Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.
  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer
Samen werken aan diergezondheid
Volg ons op...

Clostridium-infecties en dan vooral infecties met Clostridium perfringens behoren al jaren tot de belangrijkste oorzaken van plotselinge sterfte van schapen en geiten in ons land. Clostridium bacteriën komen wijdverspreid in de omgeving voor, maar met name in grond. Vaak kan een infectie met clostridium bacteriën pas aanslaan wanneer er sprake is van gunstige omstandigheden (predisponerende factoren); hierbij moet onder andere worden gedacht aan voerveranderingen, verwondingen of parasitaire infecties. Deze factoren kunnen snelle groei van de bacterie faciliteren, met productie van toxinen (gifstoffen) en infiltratie van de toxinen in de weefsels tot gevolg. Er zijn veel verschillende soorten clostridium infecties maar vrijwel allemaal kennen ze een zeer snel verloop en in veel gevallen zullen dieren reeds dood worden aangetroffen. Infecties met bacteriën die botulisme (Clostridium botulinum) en tetanus (Clostridium tetani) veroorzaken kennen een wat langzamer verloop. Wanneer aangedane dieren met een clostridium infectie levend worden aangetroffen haalt een behandeling in veel gevallen niet veel uit. Clostridium infecties kunnen het best worden voorkomen door middel van vaccinatie.

De meest geziene vorm van een clostridium infectie bij schapen in Nederland is enterotoxaemie. Dit is een aandoening die wordt veroorzaakt door de toxinen van Clostridium perfringens in het maagdarmkanaal. De aandoening kan bij schapen van alle leeftijden worden gezien, maar wordt met name gezien bij jonge snel groeiende lammeren. Voer met een te ruime koolhydraat-eiwit verhouding in combinatie met te weinig structuur is een predisponerende factor. Door het royale voeraanbod kan Clostridium perfringens zich snel vermenigvuldigen en produceert daarbij grote hoeveelheden toxinen. De toxinen zorgen voor het “lek raken” van de darmwand en bloedvaten. Vaak zijn de dieren al dood voordat klinische verschijnselen als diarree optreden.

Ook bij melkgeiten worden regelmatig problemen door enterotoxaemie gezien. In de melkgeitenhouderij zijn diarree-problemen ten gevolge van Clostridium perfringens veel voorkomend. Afhankelijk van de weerstand van het koppel zal een groot deel van de aangedane geiten weer opknappen. Hierbij moet wel worden aangetekend dat wanneer clostridium-diarree wordt gezien in een niet-gevaccineerd koppel er wel degelijk sterfte optreedt. Vaak zijn vervolgens meerdere vaccinaties in combinatie met rantsoenwijziging nodig om de problemen het hoofd te bieden.

In de afgelopen jaren zijn bij pathologisch onderzoek regelmatig clostridium bacteriën aangetoond in de baarmoeder van schapen en geiten die kort daarvoor hadden afgelammerd. Ook werden in die gevallen duidelijke afwijkingen aan de baarmoederwand waargenomen. Uit verhalen van houders bleek dat meerdere dieren, zonder dat er was ingegrepen tijdens het aflammeren, binnen 48 uur na het aflammeren vrij plotseling stierven. Vaak was er een blauwverkleuring van de uier zichtbaar, zonder dat er sprake was van ontsteking van de uier. Ingezette behandelingen haalden niets uit. Na het stellen van de diagnose en het laten uitvoeren van een vaccinatie waren de problemen in regel vrij snel voorbij.