Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.
  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer
Samen werken aan diergezondheid
Volg ons op...

Mastitis is een echte factorenziekte. Verschillende factoren vergroten of verkleinen de kans op mastitis.

Droogzetten

Van de Nederlandse melkkoeien wordt 85 procent drooggezet met antibiotica. Het doel hiervan is nieuwe infecties tijdens de droogstand te voorkomen en bestaande, niet-zichtbare infecties te genezen. Kijk voor de juiste wijze van droogzetten bij Droogzetten in acht stappen.

Klinische en subklinische mastitis behandelen met antibiotica

Mastitis is meestal goed te behandelen met antibiotica. Voorwaarde voor een succesvolle behandeling is dat middelen gebruikt worden waarvoor de veroorzakende bacterie gevoelig is. Een gevoeligheidstest geeft hierover uitsluitsel. Bij bacteriologisch onderzoek wordt bij een aantal bacteriën standaard een gevoeligheidsbepaling uitgevoerd.
Klinische mastitis
Kwartieren met een klinische (zichtbare) uierontsteking zijn meestal goed te behandelen met antibiotica. De kans op genezing wordt sterk bevorderd als de behandeling direct na het ontdekken van de (klinische) ontsteking begint. De behandeling bestaat meestal uit het toedienen van een mastitisinjector in de uier. In overleg met de dierenarts kan besloten worden om de koe ook een antibioticuminjectie of andere ondersteunende behandelingen te geven. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan pijnstillers
Subklinische mastitis
Subklinisch (niet zichtbaar) ontstoken kwartieren zijn net als klinische mastitis tijdens de lactatie te behandelen. Vaak vindt een behandeling in de droogstand plaats. Voor een subklinische mastitis geldt echter dat de kans op genezing kleiner wordt naarmate de bacterie langer in het uierweefsel aanwezig is. De keuze van het moment van behandeling hangt af van factoren zoals de hoogte van het koecelgetal, de soort mastitisverwekker en het risico van besmetting van andere dieren. Een dierenarts kan het beste adviseren bij het maken van deze afweging.

Ruimen van chronische gevallen

Houd koeien met een chronisch hoog celgetal die niet reageren op behandeling niet aan. Zij vormen een bron van infectie voor andere koeien. Dippen/sprayen na het melken De spenen dippen of sprayen na het melken is een effectieve manier om de uier te beschermen tegen ziektekiemen. Het dip- of spraymiddel desinfecteert de speenhuid, waardoor de kans dat ziektekiemen de speen binnendringen, afneemt. Daarnaast dragen de middelen bij aan een goede conditie van de speenhuid.
Het is belangrijk het juiste middel te kiezen. We onderscheiden contactmiddelen en barriëredipmiddelen. Een contactmiddel is vooral geschikt om besmetting met koegebonden bacteriën (vaak het geval bij verhoogd celgetal) tegen te gaan. Zijn het vooral omgevingsbacteriën (meestal geen verhoogd celgetal) die problemen veroorzaken, dan is een barriëredip het meest geschikt. Aan de hand van het abonnement GD Tankmelk Uiergezondheid is na te gaan welke (groepen) bacteriën een rol spelen.

Goed werkende melkmachine/goede melktechniek

Zowel bij koegebonden mastitisbacteriën als bij omgevingsgebonden mastitisbacteriën spelen melkmachine en melktechniek een belangrijke rol. Een slecht functionerende melkmachine werkt mastitisproblemen in de hand. Met de GD Natte meting Standaard, de GD Natte meting Uitgebreid en de GD Natte meting AMS (voor robotsystemen) analyseren we alle factoren bij het melken en meten we de melkmachine tijdens het melken helemaal door. Aan de hand van deze metingen ontvangt u vervolgens adviezen om het melkproces op uw bedrijf te optimaliseren.

Hygiëne

Als mastitisproblemen worden veroorzaakt door omgevingsgebonden bacteriën, dan is met een betere hygiëne in de stal (ligboxen, strooisel e.d.) winst te behalen. Met name in de zomer vraagt vliegenbestrijding aandacht. Met de GD Natte meting Uitgebreid nemen we naast de melkmachine en melktechniek andere factoren die van invloed zijn op de uiergezondheid, zoals huisvesting en de koeien zelf, onder de loep.
In geval van specifieke mastitisproblemen kan de GD strooisel uit de ligboxen en/of de opslag onderzoeken op aanwezigheid van E. coli en Klebsiella. Klebsiella is een bacterie die voorkomt in zaagsel en ernstige mastitis kan veroorzaken.

Klimaat

In een slecht stalklimaat, bijvoorbeeld bij tocht, krijgen mastitisverwekkers eerder vat op de koe. Een goed klimaat is daarom belangrijk. De GD beschikt over ervaren klimaatdeskundigen die het klimaat op het bedrijf professioneel doormeten en u adviseren in de verbetering.