Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.
  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer
Samen werken aan diergezondheid
Volg ons op...

​Mammatumoren behoren tot een van de meest voorkomende tumoren bij teven en poezen. Ze komen met name voor bij de oudere, intacte dieren of bij teven die pas op late leeftijd gecastreerd zijn. Bij de hond is 41 procent tot 53 procent van de mammatumoren histologisch maligne, bij de kat ligt dit percentage rond de 85 procent.

De mammae bestaan uit vetweefsel, subcutaan bindweefsel en klierweefsel. Het klierweefsel (parenchym) bestaat uit meerdere lobben van alveoli met afvoerkanalen (ducti). Een ductus is aan de binnenzijde bekleed met luminaal cilindrisch epitheel en aan de buitenzijde met myoepitheel. Elke ductus is omgeven door stevig bindweefsel (mesenchym) en mondt uiteindelijk uit in de tepel.

Enkelvoudig, complex, gemengd

Tumoren van de mammae kunnen uit verschillende weefsels bestaan. De volgende indeling van mammatumoren is gebaseerd op de bekende indeling van Hampe en Misdorp: Wanneer er alleen sprake is van een epitheliale component (klierepitheel of myoepitheel) dan spreekt men van een enkelvoudige tumor (carcinoma of adenoma). Bij complexe tumoren zijn zowel het klierepitheel als het myoepitheel neoplastisch veranderd. Gemengde tumoren bevatten neoplastische epitheliale componenten én een mesenchymale component van kraakbeen, bot en/of vetweefsel. Hiervan hebben Hampe en Misdorp gesteld dat dit differentiatieproducten zijn van neoplastisch myoepitheel. Deze stelling staat tegenwoordig ter discussie; mogelijk ontstaan deze differentiaties uit neoplastisch klierepitheel door zogenaamde epitheliale-mesenchymale transities.

Katten

Bij de kat is ongeveer 85 procent van de mammatumoren histologisch maligne. Dit zijn vrijwel zonder uitzondering enkelvoudige carcinomen, die alleen een (maligne) klierepitheelcomponent bevatten. Een neoplastische myoepitheliale component komt bij de kat vrijwel niet voor. De overige 15 procent van de processen bij katten bestaat met name uit fibroadenomen, lobulaire hyperplasien en fibroadenomateuze hyperplasien.

Honden

Bij de hond is ongeveer de helft van de mammatumoren histologisch maligne. De carcinomen kunnen zowel enkelvoudig als complex zijn. Bij een enkelvoudig carcinoom is er alleen sprake van een maligne klierepitheelcomponent. Indien er sprake is van een maligne klierepitheelcomponent en een neoplastische benigne myoepitheliale component wordt er gesproken van een (adeno)carcinoom van het complexe type. Indien zowel het neoplastische klierepitheelcomponent als het myoepitheliale component maligne zijn, dan wordt er gesproken van een carcinosarcoom. De goedaardige tumoren die bij de hond voorkomen zijn met name complexe adenomen en gemengde mammatumoren.

Nieuw classificatiesysteem

Recent is een nieuw klassificatiesysteem voorgesteld door Goldschmidt et al, waarbij aandacht wordt geschonken aan een aantal discussiepunten waar het klassificatiesysteem van Hampe en Misdorp geen duidelijk antwoord op geeft.
In de mammae kunnen ook maligne mesenchymale tumoren, zoals bijvoorbeeld extraskeletale osteo- of chondrosarcomen, fibrosarcomen en hemangiosarcomen voorkomen. Deze komen echter niet heel vaak voor. Naast tumoren kan ook een hyperplasie of dysplasie voorkomen in de mammae, zoals lobulaire hyperplasie, cysten, duct ectasieën, fibroadenomateuze hyperplasie (katten) of gynecomastie (reuen met Sertoliceltumor).

Wel of geen cytologie?

De cytologische diagnose van processen in de mammae van de kat heeft een acceptabele sensitiviteit en specificiteit. Dit geldt echter veel minder bij de verschillende mammatumoren bij de hond. Enerzijds worden bij cytologisch onderzoek van complexe mammatumoren bij de hond vaak cellulaire maligniteitskenmerken vastgesteld, maar die zijn bij zulke tumoren meestal niet geassocieerd met maligne gedrag. Hierdoor dreigt een cytologische overdiagnose bij complexe mammatumoren bij de hond. Anderzijds dreigt bij cytologisch onderzoek van zogenaamde cribriforme (enkelvoudige of complexe) carcinomen een onderdiagnose, omdat bij cytologisch onderzoek van deze variant meestal maar beperkte cellulaire maligniteitskenmerken kunnen worden vastgesteld, terwijl deze tumoren een sterk invasief en metastaserend karakter kunnen hebben. Op basis hiervan heeft cytologisch onderzoek van mammatumoren bij de hond een beperkte diagnostische waarde. Het kan wel bruikbaar zijn om andere tumoren (bijvoorbeeld mestceltumoren) of ontstekingen vast te stellen. Ook is het zinvol om van de regionale lymfeknoop een DN(A)B te nemen om eventuele metastasen aan te kunnen tonen.