Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer
Samen werken aan diergezondheid

Prostaataandoeningen

Bij reuen vanaf ongeveer 5 jaar zijn prostaatproblemen niet zeldzaam. Prostaataandoeningen resulteren bijna altijd in een prostaatvergroting, waardoor de klinische verschijnselen grotendeels overeenkomen. Vóór het instellen van de behandeling is het daarom belangrijk om eerst een juiste diagnose te stellen.

Direct naar:

De prostaat, bestaande uit musculoglandulair weefsel, is de belangrijkste accessoire geslachtsklier bij de reu en omvat bijna de gehele proximale urethra. De secretoire functie van de prostaat staat onder invloed van androgenen en de prostaat is verantwoordelijk voor 90-95% van de ejaculatievloeistof. Daarnaast bevat prostaatvloeistof een antibacteriële component, die het zaad beschermt en de incidentie van genitale infecties bij teven reduceert. De meest voorkomende aandoeningen van de prostaat zijn: benigne prostaat hyperplasie (BPH), prostatitis, squameuze metaplasie, prostaatcysten en maligne neoplasieën.

Benigne prostaathyperplasie

Benigne prostaathyperplasie (BPH) is de meest voorkomende aandoening van de prostaat en komt voor bij meer dan 80% van de intacte reuen ouder dan 5 jaar. De etiologie is nog onduidelijk. Naast androgene stimulatie spelen dihydrotestosteron (product van testiculair testosteron) en oestradiol een rol in de pathofysiologie van BPH. Een chronische ontsteking kan een aanvullende rol spelen in de progressie van de aandoening. De klinische verschijnselen van BPH kunnen bestaan uit constipatie, hematurie, bloedverlies na de mictie en lage rugpijn. Bij de meeste honden verloopt de aandoening subklinisch. De prostaat is symmetrisch vergroot en kan eventueel cysten bevatten.

Prostatitis

Ook prostatitis komt veel voor bij oudere honden. De aandoening wordt vaak geassocieerd met een bacteriële infectie van de prostaat, maar prostatitis kan ook voorkomen als gevolg van BPH. Een infectie kan ascenderend (vanuit de urethra) of descenderend (de hematogene route) ontstaan. Bij prostatitis kunnen de klachten ernstiger zijn dan bij BPH: pijn, dysurie, tenesmus, hematurie, pyurie en koorts. In de acute glandulaire fase, die vaak gepaard gaat met systemische verschijnselen, kunnen abcessen in het parenchym ontstaan die bij doorbraak een peritonitis en/of sepsis kunnen veroorzaken. Er bestaat ook een chronische interstitiële fase, welke zonder klinische symptomen aanwezig kan zijn.

 lymfoplasmacellulaire prostatis

Squameuze metaplasie

Als gevolg van een excessieve oestrogeenstimulatie kan er een squameuze metaplasie van de epitheelcellen in de prostaat optreden. Een excessieve oestrogeenstimulatie kan veroorzaakt worden door exogene oestrogeentoediening of door endogene oestrogenen die geproduceerd worden door een sertolicel-tumor. Squameuze metaplasie kan leiden tot een obstructie van de ductus en vorming van cysten of abcessen. Oestrogenen kunnen prostaatatrofie geven, alhoewel na chronische blootstelling ook een milde prostaatvergroting kan optreden. Secundaire vorming van cysten en abcessen kan dan voor een verdere vergroting zorgen. Daarnaast kunnen andere verschijnselen van hyperoestrogenisme voorkomen zoals alopecia, hyperpigmentatie en gynaecomastie.

Prostaatcysten

Prostaatcysten komen met name voor bij honden waarbij BPH of een andere prostaataandoening aanwezig is. Een cysteuze prostaat kan asymmetrisch vergroot zijn. Parenchymateuze cysten ontwikkelen zich in het parenchym en zijn omkapseld met centrale holtevorming. De holtes bevatten heldere of troebele vloeistof. Paraprostaatcysten bevinden zich aan de buitenzijde van de prostaat en breiden zich uit in de ruimte tussen de prostaat en de urineblaas. Ze kunnen vrij groot worden, waardoor er compressie kan optreden van het colon descendens, het rectum en andere structuren in het bekken. Dit kan zelfs leiden tot een hernia perinealis. Paraprostaatcysten kunnen mineraliseren, waardoor er metaplastische (kraak) beenvorming kan optreden (zie foto).

Prostaatkapselcyste met metaplastische botvorming 4X.jpg

Maligne neoplasieën

Maligne neoplasieën omvatten ongeveer 5% van de prostaataandoeningen, waarbij een adenocarcinoom van de prostaat het meest voorkomt. De aandoening komt met name voor bij oudere honden (gemiddeld 8 - 10 jaar), waarbij de incidentie bij gecastreerde reuen hoger is dan bij intacte reuen. Het carcinoom ontwikkelt zich bij de hond vaak op de plaats waar de urethra de prostaat passeert. Adenocarcinomen van de prostaat zijn vaak asymmetrisch en zeer sterk vergroot en kunnen op abdominale organen drukken waardoor dysurie en tenesmus kunnen ontstaan. Andere klinische verschijnselen zijn hematurie, anorexie en vermageren. Sommige honden vertonen klachten van myelopathie of kreupelheid als gevolg van metastasering naar het bekken en/of de lumbale wervelkolom. Neoplastische cellen kunnen cytologisch zichtbaar zijn in urine of prostaatvloeistof. Andere neoplasieën die voor kunnen komen in de prostaat zijn: overgangsepitheel carcinoom, leiomyosarcoom en haemangiosarcoom.

HIST CARCINOOM 40X FOTO 2.jpg

Per 1 november is de Odelis CPSE-test niet meer aan te vragen bij de GD. Voor meer informatie over de test kunt u contact opnemen met uw accountmanager van Virbac.

Voor dierenartsen zijn casussen en achtergrondartikelen te vinden op DAP Contact.

Terug naar het begin van dit artikel

Cytologie of histologie

Cytologisch onderzoek van de prostaat is een snelle, non-invasieve manier om een (waarschijnlijkheids)diagnose te stellen. Cytologie is mogelijk van het ejaculaat, van een percutaan DN(A)B of van een urethraal zuigbiopt. Bij gebruik van het ejaculaat dient het laatste derde deel (de prostaatvloeistof) opgevangen te worden. Hiervan kan een direct uitstrijkje of een uitstrijkje na centrifugeren gemaakt worden. Bij verdenking op prostatitis is het raadzaam om een gedeelte hiervan apart in te sturen voor bacteriologisch onderzoek.

Een percutaan DN(A)B kan genomen worden onder echogeleiding. Bij verdenking op prostatitis dient wel rekening gehouden te worden met eventuele bacteriële verspreiding via de naald, waardoor een peritonitis kan ontstaan. Als er bij het aanzuigen purulente vloeistof wordt waargenomen, dient men door te gaan met aanzuigen totdat de druk laag genoeg is, om zo lekkage te voorkomen. Aangezien echo-gel het DN(A)B kan verontreinigen, is het belangrijk dat deze verwijderd wordt voor het nemen van het biopt.

zuigbiopt percutaan biopt
Cytologisch beeld van BPH van een zuigbiopt (links) en een percutaan biopt

Als de hond niet in staat is om te ejaculeren of als er geen echografische mogelijkheden zijn, kan prostaatmassage in combinatie met een zuigbiopt via de urethra uitkomst bieden (met behulp van een katheter die met rectale palpatie ter hoogte van de prostaat wordt gebracht). Deze techniek is met name bruikbaar voor het verkrijgen en diagnosticeren van neoplastische cellen. Bij deze biopten zijn er doorgaans wel meer artefacten aanwezig dan bij dunnenaald(aspiratie)biopten (zie foto).

Wanneer er tevens sprake is van een ontsteking, kan de cytologische diagnose ‘neoplasie’ erg lastig zijn, omdat een aanwezige ontstekingsreactie nietneoplastische prostaatepitheelcellen dermate kan activeren dat deze nog maar moeilijk te onderscheiden zijn van tumoreus prostaatepitheel.

Met histologisch onderzoek kan een definitieve diagnose gesteld worden. Dit kan door middel van een TruCut biopt of een excisiebiopt. Contra-indicatie voor een incisiebiopt is een acute prostatitis of de aanwezigheid van prostaatabcessen, aangezien er een peritonitis kan optreden. Cysten dienen voorafgaand aan de biopsie leeggezogen te worden.

Terug naar het begin van dit artikel

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.