Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer

Diersoorten

Eerste bewezen geval van monepantel resistentie voor maagdarmwormen op schapenbedrijf

18-9-2014: 

Op één, en mogelijk twee schapenbedrijven in Nederland blijkt sprake van resistentie voor het middel monepantel van de parasiet Haemonchus contortus (die bloedarmoede veroorzaakt). Dit is opmerkelijk omdat het middel pas sinds 2011 op de markt is.

Behandeling onvoldoende effect

De resistentie kwam aan het licht nadat in juli van dit jaar een schapenhouder de Veekijker Kleine Herkauwers benaderde met de mededeling dat een behandeling met Zolvix® (monepantel (MPL), Novartis Animal Health) bij de schapen op zijn bedrijf onvoldoende effect leek te hebben. Resistentie voor dit middel was niet direct aannemelijk, daarom is afgesproken dat de schapenhouder een mengmonster feces van zijn lammeren zou insturen voor parasitologisch onderzoek. Hierin vond de GD hoge aantallen wormeieren van het type strongylus.

Daarom heeft de GD vervolgens met een zogenoemde faecal egg count reduction test (FECRT) de aanwezigheid van resistentie voor monepantel onderzocht, volgens de methode zoals die beschreven is door de World Association for the Advancement of Veterinary Parasitology. Hiervoor zijn twee groepen van tien lammeren geselecteerd. De eerste groep was de controlegroep en werd niet behandeld, de tweede groep werd behandeld met monepantel in een dosering zoals voorgeschreven door de fabrikant. De effectiviteit van de behandeling met monepantel bleek nul procent te zijn.Na het onderzoek zijn op basis van mestkweek de aanwezige larven geïdentificeerd. Zowel voor als na de behandeling met monepantel bleek honderd procent van de larven Haemonchus contortus larven te zijn.

Opmerkelijk

Op dit bedrijf is begonnen met het gebruik van monepantel in 2012, nadat de effectiviteit van ivermectine en doramectine onvoldoende bleek te zijn. Sindsdien heeft hij alleen monepantel als ontwormingsmiddel ingezet. Het is opmerkelijk dat resistentie van Haemonchus contortus voor monepantel zich zo snel heeft kunnen ontwikkelen.
Het is in dit stadium nog niet duidelijk hoe resistentie is ontstaan, waarom dit zo snel optreedt en wat de consequenties daarvan zijn. Zodra we daarover meer informatie hebben stelt de GD u daarvan op de hoogte.

Dit onderzoek beschrijft, naar ons beste weten, het eerste geval in de wereld van resistentie van H. contortus voor monepantel. Eerder onderzoek in Nieuw-Zeeland toonde al resistentie aan van Teladorsagia circumcincta and Trichostrongylus colubriformis voor monepantel. Ook in dat geval werd het ontwormingsmiddel pas twee jaar gebruikt op het bedrijf.
Inmiddels heeft de GD onderzoek gedaan op een tweede schapenbedrijf waar mogelijk sprake is van resistentie voor monepantel.  

Van bestrijding naar preventie

Het optreden van resistentie wordt voor een groot deel bepaald door een combinatie van de volgende zaken: het aantal uitgevoerde behandelingen, de gebruikte dosering en een aantal managementmaatregelen dat te maken heeft met de cyclus van de verschillende soorten maagdarmwormen.

Dit betekent dat de bestrijding van maagdarmwormen ingrijpend moet veranderen, omdat er in toenemende mate sprake is van resistentie voor middelen uit de verschillende groepen. Het toepassen van maagdarmwormmiddelen moet niet langer uitgangspunt zijn. Het is zaak om als schapenhouder meer in te zetten op preventieve managementmaatregelen, en alleen te ontwormen als ondanks die preventieve maatregelen toch nog sprake blijkt van een te hoge wormlast. Dit laatste betekent ook dat vaker mestonderzoek nodig is.

Wat betekent dit voor de korte termijn?

Het jaar 2014 was een jaar met veel maagdarmwormziekte, veroorzaakt door de lebmaagworm Haemonchus contortus. Hoewel dergelijke problemen in het verleden vooral voorkwamen in de maanden juli en augustus hebben we de laatste jaren een verschuiving gezien: de problemen komen over een langere periode voor. Ook de laatste weken heeft de GD van verschillende bedrijven nog signalen over het voorkomen van haemonchose ontvangen. Daarom raden wij schapenhouders het volgende aan:

  • Laat mestonderzoek doen bij uw lammeren mestonderzoek om te weten wat de maagdarmwormsituatie is.
  • Controleer tien tot veertien dagen na een behandeling of de behandeling ook goed heeft gewerkt; kijk hier voor nadere informatie.
  • Laat in ieder geval mestonderzoek doen als u de afgelopen jaren meerdere keren monepantel heeft gebruikt als ontwormingsmiddel. Neem contact op met GD Veekijker Kleine Herkauwers als bij dat mestonderzoek grotere aantallen wormeieren worden gevonden dan u had verwacht.

 

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.