Protocol Aanpak en Preventie van Mycoplasma bovis

Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer

Protocol Aanpak en Preventie van Mycoplasma bovis

Verdenking van mycoplasma, wat nu?

Een Mycoplasmaverdenking vraagt een gestructureerde aanpak en maatwerk. Het heeft de voorkeur om te beginnen met een screening van M. bovis-antistoffen (bij een aantal dieren uit de koppel op bloed óf in de tankmelk) om te zien of er een M. bovis-infectie op het bedrijf is opgetreden. Na een positieve uitslag bij screening op antistoffen óf bij het vóórkomen van bepaalde typische mycoplasmaverschijnselen op het bedrijf is het raadzaam om 1. diagnostiek in te zetten om uitscheiders/verspreiders van de bacterie op te sporen én maatregelen te nemen om 2. verspreiding en 3. insleep van de kiem op het bedrijf te beperken.

1. Diagnostiek om uitscheiders/verspreiders van de bacterie op te sporen

Het uit te voeren onderzoek hangt af van het ziektebeeld:

Mastitis
Onderzoek van (tank)melk met kweek of PCR kan worden ingezet om (diergroepen op) het bedrijf te screenen op de aanwezigheid van koeien die de mycoplasmabacterie via de melk uitscheiden. Bedenk dat koeien met (ernstige) klinische mastitis niet in de tank worden gemolken en dat dieren met tussenpozen kunnen uitscheiden. Monitor daarom een tijdje elke twee weken op koppelniveau. Wanneer er een ongunstige (positieve) uitslag is, kan worden besloten om koeien individueel te gaan bemonsteren door middel van een composietmelkmonster van vier kwartieren of te gaan poolen in pools van 5 dieren (=20 kwartieren). Bemonster dieren uit positieve pools daarna individueel. Na afvoer van dieren met mycoplasma-mastitis kan de tankmelk gunstig worden. Het advies is om in de tussenliggende periode ook de individuele dieren die aan de melk komen (drachtige vaarzen, droge koeien) te bemonsteren om nieuwe gevallen tijdig te detecteren.

Een gevoeligheidsbepaling is bij mastitis niet zinvol, omdat een behandeling van mastitis zelden tot genezing lijdt. De schijnbaar genezen koeien blijken later vaak asymptomatische dragers te zijn. Afvoer lijkt de enige optie. Enkel (tank)melkonderzoek is niet geschikt als screening voor mycoplasmaproblematiek in andere orgaansystemen.

Het stroomschema Beslisboom Mycoplasma kan helpen bij de aanpak van een mycoplasma-mastitis-bedrijfsprobleem. Het Protocol mycoplasma-mastitis is te downloaden voor beheersing van mycoplasma-mastitis op koppelniveau.

Gewrichtsontstekingen
Voor diagnostiek bij gewrichtsontstekingen kan net als bij mastitis worden gekozen uit kweek of PCR, maar dan op gewrichtsvloeistof van verdachte dieren. Dieren met artritisproblemen als gevolg van mycoplasma lijken de kiem namelijk lang niet altijd via de melk uit te scheiden. De behandeling van dieren met mycoplasma-artritis is bijna altijd teleurstellend. Om die reden is euthanasie van deze meestal ernstig kreupele dieren de enige optie. In het geval van artritis is het nog onduidelijk hoe en in welke mate er overdracht is naar andere dieren.

Luchtwegproblemen (jongvee)
Voor diagnostiek bij luchtwegaandoeningen is een kweek op een longspoeling geschikt. Per koppel is een steekproef van drie kalveren voldoende (bij voorkeur acuut zieke dieren die nog niet behandeld zijn met antibiotica). De benodigde materialen voor het uitvoeren van een longspoeling zijn te vinden in de GD Webshop.

Na het kweken van mycoplasma kan hierop ook een gevoeligheidsbepaling worden uitgevoerd (apart aankruisen op inzendformulier), zodat een gerichte behandeling kan worden ingezet. Naast de inzet van antibiotica zijn ontstekingsremmers/koortsremmers als ondersteunende therapie belangrijk. Hoe sneller een kalf met luchtwegproblemen wordt behandeld hoe groter de kans op herstel. In hoeverre kalveren op termijn de bacterie kwijtraken of bij zich kunnen houden als symptoomloze drager is nog onvoldoende bekend.

Asymptomatische dieren
Asymptomatische dieren zijn niet ziek, maar kunnen mycoplasma wel in de koppel verspreiden. Deze dieren hebben geen waarneembare verschijnselen en zijn daardoor lastig op te sporen. Bij melkvee kan onderzoek van melkmonsters ingezet worden (kweek, PCR). Houd hier wel rekening met het feit dat dieren de kiem met tussenpozen kunnen uitscheiden en dat melkonderzoek niet geschikt is bij mycoplasmaproblematiek in andere orgaansystemen dan de uier. Het kan daarom nodig zijn om een melkonderzoek te herhalen. Bij niet-lacterende koeien en jongvee is tot nu toe niet op een betrouwbare manier aan te tonen of zij asymptomatische spreiders zijn.

2. Maatregelen om verspreiding van de kiem op het bedrijf te beperken

Wilt u een mycoplasma-uitbraak op het melkveebedrijf onder controle krijgen, dan is het zeer belangrijk om de klinisch zieke dieren af te zonderen, in combinatie met een strikte scheiding tussen leeftijdsgroepen en optimaliseren van de bedrijfshygiëne en bioveiligheid. Maatregelen die het risico op verspreiding van de bacterie op het bedrijf beperken zijn:

Overdracht via diercontacten voorkomen

  • opsporen, isolatie (en afvoer) van zieke dieren;
  • ziekenstal en afkalfstal volledig gescheiden houden;
  • kalveren eerste periode individueel huisvesten en daarna vaste groepjes maken (all-in-all-out-systeem);
  • elk kalf een eigen emmer geven voor kunstmelk;
  • jongvee bij voorkeur apart huisvesten van melkvee en drinken uit een gemeenschappelijke drinkbak en over-de-draad-contact voorkomen;
  • wegwerpnaalden gebruiken: gebruik per dier één naald.

Overdracht via melk voorkomen

  • biest van eigen moeder geven (tenzij moeder aangetoond besmet is);
  • na biestperiode overgaan op kunstmelk;
  • naast klinische mastitis dieren ook (chronisch) hoog-celgetalkoeien onderzoeken op mycoplasma;
  • uiterst hygiënisch werken in de melkstal (inclusief speendesinfectie met jodiumhoudende dipmiddelen, met 0.5 procent actieve jodium, na het melken).

Overdracht via materiaal en omgeving voorkomen

  • reinigen van omgeving en materiaal. Mycoplasma kan onder koele, vochtige omstandigheden een tijd in omgeving overleven, maar kan slecht tegen droogte. Door de afwezigheid van een celwand is de bacterie goed gevoelig voor desinfectiemiddelen.

Weerstand koppel optimaliseren

  • vrij worden/blijven van BVD en salmonella;
  • kwaliteit voer en water optimaliseren (inclusief goede mineralenvoorziening);
  • overbezetting voorkomen;
  • stress voorkomen;
  • zorgen voor goede biestvoorziening kalveren;
  • optimaliseren aanpak overige luchtwegaandoeningen (klimaat, eventuele pinkengriepvaccinatie).

3. Preventieve maatregelen om insleep van de kiem op het bedrijf te beperken

Een groot risico op insleep van mycoplasma op het bedrijf is aankoop van dieren! Preventieve maatregelen om insleep te beperken zijn:

  • gebruikmaken van hygiënesluis en bedrijfskleding voor erfbetreders;
  • hanteren van gesloten bedrijfsvoering (ook geen aanvoer pinkenstier);
  • als er wel dieren worden aangekocht: zorg dat deze (inclusief dekstier en vaarzen op aparte jongveelocatie) altijd worden bemonsterd bij introductie op het bedrijf (bloed of melk). Hiermee wordt het risico op introductie van mycoplasma gereduceerd. Tot de uitslag bekend is, kunnen deze dieren het beste in quarantaine worden gehuisvest;
  • een regelmatige bedrijfsscreening uitvoeren op mycoplasma-antistoffen, een goede controle om te kijken of de koppel recent in contact is geweest met mycoplasma. Dit kan door middel het nemen van bloedmonsters of een tankmelkmonster.

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.

GD maakt gebruik van cookies om onze website te analyseren en de functionaliteit te verbeteren. Meer info vind je in ons cookiebeleid.