Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer

Diersoorten

Uitbreiding leverbotresistentie in Nederland

18-10-2013: 

Onderzoek naar uitbreiding van leverbotresistentie heeft geleid tot de vaststelling van leverbotresistentie voor het middel triclabendazol (TCBZ) op 18 nieuwe rundvee- en schapenbedrijven verspreid over Nederland. Vermoedens van leverbotresistentie bij schapen voor het leverbotmiddel closantel zijn niet bevestigd.

Sinds 1998 is bekend dat er leverbotresistentie bestaat voor leverbotmiddelen met als werkzame stof triclabendazol. Aanvankelijk bleef dit vooral een regionaal probleem, maar langzamerhand wordt een verspreiding over grotere gebieden in Nederland waargenomen. Met financiering van het Productschap Zuivel heeft de GD onderzoek uitgevoerd naar uitbreiding van leverbotresistentie in Nederland. Door het actief benaderen van de dierenartspraktijken (DAP’s) is getracht een actueel beeld te krijgen.

Aan alle bij relatiebeheer aangesloten DAP’s is gevraagd om de hen bekende bedrijven met mogelijke leverbotresistentie door te geven. Deze meldingen zijn gecontroleerd aan de hand van de historie van leverbotonderzoek door de GD. Daarnaast zijn 17 bedrijven geselecteerd om middels de faecal egg count reduction test (FECRT) de vermoede resistentie te confirmeren. Deze methode is ook toegepast op vijf bedrijven met vermoedens van leverbotresistentie voor closantel.

Leverbotonderzoek
Uit dit onderzoek blijkt dat goed leverbotonderzoek niet eenvoudig is. De FECRT toonde op zeven van de 17 rundveebedrijven geen resistentie van de leverbot voor triclabendazol aan. Opnieuw lijken vooral onderdosering en het onjuist toepassen van leverbotmiddelen daarvan de belangrijkste oorzaak. Op  vijf onderzochte schapenbedrijven is geen leverbotresistentie voor closantel gevonden.

Kaartje leverbotresistentie

Figuur 1: Overzicht bedrijven met leverbotresistentie voor TCBZ (gemeld en gecontroleerd via monitoring leverbotresistentie 1998-2013).

De actieve benadering van DAPs in combinatie met een goed uitgevoerde FECRT kan ook in de toekomst een goed beeld geven van de verspreiding van leverbotresistentie. Mestonderzoek heeft pas zin als de volwassen leverbot eieren produceert. Onder Nederlandse omstandigheden is dat meestal vanaf begin januari het geval. Schapen worden afhankelijk van de omstandigheden vaak in de herfst al behandeld tegen leverbot. Bij rundvee wordt besmet jongvee over het algemeen in november, enkele weken na het opstallen, behandeld. De effectiviteit van een behandeling is te controleren door een FECRT uit te voeren vóór behandeling en drie weken later. Onderzoek van individuele mestmonsters van dezelfde dieren heeft de voorkeur maar voor een redelijke indicatie kunnen ook mengmonsters van minimaal vijf dieren worden onderzocht. Indien bij heronderzoek nog leverboteieren worden aangetoond, dan kan dit een eerste indicatie zijn voor mogelijke leverbotresistentie of voor onjuiste dosering bij de behandeling. 

Preventie leverbotbesmettingen
Besmetting met Fasciola hepatica vindt in Nederland in de regel plaats vanaf augustus en dit kan doorgaan tot maart. De meest voor de hand liggende preventieve maatregel is om er voor te zorgen dat de dieren geen leverbotbesmetting kunnen oplopen door ze niet te laten weiden op percelen waar de leverbotslak voorkomt. Hoewel dit op sommige bedrijven lastig is, kunnen de meeste bedrijven dit wel realiseren door een aangepaste beweiding. Eventueel kan vooral het melkvee eerder worden opgestald. Dieren die op besmette percelen hebben gelopen, kunnen na het opstallen worden behandeld. Het houden van schapen op leverbotgevaarlijke percelen wordt ten stelligste afgeraden.

Leverbotresistentie voorkómen
De beste manier om resistentie te voorkomen is om zo weinig mogelijk te behandelen. Indien behandeling toch noodzakelijk is moet een juiste dosering worden gebruikt en daarbij is het van het grootste belang om het juiste gewicht van het dier te schatten of te meten, bijvoorbeeld door de dieren te wegen of het gewicht te bepalen met behulp van een meetlint. Uit onderzoek is gebleken dat 70 tot 80% van de diergewichten te laag wordt geschat.

Behandeling bij TCBZ-resistentie
Indien sprake is van TCBZ-resistentie dienen andere middelen te worden toegepast. Deze middelen hebben een ander werkingsmechanisme en grijpen in op andere stadia van de leverbot. De GD adviseert dringend om bij leverbotresistentie eerst met de eigen dierenarts te overleggen over de te volgen behandelstrategie.

Resistentie melden
Dierenartsen en veehouders worden gevraagd om vermoedens van leverbotresistentie te melden bij de GD via telefoonnummer 0900-7100 000.

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.