Klassieke varkenspest

Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer

Klassieke varkenspest

Inleiding

Klassieke varkenspest is een meldingsplichtige ziekte ingevolge artikel 15 van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren. Elke klinische verdenking moet via het Centraal meldpunt Dierziekten (045-546 31 88) worden gemeld bij de NVWA. Bij afhandeling van verdenkingen en bij de bestrijding zijn de NVWA-draaiboeken uitgangspunt en zijn de dan geldende regelgeving en de instructie van NVWA leidend.

Het virus
Klassieke varkenspest wordt veroorzaakt door een virus van het genus Pestivirus, familie Flaviviridae. Het is onder andere verwant aan BVD 1 en 2 (rund) en BDV (3 subgroepen, schapen) en atypische pestivirussen (zie figuur 1).

Figuur 1: Overzicht pestivirussen (lezing dr. Paul Becker, Tierärtztliche Hochschule Hannover, IPVS 2018).
APPV staat voor Atypical porcine pestivirus; CSFV staat voor
KVP (Klassieke varkenspest bij het varken); BDV staat voor Border disease virus bij kleine herkauwers; BVDV staat voor bovine virus diarree virus bij het rund.

KVP figuur 1 

Pestivirussen lijken zeer veel op elkaar; het zijn allemaal RNA-virussen met dezelfde enveloppe-eiwitten. BD en BVD kunnen ook varkens infecteren, maar dat leidt zelden tot ziekte. Het geeft wel problemen bij de diagnostiek. Het KVP-virus vertoont genetische diversiteit, maar is relatief stabiel voor een RNA-virus.  Genetische typering heeft geresulteerd in onderscheid in drie virusgroepen (1, 2 en 3), met elk drie of vier subgroepen. De laatste Europese uitbraken behoorden tot type alle tot type 2 (Moennig, 2003).

 

Gevoelige diersoorten

Varkens, ook wilde zwijnen zijn gevoelig voor varkenspest.

 

Volksgezondheid

Mensen zijn niet gevoelig voor het Klassieke Varkenspestvirus.

 

Overleving

Het KVP-virus is over het algemeen stabieler bij koude, natte en proteïnerijke omstandigheden. Het KVP-­virus is een stabiel virus in het pH­-traject 5­ - 10. Onder pH 5 hangt de inactivatie af van de temperatuur. Bij een pH van 3 is de halfwaardetijd in uren meer dan tien keer korter bij een omgevingstemperatuur van 21°C (gemiddelde halfwaardetijd: 5 uur)  dan bij 4°C (gemiddelde halfwaardetijd: 70 uur).
Ultraviolet licht leidt tot snelle inactivatie.

Het is niet goed mogelijk om richtlijnen te geven voor de overleving van het KVP virus in de omgeving, dit is namelijk mede afhankelijk van temperatuur, vochtigheid, pH, de aanwezigheid van organisch materiaal en aanwezigheid van desinfectantia.

 

Overleving van het virus bij verschillende temperaturen:

  • minder dan 1 minuut bij 100ºC;
  • 1 minuut bij 90ºC;
  • 2 minuten bij 80ºC;
  • 5 minuten bij 70ºC;
  • maanden tot jaren bij -70ºC

Overleving in vlees (Edwards: vet. Micr. 73 (2000), 175-181):

  • Bevroren vlees: meer dan 4 jaar
  • Gekoeld vers vlees: meer dan 85 dagen
  • Kamertemp. (besmet slachthuisafval): tot 4 dagen (bij 20ºC)
  • Behandelprocessen (zouten, roken, e.d.): 17 – 188 dagen
  • Parmahammen: tot 313 dagen
  • 30 minuten bij 65ºC of 1 minuut bij 7ºC: geen virus meer aantoonbaar

Overleving van KVP-virus in andere situaties:

  • steen, hooi: maximaal 14 dagen;
  • water: 6-24 dagen bij 20ºC;
  • drijfmest: 14 dagen bij een temperatuur van 20 ºC, en meer dan 6 weken bij 4 ºC.

Desinfectie
Het KVP-virus is. vanwege de aanwezige virus-envelop, gevoelig voor een groot aantal desinfectantia, zoals: ether, chloroform en detergentia. Voor desinfectie van besmette bedrijfsgebouwen worden logen (zoals natronloog 2%) als meest geschikt geacht.

Ook drijfmest kan het best met een loog worden behandeld.  

 

Klinische verschijnselen van klassieke varkenspest

De klinische verschijnselen kunnen sterk variëren, afhankelijk van leeftijd, ras, gezondheidsstatus, immuunstatus, en virulentie van het virus.  Het baseren van de diagnose KVP op basis van klinische verschijnselen is problematisch, gezien de soms geringe of niet typische verschijnselen. Daarom is tijdige uitvoering van diagnostiek zeer dringend noodzakelijk. Verschijnselen kunnen zich uiten in bloedingen in de huid en cyanose, maar ook door niet specifieke verschijnselen en koorts. Hoe langer diagnostiek wordt uitgesteld, hoe meer tijd er is voor de verspreiding van het virus.  

De incubatie tijd kan variëren van 3 tot 6 dagen of zelfs tot 19 dagen.
Bij acute verschijnselen is sprake van anorexie, lethargie, conjunctivitis, luchtweg verschijnselen of constipatie gevolgd door diarree. Daarnaast kan ok incoördinatie van de achterhand optreden. Bij een chronisch verloop kunnen de zelfde verschijnselen optreden, en kunnen varkens 2 tot 3 maanden overleven.

Het virus is in staat om in elk stadium van de dracht de placenta te passeren, wat kan leiden tot abortus en dood geboren voldragen biggen. Belangrijk is dat biggen die geïnfecteerd zijn op 50 tot 70 dagen dracht persistent viremisch kunnen zijn bij de geboorte, en verdere virusverspreiding zullen veroorzaken. Het is mogelijk dat klinische verschijnselen bij deze biggen pas na spenen gezien worden. Kenmerk van deze biggen is ook dat ze geen antistoffen hebben ontwikkeld tegen KVP.   

Differentieel diagnostiek

Belangrijk uitgangspunt: er zijn géén kenmerkende of pathognomonische laesies en verschijnselen voor KVP.
Ziekteverschijnselen van diverse orgaansystemen zijn mogelijk.

Differentieel diagnostisch moet daarom gedacht worden aan:

  • PMWS/PDNS
  • Trombocytopenia purpurea
  • Vlekziekte
  • Acute Pasteurellose
  • Streptococcose
  • Salmonellose
  • Leptospirose
  • Septicaemieën
  • BVD; Rabies; Aujeszky
  • Virale encephalitis
  • Cumarine-/Tiamulinevergiftiging

 

Terug naar het begin van dit artikel

Diagnose van klassieke varkenspest


Meldingsplicht (zie inleiding)

Het is van groot belang om een uitbraak van KVP vroegtijdig te diagnosticeren. Middelen die ten dienste staan om een vroegtijdige diagnose te bewerkstelligen zijn:

  • Klinische verschijnselen (zie verplicht bloedonderzoek).
  • Pathologie: 
    • Bevindingen afkomstig uit sectie materiaal
    • Bevindingen uit het slachthuis

Verplicht bloedonderzoek
De varkenshouder is verplicht binnen 24 uur bloed af te laten nemen bij varkens indien varkens verschijnselen vertonen van een besmettelijke dierziekte en/of als hij varkens behandelt, of laat behandelen ten behoeve van onderzoek op besmettelijke dierziekten.

Praktisch betekent dit: 6 EDTA- of heparinebloedjes opsturen naar WVBR. Deze worden dan onderzocht op AVP en KVP. Het bedrijf wordt vanaf het versturen van deze bloedjes niet geblokkeerd. De reden dat EDTA of heparine ingezonden moet worden en geen serum, is dat de detectie in volbloed beter (gevoeliger) is dan in serum.

 

Pathologie
Secties en slachthuis
Van elk varken dat ter sectie wordt aangeboden bij de GD, wordt een tonsil opgestuurd naar het CVI te Lelystad, voor onderzoek op aanwezigheid van KVP. Daarnaast wordt melding gedaan het meldpunt dierziekten van NVWA, indien tijdens de sectie verschijnselen worden geconstateerd die kunnen wijzen op KVP. Ook verdachte bevindingen tijdens slachten die kunnen duiden op KVP worden gemeld.

 

Tabel: Mogelijkheden diagnostiek

Type dier
tbv
materiaal
Test
uitslag
ziek
Snelle diagnostiek
Tonsil, milt, nier, ileum
IFT / IPT
dezelfde dag
diagnostiek
EDTA bloed
Virus isolatie
5 dagen
niet ziek
screening
Serum bloed
Elisa / NPLA
-: 2 dagen
+: 7 dagen
Test
materiaal
Aantonen van
Positief (dagen na infectie dier)
Duur test
kliniek
varken
symptomen
> 2 dagen
IFT / IPT
Tonsil, milt, nier, ileum
antigeen
3-30 dagen
6 uur
virus isolatie
Organen, EDTA-bloed
antigeen
org:5 tot 7-14 bloed: 3-30
5 dagen
ELISA
VNT (NPLA)
serumbloed serumbloed
antilich.
antilich.
> d14-21      
> d14-21
1 dag       
5 dagen
PCR
Organen, EDTA-bloed
antigeen
3-63 dagen
2 dagen

Risicofactoren voor klassieke varkenspest


Aanvoer van dieren
De directe transmissieroute, van varken naar varken (horizontaal en verticaal) is de meest efficiënte manier van virustransmissie. De belangrijkste verspreider van varkenspest is daarom het varken zelf, en aanvoer van varkens is daardoor het grootste risico voor insleep van varkenspest. Na het vaststellen van een besmetting op een bedrijf worden dan ook altijd de bedrijven onderzocht, die recent van dit besmette bedrijf varkens hebben ontvangen. Bij zeer ernstige verdenkingen worden de ontvangende bedrijven zelfs preventief geruimd.

Een tweede risico van besmetting na aanvoer is de veewagen. Verschillende keren is gebleken dat gezonde varkens, die werden vervoerd op een niet goed gedesinfecteerde veewagen, een ontvangend bedrijf besmet hebben met varkenspest.

Indirect contact
Varkenspest is erg besmettelijk. Hoe lager de temperatuur, hoe langer het virus 'houdbaar' blijft. Tussen bedrijven is varkenspest over te brengen via verontreinigde naalden, bloedproducten, sperma of injectievloeistoffen. Het is daarom verstandig als varkenshouder een eigen bedrijfsspuit voor injecties te gebruiken en het materiaal dat met varkens in aanraking komt regelmatig te steriliseren. Het is ongewenst en zelfs verboden aangebroken flesjes injectievloeistof te accepteren die van buiten het varkensbedrijf afkomstig zijn.

Besmette mest en werktuigen voor mest (giertank, zuigslang) kunnen varkenspest overbrengen. Gebruik als varkenshouder daarom een eigen slang en eis dat de loonwerker met schoon en ontsmet materiaal komt en controleer dat ook. Besmetting via een veewagen kan alleen worden voorkomen door controle op de hygiëne en ontsmetting! Bezoekers en chauffeurs dienen minimaal handen te wassen en gebruik te maken van schone bedrijfskleding en laarzen. De destructiewagen kan besmet materiaal vervoeren of vervoerd hebben. Het is daarom belangrijk de destructieton te ontsmetten voordat deze terugkomt op het bedrijf.

Het varkenspestvirus zou zich, in tegenstelling tot mond- en klauwzeer, niet via de lucht verspreiden. Desondanks heeft de uitbraak in 1997/1998 ons geleerd dat het virus zich wel degelijk over korte afstand verspreidt en de zogenoemde buurtbesmettingen veroorzaakt. Het is bij deze buurtbesmettingen niet volledig duidelijk hoe dat gebeurt. Het kan zijn dat het virus via stofdeeltjes of druppels door de lucht reist, maar de verspreiding kan ook via ongedierte, huisdieren of bezoekjes plaatshebben.

 

Via vlees en vleesproducten
In gepekeld varkensvlees kan het virus na enkele maanden nog actief zijn. Zit het virus in bevroren vlees, dan kan het zelfs na jaren nog varkens infecteren. Vanwege het gevaar dat het virus overgedragen kan worden via vlees is het verboden om keukenafval (swill) aan varkens te voeren in ons land.

Overdracht via de mens
Elke bezoeker vormt een risico, mensen kunnen het virus onder meer verspreiden via kleding, schoenen en handen. Men dient daarom minimaal de handen te wassen en bedrijfskleding en -schoeisel aan te doen voordat de varkensstallen worden betreden.

Overzicht van de transmissieroutes van KVP-virus:

varkens / vlees

+++

sperma

+

ongedierte

+

bezoekers

+

vervoer / materialen

++

mest

++

swill

+++

teken

-

lucht

tot 500 meter

Terug naar het begin van dit artikel

Aanpak van besmette bedrijven


Bij de afhandeling van verdenkingen van klassieke varkenspest, en bij de bestrijding ervan, zijn de NVWA draaiboeken uitgangspunt en zijn de dan geldende regelgeving en de instructie van NVWA leidend.

Als een bedrijf besmet is, dan gaat de NVWA over tot ruiming van alle varkens op het bedrijf. Na de ruiming moeten de stallen meerdere reinigings- en ontsmettingsrondes ondergaan, voordat het bedrijf weer wordt vrijgegeven. Er volgen ook landelijke maatregelen om verspreiding van de ziekte te voorkomen. Die maatregelen gaan samen met een aantal hygiëneprotocollen.

Het draaiboek van NVWA is hier te vinden. 

Onderdelen van het draaiboek zijn:

  1. Standstill voor transport van varkens in heel Nederland
  2. Indeling van Nederland in 20 deelregio’s. Dit is de zogenaamde regionalisering (voorheen compartimentering genoemd). Het vervoer binnen deze deelregio’s geeft minder risico op verspreiding van het virus over Nederland.
  3. Vaststelling van een beschermingsgebied met een straal van minimaal 3 km gebied rondom het besmette bedrijf.
  4. Vaststelling van een toezichtsgebied met een straal van minimaal 10 km rondom het besmette bedrijf.
  5. Ruiming van bedrijven binnen een straal van 1 km rondom het besmette bedrijf.
  6. Eventuele vaccinatie van bedrijven in een straal van 2 km rondom het besmette bedrijf.
  7. Eindscreening door middel van bloedonderzoek: 20 dagen na de laatste reiniging en ontsmetting van het besmette bedrijf, en 30 dagen na voltooiing van de eventuele vaccinatie.

Uitgangspunt in de bestrijding is dat er zo weinig mogelijk dieren worden gedood. Vaccinatie wordt ingezet vanaf 72 uur na de vaststelling van de besmetting.

Figuur: schematische weergave van vaccinatie-, beschermings-, en toezichtgebieden (bron: Draaiboek uitvoering Dierziektebestrijding AI, KVP/ AVP en MKZ, mei 2018, NVWA)

 

KVP figuur 2

De rol van GD

GD heeft een aantal taken in de bewaking, de preventie en de bestrijding van varkenspest in Nederland. In 'vredestijd' wordt alle sectiemateriaal van varkens onderzocht op varkenspest door middel van onderzoek van de tonsillen, die doorgestuurd worden naar WBVR. Van alle A- C- en E-bedrijven worden door GD elke vier weken 12 bloedmonsters op KVP onderzocht. Ook ondersteunt de GD de nVWA bij verdenkingen van varkenspest.

Preventie van klassieke varkenspest


Zie ook de opsomming van risicofactoren:
Het is belangrijk om de hygiëne van het varkenstransport te bewaken, niet gereinigde veewagens zijn een bron van besmetting (Nederland 1997).Verder zijn het varken zelf, bezoekers van het bedrijf, besmet sperma (ervaring Nederland 1997), en de vervoedering van swill (vlees bevattende etensresten) risico’s voor de insleep van het virus.

Vaccinatie als preventief instrument is verboden.

Bij geschoten wilde zwijnen wordt in Nederland steekproefsgewijs bloedonderzoek uitgevoerd op antistoffen van KVP, AVP, en ziekte van Aujeszky.

Regelgeving


In het geval van klassieke varkenspest zijn de volgende wettelijke kaders relevant:

Europees:

  • Richtlijn 2001/89/EEG (de bestrijdingsrichtlijn)
  • Richtlijnen 90/425/EEG en 89/662/EEG (handelsrichtlijnen; voornamelijk de vrijwaringbepalingen)
  • EU-beschikkingen, als aanvulling op de EU-bestrijdingsrichtlijn, specifiek toegesneden op de dierziektesituatie in een lidstaat waar een uitbraak van een besmettelijke dierziekte plaatsvindt.

Nationaal:
Van toepassing zijn:

  1. het Draaiboek uitvoering Dierziektebestrijding AI, KVP/ AVP en MKZ, mei 2018, van NVWA en
  2. het Beleidsdraaiboek Klassieke en Afrikaanse Varkenspest, KVP versie 3.0, AVP versie 1.0van juli 2013.
  3. Gezondheids- en welzijnswet voor dieren artikel 15. (GWWD, hoofdstuk II, afdelingen 2 en 3)

Nederlands recht
Meldingsplicht aan NVWA bij verdenking: door eigenaar, bedrijfsdierenarts of onderzoeksinstituut. Bij afhandeling van een verdenking gelden de dan actuele draaiboeken van de NVWA.

 

Europees recht
De Europese Unie (EU)
Binnen de Europese Unie (EU) is een aantal besmettelijke dierziekten afkomstig van de OIE-dierziektelijst bestrijdingsplichtig verklaard. De EU heeft de bestrijdingsplicht van deze dierziekten gebaseerd op een aantal criteria zoals de mogelijkheid van het zeer snel verspreiden, de mogelijkheid om zeer zware socio-economische gevolgen te veroorzaken en het mogelijke gevaar voor de volksgezondheid. Voorbeelden zijn: hoog pathogene aviaire influenza (vogelgriep), Newcastle disease, mond- en klauwzeer, KVP, Afrikaanse varkenspest, blauwtong en runderpest. Voor deze besmettelijke dierziekten zijn bestrijdingsrichtlijnen opgesteld. Een bestrijdingsrichtlijn schrijft de maatregelen voor die een lidstaat minimaal moet nemen bij een uitbraak of bij een verdenking van een uitbraak van de betreffende ziekte. Daarnaast kan een lidstaat aanvullende maatregelen nemen boven op de eisen in de richtlijn om een ziekte effectief te kunnen bestrijden. Het beleidsdraaiboek dient als een aanvulling op de richtlijn. Voor KVP geldt Richtlijn 2001/89 van de Europese Unie.

Terug naar het begin van dit artikel

Websites en literatuur


Websites

Ministerie van Landbouw:
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/dierziekten/documenten/rapporten/2007/12/21/beleidsdraaiboek-klassieke-varkenspest-versie-3-0-en-afrikaanse-varkenspest-versie-1-0

NVWA: https://www.nvwa.nl/onderwerpen/dierziekten/klassieke-varkenspest-kvp-en-afrikaanse-varkenspest-avp

OIE. http://www.oie.int/
FAO http://www.fao.org/
EU http://www.ec.europa.eu/
DEFRA http://www.defra.gov.uk/animalh/diseases/

 

Literatuur
Zimmermann et al.; Diseases of swine, 11th edition 2019; pag 623 - 630

Blome S, Staubach C, Henke J, Carlson J, Beer M. 2017. Classical swine fever – un updated review. Viruses.

Saatkamp HW; Simulation studies on the potential role of national identification and recording systems in the control of CSF. Dissertatie 1996. Wageningen

Laevens, Hans: Epizootiology of CSF: Experimental infections simulating field conditions, and risk factors for virustransmission in the neighbourhood of een infected herd. Dissertatie 1998. Gent

Smit, AJ de; Classical Swine Fever; Efficasy of marker vaccines and laboratory diagnosis. Dissertatie 2000, Utrecht.

Vos, Clazien de. Risk analysis of CSF introduction. Dissertie 2005, Wageningen

Wesendorp, Eefke; Quantification of underlying mechanisms of CSF virus transmission. Dissertatie 2010, Utrecht

Ribbens, S.  et al.  Transmission CSF. A review , Gent 2004

Kadenet al., J.of Vet. Med. 51(2004) 260-262

WUR, ‘Vaccinatie bij varkenspest’, okt. 2007

 

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.

GD maakt gebruik van cookies om onze website te analyseren en de functionaliteit te verbeteren. Meer info vind je in ons cookiebeleid.