Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.
  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer
Samen werken aan diergezondheid
Volg ons op...
samenwerken

Alle betrokken partijen op een rijtje

Nauwe samenwerking

Diverse partijen op het terrein van dier- en volksgezondheid werken nauw samen in de diergezondheidsmonitoring. Een overzicht van de belangrijkste betrokken partijen en hun rol in de monitoring. Klik op de vlakken in de schijf voor meer informatie over de betrokken partijen. 

           Diergezondheid: De diergezondheidsmonitoring is een initiatief van de overheid en de veehouderijsector. Betrokken partijen geven mede vorm aan de wijze waarop de monitoring plaatsvindt en zijn betrokken bij het bespreken van bevindingen uit de monitoring. lees meer

           Diergezondheid: Samenwerking is van belang omdat andere partijen aanvullende kennis en informatie hebben of bijvoorbeeld andere laboratoriumtechnieken gebruiken. lees meer

           Volksgezondheid: De gezondheid van mens en dier hangen nauw met elkaar samen. Onder het motto ‘One Health’ werken humane en veterinaire gezondheidspartijen samen om tijdig maatregelen te kunnen nemen bij zoönosen: ziekten die van dieren op mensen overgedragen kunnen worden. Het beschermen van de gezondheid van mens en dier staat daarbij altijd voorop. lees meer

           Internationale samenwerking: Dierziekten stoppen niet bij de Nederlandse grens. Door het veranderende klimaat en de toenemende internationale handel neemt de kans op verspreiding van dierziekten over grenzen toe. De GD werkt op onderzoeksgebied en kennisuitwisseling samen met een breed internationaal netwerk van onderzoekers en laboratoria. Dit netwerk, binnen en buiten Europa, groeit gestaag. lees meer

Diergezondheid

De diergezondheidsmonitoring is een initiatief van de overheid en de veehouderijsector. Betrokken partijen geven mede vorm aan de wijze waarop de monitoring plaatsvindt en zijn betrokken bij het bespreken van bevindingen uit de monitoring.

  • Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO):  LTO vertegenwoordigt bijna 50.000 agrarische ondernemers in Nederland. LTO is actief in de Begeleidingscommissies van alle sectoren.
  • Ministerie van Economische Zaken (EZ): Het ministerie is medefinancier van de diergezondheidsmonitoring en is vertegenwoordigd in de Begeleidingscommissies van alle sectoren.
  • Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA): De NVWA is een uitvoerende dienst van het Ministerie van EZ en VWS samen en is onder meer verantwoordelijk voor de aanpak van aangifteplichtige dierziekten, zoals MKZ en varkenspest. Veehouders, dierenartsen of bijvoorbeeld de GD moeten verdenkingen van deze ziekten direct bij de NVWA melden. De NVWA ontvangt ook meldingen uit het buitenland bij uitbraken van deze ziekten en de mogelijkheid dat besmette dieren naar Nederland zijn vervoerd. De NVWA is vertegenwoordigd in de Begeleidingscommissies van alle sectoren.              
  • De Nederlandse Zuivelorganisatie (NZO): NZO is de branchevereniging van de Nederlandse zuivelindustrie. De NZO is vertegenwoordigd in de Begeleidingscommissie rund.
  • Stichting Brancheorganisatie Kalversector: SBK heeft als doel te functioneren als interbrancheorganisatie in het licht van het nieuwe gemeenschappelijke landbouw beleid. Daarnaast is het doel om in het belang van de ondernemingen in de keten van productie, verwerking en handel van vleeskalveren (blank en rosé) kalfsvlees en kalvervoeders, de productie, verwerking en afzet te bevorderen en te verbeteren. De SBK wil de transparantie van de markt bewaken en bevorderen en de kwaliteit, de gezondheid en de voedselveiligheid van vleeskalveren, kalfsvlees en vleeskalvervoeders bevorderen.
  • Nederlandse Vakbond Varkenshouders (NVV): NVV is naast LTO de belangenbehartiger van de Nederlandse varkenshouders en is vertegenwoordigd in de Begeleidingscommissie varken.
  • Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders (NOP): behartigt de sectorale belangen van de Nederlandse pluimveehouders. De NOP is vertegenwoordigd in de Begeleidingscommissie pluimvee.
  • Nederlandse Vakbond Pluimveehouders NVP: is naast NOP belangenbehartiger voor Nederlandse pluimveehouders. De NVP is vertegenwoordigd in de Begeleidingscommissie pluimvee.
  • Platform Kleinschalige schapen-en geitenhouders (KSG): behartigt de belangen van de kleinschalige schapen- en geitenhouders. De KSG is vertegenwoordigd in de Begeleidingscommissie kleine herkauwers.
  • ZuivelNL: Op 7 januari 2014 is ZuivelNL opgericht door LTO Nederland (LTO) en de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO), als ketenorganisatie van de zuivelsector. ZuivelNL is actief op terreinen waar samenwerking tussen de schakels in de zuivelketen tot meerwaarde leidt. Zwaartepunt van de activiteiten ligt bij een aantal themagroepen, die op deelgebieden als overleg- en actie platform dienen voor leden en partnerorganisaties. De missie van ZuivelNL is het versterken van de Nederlandse zuivelketen met respect voor milieu en maatschappij.
  • Avined: De stichting AVINED is eind 2013 opgericht door LTO/NOP, NVP, NEPLUVI en ANEVEI om enkele activiteiten van het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE) voort te kunnen zetten. Het bestuur van deze stichtingen wordt gevormd door vertegenwoordigers van deze vier organisaties. Sinds mei 2015 maakt de COBK (Centrale Organisatie voor Broedeieren en Kuikens) ook deel uit van het bestuur van AVINED. AVINED vervult daarnaast een rol als informatieverschaffer, overlegplatform voor de sector en spreekbuis richting overheid. 
  • Producentenorganisatie Varkenshouderij (POV): De POV is een collectief van varkenshouders. De POV fungeert als de uitvoeringsorganisatie voor collectieve sectortaken en als springplank voor versterking van de marktpositie van varkenshouders, betere verdienmodellen en een betere ketensamenwerking. Binnen de POV bepalen de leden (de varkenshouders) de koers. 

Samenwerking is van belang omdat andere partijen aanvullende kennis en informatie hebben of bijvoorbeeld andere laboratoriumtechnieken gebruiken.

  • Wageningen Bioveterinary Research (WBVR):  Preventie, bestrijding en controle van aangifteplichtige dierziekten is het belangrijkste doel van het WBVR. Bij verdenkingen of uitbraken van deze dierziekten doet het WBVR het laboratoriumonderzoek. Wanneer er in de diergezondheidsmonitoring de verdenking ontstaat dat er sprake is van een aangifteplichtige ziekte, stuurt de GD het onderzoeksmateriaal in overleg met de NVWA door naar het WBVR.
  • Centrum Monitoring Vectoren (CMV): Vectoren zijn insecten zoals muggen, knutten en teken, die ziekten over kunnen brengen. Vectoren spelen zowel bij mens als bij dier een belangrijke rol in de overdracht van ziekteverwekkers. Het CMV verzamelt gegevens over het voorkomen en de verspreiding van vectoren in Nederland en schat in welke kansen er zijn op introductie en de verspreiding van bepaalde vectoren.
  • Dutch Wildlife Health Centre (DWHC/Universteit Utrecht): Wilde dieren kunnen ziekten overbrengen op dieren in de veehouderij. DWHC verzamelt kennis over de gezondheid van wilde dieren in Nederland. De GD en DWHC delen de informatie in hun monitoringssystemen.
  • Faculteit diergeneeskunde (Universiteit Utrecht): Het fundamenteel wetenschappelijke onderzoek van de faculteit Diergeneeskunde is een waardevolle aanvulling op het praktijkgerichte onderzoek van de GD. Regelmatig werken de GD en de faculteit samen om de oorzaak van bepaalde aandoeningen te achterhalen. Deze kennis is belangrijk bij het voorkomen van dierziekten.
  • Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD): Deze beroepsorganisatie van dierenartsen geeft inhoudelijke input bij de Begeleidingscommissie Varken.
  • RIKILT: Dit onderzoeksinstituut is gespecialiseerd in onderzoek naar de veiligheid van voedsel en diervoeders. Ten behoeve van het instrument veterinaire milieu toxicologie worden monsters naar Rikilt gestuurd voor toxicologisch onderzoek.

Volksgezondheid

De gezondheid van mens en dier hangen nauw met elkaar samen. Onder het motto ‘One Health’ werken humane en veterinaire gezondheidspartijen samen om tijdig maatregelen te kunnen nemen bij zoönosen: ziekten die van dieren op mensen overgedragen kunnen worden. Het beschermen van de gezondheid van mens en dier staat daarbij altijd voorop.

  • Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM): Voor de monitoring van de volksgezondheid is het RIVM de centrale speler. Het RIVM is een zelfstandig onderdeel van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) van het RIVM is belangrijk voor de samenwerking rond zoönosen. Het CIb is verantwoordelijk voor de signalering van uitbraken van infectieziekten bij mensen en coördineert de uitvoering hiervan. De GD en het RIVM werken samen in het Signaleringsoverleg Zoönosen om gegevens uit beide monitoringssystemen uit te wisselen.
  • GGD: De ruim 400 Nederlandse gemeenten hebben de wettelijke taak om de gezondheid van burgers te bevorderen en hen te beschermen tegen ziekten en calamiteiten. Deze taak is neergelegd bij de Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD). De GGD is aangesloten bij het Signaleringsoverleg Zoönosen. Ook hebben GGD-Nederland, NVWA, RIVM en GD afspraken gemaakt over de regionale aanpak van zoönosen.
  • Signaleringsoverleg Zoönosen: In het Signaleringsoverleg Zoönosen (SOZ) delen experts van RIVM, GGD, de faculteit Diergeneeskunde, het WBVR, Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) en Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) maandelijks de belangrijkste bevindingen uit de monitoring van de humane en diergezondheid. Bij een mogelijk acuut risico voor mensen zoekt de GD direct contact met de voorzitter en/of secretaris van het SOZ.

Internationale samenwerking

Dierziekten stoppen niet bij de Nederlandse grens. Door het veranderende klimaat en de toenemende internationale handel neemt de kans op verspreiding van dierziekten over grenzen toe. De GD werkt op onderzoeksgebied en kennisuitwisseling samen met een breed internationaal netwerk van onderzoekers en laboratoria. Dit netwerk, binnen en buiten Europa, groeit gestaag:

  • Internationaal monitoringsnetwerk: Sinds 2006 bouwt de GD aan een internationaal netwerk om structureel samen te werken met organisaties die monitoringsinformatie uit het veld verzamelen en een goed zicht hebben op ontwikkelingen op het gebied van diergezondheid in hun land. Dit netwerk bestaat inmiddels uit organisaties in België, Verenigd Koninkrijk, Ierland en Zwitserland. Als er bijzondere bevindingen zijn, stelt men elkaar op de hoogte. De GD werkt daarnaast samen met onderzoekers en laboratoria in Duitsland, Frankrijk en Australië.
  • World Organisation for Animal Health/ Office International des Epizooties (OIE): Via OIE wordt informatie op het gebied van dierziekten uit met andere aangesloten landen uitgewisseld.
  • EFSA: Ook met deze Europese organisatie op het terrein van voedselveiligheid deelt de GD informatie over de gezondheid van dieren.