Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.
  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer
Samen werken aan diergezondheid
Volg ons op...

Preventie

Het voorkomen van een AI-besmetting dient vooral gericht te zijn op het voorkomen van contact met wilde vogels. Daarnaast is het van belang door een streng toegangsbeleid op het bedrijf insleep te voorkomen.

Insleep virus voorkomen

Het vogelpestvirus kan zich op stofdeeltjes door de lucht verspreiden. Verspreiding over grotere afstand is echter altijd een gevolg van contact door personen, transportmiddelen of geleende gereedschappen. Pluimvee kan op de volgende manieren besmet raken met vogelgriepvirus:

  • Vanaf uw erf. Beschouw uw eigen erf ook als vuil terrein! Uw erf kan besmettelijk materiaal (bijvoorbeeld afkomstig van geïnfecteerde vogels) bevatten.
  • Via contact met (trek)vogels. Besmette vogels verspreiden het virus onder andere via hun uitwerpselen.
  • Via besmet materiaal zoals kratten, transportmiddelen en mensen die via hun schoenen of kleding in contact zijn geweest met het virus. 
  • Via stofdeeltjes uit een besmette stal.
  • Via besmette ratten en muizen. Deze dieren kunnen het virus verslepen maar mogelijk ook het virus vermeerderen. Naar de precieze rol van ongedierte wordt op dit moment onderzoek gedaan.
  • Via besmet pluimvee dat bij aankomst al besmet was.

Om elk risico op besmetting uit te sluiten, adviseren we de pluimveehouder de volgende maatregelen te nemen: 

  • Zorg dat uw bedrijfsterrein en stallen afgesloten zijn voor bezoekers.
  • Zorg ervoor dat er géén mensen in de stal komen, tenzij noodzakelijk voor verzorging of veterinaire zorg.
  • Maak een duidelijke scheiding tussen het bedrijfsterrein en de ruimte rondom het woonhuis.
  • Zorg dat uw bedrijfsterrein overal schoon is en regelmatig wordt ontsmet, vergeet de achterzijde van de stallen niet. 
  • Houd er rekening mee dat u, als pluimveehouder, ook smetstof kunt verspreiden. Houd u zich daarom zelf ook aan de regels.
  • Om ieder risico te vermijden is het belangrijk geen materialen van andere (pluimvee)bedrijven te gebruiken. 
  • Voer bij nieuw aangeleverd pluimvee meerdere keren per dag een strenge gezondheidscontrole uit. Bij twijfel direct de practicus consulteren

Hierna wordt ingezoomd op maatregelen die van toepassing zijn op een aantal belangrijke bedrijfsonderdelen: het erf en de stal, ligging van het bedrijf, bezoekers en vervoermiddelen.

Het erf en de stal

  • Sluit de toegangsweg tot uw bedrijfsterrein en de pluimveestallen af en maak met een markering duidelijk dat toegang niet toegestaan is.
  • Plaats een ontsmettingsbak met schoon water met ontsmettingsmiddel, bijvoorbeeld een chloorhoudend desinfectans, bij het toegangshek en bij de ingang van de stallen. Dek deze bak af om verdunning van het desinfectans door regenwater te voorkomen. Ververs de inhoud minimaal eens per dag. Plaats een dergelijke bak ook bij de ingang die u zelf gebruikt.
  • Laat geen huisdieren in de stal.
  • Zorg voor een effectieve ongediertebestrijding door een erkend bedrijf en maak de stallen daadwerkelijk vogelvrij.
  • Verwijder dood aangetroffen ratten en muizen zo snel mogelijk, was en ontsmet direct na contact de handen.
  • Verwijder uitwerpselen op een dusdanige wijze dat pluimvee er niet mee in contact kan komen.
  • Zorg ervoor dat aan het einde van de dag alle voersystemen geen voer meer bevatten die bereikbaar kunnen zijn voor ongedierte.
  • Reinig en ontsmet de looppaden naar de stallen dagelijks. 
  • Maak gebruik van apart schoeisel en een bedrijfsoverall op het bedrijfsterrein. Loop met dit schoeisel alleen over de verharde paden en zeker niet door graslanden.
  • Reinig en ontsmet de laarzen in de ontsmettingsbak vóór het betreden van de stal. 
  • Gebruik bij het betreden van de stalruimte altijd staleigen schoeisel en overall; dus altijd omkleden.
  • Maak een hygiënesluis (verplaatsbare drempel) achter de ingangsdeur van de stal en zet uw schoeisel voor die drempel, trek een staleigen overall aan en stap achter de drempel over in staleigen schoeisel. Wissel vervolgens nogmaals van schoeisel voordat u de dierruimte betreedt.

Ligging van het bedrijf (extra aandacht bij ligging in een waterrijk gebied)

  • Scherm uw bedrijfsterrein zo goed mogelijk af voor watervogels en alle typen wilde vogels en vermijd direct contact, maar ook contact met uitwerpselen van vogels.
  • Gebruik vogelafschrikkende apparatuur en/of voorwerpen om deze dieren op afstand van uw stallen te houden.
  • Loop niet met bedrijfslaarzen in graslanden of langs sloten.

Bezoekers 

  • Bezoekers dienen hun vervoersmiddel aan de weg te laten staan.
  • Bezoekers moeten zich altijd melden bij het huisadres, gekleed in wegwerpoverall en voorzien van haarnetje en overschoentjes. Op het huisadres worden de handen gewassen.
  • Bij het huis of gebouw, dat de afscheiding vormt tussen bedrijf en privéterrein, stappen de bezoekers over in  bedrijfsschoeisel in combinatie met wegwerpsokken (kleine overschoentjes). 
  • Bij de toegang tot de stal wordt het bedrijfsschoeisel gereinigd en ontsmet.
  • In de stal wordt een staleigen overall over de wegwerpoverall aangetrokken en stapt men over in staleigen schoeisel. Gebruik in de stal een veiligheidsbril, mondneuskapje, haarnet en wegwerphandschoenen.
  • Bij het verlaten van de stal wordt de staleigen kleding uitgetrokken en staleigen schoeisel verwisseld voor bedrijfs-schoeisel, tevens worden de handen gewassen.
  • Bij het huis of tussengebouw, wordt het bedrijfseigen schoeisel uitgedaan, de handen weer gewassen en ontsmet met alcohol.
  • Wegwerpoverall en andere materialen laat men in een plastic zak bij de auto achter. Daarna worden de handen nogmaals ontsmet met alcohol.

Vervoermiddelen

  • Laat auto's pas op het terrein toe na ontsmetting van de wielen en de wielkasten. Het beste is als pluimveehouder dit zelf doet, omdat de chauffeur in zijn wagen dient te blijven zitten.
  • De chauffeur dient bij het verlaten van de cabine alvorens de grond te raken overschoentjes aan te trekken. Vervolgens dient hij een wegwerpoverall aan te doen.
  • Plaats de voerwagen niet direct onder de stalinlaat. 
  • Bij vertrek dienen de slangen en andere gebruikte voorwerpen van de wagen te worden ontsmet, alsmede de wielen en de wielkasten. 
  • De chauffeur dient de gebruikte bedrijfskleding en dergelijke op het bedrijfsterrein achter te laten en bij vertrek moet hij een nieuwe stoelhoes in gebruik nemen.

Download alle voorzorgsmaatregelen(PDF)