Brucella abortus

Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer

Brucella abortus

Brucellose bij rundvee kan abortus in elk stadium van de dracht geven, doch meestal gebeurt dit rond de 6e of de 7e maand en een hoog percentage van infertiliteit. Brucellose is een meldingsplichtige ziekte op basis van artikel 15 van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren.

Direct naar:

De kiem

Brucella abortus is een klein facultatief intracellulair, aëroob, Gram-negatief staafje dat geen sporen vormt.

Epidemiologie

De bacterie Brucella abortus kan de gastheer op verschillende manieren infecteren. De besmetting via de bek wordt bij het rund als de meest aannemelijke weg beschouwd. Via het mondslijmvlies komen de kiemen in verschillende regionale lymfklieren terecht. Bij het ontstaan van een plaatselijke lymfadenitis worden veel bacteriën gevormd, die zich via het bloed door het lichaam verplaatsen. Brucella abortus geeft de voorkeur aan plaatsen als de baarmoeder, het uier of de gewrichtskapsels. Bij jongere, niet-drachtige dieren kan de bacterie latent in de lymfklieren aanwezig blijven. Indien een dergelijk latent geïnfecteerd dier drachtig wordt, kan de infectie zich alsnog door het lichaam verspreiden en de baarmoeder infecteren. Bij een drachtig rund kunnen de kiemen vanaf vier weken na infectie worden geïsoleerd uit de baarmoeder. Vanuit de bloedbaan dringen de bacteriën de vruchtvliezen binnen en veroorzaken daar een necrotiserende placentitis, met als gevolg het verwerpen van de vrucht. Indien geen abortus maar een normale geboorte optreedt, wordt de overdracht van Brucella abortus van moeder op kalf belangrijk geacht in verband met het ontwikkelen van dragerschap c.q. latente infecties. Deze dieren kunnen een groot probleem vormen bij de bestrijding van Brucella abortus. Dit omdat zij tot aan de tweede helft van de eerste dracht of zelfs tot de abortus serologisch negatief kunnen blijven met de gangbare diagnostische testen. Deze op jonge leeftijd geïnfecteerde dieren zouden verantwoordelijk kunnen zijn voor onverwachte uitbraken zonder recente contacten met geïnfecteerde koppels of aankopen. De incubatieperiode is 1 week tot 6 à 7 maanden (meestal 1 tot 2 maanden) of zelfs langer in bepaalde omstandigheden.

Het grootste risico voor verspreiding is een besmet aborterend rund. Andere risicofactoren voor verspreiding van infectie zijn boerderijhonden, ingevroren biest, kuil van besmet land en (diepvries)sperma.

Gevoelige diersoorten

Naast runderen kunnen ook andere dieren en de mens worden besmet.

Volksgezondheid

Brucellose is een zoönose. Mogelijke infectiewegen zijn percutaan, conjunctivaal, via slijmvliezen en oraal. In Nederland worden sporadisch gevallen van menselijke besmettingen met Brucella gemeld;  meestal na bezoek aan het buitenland of door consumptie van rauwmelkse zuivelproducten afkomstig uit het buitenland. In Nederland zijn er jaarlijks gemiddeld 4 meldingen per jaar van patiënten met Brucellose.

Brucellose geeft bij de mens vaak een niet-specifiek klinisch beeld en een veelheid aan klachten. De incubatieperiode is wisselend (een à drie weken tot verscheidene maanden) en zeer moeilijk te bepalen. Het begin van de ziekte kan acuut (in veertig procent van de gevallen) of sluipend zijn. Algemene klachten zijn: koorts, malaise, vermoeidheid, koude rillingen, zweten, uitputting en vaak ook spier- en gewrichtspijn, hoofdpijn en gebrek aan eetlust. Gedurende twee tot drie weken treden koortsperioden op, afgewisseld met koortsvrije perioden. De ziekte kan mild verlopen, maar ook fataal zijn. De letaliteit wordt geschat op twee procent, zonder behandeling. De meeste patiënten herstellen tegenwoordig geheel na behandeling met antibiotica. Met name personen die in nauw contact komen met geïnfecteerde dieren, bijvoorbeeld slachthuispersoneel, lopen een verhoogd besmettingsrisico. Maar ook consumptie van ongepasteuriseerde melk of melkproducten tijdens buitenlandse reizen is een risicofactor. Ook laboratoriumpersoneel dat met besmet materiaal in contact komt, loopt een risico. Bij klachten dienen de betreffende personen te worden doorverwezen naar de huisarts met een duidelijke anamnese.

De voorgeschreven werkinstructies ten aanzien van hygiëneregels bij bedrijfsbezoeken en persoonlijke beschermingsmiddelen dienen in acht genomen te worden. Om het risico van een besmetting te verkleinen is het belangrijk hygiënisch te werk te gaan bij contact met zieke dieren. Als men helpt bij de verlossing van een dood kalf of lam doet men er verstandig aan lange plastic handschoenen te dragen. Na contact is het van groot belang om de handen goed te wassen en te desinfecteren. Omdat de meeste abortusverwekkers een risico inhouden voor zwangere vrouwen, dienen zij extra voorzichtig te zijn.

Overleving

Brucella abortus overleeft lang buiten het dier in en op verschillende materialen.

Desinfectie

Voorlopige ontsmetting

Direct aansluitend op de ruiming vindt de voorlopige ontsmetting plaats. Deze ontsmetting wordt uitgevoerd met een toegelaten ontsmettingsmiddel door een extern bedrijf. Alle delen van de gebouwen waar dieren zijn gehuisvest en het volledige erf worden ontsmet. Hokken, gereedschappen en voorwerpen die mogelijkerwijs besmet kunnen zijn, worden tevens volledig besproeid met het toegelaten ontsmettingsmiddel. De bedrijfshouder draagt er zorg voor dat elektrische apparaten lekdicht worden verpakt en dat deze gedurende de gehele periode lekdicht verpakt blijven. Wijze van ontsmetting en controle op de uitgevoerde ontsmetting wordt door de NVWA aangegeven.

Reinigen stallen

De veehouder reinigt de stallen. Vet en vuil worden van alle oppervlakken verwijderd middels een zeepoplossing. Vervolgens worden de oppervlakken nagespoeld met schoon water. Zodra de veehouder klaar is met het reinigen van de stallen, meldt hij dit aan de NVWA. De NVWA controleert of de stallen goed gereinigd zijn.

Definitieve ontsmetting

De definitieve ontsmetting begint met het behandelen van de oppervlakken met een zeepoplossing. Zowel dit zepen als de ontsmetting geschiedt door een extern bedrijf. Voor het ontsmetten tijdens de definitieve ontsmetting wordt een toegelaten ontsmettingsmiddel gebruikt. Het ontsmettingsmiddel moet ten minste 24 uur op de oppervlakken aanwezig blijven. Dit wordt de werkdag volgend op de definitieve ontsmetting door NVWA gecontroleerd. Na deze controle mag de veehouder het ontsmettingsmiddel met lage druk afspoelen.

Er wordt ook periodiek gecontroleerd door de NVWA. De NVWA controleert steekproefsgewijs het gehele traject van de werkzaamheden. De resultaten van deze controles worden schriftelijk vastgelegd. De NVWA kan deze controles ook door anderen laten uitvoeren.

Rodac-controles

De Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) controleert de effectiviteit van de definitieve ontsmetting met behulp van Rodac-afdrukpreparaten. Zodra de definitieve ontsmetting is uitgevoerd, wordt dit door de NVWA schriftelijk aan de GD kenbaar gemaakt. De GD maakt zelf een planning en meldt de veehouder wanneer zij deze controle komen uitvoeren. De uitslagen van de Rodac-controle worden door de GD per fax gestuurd naar de Afdeling Ruiming en later schriftelijk bevestigd. Blijkt de Rodac-uitslag onvoldoende te zijn, dan volgt er een derde ontsmetting. Voor deze ontsmetting wordt een ander toegestaan ontsmettingsmiddel gebruikt. Het plannen van de derde ontsmetting geschiedt op dezelfde wijze als de definitieve ontsmetting. Na de derde ontsmetting volgt wederom een controle door de GD met behulp van Rodac-afdrukpreparaten.

Regelen ongediertebestrijder

Zodra bekend is dat een bedrijf geruimd moet worden, wordt zo snel mogelijk gestart met de ongediertebestrijding. De ongediertebestrijding wordt gedaan door een extern bedrijf. Het eerste bezoek vindt plaats nog voordat de dieren geruimd zijn. Tijdens dit eerste bezoek worden lokdozen rond de stallen geplaatst. De ongediertebestrijder betreedt tijdens dit bezoek de stallen niet! Na het ruimen van het bedrijf wordt de ongediertebestrijding vervolgd in de stalgebouwen. De geruimde bedrijven worden om de drie dagen door de ongediertebestrijder bezocht. Dit gebeurt totdat er geen lokaas meer wordt opgenomen. Zodra de bestrijdingsactiviteiten zijn afgerond, stuurt de ongediertebestrijder een verslag naar de NVWA.

Bij het betreden van de bedrijven, houden de personen zich aan het protocol voor het betreden van een bedrijf.

De NVWA houdt toezicht op het gehele traject van reinigen, ontsmetten en ongediertebestrijding.

Terug naar het begin van dit artikel

Verschijnselen van brucella abortus


Verwerpen is het belangrijkste symptoom van brucellose maar de meest geïnfecteerde dieren geven een normale geboorte. In beide gevallen is er wel uitscheiding van de kiem.

Klinische verschijnselen

Bij het rund wordt brucellose veroorzaakt door Brucella abortus, bij schapen en geiten door Brucella melitensis en bij varkens door Brucella suis. Ziekteverschijnselen bij dieren zijn koorts, melkproductiedaling, abortus en onvruchtbaarheid. Brucella abortus veroorzaakt bij het rund een aandoening van de vruchtvliezen, met name van de cotyledonen, waardoor de voeding van de ongeboren vrucht wordt belemmerd en deze vroegtijdig wordt afgedreven en het rund zelf aan de nageboorte blijft staan. Bij het mannelijk dier kan ontsteking van de delen van het geslachtsapparaat optreden. Andere verschijnselen bij zowel vrouwelijke als mannelijke dieren zijn artritis, tendovaginitis en bursitis. Hoewel het uier wel wordt geïnfecteerd en de bacterie daarin ook aanwezig blijft, wordt het uierweefsel zelf niet aangetast.

Morbiditeit/mortaliteit

Afhankelijk van de immuunstatus van de koppel treden de ziektesymptomen op. In de Nederlandse situatie zijn de dieren gevoelig voor infectie en treedt vaak abortus op. Aan de nageboorte staan en metritis zijn een gevolg van de abortus. Menginfecties na abortus geven zowel acute metritis, met septicaemie en sterfte als chronische metritis met steriliteit.

Uitscheiding van de kiem

De belangrijkste infectiebron voor een koppel is een aborterend rund. Dit dier scheidt grote hoeveelheden bacteriën uit met de vrucht, het vruchtwater, de vruchtvliezen en de uitvloeiing tijdens abortus of geboorte. Daarnaast wordt de bacterie in de melk en sperma uitgescheiden.

Differentiaaldiagnose

De differentiaaldiagnose voor brucellose omvat:

  • Alle oorzaken van abortus in met name het laatste deel van de dracht.
  • Een necrotiserende placentitis kan ook veroorzaakt worden door Bacillus licheniformis, Chlamydia, Q-fever en mycoplasma.

Terug naar het begin van dit artikel

Diagnose van brucella abortus

Kliniek

Op basis van verwerpen behoort Brucella in de differentiaaldiagnose te staan.

Laboratorium

Erkende nationale veterinaire laboratoria voor onderzoek op Brucella abortus zijn de laboratoria van de GD en het WBVR (Wageningen Bioveterinary Research). Serologisch of bacteriologisch positieve monsters ten aanzien van Brucella abortus worden (ter bevestiging) altijd door het WBVR onderzocht (WBVR is referentielaboratorium). Latente infecties kunnen met de huidige testen niet worden opgespoord.

Pathologie

Een necrotiserende placentitis is een aanwijzing voor Brucella. De definitieve diagnose wordt gesteld met bacteriologisch onderzoek door het isoleren van de kiem. Daartoe worden de maaginhoud van de verworpen vrucht en de nageboorte bacteriologisch onderzocht.

Serologie

Voor het onderzoek op Brucella abortus worden de volgende testen gebruikt:

  • Abortus Bang Ringreactie (ABR)
  • Enzyme-Linked Immuno Sorbent Assay (ELISA)
  • Serum Agglutinatie Reacties (BUA, SAT en MIA)
  • Complement Bindings Reactie (CBR) 

Abortus Bang Ringreactie (ABR)
De ABR is een snelle en goedkope test. Doordat sterke verdunning van antilichamen in de tankmelk optreedt, is de test op tankmelk niet erg gevoelig. Hierdoor kunnen infecties laat worden onderkend. Vals-positieve reacties kunnen optreden door een veranderde aard van het melkvet of een veranderde melkeiwit-samenstelling als gevolg van mastitis.

Enzyme-Linked Immuno Sorbent Assay (ELISA)
Deze test kan worden uitgevoerd met serum en (tank)melk. Met een ELISA kan zowel een recente infectie als een langer bestaande infectie worden aangetoond. Zeven tot veertien dagen na infectie is de ELISA positief.

Serum Agglutinatie Reacties (BUA, SAT en MIA)
De microtiter-agglutinatietest (MIA) wordt gebruikt voor het serologisch onderzoek van niet-melkleverende bedrijven en verwerpers. Ook bij alle agglutinatietesten kunnen zich vals-positieve reacties voordoen door kruisreacties met andere bacteriën (bijvoorbeeld Yersinia enterocoliticea of bepaalde typen Escherichia coli).
Is de Agglutinatietest ≥30 dan wordt het monster doorgezonden naar het WBVR voor vervolgacties. De NVWA wordt hiervan in kennis gesteld.

Complement Bindings Reactie (CBR)
Een CBR < 20 is negatief.

PCR

Specifieke DNA-methoden zoals de polymerase ketting reacties (PCR) hebben een grote sensitiviteit en specificiteit.

Terug naar het begin van dit artikel

Prevalentie van brucella abortus


Nederland

Tot 1999 werd de brucellose-vrij status bewaakt door:

  • Tankmelkonderzoek bij alle melkleverende bedrijven, eenmaal per vier weken;
  • Individueel bloedonderzoek bij alle dieren ouder dan twaalf maanden op de niet-melkleverende bedrijven;
  • Bloedonderzoek bij verwerpers;
  • Toevoegingsonderzoek van geïmporteerde gebruiksrunderen (tot 1 oktober 1999);

Van 1999 tot 2004 werd de brucellose-vrij status bewaakt door:

  • Een steekproef van de melkveebedrijven via tankmelkonderzoek;
  • Een steekproef van de niet-melkleverende bedrijven via individueel bloedonderzoek;
  • Bloedonderzoek bij verwerpers. 

In 1995 zijn door onderzoek twee positieve bedrijven gevonden. Via tracerings- en buurtonderzoek zijn uiteindelijk zeven besmette bedrijven opgespoord. In 1996 is nog een besmet bedrijf gevonden in Midden-Brabant, mogelijk uit dezelfde bron als de uitbraak van 1995. 

De bewaking van de brucellose-vrij status gebeurt sinds 2004 uitsluitend door bloedonderzoek bij verwerpers.

Ziektestatus andere landen

Brucellose, abortus Bang of besmettelijk verwerpen is een ziekte die wereldwijd voorkomt bij herkauwers en varkens. Enige landen hebben de ziekte door eradicatie uitgeroeid. Het OIE (Office International des Epizooties,World Animal Health Information Database (WAHIS) Interface) geeft een overzicht per land en per datum.

Terug naar het begin van dit artikel

Aanpak besmette bedrijven


Meldingsplicht

Brucellose is een meldinsplichtige ziekte op basis van artikel 15 van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren. Alle besmettingen en verdenkingen moeten worden gemeld bij de NVWA. Aanpak van verdenkingen en besmettingen worden uitgevoerd volgens de dan geldende draaiboeken. 

Vaccinatie/Antibiotica 

Vaccinatie en antibiotica worden in de bestrijding van Brucella binnen Nederland niet toegepast.

Overige maatregelen

Opsporen en afvoeren verdachte en besmette dieren

Onderzoek verwerper

Iedere veehouder is verplicht om van runderen die meer dan drie weken te vroeg kalven, voor zover de dracht meer dan honderd dagen is gevorderd, en van runderen die verwerpen, een bloedmonster te laten nemen door een dierenarts (binnen 7 dagen). De practicus krijgt de kosten van visite en monstername vergoed door GD. Het rund mag pas afgevoerd worden nadat een gunstige uitslag van het bloedonderzoek bekend is.

Bestrijding

De NVWA is uitvoerder van de brucellabestrijding. Dit betreft zowel verdachte bedrijven als besmette bedrijven.

Status

Nederland heeft sinds 1 augustus 1999 de officiële brucellose-vrij status verkregen van de Europese Unie (EU). Daardoor is ieder bedrijf in Nederland ook officieel brucellose-vrij, totdat het tegendeel vermoed of bewezen wordt. Een vermoeden van brucellose ontstaat wanneer een koe heeft verworpen. Dan dient bloed van die verwerper te worden ingestuurd. Als bij onderzoek antistoffen worden aangetoond, wordt het bedrijf brucella-verdacht en wanneer bij nader onderzoek de bacterie wordt aangetoond, wordt het bedrijf brucella-besmet. Nederland behoudt dan echter wel de brucellose-vrij status, mits het verdachte of besmette bedrijf blijft ingesloten en niet meer dan 0,2% van de Nederlandse bedrijven verdacht/besmet is.

Terug naar het begin van dit artikel 

Preventie van brucella abortus


Screening van verwerpers en vroeggeboorte. Iedere veehouder is verplicht om van runderen die meer dan drie weken te vroeg kalven voor zover de dracht meer dan honderd dagen is gevorderd, en van runderen die verwerpen, binnen zeven dagen een bloedmonster te laten nemen door de dierenarts (artikel 13 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten, zoönosen en TSE's).

Regelgeving


Brucellose is een aangifteplichtige en bestrijdingsplichtige ziekte volgens artikel 15 van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren. Elke verdenking van de ziekte dient te worden gemeld bij de NVWA.
Voor een verwerper geldt volgens artikel 13 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten, zoönosen en TSE's:

  1. Aan de houder van een rund wordt ingeval een rund abortus ondergaat vrijstelling verleend van de verplichting tot kennisgeving van dit verschijnsel van brucellose, bedoeld in artikel 19 van de wet, indien wordt voldaan aan het tweede en derde lid.
  2. De houder stuurt binnen 7 dagen na de abortus een door een dierenarts bij dat rund genomen bloedmonster aan een erkend laboratorium als bedoeld in artikel 3 van de Regeling erkenning en aanwijzing veterinaire laboratoria, ten behoeve van overeenkomstig bijlage C bij richtlijn nr. 64/432/EEG uit te voeren serologisch onderzoek.
  3. Zodra de houder ervan op de hoogte is gesteld dat de abortus blijkens het in het tweede lid bedoelde onderzoek vermoedelijk aan brucellose te wijten is, geeft de houder terstond kennis van dit vermoeden aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 114, tweede lid, van de wet.
  4. Het eerste tot en met het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de verplichting tot kennisgeving door de dierenarts, bedoeld in artikel 100 van de wet, van brucellose bij een rund. 

De aanpak van een besmet bedrijf wordt uitgevoerd volgens de dan geldende draaiboeken.

Doordat Nederland de officiële brucella-vrije status heeft, hoeft er geen brucella-onderzoek uitgevoerd te worden voor landen binnen de EU. Voor landen buiten de EU worden alleen die onderzoeken uitgevoerd die het importerende land verplicht stelt. Meestal zijn dat de BUA en de CBR.

Terug naar het begin van dit artikel

Websites en literatuur


Websites

Literatuur

Abernethy DA, Pfeiffer DU, Watt R, Denny GO, McCullough S, McDowell SW. Epidemiology of bovine brucellosis in Northern Ireland between 1990 and 2000 Vet Rec.
2006 May 27;158(21):717-21.

Special Issue Brucellosis Veterinary Microbiology 90 (1-4) 1-604 (2002). ISSN 0378-1135

Terug naar het begin van dit artikel 

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.

GD maakt gebruik van cookies om onze website te analyseren en de functionaliteit te verbeteren. Meer info vind je in ons cookiebeleid.