Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.

  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer
Samen werken aan diergezondheid

Elk jaar kiezen vele melkveebedrijven ervoor om (opnieuw) om te schakelen van jaarrond opstallen naar deelweidegang of volledige weidegang. De Nederlandse melkveesector hecht sterk aan duurzame weidegang. Starten met weidegang heeft impact op worminfecties bij het jongvee en melkvee. Het eerste weideseizoen is cruciaal om te zorgen voor een optimale weerstandsopbouw voor maagdarmwormen en longwormen. Hieronder geven we u inzicht in vier verschillende situaties. 

Casus 1: het jongvee is jarenlang geweid, de koeien stonden altijd op stal, maar gaan nu weer naar buiten

Een bedrijf dat jarenlang het jongvee heeft geweid maar de koeien op stal had, besluit om de koeien weer weidegang te geven. De vaarzen hebben, als het vorig jaar bij het jongvee goed is gegaan, wel weerstand tegen maagdarmwormen, maar zeer waarschijnlijk niet tegen longwormen. De oudere koeien hebben zeer waarschijnlijk nog maar een matige weerstand tegen beide type worminfecties.

Voor wat betreft longworm is het van belang alert te zijn op hoestklachten. Voor bevestiging van de diagnose longworm kan mestonderzoek worden uitgevoerd (op verse mest) of kan, indien sprake is van een koppelprobleem, tankmelkonderzoek worden gedaan. Houd rekening met het feit dat verschijnselen in een enkel geval al kunnen optreden voordat eieren te vinden zijn in mest.

De rol die mestonderzoek op maagdarmwormen bij deze volwassen dieren (die eerder al ooit geweid hebben) zou kunnen hebben is onvoldoende bekend.

Voor zowel longworm- als maagdarmworminfecties kan tankmelkonderzoek (abonnement Worminfecties Tankmelk) een goede manier van monitoren zijn.


Casus 2: het jongvee en de koeien zijn jarenlang niet geweid, maar gaan nu weer naar buiten

Een bedrijf dat jarenlang zowel het jongvee als de koeien niet heeft geweid besluit weer te starten met weidegang. De dieren hebben geen van allen een historie met wormen en gaan hier voor het eerst mee in aanraking komen. De weides zijn mogelijk inmiddels ook (vrijwel) schoon. Het kan dus zijn dat het eerste jaar nog geen problemen optreden met worminfecties.

Om dit goed te monitoren en tijdig in te kunnen grijpen is te overwegen om circa 6 weken na de start van het weideseizoen (gepoold) mestonderzoek te doen op maagdarmwormen. Bij jongvee is bekend dat de hoogte van de eitelling tot ongeveer 10 weken na de start van het weideseizoen iets zegt over de hoogte van de besmetting. Ook kan mogelijk een pepsinogeenbepaling worden gedaan om te bepalen of behandeling tegen maagdarmwormen nodig is. Pepsinogeen zegt iets over lebmaagschade dus over de larvale besmetting van de dieren. Ook hiervoor geldt dat kennis hierover voornamelijk gebaseerd is op onderzoek bij kalveren.

Voor zowel longworm- als maagdarmworminfecties kan tankmelkonderzoek (abonnement Worminfecties Tankmelk) een goede manier van monitoren zijn.


Casus 3: de vaarzen zijn als pink geweid bij een opfokker en komen nu bij het melkvee in de wei op het eigen bedrijf

Een bedrijf dat de pinken weidt bij een opfokker haalt de vaarzen hier vandaan naar de eigen weide. Als op het opfokbedrijf geen ouder vee loopt (bijvoorbeeld droge koeien) bouwen deze pinken zeer waarschijnlijk geen afweer op tegen longworm dus zijn de vaarzen hier nog gevoelig voor. Vaccinatie tegen longworm op het opfokbedrijf is niet erg zinvol omdat de weideinfectie die na de vaccinatie nodig is voor een goede immuniteitsopbouw hier zeer waarschijnlijk niet zal plaatsvinden. Wees in deze melkveekoppel dus vooral alert op hoestklachten bij de vaarzen. Voor bevestiging van de diagnose longworm kan mestonderzoek worden uitgevoerd (verse mest) of kan tankmelkonderzoek worden gedaan. Houd rekening met het feit dat verschijnselen in een enkel geval al kunnen optreden voordat eieren te vinden zijn in mest.

De nadruk met betrekking tot weerstandsopbouw tegen maagdarmwormen zal bij het jongvee moeten liggen. Als bij het jongvee de weerstandsopbouw tegen maagdarmwormen goed is gegaan, zullen de volwassen dieren geen klinische verschijnselen laten zien van maagdarmwormen. Controle kan plaatsvinden door middel van het abonnement Worminfecties Tankmelk.


Casus 4: de koeien hebben weidegang, het jongvee stond altijd op stal, maar gaat nu ook naar buiten

Een melkveebedrijf dat het jongvee niet weidt maar waar de koeien wel weidegang hebben, besluit het jongvee ook weer te gaan weiden. De vaarzen op dit bedrijf zijn blanco wat worminfecties betreft; zij zijn gevoelig voor zowel longworm als maagdarmworm. Volgend jaar komen als het goed is vaarzen aan de melk die wel weerstand hebben tegen worminfecties.

Als het jongvee op koeienweides gaat weiden is een longwormenting te overwegen. Gaat het jongvee naar buiten op weides die eerder altijd gemaaid werden, dan is longwormenting niet erg zinvol. Het is dan namelijk erg waarschijnlijk dat geen longworminfectie wordt opgedaan en een weideinfectie na vaccinatie is nodig voor een goede immuniteitsopbouw.  Wees alert op hoestklachten. Voor bevestiging van de diagnose longworm kan mestonderzoek worden uitgevoerd (verse mest). Houd rekening met het feit dat verschijnselen in een enkel geval al kunnen optreden voordat eieren te vinden zijn in mest.

Voor preventie van problemen met maagdarmwormen is vooral het weidemanagement van belang. Afhankelijk hiervan is behandeling wel of niet zinvol. Dit hangt ook af van de verschijnselen die wel of niet worden waargenomen. Gebruik hiervoor de Wormsleutel. Circa zes weken na uitscharen kunt u bij het jongvee (gepoold) mestonderzoek doen op maagdarmwormen. Tot ongeveer tien weken na de start van het weideseizoen zegt de hoogte van de eitelling iets over de hoogte van de besmetting. Bij de koeien zijn de vaarzen de gevoelige groep. Of mestonderzoek hier evenveel waarde heeft als bij jongvee is niet bekend. Wees in deze groep beducht op klachten (met name productiedaling). Ook kan een pepsinogeenbepaling worden gedaan om te bepalen of behandeling tegen maagdarmwormen nodig is. Pepsinogeen zegt (bij jongvee) iets over lebmaagschade dus over de larvale besmetting van de dieren. Te verwachten is dat dit bij vaarzen ook zo is, maar hier is nooit goed onderzoek naar gedaan. Voor zowel longworm- als maagdarmworminfecties kan tankmelkonderzoek een goede manier van monitoren zijn.

Oude browser

We zien dat u gebruik maakt van een verouderde browser. Niet alle onderdelen van de website zullen daardoor goed functioneren. Download nu de laatste versie van uw browser om veilig te kunnen surfen.