Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer
Samen werken aan diergezondheid

Vlekziekte

Vlekziekte is een ziekte die veroorzaakt wordt door de bacterie Erysipelothrix rhusiopathiae. De bacterie komt algemeen voor in de omgeving. De ziekte is vooral bekend bij varkens, schapen en kalkoenen. De ziekte kan ook voorkomen bij mensen, zoogdieren, reptielen en vissen. Bij vogels is de ziekte, behalve bij kalkoenen en kippen, ook beschreven bij onder andere eenden, ganzen, fazanten, kwartels en parelhoenders. We zien vlekziekte de laatste jaren steeds meer bij kippen en in het bijzonder bij leghennen.

Direct naar:

Verschijnselen

De tijd tussen het moment van infectie en de eerste verschijnselen is ongeveer twee tot vijf dagen. Besmette dieren sterven vaak snel. De symptomen kunnen variëren van een gering verhoogde uitval die erg lang kan aanhouden tot hoge acute sterfte die kan oplopen tot 25%. In deze koppels komt meer kannibalisme en pikkerij voor en dus meer huidwonden, waardoor de sterfte sterker kan oplopen. De zieke dieren zijn vaak sloom en er kan diarree voorkomen. Tevens kan er een productiedaling optreden.

Zoönose

Vlekziekte is een zoönose. Dit betekent dat de bacterie ook ziekteverschijnselen bij de mens kan veroorzaken. De ziekte staat bij de mens ook bekend als visroos en wordt vooral gezien bij slachthuispersoneel, in de visverwerkende industrie, bij veehouders en dierenartsen. De meeste mensen krijgen de aandoening via een wondje aan de handen. Na 1-2 dagen begint de plek te jeuken en kan er een brandend gevoel optreden. De huid zwelt, krijgt een blauwrode kleur en is gevoelig. Uitbreiding van de infectie naar de lymfeknopen kan optreden. De infectie kan goed bestreden worden met antibiotica. Huisartsen en ziekenhuizen zijn helaas vaak slecht bekend met de infectie waardoor de diagnose in eerste instantie gemist kan worden.


Vlekziekte-infectie bij mens

Terug naar het begin van dit artikel

Besmetting Vlekziekte

Besmetting treedt op vanuit de omgeving via huidwondjes of de slijmvliezen. Overdracht via het ei is nooit aangetoond. Als mogelijke bronnen worden vismeel in het voer en uitgereden varkensmest genoemd. Tevens worden als mogelijke verspreiders (vectoren) vogels, vliegen, muggen en de bloedmijt genoemd. Er is hier echter nog niet veel van bekend. De vlekziektebacterie is op en in de bloedmijten teruggevonden. De bloedmijt is dus een mogelijk reservoir voor een volgend koppel. Dieren die gestorven zijn aan vlekziekte kunnen door kannibalisme tevens een bron zijn van besmetting. Het lijkt op basis van de afgelopen twee jaar dat er een toename van gevallen is in herfst en winter.

Overleving

De bacterie komt algemeen voor en is resistent tegen omgevings- en chemische invloeden. De overlevingstijd in de grond varieert volgens verschillende bronnen van veertig dagen tot enkele jaren. Dit is mede afhankelijk van de temperatuur en pH van de grond. De overleving is hoger bij lage temperaturen. Daarnaast kan de bacterie overleven in o.a. vliegen, muggen en bloedmijt.

Voorkomen

Dieren met buitenuitloop hebben duidelijk een verhoogde kans op vlekziekte. Met name op bedrijven waar eerder een uitbraak is geweest, kan de grond extra veel vlekziektebacteriën bevatten. Vlekziekte wordt de laatste tijd steeds meer gezien bij leghennen. In 2006 en 2007 zijn ook in België in de sectiezaal van GDZ Vlaanderen respectievelijk zes en tien gevallen van vlekziekte bij leghennen gediagnosticeerd. In het laatste jaar (en daarbij vooral het laatste kwartaal van 2008) is het aantal vlekziektegevallen bij leghennen in de sectiezaal bij de GD duidelijk toegenomen (zie grafiek). De gemiddelde leeftijd van de koppels was zestig weken met een variatie van 43 tot 73 weken. Bij alle inzendingen werd door de inzender aangegeven dat er sprake was van (veel) te hoge uitval.

Terug naar het begin van dit artikel

Diagnose van Vlekziekte

Bij sectie is een algemeen ontstekingsbeeld te zien met o.a. gezwollen lever, milt en nieren. Er kunnen bloedingen in de spieren en alvleesklier zijn en puntbloedingen in het vetweefsel, op het hart en in de borst en buikvliezen. Naast de verschijnselen en het sectiebeeld is aanvullend onderzoek nodig om de diagnose te bevestigen omdat deze niet typisch zijn voor de ziekte. Dit gebeurt door middel van bacteriologisch onderzoek van organen zoals beenmerg, lever en milt. Aangezien de symptomen en de sectie niet specifiek zijn voor vlekziekte, moet de diagnose bevestigd worden met de kweek van de vlekziektebacterie uit organen (lever, milt en nieren). Bij gestorven dieren kan dit het best uit het beenmerg.

Milt en lever
Figuur 1: Duidelijk gezwollen milt en lever

Terug naar het begin van dit artikel

Aanpak Vlekziekte

Behandelen kan met antibiotica, maar daarbij dient rekening gehouden worden met formularium, gevoeligheid van de bacterie en de wachttijd voor eieren. Regelmatig dode en zieke dieren verwijderen is van belang om verdere verspreiding niet te bevorderen. De nadruk moet liggen op preventie bij het volgende koppel.

Behandeling bij leghennen is uit economisch oogpunt meestal niet mogelijk vanwege de wachttijd voor de eieren.

  • Na een uitbraak moet de stal en omgeving goed gereinigd en gedesinfecteerd worden. Dit is voor de uitloop echter niet mogelijk waardoor de uitloop een bron blijft voor het nieuwe koppel.
  • Ongediertebestrijding is van belang; niet alleen van muizen en ratten maar ook bloedluizen, kevers en vliegen.
  • Contact met schapen en varkens moet worden vermeden.
  • Vaccinatie is mogelijk. Er is een vaccin geregistreerd voor kalkoenen. (Dit kan tevens bij kippen gebruikt worden) Geadviseerd wordt om na een uitbraak 3 tot 5 opeenvolgende koppels te enten tijdens de opfok. Dit kan met een tweemalige injectie-enting met vier weken tussentijd.
  • Het is goed om, na een uitbraak, regelmatig dieren in te zenden om te controleren of de dieren nog drager zijn van de bacterie en of het bedrijf nog besmet is.
  • Algemene hygiënemaatregelen voor personeel en externe contacten om versleping naar andere bedrijven te voorkomen.

Terug naar het begin van dit artikel

Vlekziekte bij andere diersoorten

Erysipelothrix rhusiopathiae is een niet-sporulerende, gram-positieve bacterie die al 100 jaar geleden is geïsoleerd als de verwekker van vlekziekte bij varkens. De bacterie Erysipelothrix rhusiopathiae komt algemeen voor in de omgeving en is zeer resistent tegen omgevings- en chemische invloeden. De overlevingstijd in de grond varieert volgens verschillende bronnen van 40 dagen tot enkele jaren. Dit is mede afhankelijk van de temperatuur en pH van de grond (Wood, 1973). Het organisme kan geïsoleerd worden met behulp van een biopt of vanuit een bloedmonster en is gevoelig voor penicilline, chephalosporines, erythromycine en clindamycine. De kiem is ongevoelig voor vancomycine. De ziekte is beschreven bij verschillende (zoog)dieren maar is vooral bekend bij varkens, schapen en kalkoenen. De ziekte kan ook voorkomen bij reptielen en vissen. Bij vogels is de ziekte naast kalkoenen en kippen beschreven bij eenden, ganzen, fazanten, kwartels en parelhoenders. De GD ziet in haar monitoringsoverzichten de laatste jaren steeds meer gevallen bij kippen en in het bijzonder bij leghennen met uitloop.

Leghennen en kalkoenen

Vlekziekte is vooral bekend bij kalkoenen, maar kan ook bij leghennen aanleiding geven tot verhoogde uitval (Mazzaheri, 2005). Het agens veroorzaakt bij hoenders een acute septicaemie en sterfte binnen een aantal uren na infectie. Door ervaren pathologen kan de verdenking op basis van de macroscopische afwijkingen bij een sectie al gesteld worden.

Varkens

Zeugen en gelten worden in Nederland routinematig gevaccineerd tegen vlekziekte. Incidenteel wordt in Nederland nog vlekziekte gediagnosticeerd bij varkens. Besmettingen kunnen leiden tot klinische gevallen wanneer een onjuist vaccinatieprogramma is uitgevoerd. Bij varkens staan drie verschijningsvormen beschreven: De acute septicemische vorm, de huidvorm met diamand/ruitvormige paarse vlekken (zie foto) en de chronische vorm met endocarditis of arthritis.

Schapen

Ook bij lammeren worden af en toe verschijnselen van vlekziekte waargenomen, zoals verminderde groei en gewrichtsontstekingen.

Mens

Vlekziekte is een zoönose. De ziekte staat bij de mens ook bekend als visroos en wordt vooral gezien bij slachthuispersoneel, veehouders, dierenartsen en in de visverwerkende industrie.

Terug naar het begin van dit artikel

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.