen en vernietigen van de dieren in de getroffen bedrijven (23 juni)
  • Preventief ruimen en vernietigen van alle andere kleine herkauwers in het dorp Voden (enkel hobbydieren, geen andere professionele bedrijven aanwezig). Hiermee is 25 juni gestart.
  • Er is een 3km beschermings- en een 10km toezichtsgebied ingesteld (BT-gebied).
  • Klinisch onderzoek en bemonstering binnen het BT-gebied
  • Klinisch onderzoek en bemonstering in dorpen langs de grens met Turkije

Risico voor Nederland

In 2017 en 2018 (tot nu toe) heeft er geen bilaterale handel plaatsgevonden tussen Nederland en Bulgarije in levende kleine herkauwers en producten hiervan. Daarmee lijkt het risico voor Nederland vooralsnog klein.

Voor transport van levend vee geldt er nog steeds een verplichting tot een tweede reiniging en ontsmetting (R&O) bij binnenkomst in Nederland.

Bron: www.knmvd.nl (5 juli 2018)

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.