Leptospirose

Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer

Leptospirose

Leptospirose is een infectieuze ziekte bij dieren en mensen. De ziekte wordt veroorzaakt door leptospiren en tast vooral de lever aan.

97% van de melkveebedrijven in Nederland heeft de vrij-status (kwaartaalrapportages 2019) van de aandoening vanwege de verplichting van de Leptospira hardjo-vrije status door de zuivelindustrie.

In de niet-melkleverende sector komen nog 0,8 procent (prevalentieonderzoek 2013-2014) bedrijven voor met besmette dieren. In de landen om Nederland heen is geen programma ter bestrijding van deze zoönose. Leptospirose (L. hardjo) is een meldingsplichtige ziekte volgens artikel 100 van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren.

Direct naar:

De kiem

Leptospirose (o.a. melkerskoorts) wordt veroorzaakt door leptospiren. Dit zijn spirocheten uit het genus Leptospira van de familie leptospiraceae. Ze behoren tot de orde Spirochaetales. Leptospiren zijn gramnegatieve spiraalvormige bacteriën.
Ze worden onderverdeeld in pathogene leptospiren en a-pathogene saprofyten, die L. biflexa worden genoemd. De pathogene leptospiren behoren tot het species L. interrogans; deze wordt onderverdeeld in circa 200 serotypen.

De volgende serotypen zijn met name van belang:

  • De serotypen icterohaemorrhagiae en copenhagi van de serogroep icterohaemorrhagiae; zij veroorzaken de Ziekte van Weil; ratten vormen het reservoir.
  • Het serotype grippothyphosa uit de serogroep grippothyphosa; dit veroorzaakt de modderkoorts; de veldmuis en de muskusrat zijn het reservoir.
  • Het serotype pomona: sterk pathogeen, komt niet in Nederland voor (wel in onder andere de Verenigde Staten en Nieuw Zeeland).
  • Het serotype hardjo uit de serogroep serjoe; dit veroorzaakt melkerskoorts; het rund is het reservoir. Het serotype hardjo omvat twee genotypen: hardjoprajitno en hardjobovis. Een infectie met het serotype hardjoprajitno geeft ernstigere klinische symptomen.

Gevoelige diersoorten

Behalve runderen kunnen ook schapen besmet zijn met L. hardjo. De bacterie is overdraagbaar tussen beide diersoorten.  L. hardjo veroorzaakt bij de mens de ziekte melkerskoorts.

Volksgezondheid

Het rund is de bron bij de overdracht van L. hardjo op de mens. De symptomen bij de mens lijken op ernstige griep. Symptomen van melkerskoorts zijn: plotseling opzettende (doorgaans hevige) hoofdpijn, koorts en hersenvliesontsteking (zelden). Andere vaak voorkomende verschijnselen zijn: spier- en gewrichtspijnen, lichtschuwheid, buikpijn, misselijkheid en braken. Soms worden lever- en nierstoornissen geconstateerd.

Het gevaar van de ziekte neemt toe als de infectie te laat wordt opgemerkt en de behandeling laat wordt ingezet. Het herstel van melkerskoorts bij mensen verloopt vrij traag (half jaar tot één jaar), tenzij in een vroeg stadium antibiotica zijn toegediend. Contact met besmette runderen vormt, vanwege de soms ernstige algemene ziekteverschijnselen, een specifiek verhoogd extra risico voor zwangere vrouwen (abortus).
Bij verschijnselen van melkerskoorts is het belangrijk altijd de huisarts te raadplegen. Leptospirose bij de mens is een aangifteplichtige ziekte; de huisarts doet de aangifte.

Overleving

De meeste spirocheten kunnen buiten de gastheer in een warme en vochtige omgeving enige tijd overleven (tot 14 dagen). Ze zijn zeer gevoelig voor uitdroging. Bij kamertemperatuur zijn ze binnen enkele seconden dood.

Desinfectie

Om oppervlakten te desinfecteren kunnen deze het beste, na huishoudelijk reinigen en drogen, worden afgenomen met 1 gram actief chloor/L water (vijf minuten laten inwerken). Het is belangrijk dat bij het reinigen wordt voorkomen dat aerosols (hoge drukspuit) kunnen worden ingeademd of vuil water wonden in de huid kan binnendringen. Kleren kunnen worden gedesinfecteerd door ze te wassen op 60 graden Celsius.

Terug naar het begin van dit artikel

Verschijnselen van leptospirose


Pathogene leptospiren leven in de nieren van de gastheer en worden met de urine in de omgeving uitgescheiden.

Klinische verschijnselen

Een infectie met serotype L. hardjo uit zich bij het rund op een aantal (niet specifieke) manieren. Meestal gaat de aandoening symptoomloos voorbij. Treden er wel symptomen op, dan wordt meestal een slap uier, de ‘flabby bag’ gezien. Dieren zijn ineens uit de melk (agalactie), hebben een slap uier en soms afwijkende melk (ingedikt of vlokjes), meestal in meerdere kwartieren. Soms beperkt de klinische afwijking zich tot een (onverklaarbare) celgetalverhoging. Abortus treedt sporadisch op, soms als abortusstorm. Het is mogelijk dat agalactie en abortus in hetzelfde koppel optreden, maar gewoonlijk niet bij hetzelfde rund.
Incidenteel treden bij een ernstige L. hardjo-infectie lever- en nierbeschadiging en ontsteking van de nieren op. Bij een leverbeschadiging komen geelzucht en bloedarmoede voor. Deze symptomen worden ook waargenomen bij kalveren met de Ziekte van Weil (L. icterohaemorrhagiae) en L. Pomona.

Uitscheiding van de kiem

De uitscheiding van leptospiren begint vijf tot tien dagen na de infectie. Een geïnfecteerd rund met een actieve infectie kan meer dan een jaar lang leptospiren uitscheiden. Na infectie houdt het rund meestal levenslang L. hardjo-afweerstoffen in melk en bloed (zie onder ‘serologie’). Besmette runderen vormen een besmettingsbron voor dieren die geen afweerstoffen hebben. Hierdoor handhaaft de besmetting zich in het koppel. Ook na behandeling met antibiotica blijven leptospiren in het lichaam aanwezig, maar ze worden niet meer uitgescheiden.
Overdracht van de besmetting vindt vooral plaats door besmette urine of besmet sperma, maar ook door direct of indirect contact via gecontamineerd (oppervlakte)water. Ziekte-insleep vindt vooral plaats door de aankoop van besmet vee of door het vee uit te scharen samen met besmet vee.
Een infectie met serotype hardjo dringt actief het lichaam binnen via intacte slijmvliezen van oog, mond en neus, via de genitaaltractus, beschadigde huid of door inademing van met L. hardjo besmette aerosolen. De bacterie nestelt zich in de nieren, urinewegen en voortplantingsorganen, maar kan zich ook handhaven in oog- en hersenvocht.

Om besmetting van leptospirose van dier op mens te voorkomen, is het belangrijk contact met urinespetters van het rundvee te vermijden. In dat kader wordt geadviseerd om, met name tijdens het melken en het reinigen van de melkstal (hoge drukspuiten veroorzaken aerosolen, die kunnen worden ingeademd), beschermende kleding te dragen. Daarnaast is bescherming tijdens het verlossen op besmette bedrijven van belang. Voor de mens is geen vaccinatie beschikbaar, wel is er een effectieve antibioticumbehandeling.

Terug naar het begin van dit artikel 

Diagnose van leptospirose


Pathologie

Macroscopisch zijn soms anaemie, geelzucht en bloedingen onder de sereuze vliezen te zien. Bij histologisch onderzoek zijn lokale of diffuse interstitiële nefritis en centrolobulaire levernecrose zichtbaar. Soms is er sprake van vaatbeschadigingen in de hersenen en hersenvliezen.

Isolatie van de kiem

Het kweken van de bacterie uit urine is mogelijk, maar zeer lastig. Bovendien kost kweken veel tijd (weken tot maanden). Vanwege financiële en technische beperkingen wordt deze methode in de praktijk niet toegepast.

Serologie

Individuele serologie verschaft geen betrouwbare informatie omtrent dragerschap of de mate van uitscheiding. Serologie toont pas 14-21 dagen na infectie afweerstoffen aan.

Er worden verschillende testmethodieken toegepast om leptospirose op te sporen. De L. hardjo-ELISA (enzyme-linked immuno-sorbent assay) wordt toegepast om antistoffen aan te tonen in serum. De sensitiviteit en specificiteit is in beide gevallen bijna 100 procent. De ELISA wordt ook toegepast in tankmelk. In het laboratorium van de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) is de ELISA de standaard. De MAT (micro-agglutinatietest) is door het Office International des Epizooties (OIE) officieel erkend als referentietest. Het is een agglutinatietest om antistoffen aan te tonen in serum, waarbij gebruik wordt gemaakt van levende leptospiren. De MAT is veel minder gevoelig dan de ELISA; 4-6 maanden na het doormaken van de infectie zijn vaak al geen afweerstoffen meer aan te tonen, terwijl de dieren nog drager - en mogelijk zelfs uitscheider - zijn van de bacterie.

Terug naar het begin van dit artikel

Prevalentie van leptospirose


Rond 1986 viel op dat de diagnose 'melkerskoorts' in toenemende mate werd gesteld bij mensen die beroepsmatig met runderen in aanraking kwamen. Bij een landelijk tankmelkonderzoek werd vastgesteld dat de infectie voorkwam op 25 procent van de melkveebedrijven, met een sterke variatie in prevalentie tussen de regio’s (Friesland het hoogst, Zuid-Nederland het laagst). In de jaren daarna werd door een onderzoek van de GD aangetoond dat de ziekte goed was te bestrijden door een éénmalige koppelbehandeling met antibiotica (25 mg/kg lichaamsgewicht dihydrostreptomycine), al of niet gecombineerd met jaarlijkse vaccinatie (geen vaccin in Nederland geregistreerd). Toen de prevalentie op melkveebedrijven daalde onder de 10 procent, werd overgeschakeld naar vrijwillig certificering. Sinds januari 2005 heeft de zuivelindustrie de leptospirose-vrijstatus verplicht op melkveebedrijven. Voor besmette bedrijven is een plan van aanpak beschikbaar.

Minder dan 10 Nederlandse melkveebedrijven (status 'verdacht/behandeld' in het vierde kwartaal van 2019) en 0,8 procent van de niet-melkleverende bedrijven (prevalentieonderzoek 2013-2014) is besmet met L. hardjo. Nieuwe besmettingen treden vooral op door aankoop van dieren met een onbekende status (uit binnen- en buitenland). De infectie is o.a. aangetoond bij importen uit Duitsland, België, Tsjechië & Luxemburg met soms uitbraken op Nederlandse bedrijven tot gevolg, waarvan er in 2019 twee hebben plaatsgevonden.

Europa

De aanpak van L. hardjo in de ons omringende landen wisselt sterk. Behalve Zweden is nog geen land vrij van L. hardjo. In de UK komt de aandoening veel voor (vrijwillige bestrijding via vaccinatie). Over de prevalentie van L. hardjo in andere EU-lidstaten is weinig bekend. Omdat in deze landen bij onderzoek vaak gebruik wordt gemaakt van de MAT, zal de prevalentie sterk worden onderschat (zie onder ‘serologie’). In Tsjechië en Oekraine wordt gebruik gemaakt van een pentavalent leptospirose vaccin.

Andere landen

Australië, Nieuw Zeeland en de USA hebben een vaccinatieprogramma tegen L. hardjo. In deze landen worden jaarlijks hele koppels runderen verhandeld, waardoor koppelbehandelingen met antibiotica niet werken. Ter preventie van melkerskoorts bij mensen wordt in het kader van volksgezondheid de rundveestapel vrijwillig gevaccineerd.

Terug naar het begin van dit artikel

Aanpak besmette bedrijven


Meldingsplichtig

Leptospirose is een meldingsplichtige ziekte volgens artikel 100 van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren. Een aangetoonde infectie dient te worden gemeld bij de NVWA.

Vaccinatie

In Nederland zijn geen vaccins tegen L. hardjo geregistreerd. In het buitenland zijn dergelijke vaccins wel verkrijgbaar. In bijvoorbeeld Engeland, Nieuw-Zeeland, Australië en Noord-Amerika wordt veelvuldig gebruik gemaakt van vaccinatie bij runderen ter bestrijding van 'melkerskoorts' bij de mens.  In Tsjechië en Oekraine wordt gebruik gemaakt van een pentavalent leptospirose vaccin. Gebruik van de vaccins zouden het Nederlandse bestrijdingsprogramma verstoren door de afweerstoffen die na vaccinatie worden gevormd.

Antibiotica

Bij een besmetting wordt gekozen voor behandelen met antibiotica. Bij behandeling van een actieve infectie wordt het hele koppel, van het jongste kalf tot de oudste koe, eenmalig en gelijktijdig behandeld met dihydrostreptomycine (25 mg per kg lichaamsgewicht), al dan niet in combinatie met penicilline. Ook de eventuele schapen op het bedrijf worden behandeld. Na de behandeling scheiden besmette runderen nog één dag levende leptospiren uit. Daarna worden geen levende bacteriën meer in de urine aangetroffen. Elders in het lichaam kunnen ze overleven, maar dieren blijken dan niet meer besmettelijk; niet voor koppelgenoten en ook niet voor de mens. 
Voor dihydrostreptomycine geldt een wachttermijn voor melk en slacht (zie bijsluiter). Geadviseerd wordt om voor de behandeling overleg te plegen met de zuivelfabriek over de melklevering en antibioticumcontrole. De wachttermijn voor de slacht is vrij lang, omdat dihydrostreptomycine vrij lang in de nieren aanwezig blijft.

Zodra de behandeling is uitgevoerd, geeft de praktiserend dierenarts de behandeldatum schriftelijk door aan de diergezondheidsadministratie (KCA) van de GD. Deze afdeling zorgt ervoor dat een nieuw bedrijfscertificaat wordt aangemaakt met de vermelding ‘leptospirose: verdacht/behandeld’. Deze status wordt bewaakt met een tracergroep. Voor de verschillende zuivelondernemingen is deze status verplicht met betrekking tot de leveringsvoorwaarden.

Overige maatregelen

De erkenningsregeling van de Stichting Organisatie Certificering Melkveebedrijven (OCM) streefde ernaar de Nederlandse melkveesector in 2005 vrij te hebben van runderen met leptospirose-afweerstoffen. In dit kader stimuleerde de OCM de bestrijding van leptospirose. De OCM maakt sinds 1 januari 1998 onderscheid in wel- of niet-gecertificeerde bedrijven voor leptospirose en in wel of niet behandelen. Sinds 1 januari 2000 was deelname aan het bewakingsprogramma verplicht vanuit de OCM, zowel voor bedrijven met de status ‘vrij’ als ‘verdacht/behandeld’. Sinds 1 januari 2015 eisen de zuivelondernemingen een status 'leptospirose-vrij'. In uitzonderingsgevallen mag een bedrijf gedurende 3 jaar de status 'verdacht/behandeld' hebben. Aangekochte dieren die besmet blijken te zijn, moeten op last van de zuivelondernemingen worden afgevoerd.

Terug naar het begin van dit artikel

Preventie


Preventie van infectie is erop gericht contact met besmette dieren of met overlevende leptospiren te voorkomen. Preventief moeten daarom de aankoop van besmette dieren, het samen weiden met besmette dieren en veilingen of keuringen met besmette dieren worden voorkomen. Daarnaast moet worden voorkomen dat runderen of schapen contact hebben met besmet oppervlaktewater.

Regelgeving


Meldingsplichtig

Leptospirose is een meldingsplichtige ziekte volgens artikel 100 van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren. Een aangetoonde infectie dient te worden gemeld bij de NVWA.

Bestrijdingsprogramma

Er is geen wettelijk leptospirose-bestrijdingsprogramma. Sinds 1994 bestaat de mogelijkheid deel te nemen aan een vrijwillig eradicatieprogramma.
De regels voor het vrijwillige certificeringsprogramma zijn beschreven in het ‘reglement certificering Leptospira hardjo bij runderen’. De meest recente versie van het reglement is hier te vinden. 

Terug naar het begin van dit artikel

Websites en literatuur


Websites

Literatuur

  • Radostits O.M., Gay C.C., Blood D.C. and Hinchcliff K.W.; Veterinary Medicine, W.B. Saunders company ltd. London,  9th edition, 971 – 985.
  • Van Wuyckhuise-Sjouke L.A; A leptospirosis (L. interrogans serovar l. Hardjo) control programme based on bulkmilk surveillance and individual testing in dairy herds in the Netherlands 1989-1996. Proceedings First meeting International Leptospirosis Society, 9-12 September 1996, Nantes. 

Terug naar het begin van dit artikel

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.

GD maakt gebruik van cookies om onze website te analyseren en de functionaliteit te verbeteren. Meer info vind je in ons cookiebeleid.